Ruttiaans: de taal van een huis-tuin-en-keuken-premier

Vandaag verdedigt minister-president Rutte in de Tweede Kamer de kabinetsplannen voor komend jaar. Wie zijn taalgebruik bestudeert, ziet een behendig taaltje vol gemeenschapszin.
©ANP, illustraties Studio Trouw

De jenner

Als een 43-jarige geboren Hagenaar eind 2010 premier wordt van Nederland, is deze man al een vertrouwd gezicht in de Haagse politiek. Mark Rutte is in 2002 tijdens de formatie van Balkenende-I vanuit het bedrijfsleven geparachuteerd boven het Binnenhof als staatssecretaris op Sociale Zaken. Hij bekleedde hetzelfde ambt op Onderwijs en was vier jaar VVD-leider in de oppositiebankjes. 

Voor deze Mark Rutte lijkt de stap van oppositievoorman naar premier van het meest rechtse kabinet ooit, ­relatief klein. Althans: hij acht het ­aanvankelijk niet nodig om wat gas ­terug te nemen. Dat merkt de Tweede Kamer eind 2010 ook. In die begindagen lijkt Rutte in Vak-K zijn transfer soms vergeten, zo jennend kan hij uit de hoek komen.

Het jennen is ­veranderd in knipogend plagen en uit­no­di­gin­gen om door te praten

Een bloemlezing uit het debat over de regeringsverklaring: “Ik zal het nog een keer proberen uit te leggen”; “Dat heb ik net gezegd”; “Dat klopt echt niet”; “Ik schets hoe de afspraken werken. Dat is toch logisch?”; “Uw redenering klopt niet”; “Dat is simpelweg niet waar”; “Dit slaat nergens op” en “U zou het in mijn rol blijkbaar anders doen. Prima. Dan weet ik dat.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Nog altijd is Rutte voorstander van een stevig debat waarbij aanvallen niet te persoonlijk worden genomen, maar het betweterige randje is afgeschuurd. Dat kon ook niet anders toen Rutte met parlementaire minderheden te maken kreeg en hij niet verder kon zonder hulp van de oppositie. Die hulpbehoevendheid vergde een andere, meer ­coöperatieve toon. Het jennen is ­veranderd in knipogend plagen en ­uitnodigingen om door te praten. Alleen voor Wilders haalt Rutte nog weleens grof geschut van zolder: veel PVV-plannen acht hij ‘dodelijk’ voor de Nederlandse economie of samenleving.

Premier Mark Rutte verlaat het Binnenhof op de fiets. ©ANP

De liberaal

Rutte trapt zijn premiersbestaan in 2010 af met een kabinet waarbij ‘rechts Nederland de vingers zou aflikken’. Maar meer nog dan rechts profileert Rutte zich in de jaren erop als liberaal. Te pas en te onpas geeft hij zijn gehoor, liefst linkse partijen, een spoedcursus liberaal denken. Denk niet vanuit groepen maar vanuit het individu, en: het gaat niet om gelijkheid, maar om gelijkwaardigheid.

Aan oeverloos overleg heeft de VVD’er een bloedhekel

Vanuit zijn liberale overtuiging mag Rutte ook maar wat graag de pracht van een kleine kernoverheid bezingen; hij timmerde met Rutte-II het kleinste ­naoorlogse kabinet in elkaar. Wie zijn gedroomde overheidje in de weg staat, krijgt de wind van voren. “Wij hebben in Nederland 500 bedrijven die zijn gespecialiseerd in subsidieadvies”, foetert Rutte in 2010. “Er is zelfs een vereniging van subsidieadviseurs. Dat is toch verschrikkelijk! Het is mijn heilige missie om die vereniging weg te krijgen.”

Aan oeverloos overleg heeft de VVD’er eveneens een bloedhekel, zijn ministerraden duren beduidend korter dan die onder zijn voorgangers. Plannen van aanpak? “Dat worden fopspenen, waar we met zijn allen aan zuigen en waar dan geen smaak meer uit komt.” Ook alsjeblieft ‘geen honderddagen-tournee met bussen en gepraat’, zoals Rutte Balkenende-IV zag doen. “Nee, gewoon aan de slag. Handen uit de mouwen. Een beetje Rotterdams.”

©ANP, illustraties Studio Trouw

De gemeenschapsdenker

Een visie als blauwdruk voor de toekomst vindt Rutte ‘een roze olifant die het uitzicht belemmert’, maar ondertussen heeft Rutte wel degelijk ideeën over het inrichten van de Nederlandse samenleving. Over gemeenschapszin, iets waar weinigen hem mee associëren, maar wat voor hem heel wezenlijk is. 

Ruttes ideeën daarover vloeien voort uit de liberale gedachte dat mensen die de ruimte krijgen hun leven in te ­richten en zich te ontplooien, of zich ‘invechten’, uiteindelijk, uit zichzelf, ook wat terug zullen doen voor de ­samenleving: binnen een sportclub, voor de buren en familie. Samen zorgen ze voor een ‘bezielend verband’.

Als het zou gaan om eergevoel en andere zaken, dan moet je niet in de politiek gaan

Premier Rutte

Rutte wil ‘het land mooier maken met z’n allen’ – met niksdoeners aan de zijlijn heeft hij weinig op. Hij zoekt zijn kabinetsgenoten er ook op uit, vertelde hij in 2012. Die moeten een ‘Dreesiaanse’ uitstraling hebben. “Dat zijn mensen die zich realiseren dat ze er niet voor zichzelf maar voor het land zitten.” Hij doet zijn baan ‘niet voor zichzelf’. “Ik doe het niet om de eer van het premierschap. Ik zit hier om Nederland sterker te maken. (…) Als het zou gaan om eergevoel en andere zaken, dan moet je niet in de politiek gaan.”

Ook zijn pleidooi voor een participatiesamenleving valt binnen zijn gemeenschapsideaal. “Als mensen in staat zijn om een en ander zelf op te vangen binnen de eigen familie (…) dan past het bij een samenleving om elkaar een beetje te helpen”, zei Rutte al in 2011. De premier stelt die ontwikkeling slechts vast te stellen, de overheid is hierin niet agenderend of sturend, ­precies zoals hij het graag ziet. Het is Ruttes invulling van liberaal gemeenschapsdenken, waarin de sociaal-christelijke wortels van Nederland doorklinken. 

©ANP, illustraties Studio Trouw

De metaforenman

Als metaforen getuigen van een speelsheid met taal, dan is Rutte een vrolijke woordengoochelaar. Nog altijd kan zijn gehoor zich verbazen over zijn taalvondsten. Hij kwalificeerde Wilders in 2012 na de val van Rutte-I als ‘weglooppoliticus’. Het inlegvel dat na het Oekraïne-referendum in Brussel werd bedongen, gaat de ­boeken in als het ‘geitenpaadje’ van Rutte. En dat zijn er nog ‘de stukken rood vlees’ die Rutte Wilders steeds in de politieke arena ziet gooien, in de hoop dat iedereen er gulzig op afstormt. Politicologen begonnen terstond een website onder die naam.

In zijn metaforen toont Rutte zich een doodnormale huis-tuin-en-keuken-politicus. Het regeerakkoord ‘staat als een huis’, de overheid mag geen ­‘verstikkende moltondeken’ worden en anderen maken van zijn betoog een ‘soep die niet klopt’. Ook in een debat over achterstandswijken blijft Rutte dicht bij huis: “In de wijken waar uw tuin en mijn balkon zich bevinden, concentreren deze problemen zich niet”, houdt hij D66-leider Pechtold voor. De Hollandse plaatjes zijn ook nooit ver weg, met uitdrukkingen als ‘bruggen slaan’, ‘richtsnoeren’, ‘plechtankers’, ‘economische tegenwind’ en ‘op twee kompassen varen’.

In de wijken waar uw tuin en mijn balkon zich bevinden, con­cen­tre­ren deze problemen zich niet

Premier Rutte

Soms raakt Rutte een gevoelige snaar met zijn vergelijkingen. Als het land in 2016 verhit is over de opening van nieuwe asielzoekerscentra en ­Rutte vaststelt dat sommige buurt-­bewoners zich ‘als totaal overspannen tokkie-achtigen’ bij informatiebijeenkomsten opstellen, vraagt Lion Tokkie hem daarmee op te houden. Rutte bindt in: “Ik zal uw achternaam niet meer ­gebruiken als typering voor mensen die in mijn ogen geen positieve bijdrage aan de samenleving leveren”.

©ANP, illustraties Studio Trouw

De hekkenzetter

Als iemand in Den Haag meester is in het afbakenen van zijn spreekruimte, dan Rutte. Hij bedenkt voorafgaand aan een debat zijn boodschap, zet er een hek omheen, en is voor zijn opponenten met geen mogelijkheid buiten dat verbale hekwerk te krijgen. 

Wie het toch probeert, kan rekenen op Ruttiaanse antwoorden als: “Dat is een als-dan-vraag die ik niet kan beantwoorden”; “U rekt een beetje op wat er gezegd is”; “Dat is niet mijn term”; “De heer Roemer legt mij nu allerlei woorden in de mond die ik niet heb uitgesproken”. 

Zijn te­gen­stan­ders keren na verloop van tijd murw gebeukt terug naar hun bankjes; Rutte is weer met een sprintje door het debat gerend

Ook een populaire verdedigingslinie: anderen verwijten dat zij een ‘karikatuur’ van zijn plannen maken, of dat anderen uitgaan van aannames.

Eveneens beproefd: het grapje. Wil Pechtold in 2010 van Rutte weten of hij bij zijn nieuwe staatssecretaris heeft geïnformeerd naar haar Nederlandse én Zweedse nationaliteit, antwoordt ­Rutte: “Ik wilde vooral weten of zij een Saab reed”.

Murw gebeukt door dat repeterende verweer keren zijn tegenstanders na verloop van tijd terug naar hun bankjes en voor ze er erg in hebben is Rutte met een sprintje door het debat gerend. 

©ANP, illustraties Studio Trouw

De knuffelaar

Opponenten zodanig begraven onder de complimenten dat hun boodschap nauwelijks nog hoorbaar is; het is een verbale hobby van Rutte. Hij is het ‘volstrekt’ of ­‘volledig’ met zijn tegenstander eens, om na de komma diens redenering ­onderuit te schoffelen. Dit doodknuffelen begint met zinnen als: “Ik deel de analyse van de heer Roemer, want hij slaat de spijker op z’n kop” of “Die ­inzet, mevrouw Halsema, delen u en ik volledig”. Na het compliment wacht dan de koude douche: “De motie had een fantastische strekking, maar was helaas ongedekt”.

Hij is het ‘volstrekt’ of ­‘volledig’ met zijn te­gen­stan­der eens, om na de komma diens redenering ­onderuit te schoffelen

Ook tegenstanders die met grote woorden afstand proberen te nemen van het kabinetsbeleid, drukt Rutte ­tegen de borst. Als Wilders Rutte in 2013 verwijt dat verzorgingshuizen sluiten terwijl er bakken met geld naar Griekenland gaan, benadrukt Rutte hun overeenkomende zorgen: “Hoezeer de heer Wilders ook probeert om een verschil van mening te suggereren tussen mij en hem, wij zijn het daar ­volkomen over eens, van A tot Z. Het gaat er hier om hoe wij ouderen in ­Nederland op een fatsoenlijke manier hun oude dag laten beleven.”

Dit verbale knuffelen gaat overigens verder dan plaagstootjes uitdelen aan tegenstanders, het kan ook dienen om partijen dichtbij te houden. Als Rutte een bruggetje slaat van ‘handen uit de mouwen’ naar ‘de handen vouwen’, en daarbij SGP-voorman Kees van der Staaij kort noemt, zoals in 2010, zegt hij eigenlijk: ‘Hoi Kees, ik zie je, ik respecteer je’. Zo’n goede verstandhouding kan altijd nog van pas komen, wat in dit geval ook zo was: de SGP werd nadien de tweede, officieuze gedoogpartner van kabinet Rutte-I.

©ANP, illustraties Studio Trouw

De kosmopoliet

Of het nou komt door zijn ­managementjaren bij Unilever of zijn steeds verder uitgedijde internationale netwerk, feit is dat Rutte graag een Engelse kreet of exotisch leenwoord in de strijd mag gooien. Verschil van inzicht heet dan het hebben van ‘slightly different opinions’, realisme is ‘you win some, you lose some’ en een derde van een totaal wordt ‘30 percent across the board’.

Aan vernederlandsen doet Rutte ook. Hij heeft zich op een vraag ‘geprepareerd’, vraagt een collega ‘om enige elaboratie op dit punt’ en bij Turkije ­‘regardeert’ het migratiebeleid drie ­terreinen. En dan zijn er natuurlijk nog de ‘showstoppers’ en het ‘finetunen’. Aan bronvermelding doet Rutte soms: sinds een paar jaar mag hij graag Merkels mantra ‘Schritt für Schritt’ bezigen. Karl Poppers ‘optimism is a moral duty’ staat al langer op zijn favorietenlijstje.

Het Europese mi­gra­tie­over­leg doet de historicus Rutte denken aan een kring met huifkarren

Zijn kosmopolitische kant blijkt ook uit de historische vergelijkingen die hij trekt. Het Europese migratieoverleg doet de historicus Rutte denken aan een kring met huifkarren, de zoektocht naar de ideale samenleving ziet hij als een Echternachse processie: twee ­stappen vooruit, één stap terug.

En ook in beeldtaal mag Rutte zich graag wereldburgerlijk gedragen: de ene keer lekker Hollands op de fiets, dan weer Amerikaans met een koffie-to-go aan de wandel naar het Torentje.

©ANP, illustraties Studio Trouw

De commentator

Ruttes denken over zijn rol als ­premier is in acht jaar behoorlijk veranderd. “Mijn rol is niet ­commentaar geven; ik ben minister-president”, zei Rutte in 2010 nog afgemeten. De parlementaire pers moest zijn daden en die van andere politici maar van commentaar voorzien, en nee, Rutte zou echt niet op elk ‘rood stuk vlees’ dat Wilders in de politieke arena gooide, gaan reageren.

Ik heb van ­Lodewijk geleerd wat vaker te zeggen wat ik echt vind

Premier Rutte

Totdat PvdA-vicepremier Lodewijk Asscher vat op ’m kreeg. “Ik heb van ­Lodewijk geleerd wat vaker te zeggen wat ik echt vind”, vertelt Rutte in 2016. “Ik heb altijd getwijfeld of een politicus zich moet uiten over zaken die niet ­direct op te lossen zijn met een wet. Als liberaal ben ik geneigd om daar terughoudend in te zijn. De samenleving moet z’n werk doen, maar tegelijkertijd zijn er veel onderwerpen waar je mag normeren, waarbij je mening als politicus relevant is. Dat doe ik nu veel meer.”

Dus stapt Rutte begin 2014 na Wilders’ minder-Marokkanen-uitspraak naar het ‘Jeugdjournaal’. “Niemand wordt in dit land zomaar uitgezet”, ­vertelt hij het jonge publiek. “Daar hoef je niet bang voor te zijn. Ook gaat hij Wilders eind 2014 verbaal te lijf nadat die heeft gerept over een ‘anti-shariaverklaring’ en ‘het Marokkanen-probleem’. Dat acht Rutte ‘over de schreef’.

Met het etiket ‘moralist’ heeft Rutte moeite – ‘dat is het vingertje’ – maar commentaar geven, dat doet hij nu wél. Om ondertussen ook nog heel veel ­meningen voor zich te houden, soms met de grootst mogelijke moeite. “Daar vind ik van alles van”, mag Rutte dan graag zeggen, om te vervolgen dat het delen van die mening niet ­bijdraagt aan een oplossing.

Daar vind ik van alles van, mag Rutte graag zeggen, om die mening vervolgens niet te delen

Soms houdt hij zich niet in, al dan niet bewust. Relschoppers in de Haagse Schilderswijk kwalificeert hij in de zomer van 2015 als ‘achterlijke gladiolen’. Bij ‘Zomergasten’ is hij in 2016 duidelijk over de Turkse Nederlander die bij een pro-Erdogan-betoging in Rotterdam in de camera ‘rot op’ roept. “Mijn primaire eerste gevoel is: lazer zelf op. Ga zelf terug naar Turkije. Pleur op.”

“Ik vínd dingen”, zegt Rutte na die laatste, veelbesproken uitspraak. “Als ik deze baan niet had, dan schreef ik boze brieven naar De Telegraaf. U kent wel die kolonel van Van Kooten en De Bie die dan boos die brief ging posten. Ik zou zo iemand zijn. Die passie zit in mij. En ik vind het niet zo erg om het af en toe een beetje te laten zien.”

Mijn politieke loopbaan is een aan­een­scha­ke­ling van in­schat­tings­fou­ten

©ANP, illustraties Studio Trouw

Evolutie

Als Ruttes taalgebruik iets laat zien over zijn ontwikkeling als premier, is het dat hij in acht jaar tijd is opgeschoven: van een tikje treiterende, nog wat ongepolijste voorman van het land naar een meer deemoedige politieke pater familias.

Het past bij de veranderingen in het politieke landschap van het afgelopen decennium: van hard tegen hard naar noodgedwongen ­samenwerking tussen coalitie en oppositie om het land bestuurbaar te houden. Ook de onderweg opgelopen blauwe plekken – onvindbare bonnetjes, afgetreden bewindslieden – klinken door in zijn taal. 

Zoals Rutte het begin dit jaar bij het aftreden van minister Halbe Zijlstra zelf met enige zelfrelativering verwoordde: “Mijn politieke loopbaan is een aaneenschakeling van inschattingsfouten”.

Al onze artikelen over Prinsjesdag 2018 en de Algemene Politieke Beschouwingen zijn te vinden in dit dossier.

Lees ook:

Premier Rutte: ‘Onze samenleving heeft behoefte aan rituelen. Ik ook’

Een sterk land nog beter maken, zei de koning in de Troonrede. Maar hoe doen we dat als we niet mét elkaar, maar naast elkaar leven? Premier Mark Rutte over de hechte samenleving en de noodzaak tot samenwerking in de politiek.

Cadeautje

Verras je familie of vrienden met hun eigen persoonlijke nieuwssite, gebaseerd op een selectie van hun favoriete onderwerpen. Bekijk hier een voorbeeld van de uitnodiging.