Ultieme opruimer gooit niets weg

We moeten meer onthechten en ons daarbij laten inspireren door het taoïsme. Vindt Michel Dijkstra, docent en publicist van oosterse filosofie.
Wie iets bewaart alleen voor de herinnering, kan beter de herinnering bewaren. ©Getty Images/iStockphoto

'Opgeruimd staat netjes!' Wat bedoelen we eigenlijk met deze uitdrukking? In de eerste plaats: mooi dat we van onze rommel af zijn. De open plek die in de woonkamer, berging of rommelschuur ontstaat, geeft ons letterlijk bewegingsvrijheid. Totdat zij, meestal sneller dan we denken, met een nieuwe bende is gevuld. Waarna het liedje opnieuw begint... Staat opruimen dan gelijk aan wegdoen? En hebben we op die manier werkelijk iets opgeruimd?

Dat is de vraag. Als je met een filosofisch oog naar het fenomeen 'opruimen' kijkt, dan heeft het wegdoen van rommel een onberedeneerde bijklank. Omdat we zonder na te denken onze spullen in de afvalbak smijten, is de kans groot dat we ze opnieuw aanschaffen. Onbereflecteerde verlangens en impulsen slepen ons mee. Met alle nare consequenties voor onze eigen leefruimte en in het verlengde daarvan het hele wereldmilieu.

In Japan, het land met een buitengewoon grote interesse voor orde en reinheid, is er een treffende zegswijze: 'De vloer schoonmaken is je eigen geest schoonmaken'. Wie met aandacht de vloer dweilt, kan ontdekken dat zo'n op het eerste gezicht vervelend werkje zijn binnenkamer tot rust brengt. Zoiets geldt denk ik ook voor opruimen. Iemand die zijn rommelschuur uitmest, kan meer of minder aandachtig nadenken over de zaken die hij wil behouden of juist niet.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Is het door een muis aangevreten, knalgroene fleecekleed waarop vroeger mijn baby's speelden de moeite van het behouden waard? Na enig denkwerk is mijn antwoord: 'Nee!' De enige reden dat ik het kleed bewaarde, was de herinnering aan de spelende baby's. Maar die heb ik ook zonder het object. Terwijl ik naar buiten stap met het fleecekleed in de hand valt mijn oog op een bloempot vol walnoten onder het afdak. Ze zijn door de kinderen van het kletsnatte gras geraapt en drogen nauwelijks. Maar op een bijzettafeltje met het fleecekleed als ondergrond... Op die manier krijgt het overbodige object onverwacht een tweede leven.

Zo'n nieuwe toepassing is mogelijk omdat het echte opruimen in de geest gebeurt. Wie zich realiseert dat hij dingen alleen vanwege herinneringen bewaart, kan het soms wellicht bij de herinnering houden. Zo maakt hij zich los van zijn begeerte tot bewaren en ziet hij het overtollige object in een nieuw licht, waarin een andere toepassing zich plotseling aandient. Opruimen verandert op die manier in de beoefening van wat ik graag noem: de moderne deugd 'onthechting'. Met dit begrip bedoel ik niet dat we de banden tussen onszelf en ons bezit radicaal moeten doorsnijden. In tegendeel: het gaat om een aandachtig doordenken en doorvoelen van onze verhouding tot storende objecten. Zoiets kan ruimte geven.

In de filosofie van het taoïsme kan de mens inspiratie voor onthechting opdoen door de Weg of Tao te volgen. Deze bron van alle dingen hergebruikt alles wat er is op eindeloos creatieve manieren: als een mens sterft, kan hij bij wijze van spreken een pootje van een cicade worden. De Weg gooit dus niets weg. Of te wel: 'Niet opgeruimd staat netjes!' Misschien iets om een voorbeeld aan te nemen?

Michel Dijkstra is docent en publicist op het gebied van oosterse filosofie. Dinsdag 5 november houdt hij een lezing over opruimen bij Radboud Reflects, aanvang 19:30 uur