Weer een schandaal bij de Koninklijke Militaire Academie, hoe kan dit?

Een leidinggevende van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda is geschorst omdat hij relaties had met meerdere vrouwelijke cadetten. Het is niet het eerste schandaal bij het opleidingsinstituut van defensie. Wat is er aan de hand?
De Koninklijke Militaire Academie ( KMA ) in Breda. ©INFO@RAYMONDRUTTING.COM

Zet ze eens op een rij, de schandalen bij de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda die de afgelopen jaren de pers haalden.

De homoseksuele cadet die vertelde dat hij met een roze baret moest rondlopen en in het bijzijn van hoge officieren moest doen alsof hij klaarkwam.

Een Turkse Nederlander die klaagde over racistisch getreiter, van onder anderen een instructeur die hem dit soort opmerkingen toebeet: ‘De profeet Mohammed neukt een geit en vervolgens gaat Fatima hem lekker pijpen.’

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Er zou ‘kwetsend en beledigend beeldmateriaal, waaronder afbeeldingen van pornografische en racistische aard en met verwijzingen naar Nazi-Duitsland’ worden verspreid, zo maakte staatssecretaris Barbara Visser (Defensie) eind vorig jaar bekend.

En maandag voegde De Telegraaf een nieuwe kwestie toe aan de lijst. Een pelotonscommandant zou met vijf vrouwelijke cadetten een relatie hebben gehad, soms met meerdere tegelijk. Volgens een woordvoerder van het ministerie, dat de berichtgeving bevestigt, zit de militair al ongeveer een jaar thuis.

Het is bij defensie niet toegestaan een seksuele relatie aan te gaan indien er sprake is van een hiërarchische relatie of een andere machtsverhouding zoals instructeur-leerling. Dit zou bekend moeten zijn, stelt de woordvoerder, omdat dit ‘expliciet’ tijdens de introductiedagen van nieuwe cadetten wordt gemeld.

Nadat er meldingen over de man waren binnengekomen, is de zaak onderzocht door de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID). Waarschijnlijk zal de baas van de landmacht, luitenant-generaal Leo Beulen, binnen een paar weken een definitief besluit nemen over de toekomst van de betrokken militair.

Onder meer vanwege deze zaak besloot de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), waaronder de KMA valt, een breder onderzoek in te stellen naar andere gedragingen die mogelijk in strijd zijn met een veilige leef- en werkomgeving bij de NLDA. Staatssecretaris Barbara Visser (Defensie) informeerde de Tweede Kamer hier in december over.

Houdt het dan nooit op? De opsomming van beschuldigingen, schandalen en excessen bij de KMA maakt nieuwsgierig, zeker omdat er ook bij andere onderdelen van defensie sprake is van integriteitsschendingen.

In oktober concludeerde een commissie onder leiding van hoogleraar Ellen Giebels nog dat melders van misstanden worden tegengewerkt, buitengesloten en aangevallen. De cultuur bij defensie bevordert wegkijken en leidt tot ernstige psychische problemen bij medewerkers die wel aan de bel trekken, aldus de commissie die werd ingesteld nadat drie militairen vorig jaar in de Volkskrant vertelden hoe ze op de kazerne in Schaarsbergen structureel werden gepest en mishandeld, en tijdens een ontgroeningsritueel werden aangerand.

Hoe zit dat bij de KMA? Waarom is het opleidingsinstituut voor officieren bij de landmacht, de luchtmacht en de marechaussee zo vaak negatief in het nieuws? Is er iets mis met de cultuur? En valt daar iets aan te doen?

Het zijn geen nieuwe vragen. In 2014 bracht de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) samen met onderzoeksbureau Governance & Integrity de risico’s in kaart van de officiersopleidingen. In hun rapport stellen de onderzoekers dat militaire opleidingsinstituten overal en altijd kwetsbaar zijn waar het de integriteit betreft.

Oorzaken

Dat heeft een dubbele oorzaak. Allereerst: het zijn onderwijsinstellingen en daar lopen jongvolwassenen rond die graag experimenteren en hun grenzen verkennen. Dat maakt ze ‘extra kwetsbaar voor integriteitsproblemen die voortkomen uit groepsdruk, overmatig gebruik van drank en drugs, losbandige seksualiteit en frequent horecabezoek’. Bovendien is er sprake van ‘een machtsongelijke relatie tussen docent en student’.

Ten tweede: het is de krijgsmacht, een instituut waar medewerkers geweld mogen uitvoeren en met geweld te maken krijgen. Dat vergt volgens de onderzoekers een strenge selectie aan de poort en een stevige vorming, waarbij veel aandacht is voor ‘kameraadschap, loyaliteit en groepsvorming alsmede op hiërarchie, gehoorzaamheid en moed’.

Op de militaire academie komt dat samen. Daar moeten jonge mensen worden getransformeerd tot militairen ‘die er niet voor terugschrikken om zelf aan geweld bloot te staan en die, in extremo, bereid zijn om bij het uitvoeren van een opdracht hun leven te geven’. Bij zo’n ingrijpende socialisatie, zoals de onderzoekers het noemen, liggen problemen op de loer.

Bij de Nederlandse Defensie Academie is dat niet anders. De onderzoekers waarschuwen in het rapport dat het risico op de KMA en andere instituten groot is dat cadetten (in opleiding tot officier bij landmacht, luchtmacht of marechaussee) of adelborsten (marine) elkaar pesten, uitsluiten of negeren. Ook achtten ze de kans groot dat docenten en instructeurs bepaalde studenten bevoordelen en waarschuwden ze voor het risico dat meldingen van ongepast gedrag niet adequaat worden afgehandeld.

Maar hoe komt dat dan? Volgens Christ Klep, militair historicus aan de Universiteit Utrecht, komen ‘excessen makkelijker voor in gesloten, hiërarchische gemeenschappen zoals de krijgsmacht en militaire opleidingsinstituten’. Hij stelt dat de legerleiding al met dergelijke problemen worstelde in de tijd van Willem I. ‘Soldaten leven 24 uur per dag met elkaar. Iedereen heeft z’n eigen rang.

Elitecultuur

Toch zijn ook recente ontwikkelingen van invloed, zegt Klep. ‘Het handhaven van de discipline is bijvoorbeeld lastiger geworden. Op vrijdagmiddag gaan de cadetten gewoon naar huis. De cultuur bij de krijgsmacht is een combinatie tussen een militaire elitecultuur en een bedrijf van negen tot vijf.’

‘Na afschaffing van de dienstplicht wilde Nederland een krijgsmacht met een burgerkarakter’, zegt Klep. ‘Een eenheid waar zowel militaire discipline als burgerlijke codes gelden, zoals emancipatie en lhbti-vriendelijke omgangsnormen.’

De excessen bij de KMA en op de kazerne in Schaarsbergen laten zien dat die combinatie moeizaam verloopt. ‘Militairen worden opgeleid te vechten, in het uiterste geval kunnen ze sterven tijdens hun werk’, zegt Klep. ‘Binnen zo’n organisatie is er daarom een soort professioneel superioriteitsgevoel tegenover de mensen die zulk werk niet doen. Alleen als iedereen daar loyaal is, kun je overleven. We hadden in Nederland gehoopt dat gesloten bastion te doorbreken, dat is niet gelukt.’

En daar komen de problemen met het personeelsbeleid nog bij. ‘Er is een tekort aan officieren’, zegt Klep. ‘Defensie doet er daarom alles aan personeel vast te houden. Als ze een officier wegsturen raken ze ook nog eens een investering van tonnen kwijt. Dat is een belemmering om bij de eerste signalen van misstanden in te grijpen.’

In dat krachtenveld doet Defensie ondertussen zijn uiterste best om de problemen te beteugelen. Een woordvoerder van het ministerie laat weten dat er naar aanleiding van de zorgelijke rapporten allerhande maatregelen zijn genomen. ‘Er wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan integriteit in opleidingen, de gedragscode is aangepast en we zetten in op het verhogen van de meldingsbereidheid’, zegt hij.

Toch plaatst de woordvoerder ook een kanttekening. ‘Het eerlijke verhaal is dat excessen vroeger, nu en in de toekomst voorkomen bij een organisatie waar ruim 55 duizend mensen werken. Dit zijn veelal jonge mensen die vaak ook veel op elkaars lip zitten. Waar het om gaat is dat de problemen worden opgepakt, dat er open over wordt gecommuniceerd en dat bij excessen duidelijk wordt gemaakt dat dit nooit wordt getolereerd. Dit is iets wat continue aandacht vereist.’