Presentator Martine van Os: ‘We gaan niets verzinnen. We zijn gewoon aanwezig bij een reis die soms heel saai kan zijn’

Hoewel er nauwelijks iets gebeurt in kampeerprogramma We zijn er bijna, is het een kijkcijferhit. Geen wonder, vindt Martine van Os, die vanaf vanavond een nieuwe reeks presenteert. In een wereld vol strijd en onzekerheid, kan iedereen wel een vleugje Max gebruiken.   
Martine van Os ©© Manon van der Zwaal

Een lieve, bolle duif scharrelt tussen de plantjes in de tuin van Omroep Max-presentator Martine van Os. Het zonnetje schijnt.

Opeens is daar een zwarte kat.

Hij stopt, ziet de nietsvermoedende duif en neemt een vechthouding aan.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Ziehier een ingrijpmomentje voor de omstanders. Lees: de interviewer die het tafereel van achter de tuintafel gadeslaat. De geïnterviewde is binnen thee aan het zetten. Maar het is al snel te laat.

Met een snelle beweging wordt de duif gegrepen en aan flarden gescheurd. Van Os komt geschrokken op het kabaal af, de kat komt weer op haar af. ‘Eh... zullen we het interview naar binnen verplaatsen?’, zegt ze als de buurtkat aanstalten maakt aan een zegetocht te beginnen. ‘Dan hoeft-ie niet zo stoer voor ons te doen.’

Eenmaal binnen: ‘Je moet maar zo denken: als je wel had ingegrepen, had hij die duif een uur later gepakt.’

Dat is wel een talent van je, hè? Om dingen in een reflex te relativeren. In We zijn er bijna huilde een man om zijn overleden vrouw en toen zei jij: ‘Jij kán tenminste nog huilen.’

‘Nu je het zo zegt, denk ik inderdaad dat ik dat vaak doe. Misschien heb ik het zelf wel nodig om niet te ver in de misère weg te zakken.’

Bij een andere weduwnaar die in de eerste minuut breekt als je zegt ‘Voor het eerst alleen, hè?’, reageer je met: ‘Och, meteen tranen?’ Alsof je er niet echt op zit te wachten.

‘Ik schrik daar dan van. Het overvalt me. Ik heb er helemaal niks op tegen als mensen moeten huilen, maar ik heb er wel een beetje een hekel aan als je interviewers de komst van tranen stiekem ziet toejuichen. Ik wil geen tranen om de tranen. Maar op de een of andere manier heb ik de uitwerking op mensen dat ze bij mij beginnen te huilen. Het is een talent van mij om tranen te stelpen, maar kennelijk ook om ze op te roepen.’

Martine van Os ©Manon van der Zwaal

Zelf loop je ook een beetje als een open wond door het leven, begreep ik.

‘Dat omschrijf je heel mooi, haha. Ik zeg zelf weleens dat alle sluizen bij mij altijd openstaan. Alles komt de hele tijd bij me binnen. Ik ben soms erg jaloers op mensen die dat beter kunnen afschermen, want het is soms best vermoeiend.’

Hoe ben je er na vijf weken We zijn er bijna dan aan toe?

‘Dan kan ik wel een beetje mensenmoe zijn. Dan kan ik het bijna niet meer opbrengen om naar een verjaardag te gaan. Ik ben dan gewoon overvoerd. Aan de ene kant is me verdiepen in mensen mijn hobby, maar aan de andere kant is die hobby killing.’

Voor het negende jaar op rij presenteert Martine van Os – die haar carrière ooit begon als actrice, maar al decennia televisieprogramma’s presenteert zoals Lieve Martine bij de KRO en de kijkcijferhit Tijd voor Max – het kampeerprogramma waarin vijftigplussers met hun caravans er vijf weken samen op uittrekken. Rond de anderhalf miljoen kijkers scoort het programma, soms oplopend tot 2 miljoen. En dat in de zomer. ‘Slow television met een rustgevend effect’, is een van de verklaringen voor het succes, evenals: ‘een wereld van snijboontjes bij het avondeten zonder een spoortje cynisme’, ‘pure tv, zonder opsmuk’, ‘een soort Big Brother, maar dan véél zachter en vriendelijker’, en ‘een gemoedelijk universum zonder terrorismedreiging, economische crisis of andere narigheid.’

De kracht van We zijn er bijna is dat er niks gebeurt, zegt producent en regisseur Claudine Everaert. Raakte je daar in het begin wel eens van in paniek? Dat je na een draaidag dacht: o, we hebben het niet, iedereen deed de hele dag niks.

‘In het begin hadden we dat zeker. Maar we hebben altijd gezegd: het is wat het is, we gaan niks verzinnen, geen spelelement toevoegen, geen excursies doen. We zijn gewoon aanwezig bij een reis die ook wel eens heel saai kan zijn. ‘Maar’, zeiden we dan tegen elkaar, ‘saai is ook wat.’ Net zoals avontuurlijk of dramatisch iets is. Alleen, dat kun je allemaal bedenken, maar als je daar eenmaal bent en het hoogtepunt van de dag is dat twee mensen van a naar b lopen, een zak met water vullen en die weer terugbrengen, dan kun je je wel eens afvragen of dat voldoende is. Maar dat bleek juist de kracht van het programma. Het is een mini-maatschappijtje van oudere mensen, waarin de beroepen gaan van chirurg tot leerkracht tot wiskundige tot melkboer. En alle verschillen vallen weg als je allemaal in zo’n witte doos zit.’

Kun je na negen jaar We zijn er bijna een psychologische schets van de caravanvakantiegangers uit jullie programma geven?

‘Het zijn oudere, gepensioneerde mensen die liever doodgaan op reis dan dat ze een dag te lang thuis achter de geraniums zitten. En dat spreekt ook jonge mensen aan. Mijn zoon zegt dat hij het zo leuk vindt om te zien dat oudere mensen zoveel plezier kunnen hebben. Het zijn mensen die ’s ochtends meteen een taartje gaan kopen en zin in de dag hebben. Voor mijzelf is dat ook inspirerend. Ik kan soms wel een beetje somberen. Bijvoorbeeld over de toekomst van mijn kinderen. Of over hoe akelig de wereld in elkaar zit.’

Wat vind je akelig?

‘De wereld voelt zo onbetrouwbaar. Sinds 9/11 is dat alleen maar erger geworden. Ik wil hier zo gauw mogelijk weg, denk ik op elk station of vliegveld waar ik ben. Mijn kinderen zijn vaak op festivals, en dan denk ik ook: als er maar niet ergens een bommetje wordt gelegd. Hoe de samenleving zich politiek ontwikkelt vind ik ook ingewikkeld. De uitspraken van politici worden steeds radicaler en de meest vreemde mensen komen aan de macht. Hoe kán het nou dat Baudet het zo goed doet? Ik word er angstig van om in een wereld te leven waarin je de ander niet kan vertrouwen. Ik ben wel eens gevraagd voor programma’s als Wie is de Mol en Expeditie Robinson, maar ik kan niet meedoen aan een spel waarin je steeds op je hoede moet zijn of op slinkse wijze mensen een hak moet zetten. Ik word daar doodongelukkig van.’

Is dat ook de reden dat je het zo naar je zin hebt bij omroep Max, waar een warme, gemoedelijke sfeer hangt? Elke werkdag wordt afgesloten met een bitterbal en de directeur filmt iedere ochtend hoe hij met een big smile een balletje uit een bingomolentje trekt en het nummer dat daarop staat naar alle werknemers stuurt?

‘Ik heb me nergens zo veilig gevoeld als hier. Ik moet er ook vreselijk om lachen als er weer zo’n filmpje op de algemene app komt van Jan Slagter. Zit-ie daar weer met dat molentje achter zijn bureau. En als hij het een keer vergeet, zit hij in de auto met zijn molentje. Het leeft ook enorm in het bedrijf.’

Martine van Os ©Manon van der Zwaal

Hoe voelde je je bij de KRO, waar je hiervoor werkte?

‘Daar voelde ik me heel onveilig. Ik voelde daar de hele tijd de hete adem van mijn leidinggevenden en collega’s in mijn nek. Heel lang ben ik naïef geweest. Er werd een nieuw gezicht bij de KRO binnengehaald en ik dacht: o wat leuk, hoe meer zielen, hoe meer vreugd, gezellig. Een vriendin, die veel meer door de wol geverfd is, zei: ‘Ik denk dat het helemaal niet zo leuk is voor je. Zij is voor veel geld binnengehaald, die gaat al jouw programma’s doen.’

Ik neem aan dat we het nu over Anita Witzier hebben, die programma’s als Hints, Tien voor Taal en Memories ging doen?

‘Ja, maar ik vind het altijd vervelend om namen te noemen, omdat zij daar zelf niks aan kan doen. Ik vind het vooral stom van mezelf dat ik zo naïef was. Terwijl het daar aan de orde van de dag was dat er van alles achter je rug om gebeurde. Het was schering en inslag dat ik hoorde dat er iemand weg zou gaan bij de KRO zonder dat diegene dat zelf wist. Daar kon ik niet zo goed tegen. Zo ga je toch niet met mensen om? Over mijn programma Lieve Martine zeiden ze steeds: het is allemaal hartstikke leuk, er kijken veel mensen naar, maar het moet verjongen, verjongen, verjongen. Ik kreeg daar zo’n kriebel van op mijn rug. Alsof oude mensen niet de moeite waard zijn. In diezelfde tijd was Jan Slagter bezig met omroep Max. Daarbij wil ik me wel aansluiten, dacht ik, dus toen heb ik hem een brief geschreven. Want bij de KRO was ik op het eind echt heel ongelukkig, en dan word je ook slechter in je werk. Ik werd er heel onzeker. Ik heb het nodig om me ondersteund te voelen.’

Toch werd het programma Max & Martine dat je bij Max ging presenteren op een gegeven moment vervangen door Max & Loretta. Waarom was dat eigenlijk?

‘Ja, dat was een rare hè? Eerst was het Max & Catherine, toen deed Catherine Keyl het, maar die wilde niet meer dagelijks, dus toen hadden ze tijdelijk een vervanger nodig. Ze vroegen of ik dat wilde doen, maar bleven onderwijl het idee houden dat ze er een vast iemand voor moesten zoeken. In een van de laatste uitzendingen was Loretta Schrijver mijn gast en riep Jan Slagter: ‘Ja, dat is een goede, Loretta!’ Toen zat ik wel even raar te kijken. Eh, oké, ja, kan, pruttelde ik. Later kwam Loretta een keer aanrijden bij Max en zwaaide vrolijk naar me. ‘Hoi, leuk hè?’, zei ze enthousiast, ‘dat ik het ga doen.’ ‘Ja’, stamelde ik, ‘heel leuk, ook wel lastig...’ Daar schrok ze van, want ze dacht dat ik het zelf niet wilde doen. Anderhalf jaar later vertrok Loretta vanwege een burn-out en werd ik voor een gesprek uitgenodigd door Jan. ‘Het is eigenlijk helemaal niet netjes hoe wij dat destijds gedaan hebben,’ zei hij. Hij bood zijn excuses aan en zei: ‘Het was heel stom, want je deed het eigenlijk heel goed, wil je het alsjeblieft weer doen?’ Dat was heel lief. En dan is het voor mij ook meteen vergeven en vergeten. Ik vind het fijn dat de sfeer bij Max zo open is. Het is echt een ontspannen toestand.’

Waarom heb je niet gelijk gezegd dat jij wel de vaste presentator wilde worden toen hij over Loretta begon?

‘Daar was ik veel te verlegen voor. Dat soort dingen vind ik doodeng. Nee, dat kan ik helemaal niet. Want dan ga ik stotteren en raar doen. Mijn man vond wel dat ik met mijn vuist op tafel moest slaan, maar dat kan ik niet. En wat je niet kunt, moet je niet doen.’

Je deed laatst in een promo een aap na om een bioloog aan te kondigen die over de gelijkenis tussen mens en aap kwam vertellen. Hoe komt het dat je dat zo goed kan?

‘Ik kan een heleboel beesten nadoen. Ken je mijn verkouden, blaffende pekineesje?’ Doet er heel treffend eentje na. ‘Als klein kind deed ik dat al. Een vriend van mijn ouders had als een van de eersten een bandrecorder. ‘Martientje, hoe doet een kalkoen?’, vroeg hij dan.’ Geeft een uitmuntende imitatie van een kalkoen.

Sybrand Niessen zei over jou: ‘Martine heeft altijd overal begrip voor.’ Is dat een rol waar je wel eens vanaf wil?

‘Ik geloof dat die brave, keurige juffrouw van de televisie inmiddels wel ietsje minder braaf aan het worden is, hoor. Ik heb er nu ook wel plezier in om soms een aap na te doen, als het zo uitkomt. Dat mag nu van mijzelf.’

Jouw eigen man, kunstenaar Wouter Stips, die dertien jaar ouder is dan jij, valt ook binnen de doelgroep die te zien is in We zijn er bijna. Merk je dat hij in een andere levensfase zit dan jij?

‘Dat begin ik nu wel een beetje te merken. Toen ik 20 was, was hij 33 en in het begin merkte ik het leeftijdsverschil omdat hij werkte en ik nog student was. In de periode daarna maakte het niks uit, maar nu merk ik dat je levensbehoeftes op je 75ste anders zijn dan wanneer je 62 bent. Hij heeft meer behoefte aan regelmaat. Zoals op vaste tijden ontbijten en naar zijn atelier lopen, dezelfde televisieprogramma’s kijken. Hij heeft ook meer behoefte aan rustigere dingen. Vroeger wilde hij zes weken in een ver buitenland schilderen, bijvoorbeeld in Bangladesh, en nu vindt hij het heerlijk om dat in het atelier in de tuin te doen. Ik vond het soms best moeilijk als hij maanden weg was om te schilderen, terwijl ik met onze jonge kinderen thuisbleef. Maar ja, dat hoorde bij hem. Dus ik heb altijd maar geprobeerd om er het leuke van in te zien dat ik zo’n avontuurlijke man heb.’

Was hij echt jouw docent?

‘Ja. Al waren er niet echt klassen op de Academie voor Expressie in woord en gebaar, het was allemaal heel vrij. Wij waren ook echt niet de enige die een relatie hadden. De directeur is ook nog steeds met een leerling.’

Werd daar niet gek over gedaan?

‘Nee.’

Heb jij de verhalen over de toneelscholen waar er dingen tussen leerlingen en leraren gebeurden daardoor anders gelezen?

‘Ja, ik heb het wel anders gelezen, maar het is natuurlijk lastig te vergelijken, want wij zijn 40 jaar bij elkaar gebleven. Er was geen sprake van machtsmisbruik. Het was ook wel een andere tijd hoor, iedereen scharrelde. Op de middelbare school had een vriendinnetje van mij iets met onze zeer jonge leraar Nederlands. Ook daar heb ik nooit het idee van gehad dat het machtsmisbruik was.’

Wat vonden jouw ouders ervan?

‘Ik denk dat mijn moeder zich wel zorgen maakte, maar haar grootste zorg was dat ik altijd financieel onafhankelijk zou blijven, zodat ik niet bij iemand zou hoeven blijven omdat ik het alleen niet kon. Ik denk dat ze veel van zichzelf op mij geprojecteerd heeft. In haar generatie moesten vrouwen stoppen met werken als ze kinderen kregen. En dat vond zij verschrikkelijk. Haar huwelijk ging niet zo goed, mijn ouders hadden ontzettend veel ruzie, dat was een enorme worsteling. En toen ze op haar 50ste scheidde en weer gewoon haar eigen kost kon verdienen, merkte ze hoe fijn het is om je eigen beslissingen weer te kunnen nemen.’

Bleef je moeder bij je vader vanwege die financiële afhankelijkheid?

‘Dat heeft wel meegespeeld, maar ze bleef ook vanwege de kinderen. Ze is zo ongeveer op de dag dat ik uit huis ging bij mijn vader weggegaan. Ik kon daar heel goed met mijn moeder over praten, maar met mijn vader veel minder. Dat was een heel gesloten, ingewikkelde man. Eigenlijk een heel onzekere man. Ik denk dat veel van de ruzies tussen mijn ouders daar ook uit zijn voortgekomen. Want hij was altijd gefrustreerd, altijd bezig om over zijn eigen onzekerheid heen te komen. Hij was hartstikke goed in zijn werk, hij was Hoofd Actuele programma’s bij de NOS, maar thuis kwam al die stress en onzekerheid eruit. Dan was hij heel licht ontvlambaar en daardoor heel onberekenbaar. Als kind was het altijd spitsroeden lopen. Hoe staat zijn pet? Wat kan ik wel en niet doen? Het was een ongewisse toestand. Mijn broer en ik zijn er allebei door gevormd. Mijn broer heeft zich in zichzelf teruggetrokken en zich een beetje afgesloten voor de buitenwereld. Ik ben een schaapsherder geworden, doordat ik als kind steeds het gevoel had dat ik de bindende factor moest zijn. Ik moest het gezellig houden, ruzies voorkomen, bemiddelen. Daardoor zijn mijn voelsprieten zo ontwikkeld, wat me in mijn werk dus goed van pas komt.’

Zit er ook een soort idealisme achter? Is het een missie om over te brengen dat er niet per se verbaal geweld nodig is om kijkcijfers te trekken?

‘Ik weet niet of het een missie is, maar ik merk wel dat ik dat provoceren wat je nu in sommige talkshows, op sociale media en in het politieke debat ziet, vervelend vindt. Dat gaat de wereld echt niet beter maken. Als niemand meer nieuwsgierig is naar hoe de ander in elkaar steekt, maar die vooral wil beoordelen en rücksichtslos af wil maken, helpt ons dat echt niet.’

Nederland kan wel een vleugje Max gebruiken?

‘Laatst had een collega bij met de omroep-Max-bingo een reisje naar Parijs gewonnen en gaf dat weg aan een collega die het heel moeilijk heeft gehad. Het klinkt allemaal heel zoetsappig, maar ik hou daarvan. Ik denk dat voor alle mensen die bij Max blijven hangen – en dat zijn er heel veel – geldt dat harmonie beter voor ze werkt dan het gevecht. Dat zie je ook terug aan de deelnemers van We zijn er bijna die heel gemoedelijk met elkaar omgaan. Die levensinstelling lijkt ook al een beetje zijn entree te hebben gedaan bij jonge mensen. Mijn zoon is met een groep vrienden op een onbewoond eilandje ergens bij Zweden gaan zitten. Daar was helemaal niks, geen internet, geen telefoon, en toch hadden ze het fantastisch. Ze kwamen tot de conclusie dat het fijn is als je het gewoon weer even echt met elkaar moet rooien.’

Zie je jezelf na je pensioen ook wel met een caravan op pad gaan?

‘Nee. Veel mensen denken: als ik gepensioneerd ben ga ik reizen, maar dat heb ik niet. Ik zie mezelf eerder een studietje oppakken en veel lezen. Gewoon lekker opstaan, kopje thee zetten, boterhammetje smeren, en een beetje in de tuin werken.’

En af en toe een dooie duif begraven.

‘O god ja, de dooie duif. Man, dat was.…’ Twee tellen is het stil. Dan: ‘Het is ook gewoon de natuur hè? En er zitten hier wel heel veel duiven, dus misschien is het maar goed dat de natuur even ingreep.’