Oud-turnster Witjes trainde onder Vincent Wevers: ‘Schelden, negeren, intimideren en dreigen: elke dag weer’

Petra Witjes (29) was in 2009 de eerste klokkenluider van turnmisbruik. Zeven jaar lang trainde ze met vader en dochters Wevers, in een regime van vernedering en mishandeling. Nu lijkt er eindelijk wat te gaan gebeuren in de verrotte turncultuur. Aan de keukentafel doet Witjes haar verhaal. Een monoloog.
©eric brinkhorst

Door Rik Spekenbrink

,,Ik sta op de balk. De trainer zegt dat ik er niet eerder vanaf mag dan wanneer ik een bepaalde oefening heb gedaan. Ik kijk in de spiegel van de turnhal en denk: voor wie doe ik dit nu eigenlijk? Ik ben er klaar mee. Als ik de zaal uitloop hoor ik:
Je hoeft niet meer terug te komen. Mooi. Dat is precies wat ik wil.

Het is 2008 en de Olympische Spelen van Peking naderen. Misschien had ik een kans gemaakt. Maar de oogkleppen zijn al af, het plezier is weg. Gebroken, na een proces van jaren.

Als meisje van 7 jaar begin ik in Heino met turnen. Ik ben een stijve hark, maar heb wel talent en ben mentaal sterk. Nadat ik in 2001 naar Oldenzaal verhuis, kom ik in de groep van Vincent Wevers. Met zijn dochters Sanne en Lieke en Tahnee Masela vormen we de vaste kern van vier, die wordt aangevuld met anderen.

Hoe meer we trainen en hoe beter we worden, des te strenger wordt het regime. Toch heb ik vaak een lach op mijn gezicht. De training begint om 07.30 uur, maar mijn vader heeft een sleutel van de zaal en vaak gaan we met een paar meiden al een uur eerder naar binnen. Turnblokken bouwen, beetje plezier maken. Als Vincent binnenkomt, zitten we netjes en met een serieus gezicht op de mat.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Als ik de zaal uitloop hoor ik: Je hoeft niet meer terug te komen. Mooi. Dat is precies wat ik wil

Petra Witjes

Je weet nooit hoe zijn humeur is. Soms goed, vaak niet. Ik heb het hele palet aan kindermishandeling meegemaakt. Ook fysiek. Eén keer heb ik in Frankrijk een trap van hem gehad, maar de echte pijn kwam van al het andere. Het kleineren, schelden, indoctrineren, negeren, intimideren en dreigen. Elke dag weer. Emoties mochten er niet zijn. Blessures werden genegeerd. Vier keer per dag op de weegschaal. En dan nog word je bij zogenaamde vetjes gegrepen en dikke koe genoemd.

Onze zaal is afgeplakt, niemand kan binnen kijken. Al heeft één ouder er een klein gleufje in gesneden om te spieken. Maar als het plakfolie een keer door iemand wordt weggetrokken, is het er de volgende ochtend weer opgeplakt.

De bekritiseerde Vincent Wevers, met dochter Sanne. ©ANP

Ik ben geen jaknikker. Vanaf mijn 14de ben ik mijn mond open gaan doen. Na de training zit ik vaak tot middernacht met mijn vader aan de keukentafel. Hij zegt dat ik op elk moment kan stoppen. En hij gaat meerdere keren in gesprek met mijn trainer. Die zegt dat het wel goed komt. Petra is gewoon een beetje rebels.

Niet rebels

Ik ben niet rebels, ik kom op voor mezelf. Op enig moment staan we netjes opgesteld in een rijtje. Mijn trainer is echt heel erg boos. Ik wrijf even aan mijn neus, door het magnesiumpoeder heb ik jeuk en moet ik bijna niezen. Mijn trainer vindt dat ik daarmee zijn gezag ondermijn, omdat ik in zijn ogen lachte. Voor straf moet ik kikkersprongen maken met een zware zandzak op mijn rug. Ik weiger. Ik laat me niet als slaaf behandelen voor iets wat ik niet heb gedaan. De zaal staat op zijn kop, ik word aan mijn arm getrokken: En nu ga je het doen! Maar ik blijf erbij en word de zaal uitgezet.

In aanloop naar een EK of WK train ik vaak apart. Met mijn gedrag en ideeën ben ik recalcitrant en kan ik de rest van de groep terroriseren, vindt mijn trainer. Vaak word ik in de ‘rotte appel-groep’ gezet, onder anderen met Joy Goedkoop en Lieke Wevers. Wekelijks wordt gedreigd dat we maar naar Nijmegen of Heerenveen moeten verhuizen. Daar trainen de amateurs.

Joy Goedkoop, de oud-turnster die aan de bel trok over Vincent Wevers, op archiefbeeld (mét Wevers). ©Hollandse Hoogte / ANP

In 2006 doe ik een melding bij de topsportmanager van de KNGU. Er wordt een onderzoek aangekondigd naar de gang van zaken in Oldenzaal, NOC*NSF financiert. In de kantine van een zaaltje word ik door twee mensen gehoord namens NOC*NSF. Onder anderen Sanne en Lieke zitten er ook bij. Dus ik weet dat alles wat ik zeg zo bij mijn trainer terecht kan komen. Toch vertel ik veel. Er wordt een rapport opgemaakt. Ik hoor er nooit meer wat van. Ik vraag me af waar het is gebleven en waarom er nooit iets mee is gedaan. Er verandert niets.

Er komt een mental coach in de zaal. Vóór en tijdens mijn gesprek met haar voel ik de ogen van mijn trainer in mijn rug. Ik mag niets zeggen. Na twee of drie keer komt ze niet meer terug. Ook op de WK in Stuttgart in 2007 heb ik aan mensen verteld over de praktijken. Na de wedstrijd moest ik van mijn trainer mee terug naar huis, maar ik bleef bij de rest van het Nederlands team. Ik ondermijnde weer zijn gezag. Maanden ben ik genegeerd.

Koek en snoep

Ik probeer te blijven zoeken naar de lol in het turnen. Het gevoel van het kunnen vliegen blijft heerlijk. En soms heb ik het echt leuk met de meiden. Als we op trainingsstage gaan, stop ik mijn halve koffer vol met koek en snoep. Niet alleen voor mezelf, ook op verzoek van de andere meiden. Maar het is oppassen, de koffer kan worden doorzocht. Mijn trainer gaat zelfs een keer op de kantine van de school vragen wat we daar kopen. Broodjes gezond en Liga, liegen de medewerkers. Aan het einde van de week krijgen we de puddingbroodjes en kipcorns die zijn overgebleven. Dit moest geheim blijven.

Als ik in 2009 word gevraagd om bij NOS Radio te vertellen over mijn ervaringen, krijg ik berichtjes van steun. In de turnwereld wordt anders gereageerd. Wie denkt die Witjes wel niet dat ze is, dat ze even een boekje opendoet. Andere media willen er meer van weten. Maar ik voel dat dit niet het moment is. Beter spaar ik mijn energie, mijn ervaringen blijven mijn ervaringen. Als het moment daar is, zal ik er zijn. Elf jaar later is het zover.

Deze week heeft me veel kracht gegeven. Door al die moedige meiden die nu hun verhaal doen. Ik voel me gehoord en gesteund. Eindelijk kan ik mijn volledige persoonlijkheid laten zien. Pas nu voelt het alsof ik er mag zijn. Mensen zullen begrijpen wie ik ben en waarom ik doe wat ik doe, want het verhaal is bekend. Ik voel me sterker dan ooit.

Mijn trainer gaat zelfs een keer op de kantine van de school vragen wat we daar kopen. Broodjes gezond en Liga, liegen de medewerkers

Petra Witjes

Nadat ik ben gestopt, ben ik jaren zoekende geweest. Wie was ik, wat wilde ik? Je moet eerst het trauma verwerken. Heel langzaam ga je je vormen als mens. Ik heb mezelf bewust eerst een persoonlijke ontwikkeling gegund. Ik ben ook moeder geworden, daardoor kreeg ik een spiegel voorgehouden. Ik voed mijn zoon op vanuit mijn eigen referentiekader. Ik heb in mijn jeugd warmte en veiligheid gemist, in de turnhal althans. En daar was je van 07.30 tot 09.30 uur en van 15.00 tot 19.00 uur. Of soms zelfs 20.00 uur, als er weer een preek kwam. Het grote deel van mijn ‘opvoeding’ lag in handen van de trainer.

Tijdens de opleiding Social Work ontdek ik moeite te hebben met het uiten van gevoel en emoties. Dat heb ik pas tijdens mijn studie kunnen leren. Nu accepteer ik mezelf, inclusief alle turnervaringen. Sinds deze week heb ik een nieuwe baan, als jeugdhulpverlener. Het kind willen beschermen, dat zit er diep in.

Klappen

Er is geen enkele nazorg voor ons geweest. Niet fysiek, niet geestelijk, niet financieel. Leuk dat iedereen staat te klappen als je daar in de arena een prachtige turnoefening neerzet. Maar jij zit daarna met het leed en er is niemand die naar je omkijkt. Al denk ik dat ik er misschien nog goed vanaf ben gekomen. Ik ben hartstikke gelukkig, trots en sta goed in het leven. Vooralsnog heb ik geen psychologische hulp gehad. Maar ik sta er wel voor open. De schaamte is voorbij en misschien is het nodig voor het aangaan van relaties, want die vermijd ik.

Dit is mijn ervaring. Maar ik heb de wanpraktijken en het cultuurprobleem om mij heen zien gebeuren. In mijn eigen hal, in heel Nederland en internationaal. Wat mij bezighoudt: welke schade is toegestaan in topsport met jonge meiden? En wie biedt bescherming?

Ik ben niet uit op wraak. Ik wil alleen dat er wat verandert. Iedereen zou moeten meewerken aan het onafhankelijke onderzoek: turnsters, trainers, artsen, ouders, bestuursleden en bondsmedewerkers. De tijd van brandjes blussen is voorbij, het fundament moet worden aangepakt. Er is zo veel schade aangericht in de hang naar prestaties. Erken dat en lever nazorg. Want het échte leven begint pas ná het turnen.’’