Sociale huurwoning verkocht voor 1 miljoen euro: ‘Zo drijf je gewone mensen de stad uit’

Een sociale huurwoning verkopen voor 1 miljoen euro? Het kan in Amsterdam, ondanks een oproep van de gemeente om corporatiebezit niet meer van de hand te doen. Verkoper Ymere zegt dat de verkoopopbrengsten juist onmisbaar zijn voor meer sociale nieuwbouw. 
Actievoerders Jan Leegwater en Boudewijn Rückert

In november stonden Jan Leegwater en Boudewijn Rückert nog voor de woning in de Heinzestraat in Amsterdam, om met andere leden van hun actiegroep ‘Niet te koop’ te demonstreren tegen wéér een verkoop van een sociale huurwoning. En deze keer hangt er ook nog een prijskaartje aan van 1 miljoen euro.

 De actievoerders zien met lede ogen aan dat woningbouwverenigingen doorgaan met het afstoten van hun zeer gewilde woningen, ondanks een oproep van het Amsterdamse gemeentebestuur daarmee te stoppen. Dus staan Leegwater en Rückert een keer per maand met spandoeken voor een woning waaraan weer zo’n gevreesd te-koopbord hangt.

Over enkele weken wordt de eigendom van de woning in het gewilde Oud-Zuid overgedragen bij de notaris. Een particuliere koper is bereid precies de vraagprijs te betalen.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

De woning ligt op de eerste en tweede verdieping. ©Google Streetview

Met dit soort verkopen worden ‘gewone mensen’ verdreven uit Amsterdam-Zuid, zegt Jan Leegwater, zelf huurder in de buurt. ‘Een leraar of een trambestuurder komt de wijk niet meer in. De laatste betaalbare woningen gaan in de uitverkoop. Zuid wordt een kolonie voor miljonairs, yuppen, tweeverdieners en expats. En die klok draai je nooit meer terug.’

Een woning van een Amsterdamse corporatie brengt op de vrije markt gemiddeld 340 duizend euro op. Maar nu gaat het om een dubbele bovenwoning in de Concertgebouwbuurt, tussen de statige Apollolaan en het oude Vondelpark. Een woning bovendien in de stijl van de geliefde Amsterdamse School, met 163 vierkante meter woonoppervlakte en acht kamers over twee verdiepingen.

Wenselijkheid

De woning van woningbouwvereniging Ymere werd sinds 1989 verhuurd aan een groot gezin, en uiteindelijk alleen aan de vader ervan, met 707,38 euro als laatste kale maandhuur. Renovatie is dringend gewenst, vertelt woordvoerder Coen Springelkamp van Ymere. Inclusief verduurzaming zou Ymere er, alvorens het weer te verhuren, nog eens zo’n 150 duizend euro voor uittrekken.

De verkoop van sociale huurwoningen kwam onlangs weer in de belangstelling door een oproep van de gemeente Amsterdam aan de corporaties om de verkoop van hun woningen te staken. Zouden de woningstichtingen dat niet doen, dan zou de gemeente ze zelf gaan opkopen. Althans, wethouder Laurens Ivens (wonen) bespreekt binnenkort met de raad of er een onderzoek komt naar de wenselijkheid van een rol van de gemeente als huisbaas.

Ivens hoort met afgrijzen aan dat Ymere weer een woning in Zuid verkoopt. ‘Dat er verkocht wordt tegen marktwaarde, dat snap ik. Maar wat mij betreft worden door de corporaties helemaal geen sociale huurwoningen meer verkocht. In dit geval is de verkoop extra pijnlijk omdat er in deze buurt nog maar weinig sociale huur over is.’

Ymere wil zo min mogelijk woningen verkopen, zegt woordvoerder Springelkamp. ‘Tegelijkertijd willen we de komende jaren vijfhonderd woningen per jaar bouwen. Voor 1 miljoen euro kunnen we vijf nieuwe woningen terugbouwen op bijvoorbeeld het Eenhoorn-terrein in Amsterdam-Oost. Daarnaast besteden we veel geld aan verduurzaming van woningen, aan het laag houden van de huren en de verhuurdersheffing.’

Die belasting voor grote eigenaren van woningen met een gereguleerde huur (die in 2013 werd ingevoerd en de corporaties zo’n 1,7 miljard euro per jaar kost) is een van de belangrijkste redenen dat corporaties woningen verkopen, samen met de financiering van nieuwbouw. In heel Nederland verkochten corporaties tussen 2009 en 2019 bij elkaar 218 duizend woningen, bleek eind vorig jaar uit onderzoek van het Kadaster.

Piek

In 2015 beleefden de verkopen een piek van ruim 30 duizend transacties, in 2019 was dat gedaald tot ruim 11 duizend. Bijna de helft van de verkochte woningen had een koopsom tot 150 duizend euro. In de grootste vier steden, waaronder Amsterdam, ging bijna een op de vijf woningen van de hand voor meer dan 250 duizend euro.

. ©.

De hoge huizenprijzen helpen om het aantal verkopen te beperken, benadrukt Ymere-woordvoerder Springelkamp. En wat dat betreft hoeft Ymere niet te klagen. Twee jaar geleden werd al een keer 1,4 miljoen euro betaald voor een vergelijkbare woning in Zuid. Een jaar later was de hoogste opbrengst 941 duizend euro, gevolgd door nog eens vier woningen voor rond de 750 duizend euro. Die laatste vijf woningen stonden niet in Zuid, maar in de stadsdelen West en Noord.

Ook in Amsterdam nam het aantal verkopen van corporatiewoningen af, tot minder dan duizend per jaar. Dat komt mede door afspraken tussen de gemeente, huurdersverenigingen en de corporaties, zegt wethouder Ivens. In 2014 werden er in Zuid 570 sociale woningen verkocht, vijf jaar later was dat aantal beperkt tot 115. ‘Dat is een kleine geruststelling, maar juist nu is het belangrijk om het corporatiebezit in Zuid niet verder te verkleinen. Anders verlies je daar definitief het ideaal van de gemengde stad.’

In zijn eigen straat in Zuid, op zo’n 5 minuten fietsen van de Heinzestraat, ziet actievoerder Leegwater dat ideaal al niet meer terug. ‘De inclusieve stad verdwijnt. De sociale nieuwbouw vind je vooral aan de rand van de stad. Daarmee veeg je ook mensen met een laag inkomen bij elkaar. Maar je moet ze ook de kans geven op een woning in een wijk die ze normaal nooit zouden kunnen betalen.’

Wat betreft de Heinzestraat is er nog een pijnlijk punt, vinden ze bij de actiegroep. De benedenwoning  uit 1928 was ooit bedoeld voor de portier van de achtergelegen meisjesschool, de verkochte bovenwoning voor de rector van de school. Rückert: ‘En juist nu kunnen leerkrachten geen woning meer vinden in de stad.’