Sigrid Kaag richt meer schade aan dan er toch al was

Ik zei nog tegen mezelf: niet naar die D66-persconferentie gaan kijken, laat je niet afleiden, je hebt andere dingen te doen. Ik was me aan het verdiepen in de datahonger van onze overheid, die op geen enkele manier te stillen is, en waar het parlement veel te gemakkelijk aan toegeeft. Trouw berichtte daar donderdag over, en SP-Kamerlid Renske Leijten wees er vervolgens op dat de Kamer eerder deze week nog een gevaarlijke wetswijziging goedkeurde over het delen van adresgegevens. ‘Nul journalisten op de publieke tribune’, tweette ze.

Het is een klacht met de scherpte van een tweezijdig zwaard; de media hebben te weinig aandacht voor het taaie wetgevende werk van het parlement, maar hetzelfde geldt voor het parlement zelf. Beide partijen duiken te graag op de ophef van de dag, want waar de reuring is daar is het publiek, en kijk, nu deed ik het zelf ook, want ik wilde toch weten hoe Sigrid Kaag zich zou gaan redden uit de affaire rond grensoverschrijdend gedrag in haar eigen partij. Waarbij ‘grensoverschrijdend gedrag’ nogal een eufemisme is. Het ging om stalking, chantage en bedreiging. En dat was onder het tapijt geschoven, wisten we sinds vorige week dankzij de Volkskrant.

Wat we te zien kregen was een lelijke oefening in damagecontrol, die meer schade aanrichtte dan er toch al was. Dat ging ten koste van de vrouw die deze zaak aanhangig had gemaakt, maar ook ten koste van het morele leiderschap dat Kaag altijd zei voor te staan. Ze koos voor de uiterst formele positie dat zij als politiek leider buiten deze affaire stond, het was een zaak van het partijbestuur en advocaten. Strikt organisatorisch klopte dat, maar zo ging ze geheel voorbij aan haar informele gezag als partijleider. Niet voor niets wendde het slachtoffer zich tot haar, toen bleek dat het bestuur de werkelijke toedracht verborgen hield in een ‘vertrouwelijk’ deel van het onderzoek naar wangedrag van partijstrateeg Frans van Drimmelen.

Pas na aandringen van de journalisten erkende Kaag dat ze het bestuur daar niet zo gemakkelijk mee had moeten laten wegkomen, al zei ze ook dat een cruciaal appbericht van de betrokken vrouw haar ‘niet meer voor de bril’ stond. Dat ging toch verdacht veel in de richting van de niet-actieve herinneringen van Mark Rutte. Waarom niet gewoon gezegd dat ze zich wel voor de kop kon slaan? Dat zou nog wel passen bij moreel leiderschap, denk ik. In plaats daarvan beklaagde ze zich over de kritische vragen die ze kreeg en verweet ze de pers meer geïnteresseerd te zijn in de ophef dan in het slachtoffer.

Ik begrijp wel dat het tegen de intuïtie ingaat, zo lollig is het niet om gegrild te worden door een zaaltje journalisten, maar ik zou het sterk hebben gevonden als Kaag de Volkskrant zou hebben bedankt voor het blootleggen van een ernstige misstand in haar partij. Ze zal toch niet liever hebben gehad dat de feiten verborgen zouden zijn gebleven, en er dus geen maatregelen zouden zijn genomen om herhaling tegen te gaan?