Reguliersbreestraat wordt een anonieme toeristenroute

Met het vertrek van het Amsterdamse familiebedrijf Kwekkeboom wordt de Reguliersbreestraat steeds meer een anonieme doorgangsroute voor toeristen.
Toeristen in de Reguliersbreestraat. Patisserie Kwekkeboom wijkt voor weer een ijswinkel. ©Jean-Pierre Jans

Nergens is de verandering van de stad beter te aanschouwen dan in de tweehonderd meter tussen Munt en Rembrandtplein. Vroeger zaten hier nog wat winkels waar bewoners ook wat aan hadden. De Hema, een Ako, de Etos, een bruine kroeg.

Nu is het één lange strook 'leisure', zoals dat in het jargon heet, vrijetijdsbesteding. In de praktijk: laagwaardige horeca, toeristenwinkels, tattooshops en casino's - met als enig lichtpuntje bioscoop Tuschinski. Met huren zo hoog dat alleen de grote ketens - New York Pizza, Burger King - er nog terechtkunnen. De Albert Heijn heet hier al jaren To go.

Er zijn nu twee ijswinkels: Dolce & Gelato en Yogen Früz Ü. Waar nu Patisserie Kwekkeboom zit, zal zich waarschijnlijk een derde geruisloos in dat rijtje voegen.

Daar kun je sentimenteel over doen, maar in de winkels heeft niemand er problemen mee. De Reguliersbreestraat heeft een slecht geheugen.

Kaas, tulpen en stroopwafels
Waar eerst Café Otten zat, zit nu de Burgerfabriek. Een brandschoon klein tentje, met flinke hompen vlees op het menu, maar ook een vegetarische variant.

Het gesprek verloopt stroef.

"Waarom heet dit de Red Light Burger?"
Is gewoon een naam.
"Zit er dan iets bijzonders op?"
Wijst op de kaart: hier staan de ingrediënten.
"Hier zat eerst Café Otten hè?"
Ik werk hier pas een jaar.
"Wat voor mensen komen hier?"
Geïrriteerde zwaai naar de bezette tafeltjes. Kijk zelf.

Naast het hamburgertentje zit Bazar 2000, een souvenirwinkel met de fascinerende ondertitel: 'the shop for the 21st century'. De zaak ernaast lijkt naamloos, en is in assortiment vergelijkbaar. Zij zijn ook Bazar 2000, zegt een medewerkster - al zijn de panden niet met elkaar verbonden. Ook het personeel moet buitenom.

©Het Parool

In sushibar Shabu zat eerst een Hema. Dat weet het meisje achter de bar nog wel, er komt nog weleens post voor ze. Wil ik iets bestellen?
Aan de overkant, op nummer 19, zit Yogen Früz Ü. Yoghurtijs dat je zelf kunt tappen, met grote bakken fruit, chocola en snoepjes voor erbovenop.

Eerst zat hier boekhandel Ako. Het meisje bij de kassa is duidelijk van na die tijd. Met een stalen gezicht rekent ze 21 euro af voor twee bakken ijs. 

Niet voor Amsterdammers
Het blijken Amsterdammers te zijn die hun bak zojuist vol hebben geschept met ijs en allerlei hysterische toppings. "We zouden gaan wokken, we zouden naar de film," zegt de jongen op een toon alsof het er allemaal niet meer van gaat komen. Het meisje werpt een neerslachtige blik op de calorieënbom in haar handen. "Als ik wist dat dit 21 euro zou kosten, hadden we het niet gedaan."

Ook kaaswinkel Cheese Tasting Room richt zich niet op Amsterdammers. Bij binnenkomst worden we direct getrakteerd op het verhaal van de boer uit Katwoude die opeens een buslading toeristen op zijn erf trof en toen maar kaas voor toeristen is gaan maken. Er hangen foto's van het boerenbedrijf, in nostalgisch zwart-wit.

De zaak is onderdeel van Cheese & More, van Henri Willig, en zit ook alweer zes jaar op deze plek. Beneden is de verkoop, ook van tulpenbollen en stroopwafels trouwens, boven kun je proeven.

Toeristische prijzen
Dit is geen kaas om op te eten, maar om mee te nemen. Het zijn bolletjes geseald in kleurig plastic, niet bedoeld voor Amsterdammers. "De prijzen zijn ook toeristisch," zegt manager Marcel Hillebrand, waarbij 'toeristisch' een eufemisme lijkt voor verdubbeld: 400 gram kost hier rustig een tientje.

Er wonen hier ook nauwelijks mensen, zegt Hillebrand. Ook boven zijn zaak niet. Dan zou je een aparte opgang moeten maken, en dat is veel te veel gedoe. "Bovendien, dan heb je 90 vierkante meter woonruimte, wat kun je daarvoor vragen? 4000 euro? Dat schiet niet op."

Kinderwagen
Er wonen wel wat mensen in de straat. Aan de overkant is een bellenbord, door het raam zien we zelfs een kinderwagen met meerijdplankje voor een peuter. De bewoners proberen met zeven rode stickers duidelijk te maken dat ze geen fietsen voor hun voordeur willen. Dat lijkt, zo vlak bij Tuschinski, een verloren strijd.

Naast de monumentale bioscoop is er eigenlijk nog maar één plek in de straat waar Amsterdammers nog speciaal naartoe fietsen. Dat is seksshop-met-cinema B1, vlak bij de Munt. Beneden, in de winkel, komen ook veel toeristen, maar de bioscoopzaaltjes boven ("Je koopt een kaartje voor een tientje en doet dan wat je niet laten kunt") trekken vooral Amsterdammers. Mannen van boven de veertig, van wie sommigen wekelijks of zelfs dagelijks komen.

"Er kopen ook wel wat toeristen een kaartje," zegt een medewerkster. "Gewoon uit nieuwsgierigheid. Maar die komen maar één keer. Daar bouw je geen band mee op." Er klinkt spijt door in haar stem. Het kan dus wel.