Zonder alcohol achter het stuur had hun leven er helemaal anders uitgezien

'Belgen tolerantst voor alcohol in verkeer', stond vorige week op onze voorpagina. Nochtans laten politierechtbanken het er niet bij: vandaag staan zowel in Halle als in Vilvoorde themazittingen gepland over alcoholintoxicatie, waarbij telkens 80 mensen moeten verschijnen en het parket voor iedereen een alcoholslot zal vorderen. Dit zijn de verhalen van vier mensen - drie slachtoffers en één dader - die niét tolerant zijn voor weggebruikers met een glas te veel op. Zonder alcohol achter het stuur had hun leven er helemaal anders uitgezien.
Sophie was slachtoffer van een dronken bestuurder. ©PHOTONEWS/Pieter-Jan Vanstockstraeten

Sophie Lodewijks (30) overleefde ongeluk, haar vriend niet, haar moeder liep hersenletsel op

“Alles. Alles in mijn leven is veranderd door alcohol in het verkeer. In maart was het tien jaar geleden, maar pas sedert een half jaar heb ik het gevoel van: oké, de verwerking is een groot leerproces geweest.” Sophie Lodewijks uit Antwerpen verloor haar vriend bij een aanrijding door een dronken chauffeur, haar moeder liep een hersenletsel op.

“Na het ongeval ging ik veel uit, zodat er altijd mensen rondom mij waren en ik niet alleen met mijn verdriet hoefde te zijn. Tot ik drie jaar geleden echt niet meer gelukkig was en nergens nog zin in had. Ik ben naar Aruba verhuisd, om weg te zijn van alles en iedereen. Als je jezelf dwingt om twee jaar aan de andere kant van de wereld te gaan wonen om iets te verwerken, dan kan je gerust stellen dat alcohol achter het stuur een enorme impact op mijn leven heeft gehad. Maar ik heb mezelf geleerd om het ook als iets positiefs te zien. Het was megatraumatisch, maar ik heb mezelf leren kennen, ben weer rechtgekrabbeld en besef nu dat het leven heel kostbaar is.”

Extreem veranderd

“Ook het leven van mijn ouders is helemaal veranderd. Mijn vader liep een hoop botbreuken op, heeft nog last van tinnitus, maar is voor de rest oké. Mijn moeder haar gezicht was helemaal kapot, ze brak haar rug en nek op verschillende plaatsen en heeft tien dagen in coma gelegen. Haar hersenen waren permanent beschadigd. We wisten niet of ze ooit nog zou kunnen lopen of praten. Het bedrijf van mijn vader is failliet gegaan, omdat hij voor mijn moeder moest zorgen. Ze hebben jaren gevochten om er samen uit te komen en zijn thuis een B&B begonnen, zodat mijn moeder op haar eigen tempo kan werken en rusten. Door de littekens op haar hersenen reageert ze emotioneel anders dan vroeger. Ze beweegt ook minder soepel en moet iedere middag een paar uur slapen. Maar ik heb het gevoel dat alles langzaamaan weer de goede kant op gaat. Ook omdat de rechtszaak vorige maand eindelijk afgesloten is: voor mijn ouders een belangrijk moment.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

“Mijn relatie met mijn moeder en vader is wel complexer geworden. Soms is die verstoord, omdat we anders met het ongeval omgaan. Ik begin daar niet zo vaak over, maar mijn vader is heel strijdvaardig en wil recht laten geschieden. Terwijl ik denk: laat het los, het gebeurt toch niet. We zijn allemaal extreem veranderd.”

Sophie en haar vriendje Lander waren op weg naar een zorgeloze skivakantie, tot een dronken autocoureur aan 180 per uur hun pad kruiste. Lander werd uit de wagen geslingerd. ©RV

Geen excuses

“Het beloofde een mooie nacht te worden, 21 maart 2009. We waren vanuit Poppel, in de Kempen, richting Frankrijk op skireis vertrokken, toen we in de buurt van het Waalse Marche-en-Famenne plots langs achteren werden geraakt - al wist ik dat toen niet. Ik vloog naar voren en schaamde me tegenover mijn vriendje Lander, die naast me lag te slapen. Ik dacht: oei, mijn vader kan niet rijden. Ik heb me vastgeklampt aan de stoel van mijn vader, ik weet nog dat ik hem hoorde roepen, dat we overkop gingen - zeven keer bleek achteraf. Via een zijraampje ben ik naar buiten gekropen, met het idee dat Lander nog in de auto zat, maar hij lag twintig meter verder op het asfalt. Mijn moeder nog verder. Beiden gaven ze geen teken van leven. Ik ben bij Lander gaan liggen, in zijn bloed. Uren later kwam in het ziekenhuis het nieuws dat Lander dood was en mama in levensgevaar.”

“In het begin had ik geen aandacht voor de aanrijder. Hij beweerde dat mijn vader een verkeerd manoeuvre had uitgevoerd, maar maanden later bleek uit de expertise dat de aanrijder in dronken toestand aan 180 kilometer per uur op ons was ingereden. Twee dagen na het ongeval plaatste hij - een autocoureur van ergens in de twintig - een foto van zijn in de prak gereden wagen op Facebook: ‘Rest in peace, mon petit BMW.’ Ik heb hem berichten gestuurd. Foto’s van mij en Lander. Ik vertelde wat hij had aangericht. Hij heeft nooit gereageerd, maar mij wel geblokkeerd. Dan ben ik naar zijn vrouw berichten beginnen te sturen, heel verwijtende berichten. Hoe zij het zou vinden mocht hun kind doodgereden worden. Excuses hebben wij nooit gehad. En toch heb ik hem vergeven. Vooral voor mezelf, denk ik. Het lijkt me voor een dader nog moeilijker om ermee te kunnen leven. Mij is iets overkomen, maar de dader heeft iets veroorzaakt dat hij had kunnen voorkomen. Ik hoop echt dat het de laatste keer was dat deze man dronken reed. Dit ongeval was zijn derde keer in vijf jaar tijd dat hij gepakt werd met alcohol achter het stuur. Bij die derde keer heeft hij iemand gedood en iemand permanent gehandicapt gemaakt. Zijn straf? Eén jaar rijbewijs kwijt en 2.700 euro boete, waarvan de helft voorwaardelijk. Dat vind ik echt bizar. Dat schrikt toch niet af?”

Mij overkomt dat niet

“Ik voel niet de behoefte om de hele tijd mijn verhaal te vertellen. Een enkeling die het hoort of leest, is erdoor geraakt, maar vijf minuten later is die dat alweer vergeten, want hij denkt: mij overkomt dat niet. Dat dacht ik zelf ook. Tot het je wél overkomt, en je elke dag aan je overleden vriendje denkt. Wanneer ik een verhaal hoor over een kennis - mijn vrienden doen zoiets niet - die zich niet meer herinnert hoe hij met zijn auto is thuisgeraakt, denk ik: ‘Jij bent echt dom. En ik hoop voor jou dat je niemand anders schaadt, maar stiekem wel jezelf.’ Ik wens niemand dood, maar wel dat iemand wordt tegengehouden of zijn auto in de prak rijdt. Zulke mensen spreek ik niet aan, want zij hebben daar toch geen oren naar.”

“Mensen met enige intelligentie kruipen niet zat achter het stuur: daar ben ik van overtuigd. Waar ik echt in geloof, is een alcoholslot in iedere auto. Het is ongelooflijk kinderachtig en betuttelend, maar als sommige mensen te dom zijn om het te snappen, is het de enige oplossing.” 

“’Sorry’ had kunnen helpen om het te aanvaarden”

Sabine Cocquyt (64) verloor ouders in ongeval met dronken chauffeur, waarbij zoon Dries (39) zwaargewond raakte

“Mijn ouders botsten met iemand die geen voorrang verleende en 2 promille alcohol in z’n bloed had. Ze kwamen allebei om en hun drie kleinkinderen - onder wie onze zoon Dries, pas 9 - waren levensgevaarlijk gewond.” En toch kreeg Sabine Cocquyt (64) uit Bertem nooit een sorry van de dader.

Sabine Cocquyt en haar zoon Dries ©Joel Hoylaerts

“In 30 jaar is er veel veranderd. Die man had een stuk of 14 pinten op, maar daar werd nooit de focus op gelegd. Hij probeerde eerst nog z’n verantwoordelijkheden te ontlopen en toen dat niet lukte, kreeg hij drie maanden rijverbod, een voorwaardelijke celstraf, een geldboete en de kous was af. Niemand in onze familie heeft ooit van hem gehoord. Geen kaartje, geen telefoontje, geen sorry: niets. Het kleinste gebaar had ons geholpen om het onrechtvaardige toch te proberen aanvaarden. Ik heb woede gevoeld en die is weggeëbd, maar niet de vraag: hoe kan je zoiets doen en dan nooit informeren hoe het gaat met die zwaargewonde kinderen? Dries is nu 39 en draagt nog de gevolgen. Hij is voor de helft verlamd geweest. Stappen gaat moeizaam. Een eind wandelen, laat staan sporten, is uitgesloten. Op z’n negende kon hij goed voetballen, maar hij moest stoppen. Door het hersenletsel had hij - die tot dan altijd goede rapporten behaalde - plots moeite op school. Hij werkt nu halftijds dankzij subsidies, maar zelfs dat lukt niet. Hij is vlug moe en niet stressbestendig. Soms belt hij ‘s morgens al: ‘Kom mij halen: ik zie dubbel, voel me misselijk.’ Wie de geschiedenis niet kent, stelt zich vragen. Ik heb het al zeker 1.000 keer verteld. Soms wordt het mij dan ook nog te machtig. Zo brachten we pas samen een weekend door in een huisje en dat was te druk voor Dries. Hij werd kwaad en zei dat hij voortaan thuis bleef. Dan vloek ik wel. Gelukkig heeft hij een lieve vrouw en twee zoontjes die heel begripvol zijn.”

Wie is BOB?

“De woede en het verdriet heb ik van me afgeschreven in vier boeken, waarvan ‘Het spijt mij. Over bemiddeling na een verkeersongeval’ onlangs verscheen. Ik sprak slachtoffers en veroorzakers. Dat was therapie voor mij en dat heeft geholpen. Gelukkig. Onze drie kinderen mochten niet opgroeien bij rancuneuze ouders. Het verkeer blijft mijn weke plek. Met iemand meerijden vind ik lastig. Ik respecteer de verkeersregels tot op de letter. Ik ben als de dood om een ongeval te veroorzaken. Als er thuis vrienden komen, vraag ik eerst wie BOB is. Het verbaast me nog altijd hoe tolerant we blijven voor alcohol in het verkeer. Da’s de typische Belgische ‘mij overkomt het niet’-mentaliteit. Waar blijft dat rijbewijs met punten? In Frankrijk heeft dat zo’n impact op het rijgedrag en dus dacht ik dat we dat liever vandaag dan morgen zouden invoeren om drama’s te vermijden. Maar het gebeurt niet. Begrijp ik niet.” 

“Ik zei tegen dader dat hij niet met mij moest inzitten”

Jean Dragonetti (77) zit in rolstoel nadat dronken recidivist hem en zijn vriendin aanreed

Hij was al tien jaar met pensioen en pendelde tussen zijn woonplaats in Middelkerke en die van zijn vriendin in Bornem. Maar in een paar luttele seconden belandde Jean Dragonetti (77) voor de rest van zijn dagen in een rolstoel, nadat hij en zijn vriendin werden aangereden door een dronken recidivist.

Jean Dragonetti en vrouw Annick Albrecht ©Photo News

“31 januari 2016, 9.12 uur. We waren op weg naar Middelkerke voor een fotoreportage. Na 40 jaar in mijn zaak was ik een actieve gepensioneerde: in de politiek en de amateurfotografie. Mijn vriendin reed 110 per uur op het rechtervak. Plots kreeg onze auto een slag. Daarna nog één. De wagen begon te tollen. Mijn vriendin raakte bewusteloos, ik zag het landschap om me heen draaien. Tot we in de wei langs de autostrade belandden. Ik voelde niets. Zelfs geen pijn. Mijn onderlichaam was verlamd. Dwarslaesie.”

“Mijn leven weer opnemen zoals voor het accident, is onmogelijk. Ik zit in een rolstoel en kan niet meer wandelen. Foto’s maak ik nog, maar niet meer de shots zoals ik ze zou willen. Mountainbiken en autorijden lukken niet meer en voor de kleinste handeling heb ik hulp nodig. Maar ik wil daar niet over piekeren. In websites bouwen vond ik een nieuwe hobby. En als mijn tekortkomingen me terugfluiten, zoek ik een andere manier. Ge kunt niet leven als ge u er niet bij neerlegt.”

Toch nog een Bacardi Cola

“Een man van in de twintig met een zware Audi reed ons aan. Hij ging van het ene feestje naar het andere en was in slaap gevallen. Daardoor reed hij minstens 170, met 1,5 promille in zijn bloed. Pas op de rechtbank leerden we dat hij al drie keer veroordeeld was. Twee keer is hij mij in het ziekenhuis komen opzoeken. De eerste keer heb ik enkel geluisterd. Wat kon ik doen? Een paar maanden erna belde hij mij op. Hij klonk niet goed. Toen heb ik hem gezegd dat ik hem vergaf. En dat hij met mij niet moest inzitten.”

“Ik snap niet wat mensen zo in alcohol zien. Ik drink nog wel eens een glaasje wijn, daaraan veranderde ik niets. Maar nooit als ik rijd. Mijn vader en broers zijn aan den drank gestorven - de ziekte van Korsakov. En als ik iets aan mijn enige zoon heb kunnen doorgeven, is dat hij er nooit aan geraakt is. Maar het is niet aan mij om anderen te verbieden nog met de auto te rijden na een paar aperitiefjes. Ik kan hen er alleen maar attent op maken. De dader kreeg uiteindelijk een rijverbod van twee jaar en een voorwaardelijke celstraf van 30 dagen. Na de rechtszaak trakteerden zijn ouders mij op een lunch. Hij was erbij. En bestelde een Bacardi Cola. Niemand zei er iets van. Dat was voor mij het signaal: hoe hard hij ook gestraft wordt, veranderen zal hij niet. Maar aan mijn vergiffenis verander ik niets. Zo ben ik niet.” 

“Dit kruis draag ik tot de dag dat ik sterf”

JEF (79) reed 60 jaar geleden twee kinderen dood

Jef Beckers (79) was 20, net getrouwd en pas vader toen hij dronken in zijn auto stapte en twee kinderen doodreed. “Het is een kruis dat ik al zestig jaar draag en dat ik zal dragen tot op de dag dat ik sterf.”

Jef Deckers ©Joel Hoylaerts

“Het was eind jaren vijftig en in die tijd was op café gaan de gewoonste zaak van de wereld. Veel dancings waren er nog niet. Mijn ouders hadden een café en ik heb nooit anders gezien dan mannen aan de toog met een stuk in hun voeten. Als de avond om was, reden ze gewoon naar huis. Ik was ook zat en op weg naar huis. Ik nam een bocht en reed in op een groep wandelaars. Ze waren op bedevaart naar Scherpenheuvel. Twee kinderen van rond de tien waren op slag dood. Dat hebben ze me nadien verteld, want ik was doorgereden. Vluchtmisdrijf. Waarom, dat weet ik nog altijd niet. Het was één grote waas toen. ‘s Anderendaags kwam de politie mij thuis halen. Toen besefte ik nog altijd niet goed wat er was gebeurd. Ik wist dat hetgeen ik op mijn geweten had, verschrikkelijk was. Maar toch drong dat nog altijd niet helemaal door. Later wel, wees maar gerust. Het duurt jaren voor ge beseft wat voor een leed ge hebt teweeggebracht. Natuurlijk heb ik dat nooit gewild, maar ik had moeten beseffen wat voor een monster alcohol is.”

Visioen

“Drie jaar heb ik in de gevangenis gezeten: in Mechelen, Leuven en Brussel. Dat was hard, maar ik had zo’n straf nodig om tot bezinning te komen. Mijn vrouw heeft er heel hard van afgezien, maar ze is mij altijd blijven steunen. Da’s mijn grote geluk geweest. De familie van die kinderen heb ik nooit ontmoet. Ze waren op mijn proces, maar daar heb ik hen uit schrik niet aangekeken. ‘Dit gaat u voor altijd blijven achtervolgen, Jef’, zei ik die dag tegen mezelf en zo is het ook uitgedraaid. Dit is een kruis dat ik al zestig jaar draag en dat ik zal dragen tot op de dag dat ik sterf. Maar dat is nog niets tegen wat die ouders en de familie van die twee meisjes hebben meegemaakt. Ik ben het graf van die kinderen weleens gaan bezoeken. Hun ouders zijn ook gestorven intussen, en dat voelt als een ‘opluchting’ voor mij. Ik denk dat ze nu allemaal samen zijn hierboven. Ik ben altijd iemand geweest die leefde zonder god en gebod. Mijn kinderen moesten zedenleer volgen. Zelfs toen mijn vader stierf, bleef ik weg uit de kerk en ging ik in het café zitten aan de overkant van de straat. Goed twintig jaar geleden kreeg ik ‘s nachts een visioen en ben ik heel gelovig geworden. Nu is dat kruis lichter om te dragen. Ik organiseer bedevaarten en ga elke dag naar de mis in de abdij van Averbode. Af en toe draag ik een mis op aan die kindjes die ik doodgereden heb.”

Brief aan Boudewijn

“Mijn rijbewijs was ik kwijt voor de rest van mijn leven, maar ik heb ooit een brief geschreven naar koning Boudewijn. Ik heb hem mijn geval uitgelegd en schreef dat mijn vrouw en vier kinderen ook zwaar gestraft waren. Ze konden nergens geraken en ik moest zien dat ik ergens werk had waar ik met mijn fiets naartoe kon. Op een gegeven moment kreeg ik bericht van de koning dat ik mijn rijbewijs weer mocht gaan halen. Daardoor kon ik in de kerncentrale van Doel beginnen en zo heb ik de draad weer opgepakt. Nooit heb ik nog een druppel alcohol gedronken wanneer ik met de auto reed. Als we nog in een café of op een feest komen, neem ik alcoholvrije pils. Zo slecht smaakt dat toch ook niet, vind ik. Mijn vier kinderen hebben tot enkele jaren geleden nooit geweten wat ik op mijn kerfstok had. Ze weten het nu, maar we spreken er nooit over. Geen van hen drinkt alcohol en daar ben ik blij om. Wie drinkt en toch met de auto rijdt, speelt met het leven van andere mensen. Ik kan niemand een verwijt maken, maar toch hoop ik dat chauffeurs beter zullen opletten. Anders komt er vroeg of laat miserie van. En zulke littekens blijven voor altijd.”