Vraag 2: Waarvan raken we besmet (en waarvan niet)?

Het virus tot zover

Op de foto's zijn circusartiesten Edwin Schulte en Jorga Lok te zien; samen vormen zij het gezelschap Fabuloka. Edwin en Jorga hebben zich laten inspireren door coronagerelateerde voorwerpen, zoals mondkapjes en het plexiglas scherm. Door eerst te kijken waar zo'n object voor staat, kwamen ze op acrobatische vormen om die boodschap te ondersteunen. Zie ook fabuloka.com ©Thomas Nondh Jansen

Het was warm en zonnig, een van de laatste zwoele zaterdagavonden in september, en het was in de buitenlucht. Dus wat kon er gebeuren? 'Het leek ons wel een coronaproof manier om een verjaardag te vieren', vertelt Petra (niet haar echte naam) aan de telefoon. 'Het zat er bij ons allemaal wel een beetje in dat er buiten weinig kon gebeuren.'

Dus schoof de vriendengroep uit het zuiden des lands op een bierfestival in Nijmegen twee tafels tegen elkaar, en namen ze plaats, voor de 29ste verjaardag van een van de vriendinnen. Het was gezellig, het bier vloeide rijkelijk, en echt afstand houden deed niemand.

'Achteraf hebben we eindeloos zitten filosoferen wat er kan zijn gebeurd', zegt Petra. 'De wildste theorieën hebben we erop losgelaten. Maar we kwamen er niet uit. We hebben ook geen verjaardagsliederen gezongen of zoiets.'

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Want enkele dagen later bleek ook het virus te hebben mee gefeest. Van de twaalf vrienden die aanwezig waren, bleken er uiteindelijk liefst elf besmet met het virus. Naar de groep aanneemt, moet het op het bierfeest zijn gebeurd, de plek waar ze elkaar troffen. 'Gelukkig was het de milde vorm', zegt Petra, die zelf ook positief testte maar niet ziek werd. 'Iedereen voelt zich alweer een stuk beter. Maar we zijn er wel van geschrokken. Blijkbaar is dit toch een superlichtontvlambaar virus.'

Het relaas van 'Petra' geeft wel aan: een onberekenbaar virus, dat nieuwe coronavirus. Want volgens het boekje horen luchtwegvirussen zich 's zomers in de volle zon en in de buitenlucht nauwelijks te verspreiden. Te veel uv-straling, te veel wind die eventuele druppeltjes met virus laat verwaaien. Maar het voorval met de vriendengroep in Nijmegen bewijst dat een kleine kans niet nul is.

Over de grote lijnen van de besmetting is iedereen het wel eens. Op eigen houtje kan het nieuwe coronavirus buiten het lichaam maar korte tijd overleven; het moet zo snel mogelijk van de ene luchtweg naar de andere zien te komen. Het makkelijkst gaat dat via minuscule druppeltjes, die we uitstoten bij het hoesten, niezen, praten, schreeuwen en zingen. Hoe groter zo'n druppeltje, des te meer virus erin past; en hoe dichter bij de patiënt, des te groter de besmettingskans - ziedaar de belangrijkste kansboogjes waarop het virus zijn besmettingskansen heeft opgespannen.

Erg groot is de kans om besmet te raken overigens niet. In India analyseerden wetenschappers de gegevens van een half miljoen mensen die nauw contact met een coronapatiënt hadden gehad: langer dan een kwartier op minder dan 2 meter afstand van de geïnfecteerde. De kans op besmetting liep uiteen van ruwweg 10 procent voor gezinsleden, tot minder dan 5 procent voor familieleden, vrienden en collega's.

En, opvallend, 71 procent van de geïnfecteerden bleek niemand te hebben aangestoken. Dat duidt erop dat het virus zich, net als het vorige coronavirus, het sarsvirus uit 2002-2003, heel 'scheef' verspreidt: de meeste geïnfecteerden besmetten niemand, sommige steken de hele tent aan, omdat ze toevallig extreem veel virus aanmaken of het extreem effectief verspreiden (vandaar de term 'superverspreiders'). Zoiets lijkt te zijn gebeurd op het bierfestival in Nijmegen, waar kennelijk één drager elf anderen infecteerde.

En ja: afstand houden heeft zin. Volgens een Britse analyse van tientallen onderzoeken neemt het risico op besmetting snel af bij elke stap achteruit: vijf keer minder op 1 meter afstand, zelfs tien keer minder op 2 meter afstand. Of neem een waarneming uit de vorige coronacrisis, die van het sarsvirus: in ziekenhuizen waar de bedden van patiënten op meer dan een meter van elkaar stonden, was de kans om in het ziekenhuis aangestoken te worden zeven keer kleiner.

Alleen wil dat beslist niet zeggen dat de kans op besmetting verder weg nul is. Zo lukte het onderzoekers van de Universiteit van Florida vorige maand om infectieus virus op te kweken in een kweekschaaltje op 4,8 meter verwijderd van een bedlegerige covidpatiënt. En in het laboratorium lukte het om het virus 16 uur zwevend te houden, in kunstmatig opgewekte dampdruppeltjes genaamd aerosolen.

Daarmee stuiten we op een van de heetste aardappels van allemaal: verspreiding door de lucht. Want hoewel vaststaat dat het virus zich niet in de regel zwevend door de lucht verspreidt zoals mazelen of waterpokken - anders zou men overal ziekenhuisuitbraken zien - is het zeer aannemelijk dat het in sommige situaties wel degelijk vleugels krijgt. De riskantste: een bedompte, afgesloten ruimte, waar ademdamp kan blijven hangen, plus een activiteit waarbij veel dampdruppeltjes vrijkomen, zoals schreeuwen, hijgen of zingen.

Een beroemd voorbeeld is dat van een 61 man sterk kerkkoor, dat op 10 maart bijeenkwam voor een repetitie nabij Seattle. In tweeënhalf uur tijd besmette één persoon er liefst 52 medekoorleden, van wie er twee overleden. Dat moet haast wel zijn gebeurd via in de lucht opgehoopte ademdruppeltjes vol virus, denken epidemiologen die het geval bestudeerden.

Het voorval bleek de opmaat voor een fel, internationaal debat over het belang van ventilatie, in ons land gaandeweg steeds luidruchtiger gevoerd door opiniepeiler Maurice de Hond. Aan de ene kant staan de meer medisch geschoolde onderzoekers, die een historisch ingeslepen wantrouwen hebben tegen theorieën over 'kwade luchten' en 'miasma's' die ziekten verspreiden. En aan de andere kant staan de meer natuurkundig ingestelde onderzoekers, die in hun experimenten waarnemen dat ademdruppeltjes ('aerosolen') wel degelijk lang kunnen blijven zweven. Zo kunnen fijne druppeltjes na een hoestbui in de lift nog wel twintig minuten blijven hangen, beschreven wetenschappers onder leiding van UvA-onderzoeker Daniel Bonn enkele weken geleden.

Terwijl de discussie het afgelopen halfjaar vaak ontaardde in babylonisch gehakketak over het verschil tussen 'aerogene' en 'aerosole' verspreiding en de precieze grootte van druppeltjes, blijft de intuïtie vrij eenduidig. Haast alle bekende gevallen van besmetting vinden volgens een Britse weging van al het beschikbare bewijs plaats bij nauw, intensief contact: in gezinnen, tussen vrienden of familieleden, op het werk of in het woonzorgcentrum.

En zoals hoogleraar milieutechniek Linsey Marr van het Amerikaanse techniekinstituut Virginia Tech eens stelde: ook als het virus zich verspreidt via zwevende dampdruppeltjes, heeft afstand houden zin - van een roker hebben we ook minder last op een paar meter afstand dan van dichtbij, zelfs in een behoorlijk geventileerde ruimte.

Alsof dat nog niet ingewikkeld genoeg is, zijn er nog diverse andere besmettingsroutes denkbaar:

Via oppervlakken

Al het vlijtige gepoets van winkelwagentjes, bureaus en deurknoppen ten spijt: bij het nieuwe virus is nog niet één geval van besmetting via een oppervlak geboekstaafd, constateerde de WHO in een technisch rapport. Dat zal komen doordat besmetting-per-voorwerp lastig is te bewijzen, maar ook gewoon doordat de kans erop klein is. Het virus moet immers van de neus naar een oppervlak zien te komen, en dan via een hand weer de luchtweg van het slachtoffer in - en dat allemaal in voldoende hoeveelheid.

'In mijn optiek is de kans op overdracht via levenloze objecten extreem klein en alleen denkbaar in situaties waarbij een geïnfecteerd persoon rechtstreeks hoest of niest op een oppervlak, en iemand anders dat oppervlak binnen een tot twee uur aanraakt', aldus microbioloog Emanuel Goldman in een spraakmakend commentaar in The Lancet. 'Ook ik ondersteun het voorzorgsprincipe. Maar dit kan leiden tot extremen die niet gerechtvaardigd worden door de cijfers.'

Via ontlasting

'Fecaal-orale' transmissie, luidt de onsmakelijke naam van virusoverdracht waarbij men ziek wordt door deeltjes ontlasting - het wordt nog onsmakelijker - in te ademen. En net als bij sars, waar zwevende poepdeeltjes uit een lek riool eens 329 Hongkongse flatbewoners besmetten, lijkt die ook bij het huidige virus aan de orde. Diarree is bij ongeveer een op de tien zieken een van de symptomen. En vaak is het virus aanwezig in de ontlasting, actief en wel.

De wc-klep dicht bij het doortrekken dus om verneveling te voorkomen? Dat is geen overbodige luxe, stelde een recente bespreking van het eerdere onderzoek. Aan de andere kant: het virus aantonen is nog wat anders dan er ziek van worden. Voor zover bekend is er nog niet één geval van poepbesmetting bekend, constateert zowel de WHO als het Oxfordse Centre for Evidence-Based Medicine.

Via andere lichaamssappen en voedsel

Wat geldt voor ontlasting, geldt ook voor andere lichaamsvloeistoffen. Nu en dan wordt het virus aangetoond in bloed of urine, maar het is zeer de vraag of er weleens iemand besmet door raakt, of dat de kans daarop verwaarloosbaar klein is.

Dat geldt ook voor borstvoeding. In de vakliteratuur vonden onderzoekers van de Wereldgezondheidsorganisatie 46 moeders die borstvoeding gaven terwijl ze corona hadden. Bij slechts drie van hen werd het erfelijk materiaal van het virus (en dus niet het virus zelf) in de moedermelk aangetoond, en besmet raakte niemand.

Geen wonder. Zelfs als we het virus via de mond binnenkrijgen, breekt het af in de zure omgeving van de maag. Het is dan ook 'hoogst onwaarschijnlijk' dat we geïnfecteerd kunnen raken door iets te eten of te drinken waarin het virus zit, constateert de WHO in een weging van het bewijs.