Zó speelt men Stockhausen in de 21ste eeuw

Lucas en Arthur Jussen waren de grote verrassing in het afsluitende onderdeel van het Holland Festival Proms in het Concertgebouw. Zó speelt men Stockhausen in de 21ste eeuw.
Gebroeders Jussen spelen met lef Stockhausens Mantra uit 1970 ©Janiek Dam

Ruth Mackenzie, nog tot en met 2018 de artistiek directeur van het Holland Festival, heeft tijdens haar korte règne in elk geval minstens één ding voortreffelijk gedaan: de introductie van de Proms in het Concertgebouw. Vijf concerten van een uur, breed geprogrammeerd (van pop tot klassiek), dus voor elk wat wils.

Door de stoelen beneden uit de Grote Zaal te laten verwijderen en die in te wisselen voor zitzakken, ontstaat als vanzelf een veel informelere sfeer, en de vriendelijke toegangsprijs van een tientje per concert is ook bevorderlijk voor de laagdrempeligheid.

Heilige Elitaire Muziektempel
Dan is er ook nog een gezellige presentator, bekend van de televisie (cabaretier Klaas van der Eerden), en opeens zijn er veel minder mensen bang om de Heilige Elitaire Muziektempel aan de Van Baerlestraat te betreden. Het publiek mocht zelfs zijn mobieltje gebruiken, voor de muziekuitleg­app Wolfgang.

In de pauzes tussen de concerten zijn er korte optredens van studenten van het Amsterdams conservatorium, die soms hevig contrasteren met het hoofdprogramma, maar soms ook voor een mooie aanvulling zorgen.

Het leek verdulleme wel of we naar een moderne versie van Carl Orff zaten te luisteren

De Proms beginnen zaterdagmiddag met een stuk, of liever een panreligieus ritueel, van de Nederlands-Indonesische componist Sinta Wullur. Midden in de Grote Zaal staat in kruisvorm een oogstrelende batterij aan gongs opgesteld (een op Wullurs instigatie gebouwde chromatische gamelan).

Religieuze gezangen
Vanuit de hoeken beginnen om beurten zangers religieuze gezangen te zingen, beantwoord door een meestal eenstemmig zingend vrouwenkoor. Aan het eind vormen het christendom, de islam, het boeddhisme en hindoeïsme één stem, een vorm van harmonie die, vrezen we, alleen in de kunst mogelijk is. Prachtig stuk niettemin.

Wie daarna de verkeerde uitgang nam, kon belanden bij een swingend jazzconcertje door studenten. Maar je kon ook het geluk hebben te stuiten op het Duo Serenissima, met sopraan Elisabeth Hetherington en luitist David Mackor, die een fraaie, intieme versie van Monteverdi's Pianto della Madonna ten gehore brachten.

Reikhalzend was uitgekeken naar het nieuwe grote stuk van de Australisch-Nederlandse componist Kate Moore, een groot talent, maar haar voorkeur voor volle, dichte texturen in Sacred environment pakt niet helemaal gelukkig uit. Het leek verdulleme wel of we naar een moderne versie van Carl Orff zaten te luisteren.

Niet haar beste stuk
In het stuk voert Moore de luisteraar mee naar de Bushlands in Australië. Door de gezongen teksten te doorspekken met delen uit het katholieke requiem wordt de teloorgang van de cultuur van de oorspronkelijke bewoners van het land ontroerend geagendeerd, maar het resultaat is niet haar beste stuk.

De gebroeders Jussen kunnen niet genoeg worden geprezen voor hun lef om dit honds­moei­lij­ke werk uit 1970 te willen spelen

Wel enorme indruk maakte daarna de vertolking van Karlheinz Stockhausens Mantra door de gebroeders Jussen. Zij kunnen niet genoeg worden geprezen voor hun lef om dit hondsmoeilijke werk uit 1970 te willen spelen. Het werd een belevenis van de eerste orde.

Een vol Concertgebouw, met jonge, oude, ervaren of juist nog vrijwel maagdelijke oren luisterde 75 minuten lang in grote concentratie naar een van de veeleisendste stukken voor twee piano's, slagwerk en elektronica die ooit zijn geschreven.

Humor
Stockhausen heeft een muzikaal parcours aangelegd dat bij elke bocht een verrassende wending neemt. Het grandioze is dat er bij de uitvoering van de Jussens geen seconde de gedachte opkomt aan droogkloterige rederijkerij.

Zij weten juist de theatraliteit, de pianistische inventiviteit en rijkdom (een serialistische integraalrekening van Bach, Debussy en Webern) te delven, en zetten ook nog een felle lamp op Stockhausens humor.

Humor - jazeker! Het moment waarop Lucas zijn middelvinger opsteekt naar broertje Arthur, aan het einde van 'wie-speelt-de-hoogste-nootpassage' is een moment voor de annalen. Zó speelt men Stockhausen in de eenentwintigste eeuw en zie: de mensen vinden het nog mooi ook. Geweldig.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.