Reizen in de stad na coronacrisis: straks kan de auto wel inpakken

Reizen binnen de stad wordt moeilijk. Als straks het leven weer op gang komt, zullen we lang zo mobiel niet zijn als voor de coronacrisis. Het grote inleveren kan weleens beginnen bij de auto.
Fietsers en voetgangers langs de Amsterdamse grachten. ©sabine joosten

De gewone Amsterdamse tram kon voor de coronacrisis 120 passagiers meenemen. Met 1,5 meter afstand tussen hen worden dat er 30. De propvolle stad heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de meest besproken onderwerpen. Zoals veel grote en middelgrote steden heeft ook Amsterdam daar flink mee te kampen. Te veel toeristen in het historische centrum. Te veel forenzen in treinen, metro’s, bussen en trams naar werkplekken. Te veel fietsen, scooters en auto’s in te smalle straten. Te veel bestelbusjes en leveranciers op de stoepen. Het paste allemaal al niet meer.

Mobiliteit moet veranderen

Vooral in drukke wijken met weinig tuintjes hebben we meer ruimte nodig

Christiaan Kwantes

Voordat corona uitbrak, kampte Amsterdam met een snel oplopend ruimtegebrek waarvoor alleen na felle discussies en politiek debat een begin van beleid werd bedacht. Maar nu het ernaar uitziet dat we voorlopig nog niet af zijn van de 1,5 metermaatschappij, moet mobiliteit in de steden ingrijpender veranderen.

Amsterdam was een stad in beweging en zal langzaam maar zeker, piepend en krakend weer in beweging komen. Maar zoals het was, zal het voorlopig niet meer worden. Anderhalve meter afstand is om te beginnen een onmogelijkheid in het openbaar vervoer, de transportvorm die alleen kan bestaan bij de gratie van massa. Maar ook op de fietspaden gaat het redelijkerwijs niet lukken om 150 centimeter weg te blijven van anderen. En zelfs de stoepen zijn allesbehalve breed genoeg.

Deskundigen zien dit als een schaarstevraagstuk dat erom schreeuwt als oplossing de grootste ruimtevreter aan te pakken: de auto. Christiaan Kwantes van adviesbureau Goudappel Coffeng: ,,We hebben simpelweg meer ruimte nodig. Vooral in drukke wijken met weinig tuintjes, waar de mensen toch graag even naar buiten willen. Waarom zou je juist in die krappe wijken geen rijbanen afsluiten voor auto’s? Kunnen daar de fietsers terecht en hebben voetgangers ook meer ruimte.’’

Beschermende cocon

Ook lector citylogistiek Walther Ploos van Amstel van de Hogeschool van Amsterdam noemt de auto een ruimtevreter: ,,Om de stad bereikbaar te houden voor hulpdiensten, maar ook voor de bevoorrading van winkels en restaurants, zal je iets moeten doen aan de grote aantallen andere auto’s in de stad. Waarom maken we van de Wibautstraat geen fietsstraat? En je kan bijvoorbeeld ook twee rijbanen in de IJtunnel voor fietsers bestemmen. Dan hoeven alleen de voetgangers nog met de pontjes. We moeten als de sodemieter mensen aan het werk krijgen.’’

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de Technische Universiteit Delft, waarschuwt vooral voor het gevaar dat mensen die voorheen met het openbaar vervoer naar Amsterdam kwamen, straks uit angst voor besmetting de auto zullen pakken. ,,Dan zit je in je eigen, beschermende cocon. Maar dat kan de stad niet aan en loopt het vast.’’ Van Wee vindt dit het moment om door te pakken met de autoluwe maatregelen. ,,Never waste a good crisis, sommige meer onorthodoxe maatregelen zijn politiek nu ineens wel haalbaar.’’

Het moet afgelopen zijn met pret­mo­bi­li­teit. We zullen alle ruimte die er is moeten gebruiken voor de mensen die echt ergens móeten zijn

Walther Ploos van Amstel

Bloembakken op de weg

Kwantes stemt daarmee in: ,,We zitten niet meer in een luxepositie, er moet iets gebeuren vanuit de volksgezondheid. Het hoeft ook echt niet zo ingewikkeld: het kan in tijdelijke situaties worden geregeld. Je hoeft echt niet onmiddellijk de hele straat te herinrichten. Denk aan het plaatsen van bloembakken op rijwegen, waardoor fietsers en voetgangers meer ruimte krijgen. ,,Maar er moet meer gebeuren’’, zegt Ploos van Amstel. ,,Het moet afgelopen zijn met pretmobiliteit. We zullen alle ruimte die er is moeten gebruiken voor de mensen die echt ergens móeten zijn. Zorgpersoneel moet op het werk kunnen komen.’’

Bert van Wee zegt dat het allemaal helemaal niet zo erg hoeft te zijn. ,,Andere landen zullen jaloers naar Nederland kijken vanwege compacte steden, waar je te voet en per fiets goed uit de voeten kan.’’

Openbaar vervoer

Afstand houden ligt het ingewikkeldst in het openbaar vervoer. Trams die voorheen 120 reizigers vervoerden, moeten het nu doen met ten hoogste 30 personen. Een gelede bus, toch niet misselijk qua lengte, zit onder de huidige omstandigheden al met zestien passagiers vol. Vervoersbedrijf OVNL heeft berekend dat bij de 1,5 meterregel er 15 tot 20 procent van de normale hoeveelheid passagiers mee kan in de tram en bus. Voor de trein en metro zou dat tussen de 20 en 25 procent zijn. Niet iedereen die op reis wil, kan mee. Volgens transporthoogleraar Bert van Wee zouden we een reserveringssysteem moeten overwegen voor een plekje in een trein. ,,Net zoals nu bij de Thalys.’’

Mobiliteitsadviseur Christiaan Kwantes: ,,Op sommige verbindingen zouden minder trams moeten rijden. Gebruik daarvoor nog een uitgeklede dienstregeling en zet het schaarse materieel in op de langere lijnen waar de fiets minder een alternatief is.’’ Ploos van Amstel schetst het probleem. ,,Hoe gaan we om met inclusieve mobiliteit? Zijn mensen die werken belangrijker dan mensen die niet werken? Ik voorspel dat mobiliteit op de bon gaat.’’

Voetgangers

De voetganger heeft de toekomst, zegt Ploos van Amstel. ,,Het ruimtebeslag van de voetganger is nu eenmaal het kleinst. Lopen zie ik in dat opzicht als de beste vorm van mobiliteit. Daardoor wordt de buurt straks belangrijk: we zullen blijven bewegen, maar over kortere afstanden. Daar moet wel iets voor gebeuren, er zijn veel conflicten. Neem de terrassen in Amsterdam, die nemen vaak plekken van voetgangers in. ,,En’’, zegt zowel Ploos als Van Wee, ,,arbeidstijden zullen moeten worden gespreid. Als je wilt voorkomen dat iedereen op hetzelfde moment van de schaarse ruimte gebruikmaakt, moet je daar het werkritme op aanpassen.’’ Ploos: ,,Je zal diensten vaker moeten laten wisselen. Niet drie keer per dag, maar misschien wel ieder uur.’’

In Delft hebben alleen auto’s met een ontheffing nog toestemming om in het centrum te komen

Christiaan Kwantes

Fiets

De fiets in Amsterdam is de fase van ideaal transportmiddel al wel voorbij: fietsers moeten woekeren met ruimte. Fietspaden zijn regelmatig nu al geen 1,5 meter breed, dus afstand houden is haast onmogelijk. Tel daarbij op dat het aantal fietsers groeit nu menigeen geneigd is het openbaar vervoer in te ruilen voor de fiets. De e-bike maakt het mogelijk langere afstanden te overbruggen. Fietsfabrikant VanMoof verkondigde enkele weken geleden al dat de verkoop van e-bikes onder meer door de coronacrisis fors is gegroeid. Volgens Ploos van Amstel moet Amsterdam overwegen de historische binnenstad tot verboden gebied te verklaren voor fietsers. ,,Zelfs die ruimte hebben we niet meer.’’

Auto

Beroemd zijn de plaatjes van parkeerplekken waar plaats is voor soms wel tien fietsen. Het tekent het probleem in de krappe Amsterdamse straatjes: de auto biedt bescherming tegen het virus, maar neemt extreem veel ruimte in beslag. Om de stad weer te laten functioneren als het economische hart dat ze was, moeten mensen op hun werk kunnen komen. Niet meer met de auto, voor zover dat al het geval was. Ploos van Amstel: ,,Tot de rand zal het nog wel gaan, maar in de haarvaten van de stad past het niet.’’ Kwantes wijst naar Delft: ,,Met kentekencamera’s is daar een systeem waarmee alleen auto’s met een ontheffing nog toestemming hebben om in het centrum te komen.’’

Bekijk  hieronder onze video's.