Terwijl Kaag op tafel danste, zat een andere vrouw gedesillusioneerd thuis

Een tijdstip om te onthouden: 19.37 uur. Dat was het moment waarop een slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag binnen D66 de conclusies van een vertrouwelijk rapport te horen kreeg die haar in het gelijk stelden. Het was niet zomaar een tijdstip op zomaar een dag, nee: het was 17 maart 2021, de dag van de Tweede Kamerverkiezingen. Over pakweg anderhalf uur zouden de stembussen sluiten.

De vrouw, die gestalkt en geïntimideerd zegt te zijn door een partijstrateeg, had drie weken eerder moeten aanzien hoe Sigrid Kaag de conclusies uit het openbare rapport van integriteitsbureau Bing soepeltjes en semantisch samenvatte. ‘Uit het rapport blijkt voor mij nergens dat in onze vereniging sprake is van een structureel onveilige omgeving’, aldus de lijsttrekker. (Let op dat handige woordje ‘structureel’.) In Nieuwsuur pochte Kaag vervolgens dat de partij ‘transparant’ handelde door het document te delen met alle leden, en dat D66 ‘koploper’ ging worden in de aanpak van seksuele intimidatie. Frans van Drimmelen, de partijstrateeg om wie het ging, concludeerde grif dat de beschuldigingen aan zijn adres ‘ongegrond’ waren verklaard.

Ook toen leek het al een tikkeltje te optimistische weergave van het rapport (dat zowel de specifieke casus als de partijcultuur moest onderzoeken). Negen vrouwen, van wie vijf jonger dan 25 jaar, hadden immers een melding gedaan van grensoverschrijdend gedrag, veelal door machtige mannen in de partij. Ook repte het rapport van een gesprek dat de politie was aangegaan met Van Drimmelen over zijn gedrag jegens de vrouw, maar in een zonnige partij van alleen maar nette mensen is zoiets kennelijk geen reden tot zorg.

En nu blijkt dus uit knap onderzoek van Avinash Bhikhie en Natalie Righton, parlementair verslaggevers van de Volkskrant, dat er heel wat licht schijnt tussen de florissante uitleg die D66 aan het rapport gaf en de vertrouwelijke bijlage waarin het gedrag van de partijstrateeg wél grensoverschrijdend wordt genoemd. Dat het vertrouwelijke deel pas op de dag van de Tweede Kamerverkiezingen werd verspreid onder betrokkenen, waardoor een eventueel lek geen schade meer kon toebrengen aan Kaags zegetocht. Dat zíj die avond op een tafel danste als boegbeeld van vrouwelijke hoop, terwijl een andere vrouw gedesillusioneerd thuiszat, vermorzeld door de spinnerij van een handige beeldvormingspartij.

Want daar komt het geleur met woordjes als ‘structureel’ en ‘transparant’ natuurlijk op neer. Ze klinken daadkrachtig, maar kunnen tegelijkertijd alles en niets betekenen. Want hoe stelt Kaag zich een ‘structureel’ onveilige werkomgeving eigenlijk voor? Dat vrouwen zich eerst over een stormbaan opgetrokken uit testosteron moeten worstelen voordat ze eens een campagnefolder mogen uitdelen, of is het ook erg genoeg dat serieuze signalen van intimidatie en stalking nauwelijks consequenties hebben als de man in kwestie nogal belangrijk is voor de partij?

Zo zijn er meer vragen. Hoe verhoudt een ferme zin als ‘dit gedrag tolereren wij niet’ zich tot het gegeven dat Van Drimmelen nog twee jaar voorzitter van de talentencommissie bleef, zelfs nadat de politie erbij was gehaald? En betekent ‘transparant’ in D66-kringen dat een rapport met de bevredigende conclusie openbaar wordt gemaakt en de bijlage met een onwelgevallige conclusie in de lade verdwijnt? 

Tijdens de campagne zei Kaag graag dat D66 een partij van waarden is, ‘maar ook pragmatisch’. Voortaan denk ik bij moreel en nieuw leiderschap aan dat tijdstip: 19.37 uur, 83 minuten voor de sluiting van de stembussen.