Wat we hoorden was 'stop nooit!' en ‘give ‘m hell boys…’

Onze bevrijder Jim Parks

De Canadese soldaat Jim Parks (94) kwam op 6 juni 1944, D-day, aan land in Normandië - het begin van de geallieerde bevrijding van West-Europa. Hij was 18, een jongen nog, toen hij deel uitmaakte van de grootste landing uit de militaire historie. ,,Je denkt maar aan één ding: overleven.”

,,Weet je wat het gekke is? Mensen vragen altijd: was het water koud?

,,Dan antwoord ik: geen idee. Toen de klep van ons landingsvoertuig openging, dacht ik alleen aan overleven. Puur instinct. De kogels floten langs mijn helm, om me heen ontploften granaten.

,,Je voelt op zich geen angst omdat je, hoe zeg ik het, verbijsterd bent. Met stomheid geslagen. Het is niet te bevatten. Je geest is dof, je zintuigen uitgeschakeld. Je wordt overweldigd door een kakofonie van geluid.

,,Later begreep ik dat er voortdurend werd gevloekt, gegild, gehuild. Ik rook de kots van de zeezieken niet. Ik zag geen bloed, hoorde het geschreeuw van mijn maten om hun moeder niet. Het commando luidde vooraf: ren naar het strand en stop niet. Stop nooit! En natuurlijk: ‘Give ‘m hell boys…’

©AFP or licensors

Zeewater

,,Ik slikte zoveel zeewater in dat ik niet kon ademhalen. Zag letterlijk sterretjes. Proesten, spugen, braken - ik gaf alleen maar zout water op. Mijn voeten raakten de bodem niet meer.

,,Ik greep me vast aan een Duits stalen obstakel dat vaartuigen en tanks moest tegenhouden. Een Rommel Asperge vermoed ik, zo’n gevaarte met zes uitstekende punten. Vernoemd naar Erwin Rommel, verantwoordelijk voor de Atlantikwall die aan de Europese westkust was opgeworpen. Zo hield ik mijn hoofd boven water.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Logo D-day. ©ADR

Jim Parks landde op 6 juni 1944 op het strand van Normandië. Op Juno Beach, de codenaam van het geallieerde opperbevel voor het stuk strand van circa 10 kilometer dat door het Canadese leger moest worden bestormd. En met Omaha Beach - de strook die de Amerikanen moesten innemen - de zwaarst verdedigde zone aan de Normandische kust.

Slachtoffers

Hij overleefde die dag ‘als door een wonder.’ Aan Canadese zijde vielen 359 doden en 574 gewonden en werden 47 soldaten krijgsgevangen gemaakt. In totaal eiste de campagne in Normandië vijfduizend Canadese slachtoffers.

Jim Parks woont in Mount Albert, een dorp een uur buiten Toronto. Voor zijn bescheiden houten huis wappert de Canadese vlag - binnen wacht Jim Parks op het bezoek uit Holland. In zijn uniformjasje van zijn onderdeel de Royal Winnipeg Rifles oogt hij als het archetype van de onverwoestbare veteraan. De donkergroene stof is behangen met onderscheidingen.

Hij draagt ze met bescheiden trots, want Parks is bepaald niet van de stoere soldatenheroïek. Zijn stem is zacht, zijn gebaren ingetogen, zijn ogen vriendelijk. Op tafel vergeelde foto’s uit de jaren 40, maar ook plaatjes van de vele bezoeken die hij, decennia na D-day, met andere Canadese oud-strijders aan Normandië bracht.

Omaha Beach. ©REUTERS

Dromen

Er is geen dag dat hij niet denkt aan 6 juni 1944, de datum waarop hij werd afgezet op een vreemd Frans strand om een door oorlog verminkt continent te bevrijden. Maar ook ’s nachts keert het verleden in dromen terug, naar die dag 75 jaar geleden dat Jimmy Parks, nog maar 18 jaar, definitief zijn onschuld verloor.

Dan spartelt hij wanhopig in de branding. Of spuugt hij het zand uit dat tussen zijn tanden en kiezen zit. Drie keer ontsnapte hij aan de dood toen dichtbij granaten insloegen. Hij stroopt behoedzaam zijn broekspijp op. ,,Deze littekens… allemaal van granaatscherven. Ze sneden het vlees van mijn scheenbeen.

,,Als een granaat ontploft zie je alleen een flits. Daarna ga je knock-out. Een fijn, bijna euforisch gevoel. Ik beleef het soms in mijn slaap. Het is bijna jammer om ’s ochtends weer wakker te worden.”

Jim Parks (laatste rij, vierde van rechts) in 1945. ©thememoryproject.com

Oorlog

Jim Parks was 15 toen 1 september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak. ,,Canada was een dominion onder de Britse kroon. Toen Nazi-Duitsland 1 september 1939 Polen binnenviel en mister Churchill op 3 september mister Hitler de oorlog verklaarde, volgden wij. Gewoon vanzelfsprekend.”

Zo gebrand was hij er op om dienst te nemen (‘Ik kom uit een familie van echte vechtjassen’) dat hij tegen de rekruteringsofficieren over zijn leeftijd loog. Hij kwam er tot zijn eigen verbazing mee weg en werd ingelijfd in het Canadese leger.

,,Ik liet op school m’n uniform aan mijn lievelingsonderwijzer zien - zo trots was ik dat ik bij The Queen’s Own Cameron Highlanders, mijn eerste regiment, zat. Op parades droegen we zelfs kilts.

Canadese veteraan Jim Parks. ©Fotobureau Hoge Noorden Emmakade 59 8921 AG Leeuwarden Postbus 71 8900 AB Leeuwarden www.hogenoorden.nl 058-2157966 0622934494

Jong

,,Eerst schrok hij. ‘Maar Jimmy, jij bent toch veel te jong?’ Hij beloofde hij z’n mond te houden. Mijn vader begreep het. Die had in de Eerste Wereldoorlog gevochten. En iedereen in de buurt ging onder de wapenen.

‘Pas goed op jezelf jongen’, zei hij, terwijl hij over mijn haar streek. ‘Kijk of je van de infanterie bij de artillerie terecht kunt komen. Dan zit je verder weg van het front’.”

Zijn moeder was aanvankelijk getrouwd met een soldaat die in de Eerste Wereldoorlog sneuvelde. De eerste vrouw van zijn vader overleed aan de Spaanse griep, die in 1918 en 1919 wereldwijd tussen de 50 en 100 miljoen slachtoffers maakte - een veelvoud van het aantal doden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Kijk of je van de infanterie bij de artillerie terecht kunt komen. Dan zit je verder weg van het front

De vader van Jim Parks

Zwarte kleding

Zijn ouders trouwden in 1921. Ze kregen vijf kinderen en woonden in Winnipeg. Twee van hen overleden aan whooping cough: kinkhoest. Eén kind stierf in zijn moeders armen. Dat kwam ze nooit meer te boven. Sindsdien droeg ze altijd zwarte kleding.

Jim’s vader was binnenhuisarchitect. Hij verloor tijdens de crisis van de jaren 30 zijn baan en pakte alles aan om te overleven. Het gezin Parks had het niet breed. Jim’s gelukkigste jeugdherinnering is de 75 dollarcent die hij kreeg om een paar tweedehands ijshockeyschaatsen te kopen.

Als 10-jarige mocht hij bij de Army Cadets, een voorpost van het leger. Daar werden gratis snacks verstrekt - een traktatie tijdens de Grote Depressie. Omdat er te weinig uniformen waren, droeg Jim alleen een pet en moest hij achteraan paraderen. Het maakte hem niks uit. Aan het einde van de exercitie wachtte hem immers een reep chocolade.

Amerikaanse soldaten arriveren op ‘Utah Beach’. ©AFP

Onvoorbereid

Het Canadese leger telde ten tijde van de mobilisatie in 1939 aanvankelijk vierduizend soldaten op een bevolking van 11 miljoen mensen. Ook Jim’s broer Jack nam, even geestdriftig, dienst.

,,We waren onvoorbereid op een oorlog. We kregen het Ross Rifle, een geweer uit de Eerste Wereldoorlog. Later hadden we, gelukkig, de Lee Enfield. Een magnifiek wapen. Zelfs als het in de vetste modder had gelegen, schoot het perfect. We moesten snel het militaire bedrijf onder de knie krijgen, want we gingen het moederland ondersteunen.

,,In 1942 vertrokken we van onze trainingsbasis naar Engeland. Daar losten we Canadese troepen af, die er met het oog op een Duitse invasie waren gelegerd. Ik zou er tot D-day niet meer weggaan.

©AFP or licensors

Onvergetelijks

,,Vanaf 1943 werd duidelijk dat we, vroeger of later, op het Europese vasteland zouden landen. En man, wat had ik daar een zin in! Ja, dat klinkt nu absurd. Maar toen… je had het gevoel dat je met iets wezenlijks bezig was, iets rechtvaardigs. Misschien wel met iets groots. Iets onvergetelijks.

,,We werden intensief getraind in Schotland en wat kregen we daar lekker te eten! Amerikaanse rantsoenen. Varkenskoteletten, rosbief, ijs, appeltaart… Dat hadden we nog nooit geproefd. We werden vetgemest. Er moest gewoon vlees op de botten voor die zware klus straks.

,,We bootsten in een inham, zo’n Schots log, aan de kust de landing na. Met landingsvaartuigen. Er werd met scherp geschoten, de artillerie vuurde granaten af. We maakten onze bewapening waterdicht tegen zout water, kregen snorkels. We voelden ons ‘fighting fit’. Maar het was gemoedelijk vergeleken met de hel die ons wachtte.”

©AFP or licensors

In de nacht van 5 op 6 juni koerste de grootste Armada die de wereld ooit had aanschouwd vanuit Engeland richting Frankrijk: 6330 schepen en landingsvaartuigen, ondersteund door een luchtvloot van ruim 10.000 vliegtuigen.

Zij zetten op de eerste dag van Operatie Overlord ruim 153.000 soldaten op de Normandische stranden, deel van de Atlantikwall, de Duitse verdedigingslinie die van Noorwegen tot de Spaanse grens tweeduizend kilometer en 12.000 bunkers besloeg.

Het geluk was in de vroege ochtend van 6 juni aan geallieerde zijde: bevelhebber maarschalk Rommel was voor familiebezoek teruggekeerd naar Duitsland en Adolf Hitler, zonder wie geen beslissing genomen mocht worden, verkeerde in diepe slaap.

D-day in cijfers. ©Defensie

Overtocht

Het was weer een latertje geworden in de Berghof, Hitlers woonhuis op de Obersalzberg in Zuid-Duitsland waar hij zijn gezelschap als altijd met ellenlange monologen verveelde. Zijn adjudanten weigerden hem te wekken.

,,De overtocht was geen pretje”, zegt Parks met understatement. De soldaten zaten opeengepakt. Zwijgend, tot het uiterste gespannen, de meesten een sigaret in de mondhoek. Ze waren vlak voor vertrek gebrieft: vandaag is de dag der dagen. Doe je plicht! En: ‘Dit is geen oefening!’

,,Er werd niet gesproken”, zegt Parks. ,,Je hoorde alleen het klotsen van de golven. Iedereen wist: het gaat beginnen…”

Amerikaanse soldaten komen aan op Omaha Beach.

Kogelregen

Toen hij in zijn landingsvaartuig stapte en richting de branding van Juno Beach voer, werd de eenheid van Parks getrakteerd op een onophoudelijke Duitse kogelregen. De projectielen tikten ritmisch op het metaal van het amfibievoertuig, andere kogels scheerden als steentjes over het water.

,,Canadese soldaten zijn op hun best als ze kunnen aanvallen. Dat kon nu. Maar er ging veel mis. De vliegtuigen die de Duitse stellingen bestookten hadden met hun bombardement in onze sector weinig schade aangericht. Bovendien: ons vaartuig, waarin we met 30 man zaten, liep op een mijn.

,,De bulldozers die alle versperringen moesten opruimen, zonken weg. Er was gerekend op een diepte van twee meter - het waren er vier. Toen ik eindelijk naar de branding waadde, heb ik al mijn spullen afgegooid, ook mijn geweer. Ik moest wel. Alleen al m’n basisuitrusting woog twintig kilo.”

Canadese soldaten bij Juno Beach. ©AFP or licensors

Stormachtig

Het was ‘pretty nasty weather’, stormachtig zelfs. Net als andere soldaten sleepte hij gewonde en gedode buddy’s naar de strand, tegen de bevelen in die een sprintaanval op de vijandelijke stellingen voorschreef.

,,Ik beleefde het als in een roes. Deed dingen zonder nadenken. Ik wilde zelf blijven leven, maar om je heen drijven je makkers in zee. Eigenlijk meer dobberen. Hun hoofd in het water, hun armen gespreid. Ik nam er één in mijn armen. ‘Houd me vast”, fluisterde hij. ‘Ik heb het zo koud…’ Toen stierf hij. Wat zal hij zijn geweest? 18, misschien 19. Net als ik.”

,,Ik heb vervolgens strompelend de stengun, de munitie en het overlevingspakket van korporaal Lawrence Scaife gepakt. Schrijf zijn naam alsjeblieft op: Lawrence Scaife. Opdat iedereen hem zal herinneren. Hij lag, dodelijk gewond, in het zand.”

©REUTERS

Beven van angst

Pas achter de zandduinen van Juno Beach kon Parks enigszins op adem komen. ,,Al werden we daar door vijandelijk vuur vastgepind.”

Veel Canadese soldaten, voor wie D-day de vuurdoop was, waren verstijfd van angst. Anderen konden hun sigaretje niet aansteken, zo beefden ze.

Toen de Duitsers zich terugtrokken, gaandeweg overweldigd door de aantallen geallieerde strijders, konden tanks en ander geschut op het strand worden gelost en werden nieuwe groepen infanteristen betrekkelijk ongehinderd aan land gezet. Maar eerst werden de lichamen van de talloze dode Canadezen geborgen en de gewonden verzorgd.

©REUTERS

Voorproefje

De eerste dag wisten de Canadezen enige kilometers landinwaarts op te rukken. Op 8 juni stuitten de Winnipeg Rifles bij het gehucht Putot op de 12e SS Divisie Hitler Jugend. De Canadezen werden volledig overlopen, waarbij 261 doden en gewonden vielen. Bovendien vermoordden de SS’ers in koelen bloede 58 krijgsgevangenen - een ontnuchterend voorproefje van de wrede oorlog in Europa.

,,Die Hitler Jugend, dat waren zulke fanatieke vechters. Even oud als ik, maar geleid door officieren die gehard waren aan het Oostfront. Bovendien was het terrein vlak, met nauwelijks greppels of beschutting.”

Toen hij met zijn maat Bob een schuttersputje poogde te graven, ontplofte vlakbij een Duitse granaat. Parks werd meters weggeslingerd en bedolven onder een berg zand en puin. Bob zag een deel van zijn helm en rukte aan het riempje. ‘Hey Jimmy, are you there…?’ ,,Toen kwam ik bij kennis. Bob redde mijn leven. Want je vocht ook voor je vrienden.”

©REUTERS

Krijgsgevangen

Bob overleefde net als Jim de oorlog. Zijn andere maat Cookie kwam tijdens die eerste dagen om. Hij was krijgsgevangen genomen. Toen een Canadees vliegtuig verscheen, zochten de Duitsers dekking. De gevangenen werden gedwongen op de weg te blijven staan.

,,Cookie werd door eigen vuur gedood. Natuurlijk greep me dat aan. Maar de tijd voor verdriet was er niet. Je moest door. Jij kon de volgende zijn.”

Haat heeft hij nooit gekend. ,,De Duitsers waren natuurlijk geen vrienden. We hoorden hoe de nazi’s hadden huisgehouden in Europa. Maar toen ik twee soldaten van de Hitler Jugend Divisie gevangen nam, kwam het niet in me op om wraak te nemen. Ook al wist je dat ze misschien verschrikkelijke dingen hadden gedaan.

©AFP or licensors

Duits

,,’Wie gehts’,”, zei er een. ‘Es geht’ antwoordde ik vlak. Ik sprak een mondje Duits, opgepikt van de vele Duitse emigranten die Canada telt. Ik geloofde toen al dat oog om oog, tand om tand de basis legt voor nieuwe conflicten.”

De eenheid van Jim Parks zou na de landing in Frankrijk helpen België en Nederland te bevrijden. Pas in september 1945 keerde hij, vier maanden na de capitulatie van Duitsland, terug naar zijn vaderland.

Met in zijn bagage twee tastbare souvenirs van Adolf Hitlers gedroomde Duizendjarige Rijk: een hakenkruisvlag en - uiterst gewild bij geallieerde soldaten - een Luger-pistool, dat door Duitse officieren werd gedragen. Duivelse herinneringen aan een mondiale oorlog, waarin hij als deelnemer aan D-day zo’n symbolische rol vervulde.

‘Wie gehts’, zei er een. ‘Es geht’ antwoordde ik vlak. Ik sprak een mondje Duits

On the beach

In Canada pakte Jim Parks zo goed en kwaad als dat ging het burgerbestaan op. Hij werkte bij de brandweer in Winnipeg en woonde weer bij zijn vader en moeder. ’s Ochtends schrok hij vaak wakker als de stoomlocomotief op het aangrenzende emplacement hortend en stotend tot stilstand kwam. ,,Dan zat ik rechtop in bed. Die knallen… Ik was op dat moment weer ‘on the beach’.”

Hij trouwde in 1953 met Genevieve, van wie vier broers in het Canadese leger dienden. Samen kregen ze drie zonen en een dochter.

Jim Parks diende later in het reserveleger, zette zich namens de overheid in voor oorlogsveteranen en ging met pensioen als majoor. Onder zijn vele medailles op zijn donkergroene uniformjas van de Winnipeg Rifles blinkt het ridderschap van de Orde National de la Légion d’honneur, een hoge Franse onderscheiding.

Jim Parks (links) op zijn twintigste. ©thememoryproject.com

Videogame

In Canada vertelt Jim Parks op scholen over zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog, voor de meeste leerlingen een gruwelijke videogame uit de vorige eeuw. En altijd heeft hij zijn bruine koffer bij zich met attributen die de Slag om Normandië aanschouwelijk maken.

,,In dit zakje, dat ik kreeg tijdens een van de herdenkingen in Frankrijk, zit aarde uit Juno Beach, ons strand. Ik laat het rondgaan in de klas. Weet je wat jullie in je hand hebt, zeg ik dan. Grond met het bloed van Canadese soldaten. Dan wordt het muisstil.

©AFP or licensors

Generaties

,,En ik stel altijd de vraag: wie heeft er iemand in zijn familie die in de oorlog heeft gevochten? Een grootvader, een verre neef? Niemand? Dan benoem ik jullie bij deze officieel tot historici van je eigen familie.

,,Ga op zoek naar verhalen, want die moeten verteld worden. Ter nagedachtenis aan al die jongens die op de stranden sneuvelden. En als waarschuwing voor huidige generaties. Oorlog is het verschrikkelijkste dat er is.”

De meest gestelde vraag in de klas: of hij zelf mensen heeft gedood. Jim Parks: ,,Dan zeg ik net als Clint Eastwood met een pokerface: You wouldn’t wanna know…”

De afgelopen dagen en de komende tijd brengen we diverse verhalen rondom het thema ‘75 jaar bevrijd’. Alle verhalen kun je teruglezen in ons dossier. 

Test je kennis over D-day in onderstaande quiz: