Waarom Kristien Hemmerechts elke zondag naar de kerk gaat

©trouw

Als de vrienden van Kristien Hemmerechts het interview met haar lezen in het Vlaamse magazine Knack, dan zal een heel aantal van hen zich in hun koffie verslikken, vermoedt de schrijfster. Veel van die vrienden van Hemmerechts zijn, zoals zij ze noemt, ‘rabiate atheïsten'. In Knack vertelt Hemmerechts dat ze sinds begin dit jaar elke zondag in de Antwerpse Sint-Carolus Borromeuskerk de mis bijwoont. Ze maakt deel uit van Sant’Egidio, een rooms-katholieke geloofsgemeenschap die zich bezighoudt met armenhulp. 

Via die armenhulp was Hemmerechts met Sant’Egidio in aanraking gekomen. Ze had gelezen over het jaarlijkse kerstdiner dat Sant’Egidio voor daklozen organiseert, meldde zich er als vrijwilliger en raakte er steeds meer bij betrokken. “Langzaam drong tot mij door dat het toch heel wonderlijk is wat die leken doen en hoe het evangelie voor hen een heel belangrijke inspiratiebron is.” 

Toen ze niet lang daarna een reportage schreef over Sant’Egidio ging ze naar een gebedsbijeenkomst in de Carolus Borromeuskerk. “Tot mijn eigen verrassing ben ik blijven gaan. Het is een feest om in die kerk te zitten. Ik kan dat gevoel moeilijk verwoorden, maar ik stel vast dat ik me daar thuis voel. Ik kijk er telkens weer naar uit om ernaartoe te gaan.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

. ©.

Al eerder, in 2015, toen bij Hemmerechts borstkanker was vastgesteld, had ze een religieuze ervaring. “Na de diagnose overviel mij een groot gevoel van angst. Je denkt meteen dat de kanker je hele lichaam zal veroveren. Ik was in paniek, tot ik op een nacht in bed lag en me omhelsd voelde, gekoesterd door iets wat het menselijke overstijgt en wat ook weleens God wordt genoemd. Die veiligheid en geborgenheid brachten mij zo veel rust en vrede. Toen was ik niet meer bang en dacht ik: laat maar komen wat er moet komen.” Dat leidde niet direct tot een ommekeer: “Ik duwde het van mij weg, net zoals sommige homoseksuelen dat doen: ik wil niet dat anderen dat te weten komen. Maar natuurlijk komt er een moment dat je het niet meer kunt wegduwen en je het moet aanvaarden. Anderen zouden zeggen: God heeft mij geroepen, maar zo is het niet gegaan. Ik heb tegen mezelf gezegd: Kristien, aanvaard het nu maar. Sindsdien ben ik veel gelukkiger.” Dat is ook de reden dat ze zich erover laat interviewen, vertelt ze: “Ik wil niet het gezicht worden van het nieuwe christelijke Vlaanderen. Iedereen moet dat voor zichzelf uitmaken. Het enige wat ik belangrijk vind (...) is dat mensen moeten weten dat het een mogelijkheid is, dat die weg er is. Als je je verloren voelt, dan kun je antidepressiva nemen of yoga doen, maar je kunt je ook openstellen voor dit.”

In De Nieuwe Koers vertelt een andere schrijfster, Marieke Lucas Rijneveld, dat ze overweegt om ook bij een kerk te gaan horen. Dat zou kunnen verbazen, want haar bestseller ‘De avond is ongemak’ is nogal eens geïnterpreteerd als een afrekening met een streng-gereformeerde opvoeding. Dat is onterecht, vertelt Rijneveld. Ze groeide op in een gereformeerd gezin waar geloof en kerk een grote rol speelden. “Als ik terugkijk, geeft het mij een dubbel gevoel. Het was er heel fijn en veilig, maar ook beklemmend. In mijn puberjaren wilde ik ervan wegvluchten. Nu kijk ik er weer anders naar, de mooie momenten en herinneringen koester ik. (...) Veel mensen denken dat ik niet meer geloof, ze lezen De avond is ongemak als een afrekening. Maar zo zie ik het zelf helemaal niet. (...) Als ik ging bidden voor het slapengaan, was ik na mijn gebed altijd helemaal gerustgesteld. Ik wist: nu komt het goed. Ik zou willen dat ik dat nog had.”

Lees ook:

Stephan Sanders: kerkganger door een opdracht

Stephan Sanders werd gelovig en deed daar in deze krant verslag van. Lees hier het afsluitende verhaal dat hij daarover schreef.