Verveling? Welnee. Drie lessen om de coronasleur tegen te gaan

Met de weinige mogelijkheden die we momenteel hebben, ligt een weinig gevarieerd, kabbelend leven op de loer. Sleur, kortom. Hoe wapen je je tegen deze negatieve staat van zijn? Twee filosofen en een sportpsycholoog delen hun beste sleurbestrijdingslessen.

Les 1: sleur is een denkfout

©Getty

Liefdesfilosoof Jan Drost kan licht geïrriteerd raken van de vaak praktische oplossingen waarmee mensen op de proppen komen als het gaat over sleur. “Doe eens iets onverwachts! Roepen ze dan. Of: ga op dansles. Maar dat soort oplossingen werken mijns inziens averechts.” Drost ziet sleur als een manier van kijken; als een matte waas die over je blikveld ligt. En die blik kun je ontdooien door te denken. Door de sleur te bevragen en bekritiseren in plaats van er een dansles tegenaan te gooien. “Sta je daar met tegenzin in zo’n zaaltje: getver, dánsen.”

Sleur is volgens Drost een set aan gewoontes die de schijn, zo benadrukt hij, hebben van herhaling. Elke ochtend hetzelfde kopje koffie, werken aan hetzelfde bureau, dezelfde partner om ’s avonds mee te netflixen. Maar dat dit ook daadwerkelijk hetzelfde is, is volgens Drost een denkfout. “Want niets en niemand herhaalt zich. Alles is continu in beweging in de stroom van de tijd.”

Zeg je ‘alles stroomt’, dan zeg je: Heraclitus, de Griekse filosoof die 2500 jaar geleden leefde. Ondanks dat Drost hem niet per se als relatietherapeut zou aanraden – “het was nogal een sombere gast” – heeft Heraclitus toch een waardevolle les voor relaties die in een sleur zitten. “Heraclitus zei: ‘Een mens kan nooit twee keer in dezelfde rivier stappen’. Een volgend moment stroomt er ander water door de rivier; de ­inhoud is letterlijk totaal vervangen. En ook een mens kan nooit twee keer hetzelfde zijn. Als ons gesprek straks klaar is, ben ik een iets ander mens geworden; met een ­andere stemming en een paar nieuwe ­lichaamscellen.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Drost wil maar zeggen: het lijkt in coronatijd soms of we wéér datzelfde rondje wandelen door het park, maar dat klopt dus niet.

“Het is de kunst om telkens verwonderd te blijven kijken naar waar déze keer de variatie in zit. Zelf wandel ik dagelijks door het Flevopark hier in Amsterdam. Gister zag ik daar opeens allemaal roodborstjes, zoveel had ik er eerder niet gezien. Ook kwam er een vrouw naar ons toe die panisch riep dat iemand in het park honden vergiftigde. Er gebeurde van alles, het was eigenlijk een geweldig ommetje! Dat opmerken, daar kun je je zelf in oefenen.”

De sleur bevragen en bekritiseren is volgens Drost het tweede deel van de sleurbestrijding. Want is die zich herhalende dagindeling wel zo vervelend?

“Vroeger had ik negatieve associaties bij dingen die hetzelfde bleven. Dat stond voor saai en burgerlijk: ik wilde nieuw en spannend. Nu zie ik veel meer de schoonheid in van gewoontes. Als mijn vriendin thee voor me zet, smaakt die toch anders. Zo ervaar ik dat echt. Het zijn de zoete gewoontes van een lange liefdesrelatie die ik – als ik er even bij stilsta – ontzettend zou missen als ze er niet meer waren.”

Drost pleit voor een waarderende en verwonderde blik, al is het ook weer niet fijn om ieder moment van de dag geforceerd te zoeken naar wat er zo geweldig is aan je kopje thee.

“Er moet een gezonde balans zijn in verwarmende gewoontes en simpelweg saaie of noodzakelijke gewoontes. Het leven is momenteel soms slaapverwekkend; het kan bevrijdend zijn dat gewoon te accepteren.”

Maar, zo countert Drost weer. “Als je echt het gevoel hebt dat je bloed stolt in de aderen, je stil staat en niet meer tot leven komt – als je kortom de sleur niet meer uit je ogen kunt wrijven, dan zijn er misschien rigou­reuzere maatregelen nodig.”

Jan Drost ©rv

Les 2: denk als een topsporter en zet een stip aan de horizon

Sporters hebben altijd al, ook in niet-coronatijden, een leven van sleur: trainen, rusten, eten en slapen. Korfbalster en sportpsycholoog Wendy Post ziet dan ook dat atleten die goed die sleur kunnen verdragen, de meeste kans maken om ver te komen te in de topsport. “Als zo’n sleurleven botst met je karakter dat bijvoorbeeld veel behoefte heeft aan sociale contacten of intellectuele uitdaging, heb je het lastiger. Dat zie je bij Tom Dumoulin die onlangs stopte als wielrenner; hij liep tegen een discrepantie aan van hem als sporter en als persoon. Hij wist niet meer waarvoor hij het deed.”

Want dat is de crux die topsporters in staat stelt zo’n repetitief leven te leiden: ze hebben een doel voor ogen. Een bepaald toernooi, een wedstrijd of een tijdsresultaat dat maakt dat het ze ‘de sleur’ waard is. De les die wij gewone zielen van topsporters kunnen leren, is volgens Post dan ook om doelen te stellen. Of beter nog, maak een professioneel doelenplan met drie onderdelen: procesdoelen, prestatiedoelen en een ­resultaatdoel.

Die laatste, het resultaatdoel, is in ­deze tijden meteen een lastige, ook voor professionele sporters: door de coronamaatregelen is het onzeker wat er over een tijdje kan en mag. “Maar er zijn natuurlijk nog steeds een hoop mogelijk­heden”, zegt Post. “Zo is een skiër die ik begeleid, Duits gaan leren omdat hij veel in Oostenrijk traint. Maar je kunt ook een boek schrijven, sushi leren maken of trainen voor een marathon. Zelf ben ik me gaan verdiepen in hoe ik social media kan inzetten als sportpsycholoog.” Post hoopt dat ze – als de coronasituatie voorbij is – op een positieve manier kan ­terugkijken op hoe ze deze periode door is gekomen. “Dat is eigenlijk ook een resultaatdoel.”

Met zo’n resultaatdoel staat er een stip aan de horizon. Belangrijk, maar de ervaringen die je op weg naar dat resultaat opdoet, zijn nog veel belangrijker: die zitten verpakt in de proces- en prestatiedoelen. Post: “Stel dat jij een boek zou willen schrijven, dan is bijvoorbeeld een procesdoel dat je daar iedere dag twee uur aan besteedt en het prestatiedoel dat je iedere week een hoofdstuk schrijft. Als je in zo’n schema iedere week een blokje af kunt vinken, beleef je iedere week een succeservaring, en die zijn belangrijk om de routine vol te houden. Ik ken maar weinig mensen die niet goed gaan op succeservaringen.”

Post zegt dat je 80 procent van je succes zou moeten halen uit de proces- en prestatiedoelen en 20 procent uit het resultaatdoel. “Daarom is het ook niet altijd erg om het resultaatdoel niet te halen. Dan heb je in ieder geval op de weg er naartoe voldoening en zingeving ervaren.”

Maar zijn we het station van coronaproof projecten verzinnen niet al gepasseerd? Met bijna een jaar lockdown achter de rug hebben we de zolder al opgeruimd, zijn we die wandelchallenge aangegaan of begonnen met gitaar spelen. “Je hebt niet zoveel keus, je moet wel”, zegt Post resoluut. “Als je sleur ervaart, kun je je daar even volledig aan overgeven en de zinloosheid ervaren, maar daar schiet je niet zo veel mee op. Uiteindelijk is doelen stellen en nieuwe plannen maken het enige dat helpt, hoe moeilijk dat misschien ook is.”

Wendy Post ©rv

Les 3: verveling is de beste remedie tegen sleur

“Sleur doen we onszelf aan. We zijn gewoon bang voor verveling. Ik ook”, steekt filosoof Lammert Kamphuis van wal, zonder zichzelf te sparen. “Het liefst plan ik mijn dagen helemaal vol. ’s Ochtends even sporten, daarna aan het werk, ’s avonds Netflix en de blokjes tussendoor vul ik met Instagram en WhatsApp. Dat is omdat ik bang ben voor leegtes in mijn dag. Terwijl verveling juist hét medicijn is tegen sleur.”

Dat we in eerste instantie die sleur zo opzoeken is niet zo gek, volgens Kamphuis. Wij mensen zijn gewoontedieren, dol op structuur en veiligheid. “Een grappig voorbeeld daarvan zie ik in mijn collegereeksen. Voor les twee gaan mensen vaak op dezelfde stoel zitten als in de eerste les; slaat nergens op, maar het gebeurt gewoon.” Evolutionair is onze hang naar sleur ook te verklaren, want zo’n voorspelbaar leven kost een stuk minder energie – energie die je kunt opsparen voor gevaarlijke en onvoorspelbare tijden.

Maar op een gegeven moment botst die comfortabele routine met onze primaire behoefte om onszelf te ontwikkelen; de vijfde en bovenste laag van de behoeftepiramide van Maslow. “Voor zelfontwikkeling moet je dus durven breken met zo’n volgeplande sleurdag en ervaren dat er niks is. Die leegte lijkt even vervelend, en misschien is het ook even vervelend, maar uiteindelijk zul je zien dat er als vanzelf nieuwe en creatieve ideeën opkomen.”

Daarvoor helpt het om te weten dat de oude Grieken onderscheid maakten tussen twee soorten tijd, legt Kamphuis uit. De eerste, Chronos, staat voor de meetbare tijd. De tweede soort, Kairos, is de ervaren tijd. “Als je je dag helemaal hebt volgepland volgens de Chronos, de kloktijd, kan dat tot die sleurervaring leiden. Dan drink je een kop koffie omdat het elf uur is, en niet omdat je nu zin hebt in een kop koffie. Je wordt, kortom, geleefd door de regelmaat, in plaats van dat je zelf kiest voor de regelmaat. Dat voelt minder autonoom en staat die zelfontplooiing in de weg.”

Kairos is in de Griekse mythologie behalve een term ook een God en wordt daar afgebeeld als een figuur zonder haar op zijn achterhoofd. “Het idee daarachter is dat je de Kairos niet meer terug kunt grijpen, zodra die voorbij is. Het kan dus een interessant experiment zijn om, als je sleur ervaart, eens een half uur op de bank te gaan zitten en op een Kairos-achtige manier op te laten komen waar het op dat moment blijkbaar tijd voor is. Zo verleid je jezelf om uit die bestaande structuren te komen.”

Nu hoeft dat mijmeren niet altijd in meditatie­houding op de bank plaats te vinden. Het kan ook terwijl je wandelt, afwast of doucht. Kamphuis besloot bij­voorbeeld om voortaan op de fiets geen muziek of podcasts meer te luisteren, zodat Kairos de volle ruimte krijgt. “Zo ben ik in de leegte van de eerste lockdown op het gestoorde idee gekomen om te gaan koudwaterzwemmen, en dat doe ik nu nog steeds. Het ontstond uit verveling, maar het levert me nu elke dag – op het moment dat ik er zin in heb – veel plezier op.”

Lammert Kamphuis ©x

Lees ook:

Verveling en sleur, dus zijn studenten meer drank en drugs gaan gebruiken tijdens de lockdowns

Studenten zijn meer drank en drugs gaan gebruiken sinds het begin van de coronapandemie, blijkt uit een enquête. Verveling en sleur eisen hun tol.

Waarom verveling door de lockdown eigenlijk heel nuttig is

Waar de één tal van nieuwe hobby’s ontwikkelt in quarantainetijd, staart een ander passief voor zich uit. Over nut en nadeel van verveling.