Robert Oey: ‘Ik ben geen verlengstuk van Femke Halsema’

Robert Oey (52) voelde zich een buitenbeentje in Middelburg, werd een gevierd documentairemaker en de man van de burgemeester. 
©Frank Ruiter

Robert Oey zit aan de thee in een comfortabel hoekje van het Waldorf Astoria, op een steenworp afstand van zijn nieuwe onderkomen: de ambtswoning van de burgemeester. Zelfs de hond Nono heeft het naar haar zin in de nieuwe woning, in tegenstelling tot alarmerende berichten eerder dit jaar over het gebrek aan groen. Vooral nadat ze heeft ontdekt dat er na recepties op de verdiepingen onder de privévertrekken nog weleens hapjes overblijven.

U laat haar toch niet uit in de tuin?

“Jawel, hoor. En dan ga ik er met van die zakjes achteraan.”

Hij, de gevierde documentairemaker, is de zoon van een Nederlands-Duitse moeder en een op Java geboren en getogen Chinese vader, die vlak na de oorlog zijn geluk kwam zoeken in Nederland en tot geamuseerde verbazing van zijn zoon eindigde op het Zeeuwse eiland Walcheren.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Hij spert zijn ogen zo wijd mogelijk open en lacht. Zo stond hij dan met zijn zusje in het ouderlijk huis in Middelburg voor de spiegel. “Zonder spleetogen,” zegt Oey. “Ik wilde niet anders zijn. Het was ook vermoeiend om de hele tijd ‘oeioeioei’ te horen.”

Pas heel onlangs heeft hij vrede gesloten met zijn afkomst, na lezing van De tolk van Java van Alfred Birney over het Nederlandse koloniale verleden. “Echt waar: door dat boek durf ik mezelf nu een Chinees te noemen.”

Als kind had hij het idee dat zijn vader zich liet kleineren door de Zeeuwen. “Terwijl hij toch een heel aardige positie had. Hij was gynaecoloog en we woonden in een kast van een huis. Maar ook dan kun je een buitenbeentje zijn. Ik had als kind het gevoel dat ik niet helemaal werd geaccepteerd, dat ik niet paste. Het is ook erg Nederlands om…”

Grappen te maken over Chinezen?

“Sambal bij? Heel opmerkelijk: dat mag kennelijk nog steeds. Maar mijn vader heeft me ook wel weer zo opgevoed dat ik behoorlijk weerbaar ben geworden. Hij had ook iets arrogants. Volgens hem was alles uitgevonden in China: van de spaghetti tot het vuurwerk. In het British Museum kwamen we nooit verder dan tweeduizend voor Christus.”

Mooi beeld: zijn vader die keihard door Middelburg naar het ziekenhuis fietst voor een spoedbevalling en de verpleegster die nog snel even achterop springt. “Dan zie ik die kleine Chinees met zo’n struise Zeeuwse vrouw op de bagagedrager. Zo heb ik mijn eerste vriendinnetje ook achterop gehad. Met haar oor stevig tegen mijn rug gedrukt. Dat brandde dwars door mijn winterjas heen.”

Lijkt u op uw vader?

­­“Mijn gevoel voor esthetiek heb ik van hem. Hij was een heel goede amateurfotograaf. Maar hij was ook afwezig, altijd aan het werk. Ik ben opgevoed in een huishouden met een moeder en twee nogal aanwezige zussen. Ik kan enorm snel door een rek met jurkjes lopen en het juiste eruit pikken.”

Uw partner Femke Halsema schrijft in haar autobiografie Pluche dat u een nogal onthechte indruk op haar maakte toen ze u voor het eerst tegenkwam.

“Hè, staat dat erin? Dat brengt ze dan slim: ‘op mij maakte hij een onthechte indruk’. Zo van: die jongen heeft natuurlijk wat sturing nodig, hahaha. Ik had er zelf niet zo’n last van.”

U ging gewoon flierefluitend door het leven?

“Ja.”

Waar bent u elkaar tegengekomen?

“In Carels Nachtcafé. Stomdronken. Heel gênant. Ik was haar al helemaal vergeten, maar we zagen elkaar opnieuw in De Balie. Ik wist helemaal niet wie ze was. Toen ze zei dat ze voor GroenLinks de Kamer in ging, zei ik alleen: ‘O ja, ik heb ook altijd dominee willen worden.’”

Donderdag gaat in de bioscoop de nieuwste documentaire van Oey in première: The Good Terrorist, over moslimterrorisme van eigen bodem en de moeizame reactie van de overheid daarop. Zijn laatste film als regisseur, voordat hij zich volledig stort op het vak van producent bij Topkapi Nonfiction. Eerder maakte hij onder meer documentaires over de geschiedenis van het politiek correcte denken (Wonderland), over de val van politica Ayaan Hirsi Ali (De leugen) en over de militaire missies naar Afghanistan (Gesneuveld) en Mali (De missie).

Nu zijn het Jason Walters en Nouredine El Fahtni die aan het woord komen, veroordeelde terroristen van de Nederlandse Hofstadgroep, die na een jarenlange gevangenisstraf zeggen dat zij een nieuw leven voor zich zien, met een goede opleiding, een fatsoenlijke baan en een gezin. Grote vraag: moeten we ze geloven als ze beweren dat ze zijn gederadicaliseerd?

Oey: “Femke vindt het een cynische film.”

Waarom?

“Het is een spel. De overheid zegt: deze mannen zijn ten goede gekeerd, dat hebben wij toch maar mooi voor elkaar gekregen. We noemen ze goede terroristen. Maar wat zeggen zij? Nouredine loopt weg als ik hem vragen over zijn verleden stel. Jason Walters blijft weliswaar zitten, maar wordt boos als ik hem zijn eigen, door de veiligheidsdiensten getapte, uitspraken over het voorbereiden van aanslagen voorleg. De film gaat over de onmogelijkheid van een echt gesprek. Dat is cynisch en in die zin was het echt een bevalling, want ik ben in het fundament van mijn wezen niet cynisch.”

De bewaarder van de terroristenafdeling van de gevangenis in Vught zegt dat Jason Walters is gaan deradicaliseren na het zien van Schindler’s List.

“Ja.”

©Frank Ruiter

Over cynisme gesproken.

“Dat je zo’n film nodig hebt om te weten wat er met de Joden is gebeurd? Tja, dat is opmerkelijk voor iemand met zijn intelligentie. En toch heeft die film hem enorm geëmotioneerd.”

Gelooft u hem?

“Ik geloof wel wat hij zegt, ja.”

In uw film vraagt Karima Sahla, deskundige in preventie van radicalisering: “Geloof je in sprookjes?”

“Wat ik opmerkelijk vind, is hoe bij Jason Walters zijn radicaliteit nu de andere kant op slaat: tegen de islam. In de film wordt het goed omschreven door gevangenisleraar Luc Vervaet. Die zegt: ‘Het is niet de islam die radicaliseert, maar het radicalisme dat islamiseert.’ Bij Jason zie je dat niet zijn radicaliteit is verdwenen, alleen de positie die hij inneemt.”

Hij is geen man van grijs.

“Zeker niet. Het gekke is, toen ik bezig was om hem voor mijn film binnen te halen, zei de NCTV, die veel met hem te maken heeft gehad, dat de manier waarop hij met vrouwen omgaat nog wel een issue zou worden. Ik dacht: wat heeft dat er nou mee te maken? Maar ik ben er nu een boek over aan het lezen: Tegen de vrouwen van Abram de Swaan. Die legt een directe relatie tussen IS en vrouwenhaat. Jason had het met mij heel vaak over zijn mannelijkheid. En vooral over de afwezigheid ervan in het Nederland waarin hij opgroeide. Ik begin nu pas het verband te zien.”

Oey baalt. In 2011 is hij al begonnen aan de film, op het moment dat iedereen denkt dat het voorbij is met het terrorisme, totdat plotseling de burgeroorlog in Syrië losbarst en IS voor het eerst van zich doet spreken. Op het allerlaatste moment, na al die jaren werk, heeft Walters geëist dat hij alleen onherkenbaar in beeld komt. Zijn gezicht is nu geblurd.

“Het is verschrikkelijk,” zegt Oey. “Zo’n film is dan toch gemankeerd. En er zit een tijd en een gedoe in. Ik ben wel achttien keer met hem uit eten geweest. Chinees, Surinaams, meestal in Amsterdam. We gingen ook naar de bioscoop, hadden leuke gesprekken.”

Heeft hij een reden gegeven?

“Hij zegt dat hij met de dood wordt bedreigd.”

Had u van tevoren geen afspraken gemaakt?

“Jawel: dat hij gewoon met gezicht en al in beeld zou komen. Ik weet het niet. We hebben geprobeerd vast te stellen of de dreigementen reëel zijn. Wat kun je doen? We nemen het serieus. Het Openbaar Ministerie vindt me een sukkel, maar ik neem de beslissingen nu eenmaal niet alleen. Er is ook nog een producent, een omroep en een fonds.”

Walters lijkt bezig aan een mediacampagne met interviews in De Telegraaf, Het Financieele Dagblad en de Volkskrant. En dan nu ook nog een film.

“Hij is bezig met zijn imago. Hij zoekt werk met zijn deradicaliseringsverhaal. Daar zit trouwens wel iets problematisch aan. Die hele veiligheidsindustrie is erg gebaat bij mystificaties en daar doet hij lustig aan mee. Hij roept: ‘Het Westen is helemaal niet staat om islamitische radicalen te begrijpen.’ Nou, zo moeilijk is het niet hoor.”

“Als hij ervoor kiest met mij het gesprek aan te gaan, vind ik het mijn goed recht om hem te vragen waarom hij heeft gekozen voor geweld. Terreur is van alle tijden. Ik vind het ontzettend interessant dat mensen soms kiezen voor het gewelddadige pad, of dat nou via RaRa is, de Rote Armee Fraktion, de IRA of het kalifaat. Ze plaatsen zichzelf buiten de groep, ze zijn opeens outlaw. Hoe hou je je dan staande? Wat ligt daaraan ten grondslag? Met welke ideeën doe je dat?”

Bent u er inmiddels achter?

“Het teleurstellende van The Good Terrorist is: ik heb nooit enige uitleg gekregen.”

Misschien is er meer tijd nodig om echt te kunnen reflecteren?

“Dat zou heel goed kunnen. Als producent heb ik de zesdelige serie Terreur gemaakt. Daarin is gekozen voor een meer historische aanpak. Dan zie je dat iemand als Zohra Drif heel goed uit kan leggen waarom ze in de jaren vijftig een bom gooide in Algiers. Maar als je nu aan Salah Abdeslam gaat vragen waarom hij in 2015 heeft meegedaan aan de aanslagen in Parijs, komt er waarschijnlijk geen zinnig woord uit.”

Bent u gefascineerd door geweld?

“Ik heb geweld in elk geval nooit afschrikwekkend gevonden. Karl Marlantes heeft een prachtig boek geschreven over zijn tijd in het Amerikaanse leger in Vietnam. In What It is Like to Go to War beschrijft hij hoe zijn zoontje, een peuter nog, ergens naar binnen wil en een stoel door het raam gooit als dat niet lukt. Hij herkent daarin het geweld dat ook in hem zit. Dat deel van wie je bent, vind ik mateloos interessant. Bij mij wordt het geweldloos gekanaliseerd in mijn creativiteit.”

In uw films?

“Het grappige is: als je dat zegt, zit iedereen je zo’n beetje aan te kijken van ben jij wel oké? Maar ik vind het raar dat we proberen het geweld in ons helemaal buiten te sluiten, als iets wat niet van ons is. Een hek om het leger, zodat we maar niet hoeven te zien wat daar gebeurt. En ondertussen de militairen de maat nemen omdat ze niet opgetreden zouden hebben in Srebrenica.”

Het terrorisme is tegenwoordig doorgedrongen tot uw keukentafel.

“In de zin van?”

Uw partner zei dat ze als burgemeester het meest vreest dat er in Amsterdam een aanslag plaatsvindt.

Verbaasd: “Het is toch niet een vrouw die snel zegt dat ze ergens bang voor is.”

Ze zei dat ze bij zichzelf te rade is gegaan. Dat ze dan misschien beslissingen moet nemen die niet per se goed zijn voor haar familie.

“Echt waar? Het bizarre is dat wij dit soort zaken niet bespreken. Een paar jaar geleden wilde ik Jason Walters een keer bij ons thuis uitnodigen. Serieus. Totdat zij dacht: wacht even, niet zo handig misschien. Zo steken wij een beetje in elkaar. Alles ad hoc en hapsnap.”

“Misschien dat wij onze angsten soms te weinig delen. In de tijd dat Femke in de Tweede Kamer zat, werd onze dochter van zes bedreigd. In een tweet schreef iemand: ‘Femke, zal je toekijken als ik haar in tweeën scheur?’ Voor de rechtbank hebben we beiden een stuk geschreven, maar de inhoud van die stukken kenden we niet van elkaar. Misschien vrezen we elkaars oordeel. Dat Femke denkt dat ik zeg: ‘Ben je daar nou bang voor?’”

In Pluche schrijft ze over u: de onvrijwillige devaluatie tot ‘partner van’ bekomt hem slecht.

“Schrijft ze dat echt?”

Op pagina 57.

“Ik voel me helemaal niet gedevalueerd. Dat maken jullie ervan. Snap je? Ik ben geen verlengstuk van Femke Halsema. Daar heb ik me echt van vrijgevochten. Toen ze in Den Haag fractievoorzitter werd, kwam de vrouw van haar voorganger Paul Rosenmöller op me af. Of ze me wat tips kon geven? Ga weg! Hou op zeg!”

“Ik denk nog steeds: moet ik me nu gaan gedragen als de man van de burgemeester? Ik sta vierkant achter haar, maar dat betekent niet dat ik opeens de gemeente Amsterdam ben. Voor mijn gevoel werd dat bij GroenLinks van mij verwacht. Dat ik ook GroenLinks werd, terwijl dat helemaal mijn partij niet is.”

Dus als u straks met uw fiets voor het rode licht staat?

“Dan heb je een goede kans dat ik doorrij. Of moet ik stoppen omdat ik de man van de burgemeester ben? Ja zeg. Zie je het voor je: de hele meute komt op gang en ik blijf staan.”

U let er niet op hoe u zich gedraagt?

“Volgens Femke te weinig. Maar ja…”

Op enig moment moet u ook acte de présence geven.

“Dat vind ik dan weer niet erg. Als ik uit mezelf mag besluiten om naast Femke te gaan staan bij een officiële gelegenheid, doe ik dat graag. Het liefst als Donald Trump op bezoek komt.”

“Weet je wat het is? Ik ben ontzettend trots op haar. Vanaf het begin al. Dan stonden we in De Pijp bij het stemlokaal en kwam er een hele meute jonge meiden naar buiten. Die hadden allemaal op Fem-ke Hal-se-ma gestemd. Dan werd ik zo’n beetje opzij geduwd, omdat ze haar iets wilden zeggen. Ik heb dat altijd heel bijzonder gevonden. Ik bedoel: mijn mannelijkheid wordt echt niet ondermijnd door haar populariteit. Integendeel.”

Ze schrijft in Pluche ook: ‘Mijn monomanie begrijpt hij wel, maar het ergert hem ook. Vooral omdat ik nauwelijks plezier lijk te ontlenen aan wat ik doe.’

“Haar probleem is: ze wil een goede moeder zijn, ze wil een goede burgemeester zijn en als ze een pizza bakt moet die ook perfect zijn. Dat is best vermoeiend.”

©Frank Ruiter

Voor haarzelf?

“Op de eerste plaats. Toen ze nog in Den Haag zat, kreeg ik altijd te horen: het kan niet anders. Ja, hoezo? Wat gebeurt er eigenlijk als je er een keer niet bent? Daar hebben we vaak discussies over gehad, maar dat eindigde altijd met de opmerking: je begrijpt niet hoe Den Haag werkt.”

“In mijn film De missie zegt kolonel Joost de Wolf: ‘Never waste a good crisis’. Als je zo hard werkt, geniet er dan op zijn minst van. Als Femke een VVD’er was geweest, had ze na een moeilijk debat een biertje gepakt, maar bij GroenLinks gaan ze dan heel zwaar doen. Dat vond ik af en toe wel pijnlijk.”

Even lijkt Oey te peinzen. “Ik weet hoe veel mannen redeneren,” zegt hij. “Dat er wel iets mis moet zijn met jou als je een sterke vrouw als Femke naast je hebt. Je zou hopen dat dat verandert. Dat de rollen een keer omgedraaid kunnen zijn, zonder dat iemand ervan opkijkt. Dat het heel normaal is om een vrouw te hebben die de burgemeester van Amsterdam is.”

Hij zucht. “Ze is nu bijna een jaar bezig. Als jij of ik burgemeester waren geweest, hadden we na een halfjaar al gezegd: ‘Vandaag doe ik het een keer op 80 procent, want vanmiddag wil ik naar voetbal.’ Die vrouwen? Nooit! Die moeten zich continu dubbel bewijzen. De meeste vrouwen geven nog steeds hun werk op ten faveure van de carrière van hun man, terwijl ze in veel gevallen talentvoller en creatiever zijn.”

Vindt u het vervelend om aangesproken te worden als de man van?

“Ik ben de man van. Maar interessanter is: veel mannen kunnen die rol wel accepteren van mij, maar zien hem voor zichzelf niet. Snap je? Ze kijken naar me alsof ik iets heel exotisch ben. Ik vind dat heel fascinerend. De manier waarop mannen oordelen. De manier ook waarop ze de burgemeester adresseren. Het onverholen seksisme. En als ze er een keer wat van zegt, is ze meteen het zeurende vrouwtje.”

Boos: “We hebben zo veel gezeik gehad, vooral in de tijd dat Femke nog in de Kamer zat. Dan stond ze met de kinderen in Ikea en werd zowat in haar gezicht gespuugd: ‘Je maakt dit land kapot.’ Heel fysieke confrontaties met iemand die zijn impulsen volkomen de vrije loop laat. En nooit als ik erbij was. Altijd als ze alleen was of met de kinderen.”

Denkt u dan niet: genoeg is genoeg, we kappen ermee?

“Geen moment. Dan gaan we alleen maar harder vechten. Dat is de aard van het beestje.”

Robert Oey (regisseur) en Frank van den Engel (producent): The Good Terrorist. Vanaf 27 juni te zien in de filmtheaters, in Amsterdam in De Balie, Rialto en Het Ketelhuis.

Kinderfoto van Robert Oey. ©-