Wordt alles beter met het nieuwe pensioenstelsel? Negen vragen (en antwoorden)

Vakbeweging, werkgevers en kabinet zijn het in principe eens over een nieuw pensioenstelsel. Het pensioen wordt gebaseerd op de betaalde premie plus de beleggingswinst die daarop in de loop der jaren is gehaald. Negen vragen over het nieuwe stelsel.
Ed is vrachtwagenchauffeur en woont in Brabant, hij werkt door na zijn pensioen. ©Freek van den Bergh

Het nieuwe pensioen lijkt op het pensioen dat in 2010 door vakbond FNV werd verworpen als ‘casinopensioen’. Waarom zou de vakbeweging daar nu wel mee akkoord gaan?

De wereld is veranderd. Tien jaar geleden hoopte de vakbeweging dat de pensioenfondsen, die er toen ook al slecht voor stonden, zouden opkrabbelen. De rente was toen al laag en die kon, dachten sommigen, eigenlijk alleen omhoog. Maar het omgekeerde gebeurde. De rente daalde nog verder. Pensioenpremies stegen, beleggingen leverden winst op, maar dat woog niet op tegen het effect van de lagere rente. Dus werden pensioenen jarenlang niet verhoogd – ‘bevroren’ – of zelfs verlaagd. Gepensioneerden leverden koopkracht in, de pensioenopbouw van werkenden werd minder.

In juni 2019 stemde de FNV in met vernieuwing van het pensioenstelsel. De pensioenfondsen staan er sindsdien nog slechter voor. Het ABP heeft nu een ‘dekkingsgraad’ van 83 procent. Voor elke toezegde euro pensioen is 0,83 euro in kas. Als dat zo blijft, dreigt een enorme verlaging van de (toegezegde) pensioenen en een forse stijging van de premie. Of versobering van het pensioen. 

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Bij Unilever is de pensioenpremie al omhoog gegaan van 39 procent naar 52 procent van het salaris. Simpel gezegd: daar werk je de helft van de tijd voor de oude dag.

Altijd weer die rente. Waarom is die zo belangrijk?

Pensioenfondsen moeten berekenen of zij in staat zijn de pensioenen van ouderen en werknemers uit te betalen. Dat zijn de ‘verplichtingen’ die de komende jaren moeten worden uitbetaald. Omdat het om pensioentoezeggingen gaat, moeten die met bijna 100 procent zekerheid kunnen worden uitbetaald. Dat kan voor een twintiger die nu pensioenpremie betaalt nog over tachtig jaar zijn. De waarde van de beleggingen wordt berekend met de zogenoemde risicovrije rente. Dat is volgens pensioendeskundigen de eerlijkste manier om de berekening te maken.

Maandelijks doen pensioenfondsen verslag van hun financiële positie, maandelijks levert dat publiciteit op. Daarom willen vakbeweging, werkgevers en kabinet erg graag af van de ‘rekenrente’. In hun plan speelt die geen rol meer omdat het gaat over ‘verwacht pensioen’ op basis van betaalde premies plus beleggingsrendement.

Wat krijgt de vakbeweging in ruil voor het ‘casinopensioen’?

De premies die aan pensioenfondsen worden betaald, worden ‘collectief’ belegd. Er blijft dus een grote pot, waarin iedereen die betaalt een aandeel heeft. Dat collectieve beleggen vindt de vakbeweging belangrijk omdat dat ‘winst’ oplevert. 

De bonden hebben ook een eigenbelang: zij besturen samen met werkgevers de pensioenfondsen en zijn verantwoordelijk voor de beleggingen. Dat is zo omdat pensioenen ‘uitgesteld loon’ zijn. Bij cao-overleg wordt ook over de pensioenregeling en de pensioenpremie gesproken omdat pensioenkosten onderdeel zijn van het loon. Meestal betaalt de werkgever tweederde van de premie en de werknemer de rest.

Hoe veilig is mijn inleg straks? De beurzen kunnen crashen.

Het klinkt eng om het pensioen deels afhankelijk te maken van beleggingsopbrengsten. Maar dat is nu ook al zo. Pensioenfondsen beleggen in aandelen en indexen op de beurs, maar ook in bijvoorbeeld vastgoed, staatsleningen en leningen aan bedrijven. De afgelopen 25 jaar hebben de fondsen gemiddeld zo’n 7 procent rendement gehaald op de beleggingen. 

Als ik dat beleggingsrisico niet wil lopen, kan ik dan weigeren mee te doen en zelf mijn geld investeren?

Nee. Bij veel bedrijven is deelname aan het pensioenfonds verplicht. Je kunt niet weg om je pensioen zelf te regelen of bij een ander pensioenfonds onder te brengen. Dat willen vakbeweging en werkgevers zo houden. Als iedereen weg kan bij een pensioenfonds of kan overstappen naar een ander fonds, knaagt dat aan het draagvlak. Het is ook paternalisme. Veel mensen denken dat ze zelf beter kunnen beleggen, maar dat is toch lastig. Het is ook lastig om de discipline op te brengen maandelijks geld apart te zetten voor (veel) later en het geld niet aan andere zaken uit te geven.

Als die aanspraak op 70 procent van het gemiddeld verdiende loon verdwijnt, wat wordt dan het doel van je pensioen? Worden er bijvoorbeeld nog wel afspraken gemaakt over het percentage van je salaris dat je moet inleggen?

Nu is er een ‘pensioentoezegging’ dat het pensioen uitkomt op 70 procent van het gemiddeld verdiende salaris. Omdat pensioenfondsen volgens de wet nu pensioenen vaak moeten bevriezen of verlagen, raakt dat nu al buiten beeld. De pensioentoezegging wordt een ‘verwacht pensioen’. Dat klinkt minder hard en dat is het ook. Maar de uitkomst kan hetzelfde zijn of beter.

Sterker, het is goed denkbaar dat fondsen de pensioenen van gepensioneerden en de pensioenopbouw van werkenden niet meer hoven te ‘bevriezen’ of verlagen, omdat ze niet meer hoeven te rekenen met de ‘rekenrente’. De opbrengst of het verlies van de beleggingen kan worden verdeeld over de deelnemers – gepensioneerden en werkenden. 

Dat kan gespreid gebeuren. Wordt in het eerste jaar 2 procent winst gemaakt, dan kunnen de pensioenen de komende vijf jaar in stapjes van 0,4 procent worden verhoogd. Is er in het tweede jaar 2 procent verlies, dan gebeurt hetzelfde. Dan worden de pensioenen de komende vijf jaar jaarlijks 0,4 procent verlaagd. In de praktijk gebeurt dat in jaar twee niet omdat er nog 0,4 procent winst uit jaar één op de lat stond.

Het Nederlandse pensioenstelsel geldt als een van de beste ter wereld. Is dat met zo’n ‘casinopensioen’ ook nog zo?

Het Nederlandse pensioenstelsel heeft die naam en faam vooral omdat er zoveel geld, zo’n 1.500 miljard euro, is opgepot bij de pensioenfondsen. Dat is bedoeld voor het overgrote deel van de werkenden in loondienst. Die groep kalft weliswaar af door de opkomst van zelfstandigen en flexwerk, maar de ‘dekking’ is nog steeds erg groot. Daarmee zijn de pensioenen in Nederland internationaal gezien goed geregeld. Dat verandert niet wezenlijk.

Waarom gaat het zeven jaar duren voordat het nieuwe systeem is ingevoerd?

Het plan is een stip op de horizon. De weg ernaar toe is bezaaid met valkuilen.

Ten eerste wil het kabinet de ‘doorsneepremie’ afschaffen. Nu subsidiëren jongeren indirect hun collega’s bij de pensioenopbouw. De twintiger krijgt te weinig pensioenrechten voor zijn pensioenpremie, de 45-plussers te veel. Als de premie direct wordt toegekend aan de pensioenrekening van elke ‘deelnemer’, dan verliest de 45-plusser de subsidie die hij eerder zelf betaalde. Dat moet worden gecompenseerd. Hoe is nog niet duidelijk. Het probleem verschilt per pensioenfonds. Het speelt nauwelijks bij een fonds met vooral jongere werknemers – een ‘groen fonds’ – maar sterk bij pensioenfondsen met veel ouderen, de ‘grijze fondsen’.

Daarnaast is nog niet helder hoe de pensioenaanspraken die werkenden nu krijgen, kunnen worden omgezet naar ‘verwacht pensioen’ zonder dat hun vooruitzichten sterk verslechteren.

Het is ook de vraag of deelnemers aan een pensioenfonds gedwongen kunnen worden over te stappen naar het nieuwe contract. Dat kan een probleem worden als het verwachte pensioen lager wordt dan de pensioenaanspraak of het lopende pensioen.

Ten slotte moet het nieuwe pensioencontract in wetgeving verankerd worden. Daarvoor moet het kabinet een meerderheid krijgen in Tweede Kamer en daarna Eerste Kamer. PvdA en GroenLinks steunden vorig jaar het Pensioenakkoord. Zij kunnen het huidige kabinet aan meerderheden helpen. Dan moeten ze wel akkoord gaan met de uitwerking die er nu ligt. Veel is afhankelijk van de uitslag van de komende Tweede Kamerverkiezingen, want niet alle wetgeving zal voor maart 2021 zijn ingediend, laat staan behandeld.

Waarom komen ze nu met dat plan?

Bij het Pensioenakkoord is vorig jaar afgesproken een jaar de tijd te nemen voor uitwerking. Minister Koolmees van Sociale Zaken wil voor de zomer een brief over de uitwerking aan het parlement sturen en met de uitwerking in wetgeving beginnen. De afgelopen weken kwam het overleg in een stroomversnelling. 

Dat zijn niet toevallig de weken van de coronacrisis. In die weken daalde de rente verder en klapten beurskoersen ineen, waardoor de pensioenfondsen helemaal in zwaar weer raakten. Tegelijk was er ‘grote eensgezindheid’ bij kabinet, werkgevers en vakbeweging tijdens het opstellen van noodpakketten om het bedrijfsleven door de coronacrisis te loodsen. Praten over pensioenvernieuwing gaat makkelijker als je het over andere zaken ook eens bent. Cynisch gezien is de coronacrisis een blessing in disguise, zoals de Engelsen zeggen.