Zijn dorp kwijt, voor niets

nostalgie - reportage - Klaas en Stientje Paapst waren vijf jaar geleden de laatste inwoners die het Groningse Weiwerd verlieten, om plaats te maken voor fabrieken - die er niet kwamen. Twee andere dorpen moesten al eerder wijken. Had het allemaal niet anders gekund?
Kaart van het gebied rond Delfzijl uit 1867. ©Jacob Kuyper, Groninger Archieven

Langs het water van de Eems, voor de Groningse zeedijk, blazen hoge schoorstenen grijze wolken uit. Klaas Paapst, een breedgeschouderde man met een vrolijke krulsnor, zit aan zijn keukentafel in Delfzijl. Vanuit zijn stoel kan hij de fabrieken zien liggen. Drie kilometer verderop ligt Weiwerd, het dorpje waar hij is geboren. "Vandaag staan er drie boerderijen met dichtgetimmerde luiken."

Tot vijf jaar terug woonde Paapst er nog. Nu telt Weiwerd alleen een kudde pony's, een kunststudio en wat knotwilgen. De verlaten begraafplaats kijkt uit over aluminium-, chloor- en afvalwaterfabrieken. Die schoten hier vanaf de jaren vijftig in een rap tempo uit de grond. Delfzijl moest het Rotterdam van het noorden worden en ook de nabijgelegen dorpen Heveskes en Oterdum moesten daarvoor wijken. In vijftig jaar zijn ruim zevenhonderd dorpelingen vertrokken.

De industrie bereikte de dorpen nooit. In Weiwerd staat een bedrijventerrein voor start-ups op de planning, maar daar is nog niets van te zien. Op de dijk van Oterdum liggen enkele graven, in Heveskes staat alleen het kerkje nog overeind. De laatste verdwenen dorpen van Nederland lijken voor niets verdwenen. Als de dorpelingen elkaar nu in een supermarkt in Delfzijl treffen, komt altijd dezelfde vraag naar boven. "Had het allemaal niet anders gekund?"

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Klaas Paapst en zijn vrouw Stientje waren de laatste inwoners van Weiwerd. Als Paapst over de oude klinkerpaden kuiert, ziet hij voor zich wat het ooit was. Het winkeltje van sinkel van de 'vrijgezelle heer' Wolf. Café de Nieuwe Brug, waar Paapst de pieren verkocht die hij in de Eems ving. En het witte kerkje waar iedereen dol op was, maar waar de banken leeg bleven.

De vader van Paapst was scheepsschilder, maar Weiwerd bestond vooral uit landarbeiders. "Hard werken voor een schraal loon", benadrukt Klaas. Maar van armoede heeft hij nooit iets gemerkt. "Er waren geen bananen, maar wel appels en dat was zat." Hij tikt zijn trouwring tegen het tafelblad, en kijkt streng over zijn bril. "Er wordt vaak negatief gesproken over de fabrieken, maar het was ook een geluk dat ze er waren. Mensen gingen twee keer zoveel verdienen als bij de boer." Als eerste kwam er in 1954 een sodafabriek. De kersverse fabrieksarbeiders kregen ineens vakantiedagen en een nieuwbouwwoning. "Dat was ongehoord."

Industriekernen

Om de naoorlogse industrialisatie en de bijbehorende banen over heel Nederland te verspreiden, wees de rijksoverheid in 1959 bijna dertig industriekernen aan. Acht lagen er in Groningen. Eén daarvan, de meest veelbelovende, was Delfzijl. Met korting op grond en versoepelde regelgeving moest de provincie bedrijven naar het noorden lokken. En dat werkte. In 1955 werkten nog maar 664 Delfzijlse mannen in fabrieken, zes jaar later bijna drie keer zoveel.

In de beleidsplannen van de jaren vijftig is te zien hoe het havenschap, dat de industrie moest aantrekken, industrieterreinen over Oterdum en Heveskes heen tekende. Maar toen de bulldozers in 1967 door die dorpen reden, benadrukte de gemeente dat het 'nimmer de bedoeling' was 'de levendige gemeenschap' van Weiwerd ook te slopen. Er kwamen zelfs plannen voor een nieuw sportpark en driehonderd extra woningen. De dorpelingen waren verbaasd, zegt Paapst. "Weiwerd lag dichter tegen de industrie aan dan de andere twee."

Toch wilde de verhuurder het ouderlijk huis van Paapst verkopen. Klaas was twintig en verhuisde met zijn ouders mee naar een flatje in Delfzijl. "Iedereen, ook die verhuurder, wist dat Weiwerd uiteindelijk toch wel zou verdwijnen."

Na de verhuizing kwam Paapst nog elke dag in het dorp. Hij werkte als timmerman bij het lokale aannemersbedrijf. Lassen, timmeren: als hij 'van niets iets' mocht maken, was hij er voor in. Zijn baas bood hem financiële hulp aan om het huis van zijn ouders te kunnen kopen. "Als het dan wordt gesloopt, heb je er winst bij, zei hij. Maar ik was jong en wilde niet in een stervend dorp wonen." Voor oudere mensen was het moeilijker, zegt Paapst. Maar sentimenteel of boos waren ze zelden, en niemand kwam in opstand. "Zo zaten de mensen toen niet in elkaar. Het was nu eenmaal zo."

De littekens waren vaak onzichtbaar. Zoals bij zijn vader. In de oorlog overleed de oudste broer van Paapst toen er een bom op het huis viel. Zijn vader was erbij. Bij de verhuizing laadde Paapst met zijn vader en zwager de spullen in. Zijn vader kwam met 'de meest onzinnige dingen' aanlopen, zoals oude fietsbanden. Alles moest mee, zegt Paapst. "Alsof het nog oorlog was. Zijn verstand was er niet meer bij." Paapst lachte er om. "Maar het was geen grap. Hij was volledig de weg kwijt."

Delfzijl hield ondertussen stug vol dat het wierdedorpje zou gaan groeien. Zeventien gezinnen uit Oterdum en Heveskes verhuisden naar Weiwerd. Maar in 1970 was er pas één nieuwe woning bijgebouwd. Terwijl de ouderen bleven, vertrokken de jongeren. De burgemeester schreef de fabrieken met de vraag of hun werknemers misschien in Weiwerd wilden wonen. Hun antwoord was kort: nee.

Inspraak

In 1972 vertrok PvdA-wethouder Jan Beijert daarom naar Weiwerd om de toekomst van het dorp met de inwoners te bespreken. Een unicum: dat was bij de andere dorpen niet gebeurd. De farmaceutische fabrikant Upjohn had op dat moment al een optie voor terrein bij de dorpsgrenzen.

De inwoners uitten hun woede en bezorgdheid op felle toon, blijkt uit de notulen in het stadsarchief. "Men kan helemaal niet meer van inspraak spreken", zei Wieringa, de baas van Paapst. "De zaak is reeds beklonken." Zijn zakenpartner Hageman vond dat "Weiwerd welbewust onleefbaar wordt gemaakt." Weiwerd maakt echt nog een kans, verzekerde wethouder Beijert de dorpelingen. "De aanhouder wint." Maar die eerste felheid sloeg uiteindelijk niet om in protest.

Een jaar later werd de hoofdader van Weiwerd, de Heemkesweg, vanwege de nieuwe ringweg om het industrieterrein afgesloten. "Dit is het dichtknijpen van onze hals", schreef Wiebe Hulsinga van Café Oosterhörn in een reactie aan de gemeente. Zijn omzet was 'tot het nulpunt' gedaald. "Nog erger dan doodbloeden, is iemand in een keer de doodsteek toe brengen."

In de jaren die daarop volgden werden dorpelingen 'gemotiveerd' maar niet gedwongen te vertrekken, vertelt Paapst. "Dus niet iedereen ging." Vertrok er iemand, dan werd het huis meteen door het havenschap neergehaald. Uiteindelijk werd ook het huis van zijn ouders gesloopt. Paapst nam zijn vader mee om te kijken. "Mijn moeder wilde niet. Dat is geweest, zei ze." De pannen lagen al van het dak af, twee muren waren weg. "Mijn vader stapte uit de auto en stak meteen een sigaar op. Hij praatte niet; hij bleef kijken."

Links van Delfzijl opende het havenschap in 1973 een diepzeehaven: de Eemshaven. Het slopen van Weiwerd had daardoor geen prioriteit meer. In hetzelfde jaar brak de oliecrisis uit en een recessie bracht de economie in de jaren tachtig tot stilstand. De Eemshaven werd een flop en grootse dromen voor olieraffinage en chemie kwamen niet uit. In 1971 werkten ruim 32.000 mensen in de industrie van Delfzijl. Tien jaar later waren dat er bijna tienduizend minder.

Eind jaren tachtig kwam de baas van Paapst weer met een voorstel. Deze keer bood hij hem een woonboerderij in Weiwerd te huur aan. Samen met vrouw Stientje en twee tienerdochters verhuisde Paapst terug naar zijn geboortedorp. "We hadden een grote schuur, waarin ik lekker aan mijn oldtimers kon sleutelen. Heerlijk." Ze hadden geen directe buren of winkels meer. Wel veertig vastberaden dorpsgenoten - 'de echte diehards' - die hun huis weigerden te verkopen aan het havenschap.

Al snel werd Paapst beheerder van het verenigingsgebouw. Wekelijks kwamen tientallen, dikwijls al vertrokken Weiwerders daar nog bij elkaar. "Het dorpsleven ging zo toch een beetje door." Toch begon het dorp beetje bij beetje te verdwijnen. In 1996 was het inwonertal gehalveerd naar twintig en moest het verenigingsgebouw zijn deuren sluiten.

Rond diezelfde tijd kwam er een moutfabriek naar de Eemshaven. Een keerpunt. Het weer succesvolle havenschap veranderd zijn naam in Groningen Seaports.

Beschermde status

Paapst richtte eind jaren negentig met twee anderen de Stichting Behoud Weiwerd op. De wierde kreeg door hen een beschermde archeologische status, vertelt hij. "Seaports zei: waar halen jullie het lef vandaan om tegen ons in opstand te komen? Oud-dorpelingen verklaarden ons voor gek. Maar uiteindelijk mochten ze mooi geen industrie op de wierde zetten."

De mannen overtuigden uiteindelijk ook de gemeente twee kilometer aan oude klinkerpaden in Weiwerd terug te leggen. Met een groepje vrijwilligers snoeiden ze de bomen en legden ze meidoornhagen aan. En met de komst van de nieuwe directeur Harm Post verbeterde ook de relatie met Seaports. "Hij luisterde wel naar ons", vertelt Paapst. "Op klusdagen kwam hij op zijn klompen mijn schuur binnen met soep en broodjes voor iedereen. De haag die Post heeft gepoot, blijf ik - met zijn jaarsalaris - de duurste haag van Nederland noemen."

Ondanks rapporten over aanhoudende geluids- en stankoverlast bleven Paapst en zijn vrouw in Weiwerd wonen. Pas toen zijn oude baas de grond aan een recyclingbedrijf verkocht, was het voorbij. Ze verhuisden naar hun huidige appartement in Delfzijl. Zijn vrouw was blij, vertelt hij. "Vijftig procent van ons wilde in Weiwerd blijven. Dat is niet genoeg."

Als de laatste Weiwerders overlijden, zullen ook de klinkerpaden weer verdwijnen, weet Paapst. "Maar voor nu is het dorp weer zichtbaar", zegt hij. "Ik loop daar met mijn kleindochters en vertel ze mijn verhalen."

Groningen Seaports wil nog techbedrijven naar Weiwerd halen. "Een 'brain-wierde' noemen ze dat." Paapst heeft er weinig vertrouwen in. "Die boerderijen vallen half uit elkaar en er lopen dieven rond." Paapst is tevreden met wat hij heeft bereikt. "Maar blij ben ik niet." Zijn ogen worden vochtig. "Dat was ik geweest als het dorpje had mogen blijven bestaan. Die gezelligheid, het ons kent ons. Dat heb je in een appartementencomplex in Delfzijl niet."

meer online

Meer zien, lezen en horen over de verdwenen dorpen? Bekijk de digitale productie op trouw.nl/verdwenendorpen. Lees meer, bekijk oude foto's en luister naar de oud-bewoners.