Rutte is klaar voor kritiek op zijn crisisbeleid: ‘Dit is onze visie er moeten banen komen’

Premier Rutte heeft een loodzwaar half jaar achter de rug. Net als alle Nederlanders. Over de kritiek op zijn crisisbeleid maakt hij zich geen zorgen. ‘Daar gaan we over praten. Het vertrouwen in de politiek is groter dan ooit, en dat geldt voor kabinet én oppositie.’
Premier Rutte bij aanvang van de Troonrede. ©Hollandse Hoogte / ANP

Het Torentje is dit jaar te klein. Een gesprek op anderhalve meter met de schrijvende pers past niet. Op het ministerie van algemene zaken is daarom een andere zaal geregeld, waar de premier bij binnenkomst middenin een discussie van de wachtende journalisten valt. Of hij het beoordelen van jurken en hoeden op Prinsjesdag seksistisch vindt?

Ik waag me hier even niet aan, zegt Rutte met een glimlach. En hangt zijn colbertje over de stoel.

Zijn kabinet heeft net de miljoenennota gepresenteerd, een begroting die in het teken staat van miljardenuitgaven. We moeten ons de crisis uit investeren, lijkt het devies. Een van de blikvangers is het Nationaal Groeifonds, van Wopke en Wiebes, waar het kabinet 20 miljard euro voor leent op de kapitaalmarkt.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

De grootste kritiek op deze investeringen, van de oppositie, maar ook van uw adviseurs bij de Raad van State, is dat de Tweede Kamer onvoldoende mee mag beslissen waar dat geld naartoe gaat.

“We moeten goed in gesprek met beide Kamers, natuurlijk, zeker omdat we geen meerderheid meer hebben. Kijk, het kabinet staat zelf ook op afstand bij dit fonds. Het idee is dat experts voorgedragen projecten kunnen fiatteren. Wat we voor ogen hebben zijn bijzondere investeringen die ook banengroei opleveren. Dus geen bruggen bouwen van hier naar nergens, omdat een bepaalde partij dat wil, zoals in de Verenigde Staten gebeurt. Dat ging indertijd hier ook fout met de Fes-fondsen en de aardgasbaten. Ik ben zelf politicus genoeg om met druipende mondhoeken naar zo’n grote pot geld te kijken. Je moet jezelf aan de mast binden, een stevige mast, om te voorkomen dat die sirene je gaat verleiden. Die mooie vrouw die staat te zingen in de Griekse sage, begrijp me goed, voor ik weer in die andere discussie belandt.”

Maar het is gemeenschapsgeld, waarover de Tweede Kamer het recht heeft mee te beslissen.

“We willen het risico vermijden dat politieke kortetermijnbelangen domineren. Vandaar deze opzet, met een commissie van wijzen die een oordeel geeft over de investeringen uit dit fonds.”

De kritiek luidt ook dat het kabinet zo geen politieke keuzes maakt en die uitbesteedt. Dat het getuigt van weinig visie.

The devil’s advocate would argue, zou Tommy Lascelles uit ‘The Crown’ nu zeggen, (Rutte verwijst naar de machtige privésecretaris van Queen Elizabeth uit de Netflixserie), dat dit onze visie is: er moeten banen komen, in totaal nieuwe sectoren of bij bestaande bedrijven. Dat vraagt ruimte voor het bedrijfsleven om te investeren. Bij grote transities zoals een meer innovatieve economie, of bij de klimaattransitie, heb je de overheid nodig om te kunnen investeren. Daarbij moet je geen kortetermijnbelangen volgen.”

Lodewijk Asscher van de PvdA zegt: er zijn ook andere grote problemen die miljarden vergen, zoals de woningnood.

“Het is én, én, én in deze begroting. We hebben steunpakketten om banen te behouden. Dan is er het normale onderhoud wat een regering altijd doet, om te zorgen dat Nederland er goed bij ligt. En dan nog het investeren voor de toekomst, met geleend geld, dat dus echt moet leiden tot aanzienlijke groei.

Van GroenLinks komt de kritiek dat op deze manier weer de focus ligt op klassieke economische groei. Die partij vindt een discussie nodig over wat groei betekent, voor welvaart én voor het welzijn van mensen.

“Ik zou Jesse Klaver antwoorden: zonder groei ga je verarmen, dat is gewoon nodig. Ik kan het met hem eens worden door te vragen: waar zoek je die groei dan? Het blijkt uit alle economische modellen dat landen met de grootste economische groei ook op weg zijn naar vergroening. Het Klimaatakkoord is óók een banenplan. De groeikansen zitten in innovatieve sectoren en dan gaat het vaak om vergroening. Daar bereikt mijn kabinet GroenLinks.

“Kijk, dit is geen klassieke crisis, zoals de vorige keer in 2008. Toen hebben we juist fors bezuinigd, om daarmee lucht te creëren. Nu kunnen we relatief snel herstellen. We hadden begin dit jaar een appel voor de dorst, met een historisch laag begrotingstekort, lage werkloosheid, we losten miljarden af. Tot februari lagen we er goed bij, al was het geen aangeharkt tuintje. De onvrede die er in 2017 bij de start van dit kabinet nog heerste, was in februari een stuk minder.

“En zelfs nu is het vertrouwen in de politiek historisch hoog. Kabinet én oppositie hebben laten zien dat we schouder aan schouder deze crisis aanpakken. Natuurlijk is er kritiek, zijn er demonstraties. Die horen bij een democratie. En wanneer ze met ons in gesprek willen, dan doen we dat nu. Daar hebben we in de zwaarste fase van de crisis te weinig tijd voor gehad.”

Toch heeft de coronacrisis ook een aantal onderliggende zwaktes van de economie verdiept. De kwetsbaarheid van flexwerkers, werkende armen.

“Dat is waar, de dreun van de crisis heeft zich niet gelijkelijk verspreid. Het virus werkt als een reactievloeistof en toont ons de zwakke plekken. Mensen die vastzaten in banen in de oude economie, problemen met omscholing. Een voorbeeld: allochtone ouders – als ik dat woord nog even mag gebruiken – die zelf op klassieke wijze emancipeerden, zien liever een foto van hun kind als boekhouder op het dressoir dan als stukadoor. Terwijl je daar nu meer mee verdient en die ook zo hard nodig zijn. Dat zijn transitievraagstukken.

“Nee, ik ga hier niet een totale analyse zitten maken. Maar als de economie klappen krijgt, zie je waar het niet lekker liep. Vóór corona toesloeg waren we er ook nog niet. We hebben erkend dat er een grote groep werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt zit, die tegen hun zin flexwerker zijn. Dat is heel moeilijk te veranderen, maar we denken erover na, al veel langer. Net als over het klimaat en over pensioenen.”

De laatste tijd klinkt de kritiek op het neoliberalisme harder, in ieder geval op de uitwassen ervan, ook bij uw vrienden in het kabinet van andere partijen. Dat het marktdenken tekortschiet.

“Ja, mij valt ook wel op dat ze het daarover hebben. Maar ja, ik weet niet wat neoliberalisme is, ik hoor die term vaak, maar weet niet wat ze precies bedoelen. Ik kan er niet zoveel mee. Als liberaal zeg ik: ik ben voor een sterke staat die er is als je hem nodig hebt.

“Er werken miljoenen mensen bij grote ondernemingen en die hebben we dus nodig. Vreselijk leuk ook als multinationals succesvol zijn, maar politiek gezien telt voor mij: ze zorgen voor banen en verdienen geld. Drie op de vier banen is in het bedrijfsleven. Kijk, in deze begroting hebben we de aandacht verschoven van belastingverlaging naar het stimuleren van investeringen. Alleen voor kleine bedrijven verlagen we de winstbelasting, zodat ook zij meer kunnen investeren.

“Neem nu Gert-Jan Segers (partijleider van de ChristenUnie) die vervolgens bij televisieprogramma ‘Op1’ tegen presentator Jort Kelder zegt dat aandeelhouders te machtig zijn in Nederland. Wie zijn dat dan, vraagt Kelder hem. Dat weet hij niet, maar dat zijn de pensioenfondsen. Die lieve mensen die ervoor zorgen dat wij allemaal een goed pensioen krijgen.

“Kijk, het uitvergroten van tegenstellingen, daar wil me zo min mogelijk mee bezig houden. Ik denk dat mensen het waarderen dat wij in de politiek niet zitten te hakketakken.”

Het is wel begrijpelijk nu er verkiezingen aankomen en uw VVD hoog in de peilingen staat.

“Nee echt, als ik op die manier na ga denken over mijn baan… Bovendien moet ik nog nadenken of ik door wil en de VVD moet me ook nog willen.

“Er is best consensus over hoe wij de problemen aanpakken, ook al zie ik heel goed dat we er nog niet zijn. De Nederlander hier aan de overkant van de Hofvijver (Rutte wijst uit het raam) is helemaal niet bezig met de verkiezingen, zoals jullie. Die is bezig met de instabiliteit en de toestand in de wereld, met veiligheid.”

Dat ook vast niet…

“Nee, daar heb je gelijk in, de eerste zorg is gezondheid en werk. Maar er is nu een hoop onzekerheid in de wereld en daar willen mensen een antwoord op.”

Nog iets wat leeft in de samenleving en dat u in de troonrede verbindt met de rechtsstaat: de strijd tegen racisme. Waarom presenteert u geen concrete maatregelen, bijvoorbeeld om discriminatie op de arbeidsmarkt te bestrijden? Uw partijgenoot Klaas Dijkhoff heeft gezegd: De tijd van ‘laat maar’ is voorbij.

“Je kunt niet alles kwijt in de troonrede. De kwaliteit van de rechtsstaat raakt inderdaad het bredere debat over racisme, over de arbeidsmarkt en gelijke kansen. Maar ik hoor niet tot de politici die vinden dat bij iedere norm die je stelt een nieuwe wet of regel moet komen. Het is ook een taak van de samenleving om dat op te pakken. Niet iedere discussie moet worden teruggelegd bij de overheid.”

Het is niet alleen normerend. Discriminatie van minderheden – net als die van ouderen of vrouwen op de arbeidsmarkt – benadeelt de samenleving ook economisch.

“Dat vind ik wel een mooi punt. Als jij aan tafel had gezeten bij de ministerraad, hadden we dat erin kunnen zetten.”

Lees hier de volledige tekst van de Troonrede.

Lees ook:

Wat staat er in de Miljoenennota?

Een handzaam overzicht van de belangrijkste punten.

Alles over Prinsjesdag