Organisatie bron- en contactonderzoek rammelt aan alle kanten

Elk van de 25 GGD’s heeft zijn eigen werkwijze waardoor de extra ingeschakelde medewerkers, die landelijk kunnen worden ingezet, hun werk niet goed kunnen doen, vertellen direct betrokkenen. Voor een terugkeer naar een ‘normaler’ leven is een goed functionerend bron- en contactonderzoek nu cruciaal. 
Een coronateststraat in Helmond. GGD-medewerkers die na de test het bron- en contactonderzoek doen klagen over chaotische toestanden. ©Hollandse Hoogte / Rob Engelaar

De werkdag van een landelijk inzetbare bron- en contactonderzoeker begint vaak om 8.30 uur. Je zou verwachten dat zo’n onderzoeker omkomt in het werk, met dagelijks 10 duizend coronabesmettingen, maar vaak is er uren niets te doen. De coördinatoren hebben veel tijd nodig om de dossiers te verdelen. Het komt voor dat pas na de lunch de eerste dossiernummers doorkomen van besmette personen die gebeld moeten worden. Op dat moment is het belangrijk te weten voor welke GGD hij of zij aan de slag moet. Want alle 25 GGD’s hebben hun eigen specifieke werkwijze voor bron- en contactonderzoek (bco).  

Welkom in de wereld van de ‘flexibele schil’.  Die bestaat uit extra, landelijk werkende GGD-medewerkers die bijspringen bij de verschillende GGD’s als die zelf niet genoeg contactonderzoekers hebben voor het bco. Dit onderzoek – naar de contacten die besmette personen hebben gehad – is een belangrijke pijler bij het indammen van het coronavirus. Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge ziet ‘testen én tracen als heilige twee-eenheid in de strijd tegen de pandemie. ‘Met intensief testen zitten we het virus zo dicht mogelijk op de hielen, en met intensief bron- en contactonderzoek doorbreken we de keten van besmettingen’, schreef de minister deze zomer nog aan de Tweede Kamer. De GGD’s kregen ‘carte blanche’ voor de uitvoering.

Alarmcentrales als de ANWB en SOS Alarmcentrale kregen in mei van het kabinet de opdracht een landelijke ‘flexibele schil’ op te zetten, een reservoir van extra, landelijk inzetbare medewerkers. Inmiddels zijn via uitzendbureaus 3.500 medewerkers aangenomen die overvraagde GGD’s kunnen helpen met het bron- en contactonderzoek, bovenop de 3.000 bco’ers die al werkzaam zijn bij de GGD’s. Maar maanden later gaat de operatie nog steeds gebukt onder organisatorische problemen.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Drie bco-werknemers uit de flexibele schil vertelden afzonderlijk van elkaar hun verhaal aan de Volkskrant in de hoop dat het bron- en contactonderzoek alsnog efficiënter wordt vormgegeven. Zij willen niet met hun naam in de krant, uit angst hun werk te verliezen. Bco’er Anoesjka legt uit hoe zij landelijk werkt. Op haar desktop heeft zij 25 bestandsmapjes van 25 GGD’s die allemaal een andere werkwijze hanteren. Bij de verslaglegging in het systeem bijvoorbeeld: voor de ene GGD moet je informatie over de nauwe contacten van een besmet persoon naar meerdere velden kopiëren. En voor een ander moet je in een specifiek veld weer een samenvatting geven van de casus. Dat maakt de verslaglegging nog tijdrovender.

Ook de uitvoering is telkens anders. ‘Voor de ene GGD moet je vijf verschillende mails sturen naar een besmette persoon, voor de andere volstaat één mail met een aantal bijlagen. De vragen die gesteld moeten worden, zijn niet uniform. Bij de ene GGD moet je de huisarts informeren, bij de ander niet. Aan het begin van de dag, als ik hoor voor welke GGD ik aan de slag ga, ben ik eerst al een uur kwijt om uit te zoeken hoe die GGD werkt.’

‘Index-gesprek’

De flexibel inzetbare medewerkers voeren nu vaak het zogeheten ‘index-gesprek’ met besmette personen waarin zij hen op het hart drukken thuis te blijven, en vragen hen met wie zij recentelijk contact hebben gehad. De meesten werken vanuit huis, sommigen werken in kantoorgebouwen waar uitzendbureaus hen een werkplek bieden. Daar werken ze, met mondkapjes, op een paar meter afstand van elkaar onder een teamleider.

De grootste euvels waar de flexibele-schil-medewerkers tegenaan lopen: ze moeten vaak uren betaald duimen draaien, wachtend op een opdracht. Dit zou wellicht begrijpelijk zijn in een periode met weinig besmettingen, maar in een tijd met  torenhoge coronacijfers is het vreemd. En behalve met tijdverlies krijgen ze te maken met veel bureaucratie omdat de 25 zelfstandige GGD’s blijven vasthouden aan hun eigen specifieke werkwijzen en voorschriften. Het roept vragen op over de toekomst: als deze chaotische werkwijze wordt gehandhaafd, kan het kabinet dan straks, als het aantal besmettingen weer is gedaald, wél zicht houden op de besmettingen? 

Hoe is het mogelijk, vragen deze werknemers zich af. ‘Waarom zijn in de zomer die werkwijzen niet gestandaardiseerd? Hoe kan het dat niemand het mandaat heeft om te zeggen: laten we het bron- en contactonderzoek nu allemaal op dezelfde manier doen’, vraagt een van hen zich af. ‘Dat zou zo veel doelmatiger zijn.’

Ontwikkeling standaardwerkwijze 

Koepelorganisatie GGD GHOR stelt dat de GGD’s inmiddels bezig zijn met de ontwikkeling van een standaardwerkwijze voor het bron- en contactonderzoek. Die moet ‘hopelijk nog dit jaar’ klaar zijn. ‘Onder hoge druk zijn we sinds juni opgeschaald, we leiden 450 mensen per week op’, zegt woordvoerder Sonja Kloppenburg. Daarom hadden de GGD’s volgens haar niet eerder kunnen beginnen aan de harmonisatie. ‘Bedenk dat we al maanden onze handen vol hebben aan het blussen van een grote brand.’

Ook wekt het verbazing dat honderden flexibele medewerkers, na een summiere screening en training, toegang krijgen tot  de uiterst privacygevoelige coronapatiëntendossiers. Niet alleen medische gegevens zijn hierin opgeslagen, maar ook persoonlijke informatie, bijvoorbeeld over de gezinssituatie. De veiligheidsmaatregelen zijn beperkt: er kan vanaf elke computer, op elk netwerk, zonder vpn-beveiliging worden ingelogd. 

Dat al die nieuwe medewerkers toegang krijgen tot de coronapatiëntendossiers, is volgens koepelorganisatie GGD GHOR geen probleem. ‘Zij hebben een verklaring van goed gedrag overlegd en een geheimhoudingsverklaring getekend’, vertelt woordvoerder Sonja Kloppenburg. En zij hebben een opleiding van vier dagen voltooid. De besmettingsdruk is nu zo groot, daarom willen we mensen zo snel mogelijk inzetten.’

Ook bij de start van de flexibele schil, toen het aantal besmettingen nog behapbaar was, verliep het proces moeizaam. Begin juni kreeg Lucy haar eerste training om bco’er te worden. Toen bleek het digitale programma nog niet op orde, voor de verslaglegging van de gesprekken. Het GGD- systeem HPZone moest daartoe zo worden aangepast, dat de flexibele werknemers niet tot alle GGD-informatie toegang konden krijgen, maar alleen tot de coronadossiers.

‘Dat duurde en duurde, tot begin augustus. Twee maanden heb ik uitbetaald gekregen zonder ervoor te hoeven werken’, vertelt Lucy. ‘Ook studenten zijn doorbetaald, terwijl iedereen wist dat die vanaf september niet meer werkzaam zouden zijn.’

Training en praktijk

Daarna dienden zich al snel nieuwe problemen aan. Haar training sloot niet goed aan op de praktijk van al die verschillende GGD-werkwijzen. En de verslaglegging van de gesprekken bleek complex. Bco’er Annelies: ‘Je moet alle informatie driedubbel invullen, je blijft knippen en plakken in dat systeem, dat eigenlijk is bedoeld voor artsen die infectieziekten bestrijden, en niet voor relatieve leken zoals wij. Het is nodeloos ingewikkeld.’ Ook zij heeft een opleiding gehad van vier dagen. En is daarna, zoals ze het omschrijft, ‘in het diepe gegooid’.

Alledrie de landelijk werkende onderzoekers die de Volkskrant heeft gesproken zien zo hoe vele werkuren nodeloos verloren gaan. Anoesjka schat dat zij een kwart van haar tijd zit te niksen. ‘Minister Hugo de Jonge heeft blijkbaar diepe zakken’, zegt Lucy, die vermoedt dat de alarmcentrales, die de flexibele schil hebben opgezet, niet gemotiveerd zijn om de verspilling aan te pakken. Het ministerie van VWS betaalt toch wel.

Als ze dan eindelijk kunnen beginnen met bellen, moeten ze vaak klokslag 17 uur stoppen. Want dan sluiten de meeste GGD’s en kunnen de medewerkers de dossiers niet meer overdragen. Het heeft hierdoor vaak geen zin meer om na 16 uur nog met een nieuw dossier te beginnen. Dat komt toch niet meer af.

Het kan volgens GGD-woordvoerder Kloppenburg inderdaad voorkomen dat contactonderzoekers even geen werk hebben. Dat is onvermijdelijk, vindt zij. ‘Er is ’s ochtends tijd nodig om het werk te verdelen. Soms hapert het digitale systeem. En bedenk dat ook de brandweer mensen achter de hand heeft die bij drukte moeten bijspringen. Als dit dan inhoudt dat mensen soms duimen zitten te draaien, het zij zo.’

Extra verwarring 

Vanaf half september, toen het aantal besmettingen snel opliep, gingen steeds meer GGD’s over op een zogeheten risicogestuurd bron- en contactonderzoek. Dit houdt in dat de bco’ers geen contact meer opnemen met mensen die in aanraking zijn geweest met een besmet persoon. In plaats daarvan vragen ze of deze zélf zijn nauwe contacten wil bellen met het advies in quarantaine te gaan. 

Voor de bco’ers van de flexibele schil leverde deze beperking extra verwarring op. Telkens werd de werkwijze aangepast, en ook dat deed elke GGD anders. ‘De ene GGD besluit om helemaal geen contacten meer te bellen, de andere wil alleen contacten bellen die in de zorg of in het onderwijs werken, of ouder zijn dan 70 jaar’, vertelt Lucy. ‘Een andere GGD heeft dan net weer een ander prioriteitenlijstje.’

Als het aantal besmettingen gaat dalen waardoor het weer mogelijk wordt het bron- en contactonderzoek uit te breiden met het bellen van degenen die met een besmette persoon in contact zijn geweest, is de vrees is dat alweer elke GGD zijn eigen werkwijze en tempo gaat bepalen. Bij het inschakelen van de ‘flexibele’ landelijke medewerkers zal dan opnieuw sprake zijn van nodeloze bureaucratie en tijdverlies. Vooralsnog is dit niet aan de orde. Inmiddels is het aantal besmette personen zo toegenomen dat alle GGD’s zijn overgegaan op het uitgeklede bron- en contactonderzoek. En ook de gesprekken met besmette personen – inmiddels ruim 10 duizend per dag – moeten sneller worden gevoerd, krijgen de bco’ers in de flexibele schil nu te horen. ‘Het liefst moet het gesprek binnen een halfuur zijn afgerond’, zegt Lucy. ‘Daarna moet je de gegevens bij voorkeur ook binnen een kwartier invoeren, wat gecompliceerd is en per GGD verschilt.’

Bco’er Annelies vindt het onbegrijpelijk dat door die verschillende manieren van aanpak voorlopig nog veel tijd verloren gaat. ‘Het virus is toch in elke regio hetzelfde?!’ Je kunt inderdaad zeggen dat het bron- en contactonderzoek efficiënter kan, volgens GGD-woordvoerder Kloppenburg die zegt de frustratie van de medewerkers te snappen. ‘Maar we draaien nu wel met 10 duizend besmettingen per dag, veel meer dan vooraf gedacht, terwijl we er wekelijks honderden medewerkers bijkomen. Dan kunnen er soms zaken beter.’

De namen Lucy, Anoesjka en Annelies zijn gefingeerd.