Sander Schimmelpenninck: ‘Ik bleek minder geschikt dan ik zelf veronderstelde’

Journalist Sander Schimmelpenninck (36) stopte als presentator bij Op1 en vertrekt na vier jaar hoofdredacteurschap nu ook bij Quote. Hij wil meer tijd met zijn vriendin in Zweden doorbrengen en een mediabedrijf oprichten. ‘Ik moest bij Op1 vaak gesprekken voeren over dingen die ik mateloos oninteressant vond.’
Sander Schimmelpenninck: ‘Ik was te veel in posities gekomen die mijn geloofwaardigheid begonnen aan te tasten.’ ©Ernst Coppejans

Sander Schimmelpenninck belt. Hij wil iets toevoegen aan het vraaggesprek dat we twee dagen eerder voerden. ,,Ik ga weg bij Quote. Dat wist ik eigenlijk al toen we elkaar spraken, maar ik wist toen nog niet precies wanneer. De kogel is nu door de kerk. Misschien moeten we nog even een tweede gesprek voeren?”

Operatie Schoon Schip. Zo kan de zomer van Schimmelpenninck gerust worden genoemd. Hij stapte op als presentator van de talkshow Op1 op de donderdagavond, vertrekt als hoofdredacteur bij Quote en hij gaat ‘aanzienlijk meer tijd’ doorbrengen in Zweden, bij zijn vriendin Lotta. ,,Ik hoef straks niet meer op de redactie te zijn en me ook niet meer elke donderdag in de tv-studio te melden. In die zin heb ik mijn vrijheid terug.”

Hoe voelt dat?
,,Nou ja… Ik was te veel in posities gekomen die mijn geloofwaardigheid begonnen aan te tasten, vrees ik. Ik speelde, zeker bij Op1, een rol die bij nader inzien te ver af stond van wie ik echt ben.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Hoe kwam dat?
,,Vorig jaar december kwam de vraag of ik Op1 wilde presenteren, boven op het tv-werk dat ik al deed, zoals Dragon’s Den. Ik werd gebeld en dacht oprecht: ik zie dit niet zo zitten. Zoals dat gaat, werd me door vrienden en vakgenoten gezegd: ‘Probeer het gewoon. Het is een unieke kans.’ Toen dacht ik: waarom niet? Het is een experiment. Ik zet mijn schouders eronder en dan zien we wel verder.”

Wist u meteen: verkeerde keuze?
,,Dat ook weer niet. Ik werkte samen met leuke mensen, en de chemie met mijn ­co-host Welmoed Sijtsma was goed. Ik merkte alleen snel dat ik moeite had interesse op te brengen voor zaken die ik persoonlijk helemaal niet interessant vond. Of preciezer: ik moest best vaak gesprekken voeren met mensen over dingen die ik mateloos oninteressant vond.”

‘Het dagelijkse nieuws wond me ook niet echt op.’ ©Ernst Coppejans

..Het dagelijkse nieuws wond me ook niet echt op. ‘Het gesprek van de dag’, wordt dan gezegd. In de praktijk komt dat neer op eendimensionaal navertellen wat eigenlijk al bekend is. Een tekort aan mondkapjes? Dan moest ik ’s avonds met een aardige mevrouw uit Nieuwegein nog eens praten over hoe dat is, een tekort aan mondkapjes. Ik moest mezelf dan echt bij de les houden. Omdat het niet over duiding ging of over de achtergronden, maar puur om wat aan de oppervlakte lag.”

U kwam terecht in wat zonder ironie de ‘talkshowoorlog’ werd genoemd.
,,Jort (Kelder, red.) had me al gewaarschuwd: weet wel dat het hierna gedaan is met je onbevlekte imago. Ik moest daar wat om lachen. Achteraf had hij gelijk. De aandacht voor talkshowhosts is onder een bepaalde groep mensen bizar groot. Er bestaat online een parallelle werkelijkheid. Daarin zijn voornamelijk oude ­mannen de hele dag bezig hun mening te ­ventileren. Gek genoeg bepalen die nietsnutten in Hilversum best wel de sfeer. Het heeft me verbijsterd dat bij de NPO tot in de hoogste regionen naar dat geleuter wordt geluisterd. Oude mannen op ­inter­­­net, kijkcijfers, stukjes op Mediacourant.nl: het wordt allemaal veel te serieus genomen. Met als gevolg dat iedereen bij de omroep vooral met elkaar bezig is. Al moet ik zeggen dat ik gelukkig altijd vertrouwen kreeg van WNL-baas Bert Huisjes, een fijne vent.”

Maar verder miste u een visie?
,,Dat is, denk ik, de tragiek van ouder ­worden: erachter komen dat iedereen maar wat doet. Zeker in de media, door de digitalisering gedwongen de koers te ­wijzigen, komen conservatievere krachten bovendrijven. De angst voor echte verandering is groot. Daarbij veroudert het ­kijkerspubliek. Het aanbod wordt daarop afgestemd: middle of the road en klein­burgerlijk.”

Had u dat niet beter van tevoren kunnen bedenken?
,,Natuurlijk. Ik ben te gretig geweest. En ik bleek ook minder geschikt dan ik zelf veronderstelde. Als er al een keer gesprek voorbijkwam waar ik naar uitkeek, merkte ik dat ik verlamde. Dan wilde ik te graag. Die gesprekken liepen ook niet lekker; ik liet me te veel leiden door alle instructies en meningen. Dan wilde ik toeslaan, maar ging ik toch af op de vraag die in mijn ­oortje werd ingefluisterd. Ik ben gaandeweg in mijn schulp gekropen. Dat is niet de plek waar ik op m’n best ben.”

‘Graaf Sander’, zoals u op Twitter wordt genoemd, ging op dat platform intussen nogal tekeer tegen #domrechts. Was dat handig voor een presentator van een actualiteitenprogramma? Moet die niet objectief zijn?
,,Dat was mijn grootste zorg vooraf: dat ik mezelf moest inleveren. Dat was helemaal niet nodig, werd me op het hart gedrukt. Ik ben me niet anders gaan gedragen dan hoe ik al deed: ik ventileer nogal uitdrukkelijk mijn mening, ik heb een column en vind het leuk op Twitter soms ronduit ­vervelend te zijn tegen mensen die dat verdienen. De polemiek hoort erbij. Bij de omroep werd gezegd dat mijn uitgesproken mening juist prima was. Dat bleek niet zo te werken. Wat ik deed, kwam onder een vergrootglas te liggen. Dan zijn er toch mensen die denken: het zijn mijn belastingcenten, en die zit jij met jouw bevoorrechte, arrogante hoofd hier te ­verbrassen. We gaan je pakken.”

Pakken?
,,Dat is geen prettig gevoel; dat er een groep mensen is die je echt te grazen wil nemen, al is dat vooral online. Ik had met die negativiteit kunnen leven als ik voor de goede zaak streed, voor iets dat groter is dan ikzelf. Dat gescheld en getier wordt pas echt onprettig als je werk onvoldoende bevrediging biedt. Nu heb ik een redelijk dikke huid. Maar al met al ging heel veel aandacht naar een onderdeel van mijn werk dat ik zelf ook steeds minder serieus ging nemen.”

Vindt u het lastig dat altijd uw achtergrond – chique jongen, opgegroeid op een landgoed in Twente – erbij wordt gesleept?
,,Heel irritant. Iedereen wil worden afgerekend op wat hij of zij doet, en niet op je achternaam. Of je nou El Ahmadi heet of Schimmelpenninck. Voor mensen die mij niet leuk vinden, is het een stok om mee te slaan. Terwijl ik toch een vakgebied heb gekozen dat voor mensen van adel niet per se bekend terrein is.”

‘Ik heb gewoon net iets te veel een hekel aan autoriteit.’ ©Ernst Coppejans

,,Misschien is het ook verwarrend. Dat ik niet in een hokje pas. Al moet gezegd: die hokjes bestaan helemaal niet meer. Jonge generaties vinden het doodgewoon dat iemand liberaal is en toch progressieve geluiden laat horen in de Volkskrant. Denken in links en rechts is voor huidige twintigers geen optie meer.”

Uw cv oogt als een aanklacht tegen hokjesdenken. Van de advocatuur ging u naar een eigen pizzeria in De Pijp.
,,Op het Gerard Douplein, ja. Het was een serieuze stap, al had het ook wel iets van keten. Ik ben laat serieus gaan nadenken over mijn werk. Ik was wat in slaap gesust door het feit dat alles me redelijk makkelijk af ging. Voor je het weet ben je afge­studeerd en heb je een baan op een mooi ­kantoor op de Zuidas.”

,,Op een gegeven moment dacht ik: waarom eigenlijk? Waarom ben ik hier? Zo’n kantoor paste helemaal niet bij me; daarvoor heb ik gewoon net iets te veel een hekel aan autoriteit. Ik neem niet snel iets aan van mensen die ik niet redelijk vind, ongeacht welke positie ze innemen. En het zijn natuurlijk vooral onredelijke mensen die hechten aan status en hiërarchie.”

U werkte bij het prestigieuze advocatenkantoor Houthoff Buruma. Ik blijf benieuwd hoe u in die pizzeria belandde.
,,Ik had ontslag genomen en werd door een andere partner weer teruggevraagd. Na anderhalf jaar moest ik weer op gesprek komen. Toen vroeg mijn baas wat ik nu eigenlijk wilde. Hij had gelijk. Het was niets voor mij. Ik ben toen met mijn goede vriend Jaap (Reesema, red.) een pizzatent begonnen. Ik wilde ondernemen, geen baas boven me hebben en verantwoordelijk zijn voor alles. Dat is gelukt. We hebben de zaak in 2012 geopend en in 2015 verkocht. Een tweede zaak in de Foodhallen ging in 2014 open en is in 2016 verkocht. Beide met een bescheiden winst. We begonnen in de ­crisis. Toen we stopten, konden we bij de verkoop wat goodwill vragen.”

Wanneer dacht u: ik word journalist?
,,Al tijdens de advocatuur kwam ik erachter dat ik generalist ben en dat ik goed kon schrijven. Dat wilde ik naast die pizzatent dan ook gaan doen. In 2013 kwam ik bij Quote terecht.”

En drie jaar later was u hoofdredacteur?
,,Dat ging best snel, ja. Quote heeft altijd een loyale, stevige basis gehad. Die luxe had mijn voorgangers wat zand in de ogen gestrooid. Er werd niet door iedereen heel hard gewerkt en online moest veel gebeuren. We zijn evenementen gaan organiseren. En het belangrijkste: Quote is een veel jongere doelgroep gaan aan­spreken.”

,,Het hoofdredacteurschap heb ik op mijn eigen manier vormgegeven, door vooral in te zetten op vernieuwing en inhoudelijke verbetering van het blad. Het is geen in beton gegoten baan – het is maar net wat je ervan maakt. Sommige dingen, zoals leidinggeven, vond ik minder interessant. Ik ben geïnte­resseerd in schrijven en opinievorming; ik verzin graag verhalen voor anderen. Vergaderen en met Excelsheets in de weer zijn, trekt me helemaal niet. Daarbij richt Quote zich traditioneel op een kleine groep mensen. Voor mijn ontwikkeling was het beter om te vertrekken en mijn journalistieke blik op een bredere horizon te richten.”

Weg bij Op1. Weg bij Quote. Wat zegt dat over u?
,,Het breekpunt was mijn optreden in de podcast van Alexander Klöpping en Ernst-Jan Pfauth, afgelopen juni. Daarin vertelde ik over mijn zucht naar onder­nemerschap. Zij zeiden iets in de sfeer van: waarom zet je die stap niet nu? Wat of wie houdt je tegen? Daar had ik geen goed antwoord op.”

Ik begreep ook dat uw Zweedse ­vriendin Lotta hierin een belangrijke rol speelde.
,,Lotta leidt een ander leven dan ik. Zij heeft het oesterbedrijf van haar vader en oom overgenomen, en moest daarvoor harde keuzes maken. Ze koos ervoor zich ergens met hart en ziel in te storten en keek daarom wat meewarig naar mijn getwijfel. In Göteborg weet verder natuurlijk niemand wie Sander Schimmelpennick is. Dat werkt ook enorm relativerend.”

,,Lotta, nogal gehecht aan onafhankelijkheid, is altijd kritisch geweest over de stappen die ik recent zette. Zij merkte dat ik er niet overal plezier in had en vond het teleurstellend dat ik compromissen sloot. Na de podcast bij Alexander en Ernst-Jan zei ze dan ook: ‘Ga doen wat je hart je ingeeft. Wat heb je nog nodig om genoeg vertrouwen te voelen om die sprong te wagen?’ Dat waren goede, dierbare gesprekken. Ik heb dankzij onze ­Zelf­spodcast, presentatieklussen en een bescheiden investering in Kroatië – ik heb daar wat appartementen – genoeg inkomsten, en ik wil graag een mediabedrijf oprichten. Dan is al die afleiding alleen maar zonde.”

U gaat ook grotendeels in Zweden wonen, toch?
,,Wij hebben lang als twee onafhankelijke mensen geleefd die elkaar af en toe opzoeken en het dan gezellig hebben. Maar we worden ouder en de behoefte om een basis te creëren – of zeg maar gerust: een gezin te vormen – groeit. Voor een groot deel van mijn werk hoef ik straks niet meer op een kantoor te zitten. Dus zal ik zo’n vijftig procent van mijn tijd in ­Zweden zijn, en de rest van de tijd verdelen tussen Amsterdam, Twente en zo nu en dan een weekje in ­Kroatië.”

Hoe heeft u Lotta eigenlijk ontmoet?
,,Ik zag haar op de Tafelberg in Zuid-Afrika, in 2015. Ik dacht meteen: wie is dat in hemelsnaam? Maar ik ben geen Italiaan, dus ik durfde niets te zeggen. Totdat ik haar ’s avonds in de kroeg weer tegenkwam. Toen heb ik er wat biertjes in gegooid en heb ik haar aangesproken. Dat was nog best hard werken voor mijn geld. Ze was aanvankelijk niet echt geïnteresseerd. Zweden zijn in het algemeen niet zo dol op het directe karakter van Nederlanders. Dat ervaren ze al snel als een aantasting van hun persoonlijke ruimte.”

U zei net: Ik wil een mediabedrijf oprichten. Wat voor bedrijf moet dat worden?
,,Jaap, onze producer Titus en ik kunnen in principe leven van de Zelfspodcast. Dankzij de advertentie-inkomsten en er komt nog wat binnen door de betalende leden die we hebben. Dat is toch fantastisch? Dat ik dit kan doen met mijn beste maatje. Bij Op1 was de gemiddelde kijker in de 60 jaar. De gemiddelde luisteraar van de Zelfspodcast is 29. Dat vind ik mooi.”

,,Ik heb die podcast overigens te danken aan mijn vriendin. Zij wees me op een groot podcastsucces in Zweden. Ik denk dat er op dit gebied nog een wereld te ­winnen is. Veel podcasts ontstaan uit hobbyisme of uit het idee dat journalisten in een podcast kwijt kunnen waar online of op papier geen ruimte voor is. Wij gaan met ons bedrijf op zoek naar de beste ideeën en formats, op het snijvlak van entertainment en politiek. Ik weet dat artiesten, wetenschappers en journalisten snakken naar de vrijheid die podcasts te bieden hebben. Er zit geen omroep, uit­gever of een vergaderende redactie tussen, er is direct contact met in potentie duizenden fans en ook qua inkomsten is het duidelijk waar het geld heen gaat. Wat normaal bij een uitgever, een management of een platenmaatschappij blijft plakken, gaat nu naar de makers. In die zin is het een medium dat bevrijding biedt.”

U lijkt naar die ‘bevrijding’ te snakken. Is het wellicht te snel gegaan met uw carrière?
,,Dat vind ik niet, al zat het tempo er wel behoorlijk in. Als hoofdredacteur van Quote belandde ik echt in elke talkshow en nadat in 2018 De slimste mens had gewonnen, werd ik een soort bekende Nederlander. Ik kreeg daarna belachelijk veel aanbiedingen, maar ben echt altijd picky gebleven. Pas dit jaar was ik met Dragons’s Den en Op1 echt even heel erg zichtbaar. Met alle voor- en nadelen van dien.”

Die voordelen heb ik nog niet echt gehoord.
,,Dat is niet mijn bedoeling. Ik heb natuurlijk wel een grote kans gekregen. Daar ben ik de NPO ook dankbaar voor. Het bleek alleen niet mijn route te zijn. Overigens heb ik niet definitief afscheid genomen van mijn tv-carrière – tv blijft het grootste podium. Ik ben alleen gestopt met wat ik als vrijheidsbelemmerend beschouw.”

‘Waar kijkcijfers de toon bepalen, is geen ruimte voor echte stellingname.’ ©Ernst Coppejans

,,Het was, ook al is het pas september, een turbulent jaar. Corona is in veel opzichten een soort versneller, en dat geldt zeker voor mij; ik heb afscheid genomen van Quote en ik ben begonnen én gestopt als talkshowhost. Jort zei me laatst dat hij pas na acht jaar hoofdredacteurschap een keer een serietje voor tv ging maken. Ik heb al drie series gemaakt en ben talkshowhost geweest. Die snelkookpan was leerzaam. Maar dan moet je daarna wel strepen gaan zetten. Er staat nu een streep door talkshowhost. En een streep door hoofd­redacteur.”

Gaat u naast uw columns meer schrijven voor de Volkskrant?
,,Die columns zijn echt fijn. Ze staan natuurlijk ook in een goede journalistieke omgeving. Ik krijg veel reacties, en kan schrijven wat ik wil. Dus daar ga ik zeker mee door. En we hebben afgesproken dat ik grotere stukken ga maken.”

Toch nog even: waarom heeft u bij Op1 niet met uw vuist op tafel ­geslagen?
,,Luister, er werken daar echt veel goede en integere mensen. Maar waar kijkcijfers de toon bepalen, is geen ruimte voor echte stellingname. Zeker in de beginperiode van corona heeft Op1 heel voorzichtig geopereerd. Gezagsgetrouw. Voor kritische geluiden was geen ruimte. Ik appte de redactie rond 15 maart al de vraag waarom we de ouderen niet beschermen, zodat de rest van Nederland min of meer kon doorleven – ook om te voorkomen dat we economisch volop geraakt zouden worden. Dergelijke voorstellen werden compleet genegeerd. Dan zat ik daar weer met die Ab Osterhaus, die me ook niet kon uitleggen waarom jonge mensen moesten opdraaien voor een virus dat hoofdzakelijk voor ouderen een bedreiging is. Het was in die eerste coronamaanden redelijk zwart wit. Je bent een complotgek, of je volgt getrouw het devies van de overheid.”

En intussen werd u op Twitter het mikpunt van types die beweren het vrije woord te beschermen.
,,Het komt altijd uit dezelfde ‘nieuwrechtse’ hoek. De domheid en de lasterlijke rancune van mensen als Jan Roos, Jan Dijkgraaf of Wierd Duk vind ik echt sneu om te zien. Oudemannenpraat. Denk je eens in: dan ben je dik in de vijftig en het enige waarvoor je nog je bed uit komt, is je verslaving aan likes, van voornamelijk anonieme accounts. Aan de andere kant: ook dergelijke sneue types doen maar wat. Het zijn einzelgängers, verder totaal uitgerangeerd, die zich vastklampen aan hun laatste strohalm. Dat moeten de verstandige mensen hen dan maar gunnen.”

Doen we niet allemaal maar wat?
,,Dat is mijn overtuiging. Dat uiteindelijk iedereen maar wat aanrommelt. Ik bedoel daarmee dat we allemaal zoekende zijn. Of je nou bakker, schoonmaker of minister bent. Onze regering bestaat uit goedwillende, aardige mensen. Maar ook die hebben vaak geen idee wat ze doen. Ik heb dat van dichtbij kunnen waarnemen. Ook om die reden richt ik me voortaan primair op zaken waarvan ik vermoed dat ik er goed in ben. Op zaken die me daarom gelukkig maken.”

Jeugdfoto van Sander Schimmelpenninck. ©-