Vijf mythes over de komst van Marokkaanse gastarbeiders naar Nederland ontkracht

Exact vijftig jaar geleden sloten Nederland en Marokko een ‘wervingsovereenkomst’ over de komst van Marokkaanse gastarbeiders naar Nederland. Over de gevolgen daarvan zijn allerlei mythes ontstaan. Tijd om ze te ontrafelen, vindt historica Nadia Bouras (37).
Een foto uit het album van gastarbeider M’bark Sabir, een van de eerste Marokkaanse gastarbeiders die in de Nederlandse mijnen ging werken. ©Roos Pierson

“Veel mensen denken een beeld te hebben van de Marokkaanse migratie, maar vaak klopt dat helemaal niet,” zegt Nadia Bouras, universitair docent aan de Leidse universiteit, gespecialiseerd in Marokkaanse migratie. Zij doet onderzoek naar de gevolgen van het wervingscontract dat Marokko en Nederland op 14 mei 1969 tekenden. “Het beeld onder jonge Marokkanen is vaak: mijn vader of mijn grootvader is door Nederland na dit wervingsverdrag als gastarbeider hier naartoe gehaald om ongeschoold werk te doen, hij is uitgebuit in de fabriek en daarna afgedankt. Zo is het dus niet gegaan.”

Mythe 1: Na het wervingsverdrag kwam de migratie uit Marokko op gang.

Bouras: “Dat verdrag getekend op 14 mei 1969 was alleen maar de start van de officiële migratie. Nederland had in 1969 al met verschillende landen rond de Middellandse Zee zulke afspraken, Marokko was het laatste. Maar er waren al vanaf 1960 veel Marokkanen spontaan naar Nederland gekomen om te werken. In totaal zijn via dit wervingscontract hooguit 4000 mannen en een paar vrouwen naar Nederland gekomen. Terwijl er in 1970 al zo’n 20.000 Marokkanen in Nederland woonden. In 1973 stopte dit verdrag alweer, ging de formele grens voor migratie weer dicht. Het verdrag heeft dus in de geschiedenis van de Marokkaanse migratie maar een kleine rol gespeeld.

Dit verdrag betekende concreet dat mensen een wer­vings­con­tract kregen waarin ar­beids­om­stan­dig­he­den waren afgesproken

“Toch is het wel goed stil te staan bij dit verdrag, nu het vandaag precies vijftig jaar geleden is getekend. Het was best een grote gebeurtenis in die tijd. Uit dat verdrag spreekt waardering voor Marokkaanse gastarbeiders. Het heeft ook de banden met Marokko hierover geformaliseerd. En de erfenis van dat verdrag is toch ook dat er nu 400.000 Marokkanen wonen in Nederland.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Mythe 2: Het wervingsverdrag diende om Marokkanen te vinden die in Nederland ongeschoold werk wilden doen.

Bouras: “Dit verdrag betekende concreet dat mensen een wervingscontract kregen waarin arbeidsomstandigheden waren afgesproken. Over en weer werden de zaken netjes geregeld, de werkgever moest de paperassen in orde hebben, huisvesting regelen, dat soort zaken. Er werden voornamelijk mijnwerkers gerekruteerd via dit verdrag, en verder mensen voor de textielindustrie. De wervingsacties waren dan ook in Marokkaanse regio’s waar die industrie zat. Juist mensen met een bepaalde expertise werden gezocht, geen ongeschoolden.

“De ‘spontanen’, mannen die individueel vanaf 1960 naar Nederland waren gekomen, deden het ongeschoolde werk. Zij moesten zelf voor een woning zorgen, zaten dan vaak in overvolle pensions. Ja, ze werden zeker soms uitgebuit. Maar ze wilden ook zelf heel hard werken, want dan verdiende je veel.”

Mythe 3: Marokkaanse arbeiders zijn door Nederland hierheen gehaald.

“Dit klinkt alsof ze onder dwang hierheen kwamen, maar zo was het dus niet. De 4000 arbeiders die via ondertekening van dit wervingscontract in Marokko hierheen kwamen, wilden dolgraag komen. Ze waren op zoek naar een beter bestaan. We werken, we sparen een aantal jaar, dan terug naar Marokko, was de gedachte. Wel werd vanuit Nederland voor die 4000 alles geregeld, huisvesting, vervoer, in dat opzicht zijn ze wel gehaald. Voor de veel grotere groep spontanen was dat niet zo, die kwamen op eigen gelegenheid, gehaald zijn zij niet.

Lees ook het verhaal van M’bark Sabir, hij kwam als een van de eerste gastarbeiders naar Nederland.

Een baan had hij dan nog niet, maar wel een plan.

“Daarbij ging in 1973 de Nederlandse grens dus feitelijk weer dicht, het was economische crisis, er was geen behoefte meer aan arbeidskrachten. Toen dachten de Marokkaanse mannen die hier al waren, als ik nu terugga, kom ik Nederland straks niet meer in. En in Marokko was het politiek onrustig en was grote werkloosheid. In Nederland kregen ze een uitkering als ze werkloos werden. Dus beter nog maar even in Nederland te blijven.

“Tussen 1975 en 1985 kwam de gezinshereniging goed op gang. Tegelijk kwam er in de jaren tachtig grote werkloosheid onder Marokkaanse mannen, want de fabrieken, bijvoorbeeld in de textiel, verplaatsten naar lage-lonenlanden. Veel gezinnen kwamen in achterbuurten terecht, marginaliseerden. Dat was een giftige cocktail: gezinshereniging en werkloosheid.”

Mythe 4: Marokkaanse mannen kwamen eerst en daarna gingen ze hun vrouwen en gezinnen halen.

“Vrouwen hebben in het besluit om naar Nederland te gaan juist een hele belangrijke rol gespeeld. Eerst was het zo dat de mannen vertrokken en de vrouwen achterbleven in Marokko met de kinderen. Vaak bij de schoonfamilie, want zelfstandig woonden deze vrouwen niet. Als er dan meerdere broers waren in Europa, woonden ze met allerlei families boven op elkaar. Dat gaf veel spanningen en problemen. Dus juist die vrouwen hebben hun mannen onder druk gezet om hen naar Nederland te laten komen.

“De mannen van die eerste generatie zeggen in interviews vaak: toen het gezin kwam, begon de ellende. Ze kenden veel vrijheid voor hun vrouwen kwamen. Ze dronken alcohol, hadden vriendinnen. Als ze in Marokko kwamen, waren ze de koning. Nu moesten ze opeens vader zijn en werden vaak ook nog eens werkloos. De contacten met de Nederlandse bevolking namen af, ze gingen meer een eigen zuil vormen, ontmoeten elkaar in de moskee. Zo gingen Nederlanders en Marokkanen steeds meer naast elkaar in plaats van met elkaar leven.”

Mythe 5: Marokkaanse gastarbeiders die via dit verdrag naar Nederland gingen, kwamen voornamelijk uit het Rifgebied.

“Dit wordt in Marokkaanse kring vaak gezegd om te verklaren dat 80 procent van de Marokkanen die nu in Nederland zijn, uit de Rif komen. De Rif is altijd een gemarginaliseerde regio geweest in Marokko, vaak onderdrukt door het regime. Dus, zou de koning gezegd hebben tegen de Nederlanders: die Riffijnen zijn toch alleen maar lastig en activistisch, werf maar onder hen. Maar dat klopt niet. Die werving vond nauwelijks plaats in de Rif, blijkt uit de reconstructie die wij tien jaar geleden al maakten.

“Dat toch 80 procent van de huidige Marokkaanse Nederlanders daarvandaan komt, heeft een andere verklaring. Het is een arm gebied waar al vele tientallen jaren mannen wegtrokken om elders te werken. Na 1960 gingen zij vooral naar Europa om een beter bestaan te zoeken. Dus juist de mensen die niet via het wervingsverdrag naar Nederland kwamen, komen uit de Rif.”

Wie is Nadia Bouras?

Nadia Bouras (geboren in Amsterdam in 1981) is historicus en werkt als docent geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Haar vader komt uit Zuid-Marokko en was een van de ‘spontane’ migranten die via Parijs, waar hij in de bouw werkte, in Nederland werk vond in 1970. Haar moeder komt uit Casablanca en kwam in 1978 naar Nederland. Ze zijn beiden inmiddels gepensioneerd.

Bouras studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en in Amerika. Bij het 40-jarig jubileum van de Marokkaanse migratie naar Nederland schreef ze met Annemarie Cottaar het boek ‘Marokkanen in Nederland, de pioniers vertellen’.

Lees ook

Ontheemd en op zoek naar de Marokkaanse droom

Marokkaanse Nederlanders lijden onder de integratieparadox: Hoe Nederlandser je bent, hoe meer je wordt uitgesloten. Heel wat van hen vertrekken.