Word je productiever van om 5 uur opstaan? We probeerden het uit

Sta elke ochtend om 5 uur op en je wordt geniaal, schrijft zelfhulpgoeroe Robin Sharma in zijn boek, waarvan al 15 miljoen exemplaren zijn verkocht. De Gids probeerde het uit en vroeg zich af: is deze levensstijl eigenlijk wel gezond?
Volgens Robin Sharma is het van belang de zon te zien opkomen. ©Archiefbeeld Claudie de Cleen

Oprah is het, Beethoven was het en Michelle Obama en Jennifer Aniston naar verluidt ook. Zogenoemde early risers. Elke ochtend ontwaken zij om 5 uur – of zelfs nog eerder – en dat is exact de reden waarom ze zo geniaal zijn geworden. Althans, dat schrijft de Canadese leiderschapscoach Robin Sharma in zijn boek The 5AM Club, waarvan inmiddels al 15 miljoen exemplaren zijn verkocht.

Volgens hem beginnen exceptioneel getalenteerde mensen – zoals topsporters, supersterren en wereldleiders – als doodnormale stervelingen. Door meedogenloze training, het drillen van ‘fantastische dagelijkse gewoonten’ (oftewel om 5 uur opstaan) en hun kracht om hun verlangens en verleidingen te weerstaan, groeiden ze uit tot de superhumans die ze nu zijn. Hij is overigens niet de enige die dit predikt, de Amerikaan Hal Elrod benadrukt in Miracle Morning ook het belang van vroeg opstaan. Zij het minder dogmatisch dan Sharma: een uurtje later uit bed kan volgens hem ook geen kwaad.

Wat nachtrust inleveren om een genie te worden, dat heb ik er wel voor over. Dat er ook tig succesvolle mensen zijn die op een normaal tijdstip opstaan, vergeet ik samen met Sharma voor het gemak even. Ik probeer deze spartaanse levensstijl voor een week uit. Te kort natuurlijk om er echt iets zinnigs over te zeggen – volgens Sharma duurt het 66 dagen voordat je aan deze levensstijl gewend bent – maar lang genoeg om alvast wat voorzichtige ervaringen te delen. Met een slaaphorloge wordt in het Erasmus MC mijn slaap gemonitord, om te zien wat dit experiment met mijn nachtrust doet.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Zondag 8 september 5.15 uur

Hoe moeilijk kan het zijn, denk ik op voorhand. Ik ben al een ochtendmens, blijkt ook uit de berekeningen die het Erasmus maakte. ‘Je hebt chronotype 2.36’, mailt chronobioloog Bert van der Horst, die mijn slaap gaat monitoren, mij een paar dagen voor het experiment. ‘Hiermee behoor je overduidelijk tot de ochtendmensen. Verder heb je op werkdagen 1 uur en 8 minuten slaaptekort en leef je 26 minuten uit fase met je lichaamsklok.’

Hmm, ruim een uur slaaptekort op werkdagen. Dat is best fors, maar ik ben geen uitzondering. Volgens Duits onderzoek slaapt 60 procent van de bevolking op werkdagen een uur te weinig. De 26 minuten die ik ‘uit fase’ leef, wordt door Van der Horst een ‘sociale jetlag’ genoemd. Dat betekent dat ik 26 minuten eerder wordt gewekt door mijn wekker, dan wanneer ik mijn biologische klok vrijelijk zou laten tikken. Zo doorgerekend zou mijn sociale jetlag tijdens de 5AM-week ruim twee uur zijn.

Allemaal onzin, zegt Sharma. Volgens hem bestaat er helemaal niet zoiets als een biologische klok en avondmensen zijn in zijn visie eigenlijk de losers van de maatschappij. ‘Veel mensen klagen dat vroeg opstaan niets voor ze is. Ze zeggen dat ze niet gebouwd zijn voor deze routine en dat het de pijn niet waard is. Mijn advies is simpel: ga door, tegen elke prijs. Alleen met doorzettingsvermogen bereik je meesterschap.’

Hoe dan ook: vroeg opstaan is mij niet vreemd. Ik heb twee jonge kinderen, die de eerste twee jaar van hun leven niets anders deden dan mijn vriend en mij om 5 uur wekken en ik ben in het verleden geregeld om 5 uur opgestaan om een deadline voor een stuk te halen. ‘Je mentale focus, energieniveau, wilskracht, originele talent zijn het hoogst vroeg in de ochtend’, schrijft Sharma. En hoewel ik sceptisch ben over zijn theorie, vooral omdat hij wetenschappelijk onderzoek zo nu en dan voor het gemak ondermijnt, moet ik zeggen: voor mij persoonlijk gaat deze vlieger wel op. Als ik aan het eind van de dag vastloop met een stuk kom ik er ’s ochtends in alle vroegte meestal wel uit. Natuurlijk eerder omdat ik een ochtendmens ben en mijn hersenen aan het eind van de dag zijn afgeschreven, dan dat dit een algemeen geldende stelling is.

De 5AM-club is voor mij dus een eitje, daarvan ben ik overtuigd. Maar meteen de eerste ochtend gaat het mis. Toegegeven, in het weekend beginnen met een dergelijk experiment is misschien niet het allerbeste moment. Zeker niet als het de avond ervoor iets te laat is geworden en je met de nodige drank in bed belandt. Als ik de wekker zet, besluit ik mezelf daarom iets te matsen: in plaats van om 5 uur laat ik de wekker een kwartier later rinkelen.

Eenmaal beneden nestel ik me op de bank onder een deken met een pot thee en lees in Robin Sharma’s boek. Een uur lang vecht ik tegen de slaap, om uiteindelijk de strijd te verliezen: een halfuur later word ik gewekt door het opgewekte geklets van mijn jongste.

'Een uur lang vecht ik tegen de slaap, om uiteindelijk de strijd te verliezen.' ©Archiefbeeld Claudie de Cleen

Maandag 9 september 5.00 uur

‘Spring meteen uit bed zodra de wekker gaat’, luidt het advies van Sharma. ‘Voordat je gedachten de overhand nemen en op je inpraten dat dit vroege opstaan een slecht idee is.’ Het lukt me. Voordat ik heb kunnen denken: ‘Weet je wat jij zou moeten doen? Lekker onder je warme deken blijven liggen’, ben ik al beneden.

Het is nog zoeken waaraan ik de ochtenden ga besteden. Een rondje rennen of wandelen buiten durf ik in de donkerte niet aan. Ik besluit verder te lezen in The 5 AM Club, dat geschreven is in romanvorm. De theorie wordt uitgelegd door personages in een nogal onwaarschijnlijk verhaal. Kort gezegd: meneer Riley, een miljardair die continu radslagen en koprollen maakt, overtuigt een kunstenaar en ondernemer om met hem mee te gaan naar het eiland Mauritius, alwaar zij zich de 5AM-doctrine meester maken. De kunstenaar en ondernemer vinden alles wat hun leermeester zegt fantastisch en op een zeker moment ontstaat er zelfs een liefde tussen de twee. Het is nogal een decadente en voor velen onbetaalbare levensstijl die er wordt gepredikt. Zo zegt leermeester Riley dat je je twee keer per week stevig moet laten masseren. ‘Duur? Ja, dat wel. Maar de dood is erger.’

Om 5 uur ontwaken op hagelwitte stranden en met het behaaglijke klimaat van een Afrikaans eiland is wel een stuk makkelijker dan in een donker en koud huis in Amsterdam-Noord denk ik, lichtelijk verbolgen. Ik hou me vast aan de woorden van Sharma: ‘Alle verandering is in het begin moeilijk, rommelig in het midden en zalig op het einde.’ Volhouden dus.

Dinsdag 10 september 5.00 uur

Dit keer heb ik besloten het helemaal anders aan te pakken. Voor het eerst lig ik de avond ervoor redelijk op tijd in bed. Rond half 10 slaap ik en word de volgende ochtend fris en fruitig wakker. Mijn nieuwe tactiek is meteen koffie zetten en direct achter de laptop schuiven. In opperste concentratie bereid ik een interview voor en voordat ik het weet is het half 7 en ontwaakt de rest van het huis ook. Jammer, ik had nog uren in stilte willen doorwerken.

Ik merk dat ik zodra mijn kinderen wakker worden meteen de energie heb die ik ze wil geven. In plaats van slaapdronken naast hun bed te staan omdat zij me zojuist uit mijn slaap hebben gerukt, ben ik nu al anderhalf uur wakker en heb ik al koffie op. Op mijn werk heb ik de hele dag het gevoel dat ik met 1-0 voorsta, wat ook een risico met zich meebrengt. Zodra de concentratie verslapt, denk ik: ach, ik heb toch al allerlei ontzettend nuttige dingen gedaan vandaag. Ik moet mezelf tot de orde roepen om te zorgen dat die vermeende voorsprong geen achterstand wordt.

'Ik moet mezelf tot de orde roepen om te zorgen dat die vermeende voorsprong geen achterstand wordt.' ©Archiefbeeld Claudie de Cleen

Woensdag 11 september 5.00 uur

Inmiddels ben ik erachter wat Robin Sharma in het magische uur, zoals hij de tijd tussen 5 en 6 noemt, precies van mij verwacht. Hij heeft er tweehonderd bladzijden voor nodig om bij zijn 20/20/20-formule te komen. Kort gezegd houdt deze in: 20 minuten tot zwetens aan toe sporten, 20 minuten in een dagboek schrijven voor zelfreflectie en wat mediteren en 20 minuten studeren. Dit, in combinatie met zo min mogelijk schermtijd en aaneengesloten periodes van 90 of 60 minuten geconcentreerd werken, zijn volgens hem het recept voor succes.

‘Als je de beste wilt zijn in wat je doet, wordt dan een diepgaand persoon’, schrijft hij. ‘Word een ongewoon mens, in plaats van een van die timide zielen die zich zoals iedereen gedragen. Leid een grandioos en origineel bestaan in plaats van een rommelig leven.’ Dit legt wel erg veel druk op onszelf, denk ik als ik Sharma’s woorden lees. Streven naar genialiteit is niet per se wat we nodig hebben in een prestatiemaatschappij waar 16 procent van de Nederlandse bevolking een burn-out heeft of heeft gehad.

Ik word gestrest van dit overvolle programma op de ochtend, maar geef me eraan over. Ik denk hard na over welke sportieve activiteit ik in huis kan doen en bedenk me dat ik nog ergens een fitnesshoepel heb die ligt te verstoffen in de kast. Daarna is het in Sharma’s schema tijd voor reflectie: na wat notities in mijn slaapdagboek dat ik voor deze week bijhoud, download ik een meditatiepodcast van 5 minuten, maar mijn gedachten dwalen steeds af.

Eenmaal op de redactie volgt er een hectische werkdag met veel besprekingen. Ik heb moeite om tussen de afspraken door mijn concentratie bij het schrijven te houden en betrap mezelf op de gedachte dat ik zin heb om de volgende ochtend om 5 uur op te staan, zodat ik in stilte kan werken.

Donderdag 12 september

Het is me weer niet gelukt op tijd naar bed te gaan, vanwege een verjaardagsetentje de avond ervoor. Ik heb deze 5AM-week bewust gepland in een week dat ik weinig sociale activiteiten heb, maar toch zijn er flink wat activiteiten waardoor ik later in bed beland dan passend is bij deze levensstijl. Hoe doen die andere 5AM’ers dat? We zijn een club, zegt Sharma meermaals: we staan er niet alleen voor, we’re all in this together.

Voor steun neem ik een kijkje op de Facebookpagina van de 5AM-club en kijk ik rond op Instagram. Hoewel digitale apparaten de duivel zijn, worden er in de vroege ochtend volop foto’s van blije yogaposes, zelfhulpboeken met marker of very instagrammable zonsopgangen in natuurgebieden gepost. 

Eerder belde ik al met een van mijn ‘clubleden’. Gerda Pander-Dijkstra (35), die ook moderator is van een van de Facebookpagina’s van de 5AM-club, staat sinds anderhalf jaar elke ochtend zelfs om 4 uur op en sinds een jaar hanteert ze het schema van Sharma daarbij. ‘Ik ben dit gaan doen, omdat ik niet meer aan mezelf toe kwam’, vertelt ze. ‘Ik had net een dochter gekregen en toen ik weer aan het werk ging, kon ik mijn draai moeilijk vinden.’

Pander-Dijkstra, die in het basisonderwijs werkt, zat niet lekker in haar vel, maar sinds ze elke ochtend een moment voor zichzelf heeft, heeft ze meer rust in haar werk en in haar hoofd. ‘Ik ben georganiseerder, plan beter en leef bewuster. Als ik ’s ochtends een blokje om ga en ik zie de zon opkomen, realiseer ik me hoe fantastisch mooi dat is.’

Om half 9 gaat ze naar bed, om uiteindelijk om 9 uur in slaap te vallen. Hoe ze dat doet? ‘Ik ben inmiddels op een leeftijd dat ik niet meer elke avond etentjes of feestjes heb’, licht ze toe. ‘En als ik ’s avonds thuiskom, hoef ik niets meer, want het sporten, plannen en studeren heb ik ’s ochtends al gedaan. Daarbij moet je niet te rigide zijn. Op woensdagavond speel ik in een brassband en ben ik rond 11 uur thuis. Dan blijf ik gewoon wat langer liggen.’

Vrijdag 13 september

Sinds ik bijna een week elke ochtend om 5 uur opsta, heb ik een stuk meer beweging dan doorgaans. Dat kan al snel, want in drukke tijden is dit de eerste activiteit die van mijn to-dolijst afvalt. En druk, tja, dat is het eigenlijk altijd. Ik heb gisteren met een vriendin geboulderd in een klimhal en begin de ochtend vandaag weer hoepelend.

Geïnspireerd door mijn vroege opstaan, besluit ook mijn geliefde om kwart voor 6 een rondje te rennen. Hij haalt me uit mijn concentratie als hij ’s ochtends beneden komt en ik merk dat dit me lichtelijk ergert. Ik hoop dat hij zo snel mogelijk naar buiten gaat. Ik zeg ’m dat hij de deur zachtjes dicht moet doen, zodat niet het hele huis wakker wordt en het gedaan is met mijn rust. Nee, gezelliger word je er niet van, van het 5AM-regime.

'Gezelliger word je niet van het 5AM-regime.' ©Archiefbeeld Claudie de Cleen

Zaterdag 14 september

Ik heb vrijdagavond een bedrijfsuitje gehad en als ik om 12 uur in bed schuif, twijfel ik: zal ik de wekker om 5 uur zetten? Ik heb geen zin om me door het weekend heen te moeten slepen en besluit de wekker te laten voor wat die is. Ik denk ook aan de woorden van mijn mede-clubber: je moet niet te rigide zijn.

Maar om half 6 word ik zo onrustig van mijn egoïstische keuze om slaap te pakken in plaats van de wereld te verrijken met mijn genialiteit in wording dat ik toch maar uit bed kruip. Ik besluit wederom de dag te beginnen met 20 minuten hoepelen. Na vier ochtenden hoepelen, merk ik al een duidelijk verschil. Het aloude gezegde ‘oefening baart kunst’, dat ook Sharma dicteert, zij het in meer verheven woorden, blijkt ook hier op te gaan. Maar of de wereld hier nou zo veel beter van wordt?

In de week erna, waarin mijn normale slaap wordt gemonitord met het slaaphorloge van het Erasmus, is het afkicken. Als ik ’s avonds naar bed ga, verlang ik naar het momentje van rust de volgende dag. Maar als ik eenmaal in mijn bed lig, ben ik blij dat ik me om vijf uur ’s ochtends nog eens kan omdraaien. De eerste nacht, van zaterdag op zondag, heb ik mijn vriend opgedragen me door te laten slapen totdat ik zelf ontwaak. Ik haal meteen flink wat slaap in, blijkt uit de gegevens van het Erasmus. Ik slaap van 1 tot 9 uur. De volgende avond ga ik zelfs al om 9 uur naar bed en slaap tot half 8 door. En dat is, met 10,5 uur, een record.

In de 5AM-week slaap ik, mijn pogingen om vroeg naar bed te gaan ten spijt, gemiddeld 6 uur en 3 minuten. Dat is vijf kwartier korter dan in de week daarop, waarin ik mijn normale ritme aanhoud. ‘Het is dus duidelijk dat je door de 5AM-clubstrategie een stuk eerder wakker wordt dan je van nature zou worden’, licht chronobioloog Van der Horst toe. Ik leef flink ‘uit fase’ met mijn lichaamsklok. ‘Dat verhoogt gezondheidsklachten zoals hart- en vaatziekten, diabetes en obesitas. Als je je complete lifestyle aanpast, door vroeg naar bed te gaan, en je biologische klok te laten verschuiven: door de huiskamer ’s avonds al vroeg donker te maken en jezelf ’s ochtends meteen bloot te stellen aan licht, kun je mogelijk op een 5AM-ritme uitkomen.’

Dat gaat me wat ver. Daarvoor moet ik mijn avondprogramma volledig opgeven en daarmee eigenlijk ook mijn vrienden en geliefde. Ik hou van de sociale activiteiten die avonden te bieden hebben; om vijf uur ’s ochtends gebeurt er doorgaans bar weinig gezelligs. Maar de avonden die je Netflixend op de bank doorbrengt – terwijl je ondertussen whatsappt en eigenlijk vecht tegen je slaap – kan ik best missen. In de tijd die je er ’s ochtends voor terugkrijgt, ben ik over het algemeen in staat tot productievere activiteiten (sporten, lezen, werken).

Parttime 5AM’en lijkt me daarom wel wat. Dat vindt Sharma goed, schrijft hij in zijn boek, maar let wel: ‘parttime toewijding levert parttime resultaten op’. Parttime geniaal, parttime gezellig, ik teken ervoor.