REPORTAGE. Op bezoek in het Oost-Vlaamse Horebeke: nog één van de amper twee coronavrije plekjes in België

“Hou het stil dat het hier zo goed is, anders komen ze vanuit besmet gebied allemaal naar hier”

Wat hangt er in Horebeke, waar zondag zoals elk jaar ook de Ronde van Vlaanderen weer passeert, in de lucht? Hoe slagen ze erin om dit stukje Vlaamse Ardennen al weken coronavrij te houden, terwijl het virus in de rest van het land springlevend is? Zijn ze daar dan allemaal zo volgzaam en gedisciplineerd? Of van nature gewoon erg op zichzelf? En: zien ze de buitenwereld daar nog wel graag komen nu? “Kom, geef die twee vreemden een jeneverke. Dat ontsmet.”
Horebeke, 1.120 hectare groot en 2.030 inwoners rijk. Het dorp in de Vlaamse Ardennen is — vooralsnog — coronaproof tot en met. ©Jan De Meuleneir / Photo News

Geen land in Europa, op Tsjechië na, wordt momenteel zwaarder getroffen door corona dan het onze. Op de Europese coronakaart kleurt ons kleine lappendekentje al weken rood tot diep­rood, met afgelopen maandag nog een triest record van 8.582 nieuwe besmettingen. Slechts twee gemeenten houden dapper stand: het Limburgse Herstappe — waar nog geen honderd mensen wonen — en het Oost-Vlaamse Horebeke van kersvers vicepremier Petra De Sutter (Groen). Nul besmettingen hier de voorbije weken. Coronaproof tot en met, vooralsnog.

“Niet moeilijk dat hier niemand besmet geraakt”, merkt de fotograaf al van bij de eerste aanblik van Horebeke fijntjes op. “Hier loopt geen mens.” Het scheelt inderdaad niet veel. Het miezerige weer zal er ook wel voor iets tussen zitten, maar buiten een haastig stappend vrouwtje met een boodschappentas om de arm en een noeste kerel die wat hout staat te klieven, valt hier geen levende ziel te bespeuren op straat. Het 1.120 hectare grote dorp — een fusie van Sint-Kornelis-Horebeke en Sint-Maria-Horebeke — telt op de kop af 2.030 inwoners. Bijna één op de drie is hier 65 of ouder, ruim een kwart is 25 jaar of jonger. De Horebekenaar die naar de plaatselijke kroeg wil, heeft de keuze uit twee dorpscafés. Er zijn hier twee kerken, twee rusthuizen, één jeugdvereniging, één bakker, één hotel, één frituur, wat slagers en een paar bistro’s en een winkel waar ze pyjama’s verkopen. Verder enorme lappen landbouwgrond, véél (grote) boerderijen, véél koeien, véél statige huizen en stuk voor stuk huizen mét tuin.

Ik krijg al wel eens te horen: ‘Er is hier helemaal niks.’ Dat klopt. Er zijn hier maar weinig plekken waar veel volk kan sa­men­troe­pen. Net dat is onze zegen nu

Karen Ketels

En dat verklaart natuurlijk al veel. “In Horebeke heeft iedereen nog ruimte, je zit hier niet op elkaar gepropt”, zegt Karen Ketels (39), een goedlachse single die in het dorp een fotostudio uitbaat. “Ik krijg weleens te horen: ‘Er is hier helemaal niks.’ Dat klopt. Wil je naar de bib of naar het zwembad? Dan moet je helemaal naar Oudenaarde, acht kilometer verder. De dichtstbijzijnde supermarkt? In Brakel, op tien kilometer. Voor een concert moet je al naar Gent of Kortrijk. Er wordt hier veel gevoetbald, maar we hebben geen sportzaal. En ons jeugdhuis heeft best wel veel te doen, maar: op maat van Horebeke. Anders gezegd: er zijn hier maar weinig plekken waar veel volk kan samentroepen. Net dat is onze zegen nu. Ik vind de mensen hier ook enorm gedisciplineerd. Ze dragen allemaal braaf hun mondmasker, maken er geen spel van als ik hen vraag om voor familieportretten met meerdere generaties uit veiligheid naar het bos te gaan.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Toen ik minister Frank Van­den­brou­c­ke vorige week hoorde zeggen dat het virus in elke gemeente van ons land zit, dacht ik: ‘Hola, dan bent u Horebeke toch wel vergeten!

Karen Ketels

“Tuurlijk zijn wij daar fier op, dat wij het hier zo goed doen”, vervolgt de fotografe, die, toch zeker voor pasfoto’s, heel Horebeke over de vloer krijgt. “Toen ik minister Frank Vandenbroucke (sp.a) vorige week hoorde zeggen dat het virus in elke gemeente van ons land zit, dacht ik: ‘Hola, dan bent u Horebeke toch wel vergeten!’ (lacht) Maar uiteindelijk is het ook relatief. Als hier morgen één inwoner besmet geraakt, kleurt Horebeke meteen donkerrood. En het tij kan snel keren, hé.”

Blijf maar weg, met uw notablok!

En dáár zijn de klanten van café Sint-Jozef — één van die twee volkskroegen waar de tijd precies al honderd jaar stilstaat — wel heel erg van doordrongen. “Vanwaar komen jullie?”, roept één van hen, zodra hij nog maar ontwaart dat er onbekend volk over de drempel stapt. “Toch niet van Antwerpen, zeker? Wél? Maar allez, dat is een broeihaard ginds! Jullie gaan ons toch niet ziek komen maken?” Hoop je eerst nog dat de klant in kwestie een grapje maakt, dan ben je eraan voor de moeite. Hij méént het namelijk. “De beelden van de Meir soms niet gezien op de tv? Ze lopen daar over de koppen. En nu komt gij ons hier besmetten. Blijf met uw fotograaf maar goed op een paar meter van mij af zitten. Ik vertrouw het voor geen haar. En Jozefa, geef die twee een borrelke op mijn kosten. Dat ontsmet.” Gevolgd door luid gebrul in het café.

Cafébazin Jozefa De Bock (70), ook wel ‘de barones van Horebeke’ genoemd, giet een jenever uit voor onze journalist en fotograaf, op kosten van een stamgast. “Ah ja, want dat ontsmet. Jullie komen uit Antwerpen, hoor.” ©Jan De Meuleneir / Photo News

Bazin Jozefa De Bock (70) — ze zou bij benadering nog niet kunnen zeggen hoelang ze haar kroeg hier al openhoudt — mompelt wat verontschuldigends in de plaats van haar vrijpostige klant, maar: ze ziet dezer dagen toch ook het liefst van al haar eigen vaste clientèle over de vloer komen. “Hier is geen corona en dat willen we vooral zo houden», zegt ze. «Ik zal alle mensen bedienen — áls ze zich aan de regels houden — maar ik zie nu toch ook liever geen mensen van buitenaf. Met de Ronde van Vlaanderen doe ik mijn café zelfs dicht. Al heeft de burgemeester gevraagd dat iedereen in zijn kot blijft en op tv naar de koers kijkt, ik wil geen risico’s nemen.”

Hier luisteren de mensen nog, hier is respect. De regels zijn de regels, punt. Dus zo moeilijk is dat niet te verstaan dat wij hier geen corona hebben

Caféklant

Dat doet ze sowieso al niet. De vijf klanten die hier vandaag zitten, zitten allemaal apart aan een tafeltje, tot in de hoeken toe. Hun namen zijn netjes ingevuld op het registratieblad, de mondmaskers liggen binnen handbereik voor als ze buiten naar de koer gaan. De krukken voor haar toog zijn weg. “En hier is nog geen enkele klant zonder mondmasker op café gekomen”, zegt Jozefa, die ze weleens ‘de barones van Horebeke’ noemen. “Ik moet ook niet vragen om het mondmasker op te zetten als ze naar de wc gaan, de stamgasten doen dat hier vanzelf.” Waarop een klant uitroept: “Het is niet omdat ze in Brussel en Antwerpen geen manieren hebben, dat wij er geen hebben. Hier luisteren de mensen nog, hier is respect. De regels zijn de regels, punt. Dus zo moeilijk is dat niet te verstaan, dat wij hier geen corona hebben.” Jozefa knikt. “Ze hebben hier inderdaad nog veel respect.” Vaste stamgast André Capiau (61) voegt nog een verklarinkje toe. “Horebeke is van oudsher een liberale plek. En wat dat wil zeggen? Dat hier gezond verstand regeert. Santé!”

André Capiau (61), stamgast bij Jozefa, heeft z’n mondmasker klaarliggen voor als hij z'n tafeltje zou verlaten. “Horebeke is een liberale plek. En wat wil dat zeggen? Dat gezond verstand regeert. Santé!” ©Jan De Meuleneir / Photo News

“Ge kunt toch niet ontkennen dat ze er ginds in de steden toch allemaal wel heel relaxed over gaan”, laat de vrijpostige klant weer van zich horen. “Stop uw notablok maar weg, ik zou daar precies geen artikel over schrijven dat het hier zo goed is, want morgen staan ze vanuit de besmette gebieden allemaal in Horebeke. Laat het uit.” Jozefa verwoordt het iets beschaafder. “Ik ben niet meer van de jongsten, de schrik zit er toch in om besmet te geraken. Gelukkig mogen wij hier altijd naar de burgemeester bellen als er een probleem is. Ik moet zeggen dat die dat hier allemaal heel goed opvolgt, met die corona.” De klanten knikken. Unisono.

Strakke teugels

Die burgemeester is Cynthia Browaeys (36) van de liberale partij Volksbelangen, mama van Jefke (6) en ex-spits bij Anderlecht. En al staat ze nog maar sinds begin januari vorig jaar aan het roer in Horebeke, nadat haar vader hier meer dan vijftig jaar de burgemeesterssjerp droeg, ze houdt de teugels zéér strak. Strakker dan de federale overheid vraagt. Nog voor het nationaal moést — we spreken dan van begin maart, nog voor de lockdown — gelastte ze als één van de eerste burgemeesters alle evenementen in haar dorp af, tot 31 augustus. Geen fuif mocht er nog plaatsvinden, geen kwisje, geen eetfestijn. Ze liet geen groepswandelingen meer toe, zelfs de voetbalkantine moest dicht.

Ik verbood sinds begin maart alles. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Ik ga gehaat worden.’ Toch heb ik doorgezet. Ik wou alles op alles zetten om dat virus hier weg te houden, om mijn volk te beschermen

Cynthia Browaeys, burgemeester Horebeke

“Ik verbood sinds begin maart alles, ja”, zegt ze, gezeten in dat andere dorpscafé, ’t Gaaike. “Ook al zeiden sommige collega’s: ‘Ach, we gaan de mensen nog even laten doen, voor de rust en de vrede. Want ze gaan die maatregelen niet plezant vinden.’ Maar ik voelde de hete adem van dat virus en vond: ‘Ik moet direct en kordaat handelen en mag daar niet van afwijken.’ Ik weet nog dat ik dacht: ‘Ik ga gehaat worden, de boeman zijn.’ Mijn ouders waren daar zéér bevreesd over. Toch heb ik doorgezet. Ik wou alles op alles zetten om dat virus hier weg te houden, om mijn volk — en zeker de ouderen — te beschermen. Ik voel mij zeer verantwoordelijk.”

Burgemeester Cynthia Browaeys (36) — ex-spits bij Anderlecht en nog maar sinds vorig jaar burgermoeder — in café ‘t Gaaike. ©Jan De Meuleneir / Photo News

“Ik was daar niet mee bezig, dat die onpopulaire maatregelen mij stemmen zouden kunnen kosten”, gaat ze verder. “En onpopulair wáren ze. We hebben sinds de uitbraak maar één koppel gehad dat besmet geraakte — buiten vijf mensen in onze woonzorgcentra — en toch verbood ik hier zelfs de zomerbar, terwijl omliggende gemeenten die bij hen wel lieten doorgaan. Maar hoe gaat dat in een dorp, op zo’n zomerbar? Iedereen kent iedereen, voor je het weet, loopt de ene bubbel naar de andere om even goeiendag te gaan zeggen. En dat risico wilde ik niet lopen. Ik vond het allesbehalve gemakkelijk om dat allemaal te verbieden en het ging ook helemaal tegen mijn natuur in. Want in Horebeke is er normaal wel elk weekend een eetfestijn of een fuif en ik ga daar altijd gráág naartoe. Maar dus nee, ik vond dat het niet kon.”

Ik communiceer heel persoonlijk met mijn mensen. Ik heb alle ver­e­ni­gin­gen zélf opgebeld en al mijn inwoners een brief geschreven om het uit te leggen. Een volksbrief zonder ambtelijke taal, in mijn eigen woorden

Cynthia Browaeys, Burgemeester Horebeke

En ja, aanvankelijk was er hier en daar wat gebrom. ‘Wie denkt zij wel dat ze is dat ze hier zomaar alles kan verbieden?’ Maar het geknor stierf al snel weg toen bleek dat Horebeke tijdens de crisis goed overeind bleef. “De mensen hebben de veiligheidsregels heel goed opgevolgd en ze volgen ze nog altijd. Ik ben fier op mijn mensen, fier dat ze naar mij luisteren, hoe raar dat ook klinkt. Het moet ook wel gezegd dat in een dorp zoals het onze nog best veel respect is voor een burgemeester. Ik communiceer ook heel persoonlijk met mijn mensen. In plaats van alle maatregelen op Facebook te gooien — veel oudere mensen hebben dat niet eens — heb ik alle verenigingen zélf opgebeld om mijn beslissing mee te delen en heb ik al mijn inwoners een brief geschreven om het uit te leggen. Een volksbrief zonder ambtelijke taal, in mijn eigen woorden. Zo, van: ‘Dit zijn de regels, ik weet dat ze niet plezant zijn, draag zorg voor uzelf en uw dierbaren, besef goed wat de gevolgen kunnen zijn, ik zou niet willen dat jullie iets overkomt.’”

Geen baldadige jongeren dan in Horebeke? Geen jonge gasten die al feestend loosgaan en zich nergens iets van aantrekken? Loopt iedereen hier dan in het gareel? “Ik heb heel die tijd welgeteld één illegaal feestje moeten laten stilleggen, da’s al”, aldus de burgemeester. Zegt café-uitbaatster Christiane Honné (73): “Ze zijn hier allemaal braaf. Mochten de mensen stout en onvoorzichtig zijn, we zouden hier zolang niet coronavrij zijn.” De burgemeester knikt. “Ook in niet-coronatijden zal je hier niet snel iets van baldadigheden tegenkomen. Is dat de eenvoud van een landelijk dorp als Horebeke? De gezonde boerenlucht? Het zou kunnen, ik weet het niet.”

Stem van de cardioloog

In haar achterhoofd hoorde Cynthia Browaeys, zo zegt ze, ook aldoor de stem van haar man die als cardioloog in het ziekenhuis van Oudenaarde de schrijnendste taferelen meemaakte tijdens de eerste coronagolf. “Daar lagen zoveel Covid-patiënten dat er zelfs niet genoeg plaats was op intensieve en ze een hele verdieping hebben moeten herinrichten. Mijn man is daar vaak moeten blijven slapen om ’s nachts mee mensen te redden. Hij heeft patiënten naar adem zien happen, zien sterven. Hoe vaak heeft hij niet gezegd: ‘De miserie op tv zien, is al erg. Maar de dag dat iemands broer, zus, kind, moeder, vader, grootmoeder of grootvader daar ligt, dán pas zullen mensen echt beseffen hoe erg het is.’ De beelden staan op zijn netvlies gebrand. En dan te bedenken dat Oudenaarde op nog geen tien kilometer van hier ligt.”

Burgemeester Browaeys aan de Haaghoek, waar dit jaar niemand naar de Ronde van Vlaanderen mag gaan kijken. Ze wéét wat het virus kan aanrichten. “Mijn man is cardioloog en zag mensen naar adem happen en sterven. Die beelden staan op zijn netvlies gebrand.” ©Jan De Meuleneir / Photo News

“Mijn man is fier op mijn rechtlijnigheid”, gaat ze verder. “Onze oktoberkermis is in samenspraak met onze jeugdclub ook afgelast. Ook al geeft de Covid-tool groen licht voor die kermis. Maar ik vertrouw het niet. Het jaarlijkse Sinterklaasfeest ga ik ook annuleren. En met heel veel pijn in het hart heb ik voor zondag, als de Ronde van Vlaanderen hier passeert, een burgemeestersbesluit opgemaakt waarin ik iedereen verbied om te gaan kijken aan de Haaghoek. Want dat is hét punt bij uitstek waar elk jaar heel Horebeke gaat staan. Dat is een overrompeling. Er zijn jaren geweest dat daar een tent stond met 1.500 man in. Dus rond heel die Haaghoek heb ik nu een veiligheidszone ingesteld. Het zou er anders krioelen van het volk en dat kan niet in deze tijden.”

Mijnheer pastoor

Mijnheer pastoor — Patrick Derde (56), een opvallend modern exemplaar — looft de “zeer duidelijk en niet mis te verstane regels” van de burgemeester, die volgens hem hun effect niet hebben gemist. Maar er speelt volgens hem ook nog iets anders en dat is: de behoudsgezinde, conservatieve, gesloten aard van de Horebekenaar. “De mensen zijn hier liever op zichzelf, ze zijn niet happig op vermenging van buitenaf. Niet om te wonen, niet om een pint te pakken, niét. Ze blijven nog het liefst van al onder elkaar. Hier wonen bijvoorbeeld geen vreemdelingen. Het feit dat ik jaren geleden een brief ondertekende om een huis te verbouwen voor vluchtelingenopvang, heeft bijna gemaakt dat ik hier mijn biezen kon pakken. Kom je niet van hier, dan hebben ze het liever niet. Zelfs tussen Sint-Kornelis-Horebeke en Sint-Maria-Horebeke heerst al rivaliteit. Zo, van: ‘En dat mijn dochter niet trouwt met een zoon van ginds, hé!’ Ik ben hier nu ruim vijf jaar pastoor en ik sta daar nog altijd van te kijken. En zelf kreeg ik het ook hard te verduren toen ik hier vijf jaar geleden aankwam. Niet alleen omdat ze mij maar een rare vogel vonden, maar vooral omdat ik er van oorsprong ‘gene van hier’ ben. In Zwalm en Oudenaarde, waar ik ook pastoor ben, nodigen de mensen mij overal uit. In Horebeke zijn er maar twee gezinnen die mij één keer per jaar aan tafel vragen. Voor de rest word ik hier nergens uitgenodigd, tenzij functioneel. Want... ik ben dus niet van hier. Dus ja, het zou weleens kunnen dat ook die afstandelijke, individualistische natuur het virus hier weghoudt.”

Dat ze in Horebeke graag ‘op zichzelf zijn’, ziet pastoor Patrick Derde (56) als verklaring. “Hier zijn geen vreemdelingen, ze zijn niet happig op volk van buitenaf. Zelfs tussen de twee deelgemeenten is er al rivaliteit.” ©Jan De Meuleneir / Photo News

Iedereen denkt er hier zo het zijne van. Bakker Philip De Messemaeker (53), die hier al 27 jaar brood bakt, zal zeggen dat het puur toeval is dat Horebeke al zolang Covid-vrij is. “We hebben gewoon chance, madammeke. En het valt nog te bezien hoelang we chance gaan blijven hebben.”