Waarom de vermissing van een witte vrouw meer aandacht krijgt

Dagelijks raken in Nederland tientallen mensen (eventjes) kwijt. Maar lang niet alle zaken komen in het nieuws. Waarom krijgt de ene vermissing veel meer aandacht dan de andere – en waarom die van een witte vrouw het meest?
©vonq

‘Als er iemand is die Arnee heeft gezien of weet waar hij is, laat het dan aub aan ons weten, wij maken ons grote zorgen.’ Verschillende familieleden van de 21-jarige Arnee uit Heerenveen plaatsen zondag deze hartenkreet op Facebook. Niet veel later verstuurt de politie in Friesland in overleg met de ouders een melding via burgernet om uit te kijken naar de man, die sinds de nacht van donderdag op vrijdag niet meer gezien is. Maandag wordt het lichaam van Arnee tijdens een omvangrijke zoekactie gevonden in een sloot in Heerenveen. Er zijn volgens de politie geen aanwijzingen voor een misdrijf.

Amper 70 kilometer verderop wordt zondag het lichaam van de 18-jarige Loes uit Epe (Gelderland) gevonden. Ook in een sloot, ook na een grote zoekactie. Het blijkt een ongeluk te zijn. De gelijkenissen tussen de twee jonge slachtoffers zijn aanzienlijk. Beiden vertrekken na een avond uitgaan alleen naar huis en worden daarna niet meer gezien.

Zoekactie

Toch is er ook een duidelijk contrast tussen de vermissingszaken. De zoekgeraakte Loes brengt op zijn zachtst gezegd een kleine mediastorm op gang. Cameraploegen reizen af naar Epe, verschillende media houden online een liveblog bij, waarin iedere ontwikkeling rond de zoekactie wordt gemeld en waarvoor kaartjes worden gemaakt van de fietstocht van de vrouw. Het NOS Journaal ruimt tijd in voor de vermissing. Als de politie het lichaam van Loes vindt, verstuurt het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) twee keer een persalarm. Naast regionale kranten brengen enkele landelijke dagbladen de vermissingszaak maandag prominent. Ook in deze krant staat een nieuwsbericht over de gevonden vrouw.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

De vermissing en vondst van Arnee krijgen daarentegen veel minder aandacht. Cameraploegen ontbreken. Zijn naam verschijnt in bijna geen krant (regionale uitgezonderd), ook niet in deze, en niet in het NOS Journaal. Het ANP beperkt zich tot een nieuwsbericht met een lage prioriteitsaanduiding.

Vooropgesteld: vermissingen zijn nooit één op één met elkaar te vergelijken. De manier waarop bijvoorbeeld familieleden of de politie aandacht vragen voor een vermissing kan meespelen bij de belangstelling ervoor. Ook de dag waarop iets gebeurt of het overige nieuwsaanbod spelen een rol.

Misdadiger

Jaarlijks worden er 40.000 meldingen van een vermissing gedaan. In 98 procent van de gevallen is deze vermiste persoon binnen 48 uur terecht, meestal in levenden lijve. Slechts in een klein aantal gevallen blijkt er sprake van een misdrijf.

Mensen verzamelen zich bij de plaats waar het lichaam van de 18-jarige Loes uit Epe (Gelderland) is gevonden. ©engbers

In het geval van de vermissing van Loes speelt reflex op nieuwsredacties een belangrijke rol, denkt mediasocioloog Peter Vasterman, voorheen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. “Iedereen denkt gelijk aan Anne Faber”, zegt hij. De Utrechtse studente (25) raakte in 2017 vermist tijdens een fietstocht en kreeg veel publiciteit. Bijna twee weken later werd ze gevonden. Faber bleek te zijn verkracht en om het leven gebracht. “Bij elk meisje dat verdwijnt komt het archetype van een jonge vrouw die in handen valt van de slechterik naar boven. Omdat de berechting van de dader nog vrijwel dagelijks in het nieuws is, denkt iedereen gelijk aan die zaak. Bij een jongen denk je simpelweg minder snel dat hij in handen van een misdadiger is gevallen.”

Reflex

De reflex is wellicht begrijpelijk, maar staat haaks op het feit dat jonge jongens (15-25 jaar) meer kans hebben om slachtoffer te worden van geweld dan meisjes, zo blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. En hoewel vrouwen wel vaker dan mannen slachtoffer zijn van seksuele delicten, is de kans zeer klein dat een vrouw door een onbekende de bosjes in wordt getrokken; in de meeste gevallen is de dader een bekende.

De vermissing van zowel Loes als Arnee waren volgens de politie urgent. Het is aan de politie om dat etiket op een vermissing te plakken, want de kans op media-aandacht neemt daardoor toe. Er wordt dan onder meer via burgernet gevraagd om uit te kijken naar de vermiste. Hetzelfde gebeurt ook vaker via sociale media zoals Twitter. Zo’n oproep gaat in samenspraak met de familie, laat de politie weten. Maar, zegt een woordvoerder van de politie Oost-Nederland: “Het kan dat we een vermiste jonge vrouw kwetsbaarder inschatten dan een jonge man. Dat ligt uiteindelijk aan de persoonlijke omstandigheden.”

Onveiligheidsgevoelens kunnen een verhaal voeden. “Het is waar dat jongens vaker slachtoffer zijn van geweld, maar meisjes zijn banger voor seksueel geweld. Bij seksueel geweld is de impact vaak groot”, zegt Lonneke van Noije. Zij doet voor het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzoek naar sociale veiligheid en onveiligheidsgevoelens. “Bij een vermissing kan het publiek heel goed eenzelfde soort angstgevoelens hebben.”

Beangstigend

Hans van de Sande, massapsycholoog aan de Rijksuniversiteit van Groningen, noemt angst de brandstof voor een beginnend verhaal. “Als iets beangstigend is, hebben mensen de neiging om het verder te vertellen. Media nemen die functie over.” De mogelijke aanwezigheid van een schuldige is een tweede aanjager. “De mens heeft een sterke voorkeur om oorzaken voor gebeurtenissen toe te schrijven aan andere personen. Als een meisje verdwijnt kan het boze opzet zijn, er kan een persoon achter zitten. En dat is bij meisjes makkelijker gezegd dan bij jongens, want meisjes zijn kwetsbaar en lief en moeten beschermd worden. Jongens zijn brutaal en sterk en moeten zichzelf redden. Dat is eigenlijk een heel seks­istisch script.”

De interesse voor een slachtoffer wordt inderdaad deels door kenmerken als sekse en kleur bepaald, zegt mediasocioloog Vasterman. De aandacht voor Loes valt volgens hem binnen een patroon dat zich vaker voordoet: er bestaat een hiërarchie onder slachtoffers. “Witte vrouwen staan bovenaan de ladder, en als ze hoogopgeleid zijn, stijgen ze nog een treetje. Ook kinderen staan bovenaan. Lager staan mannen, minderheden en oudere mensen.”

Nieuwswaarde

De besluitvorming op mediaredacties gebeurt op basis van zogeheten nieuwswaardecriteria. “Hoe interessant een slachtoffer is, verschilt tussen man of vrouw, jong of oud”, zegt Vasterman. “Dat heeft deels met schuld en onschuld te maken. Bij meisjes of jonge vrouwen denken we altijd dat ze onschuldig zijn. Dat wordt al minder bij een jongen: dan kan er voor ons gevoel eerder drank, drugs of eigen geweld in het spel zijn. Bij een allochtone jongen is die verwachting nog sterker aanwezig en zo gaat het door.”

Voorbeelden die de uitspraken van Vasterman bevestigen zijn er legio. Anne Faber staat bij iedereen op het netvlies, maar ook de vermissingen van de Nederlandse backpackers Kris Kremers (21) en Lisanne Froon (22) in Panama en de jonge broertjes Ruben (9) en Julian (7) beheersten wekenlang het nieuws.

Trouw bericht in de regel zeer terughoudend over vermissingen, weet vertrekkend ombudsman Adri Vermaat. “Dat is vaak terecht, maar soms denk ik wel: die vermissing had wat mij betreft (meer) aandacht verdiend. In mijn beleving maakt de redactie geen onderscheid tussen slachtoffers, maar dat kan wel iets zijn om alert op te zijn.”

Feuilleton

Toen in december 2017 de 18-jarige Remon uit Leeuwarden vermist raakte bleef media-aandacht in eerste instantie uit. Dat was voor De Telegraaf reden de lezer kort antwoord te geven op de vraag waarom de ene vermissing wel en de andere geen aandacht krijgt. Een van de factoren die volgens de krant inderdaad meespeelt is het ‘type’ slachtoffer. ‘Hoe wrang ook, bij het publiek en de media doen een jong kind of jonge vrouw het nou eenmaal beter dan een man, laat staan van middelbare leeftijd’, schreef de krant.

Daar komt bij dat vermissingen sowieso goed scoren, zegt Vasterman. Dat stipte ook Brandpunt+-journalist Eric van den Berg vorig jaar al eens aan: ‘Vermissingen zijn dankbare verhalen voor een regionale omroep. Pijnlijk maar waar: ze resoneren bij het publiek’, schreef hij op basis van zijn ervaring als chef van de online redactie van NH, eerder RTV Noord-Holland.

Vasterman deelt die mening. “Met een vermissing hou je de aandacht van het publiek vast. Het is voor media een aantrekkelijk onderwerp omdat er sprake is van een doorlopend verhaal, een soort feuilleton met telkens een nieuwe aflevering. Ook als iemand niet gevonden wordt, is dat het vermelden waard, en hoe langer dat duurt, des te spannender het wordt. Ik wil niet zeggen dat er een verdienmodel ontstaat, maar er is simpelweg veel aandacht voor. Een vermissing prikkelt: ik denk vooral omdat mensen zich niet kunnen voorstellen dat hun zoiets zelf overkomt.”

Missing white women syndrome

Ook het publiek maakt onderscheid tussen slachtoffers, blijkt uit onderzoek. Voor Brandpunt+ onderzocht Van den Berg de aandacht voor vermissingen op sociale media. Daarvoor gebruikte hij berichten van het account van het Landelijk Bureau Vermiste Personen van de politie en ZoekJeMee, een initiatief gewijd aan vermiste personen. Wat bleek: berichten over witte personen werden twee (Twitter) tot vijf (Facebook) keer zo vaak gedeeld.

In de Verenigde Staten wordt al langer onderzoek gedaan naar het zogeheten missing white women syndrome, vrij vertaald het ‘vermiste witte vrouwen-syndroom’. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vrouwen met een wit profiel veel meer media-aandacht krijgen, zoals de op Aruba verdwenen Holloway. 

Vergelijkbaar onderzoek is in Nederland nog niet gedaan, weet Vasterman. De reden daarvoor is deels praktisch: er zijn hier veel minder mensen langdurig vermist, wat het uitvoeren van dergelijk onderzoek bemoeilijkt.

Wanhopige oproep

Voorbeelden zijn er wel, zoals de 17-jarige Orlando, een donkere jongen uit Den Haag die vorig jaar vermist raakte. Voor hem kwam relatief gezien veel minder aandacht op gang. Hetzelfde geldt voor de 14-jarige Nsimire die vorig jaar juli verdween. Reden daarvoor was dat de politie uiterst terughoudend was over haar verdwijning. Daarop deed haar vader een wanhopige oproep op Facebook: ‘Wij begrijpen niet waarom er geen amber alert wordt uitgeroepen, waarom er niet massaal naar ons kind wordt gezocht en vooral waarom er al zoveel tijd voorbij heeft kunnen gaan zonder dat het land waar wij ons één mee voelen met ons meezoekt’. Die oproep hielp wel: de smeekbede van de vader haalde landelijke media en Nsimire werd uiteindelijk teruggevonden.

“Journalistiek gezien kan je je afvragen of de verdeling van aandacht voor vermissingszaken proportioneel is”, zegt Vasterman. “Daar staat tegenover dat nieuwsmedia niet meer de enige bron van informatie zijn. Als een vermissingszaak op sociale media veel gedeeld wordt en er via die weg maatschappelijke ophef ontstaat, kan het relevant zijn de vermissing groot te presenteren. Toch blijkt vaak dat het aantrekkelijker is om over mooie blonde vrouwen verhalen te maken dan over mensen uit een lagere sociale klasse of etnische minderheid.”

Gebruik van namen

De achternamen van alle slachtoffers in dit stuk zijn bij de redactie bekend. Bij het vermelden van die namen volgt deze krant de lijn van de familie. Ook de politie doet dat. Zo vroeg de familie van de Gelderse Loes nadrukkelijk om haar achternaam niet te noemen. In andere gevallen zoekt de familie van een slachtoffer de media juist op, zoals die van Anne Faber of Natalee Holloway. Dan is het gebruikelijk de achternaam te vermelden. 

Lees ook:
Waarom verstuurde de politie geen Amber Alert bij de vermissing van de Congolese Nsimire (14)?
Dat de politie weinig naar buiten brengt over een vermissing, betekent niet dat er op het bureau achterover wordt geleund. Alleen is er een verschil tussen dat wat de recherche weet en dat wat openbaar wordt gemaakt, schrijft de politie in een verklaring naar aanleiding van de vermissing van de 14-jarige Nsimire uit Den Haag. 

Ombudsman: Waarom Trouw terughoudend is bij vermissingen van minderjarigen
Trouw bericht als regel terughoudend over vermissingen. Soms gaat die goede gewoonte erg ver. Een voorbeeld op 3 oktober 2017 was de eerste berichtgeving over de vermissing van de naar later bleek gedode Anne Faber.