Steeds weer overbluft door de fakkelaars

Groningse romans: Hoe het noorden werd gekoloniseerd

Drie romans gaan in op het aardgas- en bevingsdrama in Groningen. Onverzettelijke, zwijgzame noorderlingen krijgen een stem.
→ De sculptuur Gasmolecule, in de berm van de A7, in 2009 onthuld om te herdenken dat 50 jaar eerder het Slochter aardgasveld was ontdekt. ©Hollandse Hoogte / Corné Sparidaens

In de literatuur spreek je van een trend bij drie vaag vergelijkbare boeken met hetzelfde publicatiejaar. Drie boeken met dezelfde plaats van handeling, verschenen binnen een spanne van zeg een paar jaar? Rekenen we ook goed. Critici zoeken nou eenmaal graag naar dwarsverbanden. Wie jaar in jaar uit individuele gevallen beoordeelt, gaat vroeg of laat vanzelf op zoek naar grote lijnen. Het gevaar is dat je, bij gebrek aan al te duidelijke overeenkomsten, die lijnen dan maar gewoon zelf trekt, of op zijn minst wat dikker aanzet, en dat je toevalligheden tot een trend - of tot een heel nieuw genre - benoemt.

Met die disclaimer in het achterhoofd toonde het najaar van 2018 op zijn minst één opvallende opleving: die van de Groningse roman. Of nog specifieker: de Groningse gasbelroman. Eind oktober was er Schokland, van Saskia Gold- schmidt. Een paar weken later volgde Liefde & aardbevingen, van Jan Mulder. Weer een paar weken later: De aanloopman van Martine de Jong.

Onverbrekelijke band

De titels zijn veelzeggend. Bij Mulder komen de bevingen, in volgorde van belangrijkheid, pas ná de liefde (zoals alles, eigenlijk). Bij Goldschmidt draait vrijwel alles om de Groningse grond, en de onverbrekelijke, ruwe band tussen mens en landschap - een onverbiddelijke liefde die veel wegheeft van een noodlot. Probeer maar eens uit de klei te komen als je er al generaties lang in vastgezogen zit. Liefde tussen mensen, romantische liefde, is een bijzaak, een luxe - om niet te zeggen een verzinsel van verwende stedelingen, die liever hun hoofd op hol brengen dan hun handen vuilmaken.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Schokland is misschien wel de meest Groningse, meest plattelandse, van de drie gasbelromans. 'Schokland' is de naam van de statige boerderij van de familie Koridon, 'een trotse hoeve in een zee van klei'.

Al anderhalve eeuw trotseert de familie storm en bliksem, veerampen en familietrauma's. Maar tegen de nietsontziende hebzucht van overheid en multinationals valt niet op te boeren. De stalmuren vertonen steeds grotere scheuren, de keuken verzakt en wordt zelfs tot verboden terrein verklaard. Ondertussen heerst er tussen de jongste generaties een grimmige gewapende vrede. Dochter Femke (21) wil modern boeren, 'natuurinclusiever'. Moeder Trijn wil uitbreiding, en vermoedt dat biologische landbouw, en de overheidssteun daarvoor, op zijn best een politieke gril is, en waarschijnlijk gewoon oplichterij.

Stadse hebzucht

Dat wantrouwen richting de politiek is terecht. Als de Groningse romans één ding duidelijk maken, is het wel dat de gaswinning een grof schandaal is, en dat de stadse hebzucht alleen overtroffen wordt door de minachting voor de noorderlingen. Zowel bij Goldschmidt als bij Mulder, en in mindere mate bij Martine de Jong, wordt de wrede kolonisatie van de bodem - van de hele provincie - hautain weggemoffeld door zalvende politici en andere beroepsverdoezelaars. In eerste instantie leggen de stugge Groningers het af tegen de gladde praters uit de Randstad - maar ze laten zich niet klein krijgen. In elk geval de familie Koridon niet.

In Schokland leeft Saskia Goldschmidt zich indrukwekkend in het boerenleven in, dat ze geduldig beschrijft, in stijlvolle zinnen en authentiek aandoende vak- of streektermen: maar (als zelfstandig naamwoord), ree (niet het dier), koppel (vergelijkbaar met veestapel). Even ademhalen: biest, grupstal, wierde, smienten, wintertalingen, luzerne, borax, knetterkneis. Gelukkig heeft ze evenveel aandacht voor de binnenwereld van haar hoofdpersonen: de geknakte illusies, het weggedrukte leed, maar ook de hoop, de strijdlust en de onverzettelijkheid.

Het onpartijdige inlevingsvermogen en de zorgvuldige documentatie maken de roman ook wat steriel: het perspectief verschuift steeds tussen Trijn en Femke, en het voelt soms alsof je naar een vredig debat kijkt, waarin de voor- én tegenstanders hun ideeën met goed onderbouwde argumenten ondersteunen.

Technisch gezien speelt Liefde & aardbevingen zich niet eens in Groningen af: bij Mulder heet het aardbevingsgebied De Barmhartigheid. De compacte roman beschrijft vooral de geschiedenis van Wilhelmus Voorbosscher, 'Oom Wee'. Kruidenier, hunkeraar, lijkopruimer na zelfmoorden; een goedmoedige, mild-anarchistische natuur, in een dorp waarin een goed humeur al verdacht is, en zichtbare levenslust ronduit vunzig.

Mulder beschrijft Wees lot met evenveel liefde als humor, in glanzend opgepoetste zinnen. De gevolgen van de gaswinning dringen zich ondertussen steeds nadrukkelijker op, met de beroepsverdoezelaars in hun kielzog, en uiteindelijk gaat de hele streek al net zo onverbiddelijk ten onder als Wilhelmus Voorbosscher.

De soms wat overhaaste wendingen en het vreemde vertelperspectief (vanuit Wees filmmakende nichtje, een bijfiguur) leggen het af tegen Goldschmidts strakkere greep, maar je zou Schokland iets meer van Mulders speelse, scherpe ironie gunnen.

Bodemterreur

Van de drie gasbelromans is De aanloopman van Martine de Jong nog het minst Gronings. De gaswinning is meer een aanleiding dan een thema op zich - pas tegen het slot begrijpen we hoe de bodemterreur verbonden is met Johanna's steeds minder rustige leven.

Maar De aanloopman is in de eerste plaats een vermakelijke familie- en relatieroman. Anders dan bij Goldschmidt en Mulder is Groningen voor De Jong vooral vruchtbaar terrein om een licht krankzinnig verhaal op (of onder) te situeren. Maar ook uit háár roman spreekt een scherp inzicht in - en impliciete kritiek op - de voor de Groningers rampzalige gevolgen van de gaswinning.

Naast hun levendige decor hebben de drie schrijvers misschien wel vooral dát gemeen. De hoofdpersonen van Schokland, en eigenlijk alle getroffen Groningers, worden in alle drie de boeken steeds weer overbluft door de randstedelijke zwendelaars, 'de fakkelaars': ze hebben 'de moed, de woorden en de hoop' niet om zich te verzetten.

Goldschmidt, Mulder, en (in mindere mate) De Jong hebben dat wél: ze zetten de zwijgzame, onverzettelijke Groningers luid en duidelijk neer - ze geven ze woorden, zonder iets aan hun krachtige stilte af te doen.