Opinie: ‘De PVV is in strijd met de openbare orde’

Ook op basis van de huidige wet is er genoeg grond om de rechter te verzoeken de PVV te ontbinden, meent emeritus hoogleraar recht Ulli d’Oliveira. 
Geert Wilders werd op 6 juli schuldig bevonden aan rassendiscriminatie. ©Hollandse Hoogte / Phil Nijhuis

Op 6 juli is Geert Wilders door de Hoge Raad definitief schuldig verklaard aan groepsbelediging en dus rassendiscriminatie door zijn zorgvuldig voorbereide ‘Minder Marokkanen’- toneelstuk. In de context van de wetgeving, die stoelt op het VN-verdrag tot uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, wordt onder ‘ras’ ook etnische afkomst verstaan, los van de nationaliteit.

De Hoge Raad moest beoordelen of een veroordeling te rijmen viel met de vrijheid van meningsuiting – door Wilders steevast ‘de waarheid’ genoemd – en beantwoordde die vraag bevestigend. Het college verwees instemmend naar de overweging van het gerechtshof Den Haag, dat had uiteengezet ‘dat hij in het publiek debat tevens de verantwoordelijkheid draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat, waaronder ook uitlatingen die – mede gelet op de wijze waarop en de context waarin die uitlatingen zijn gedaan – direct of indirect aanzetten tot onverdraagzaamheid’.

Ondermijnen

Deze veroordeling roept – naast de vele uitlatingen van Wilders om het gezag van de rechterlijke macht te ontkennen en te ondermijnen, alsook delen van het partijprogram – meteen de vraag op of de Partij voor de Vrijheid niet ontbonden moet worden wegens strijd met de openbare orde. Dat kan op grond van een bepaling uit het Burgerlijk Wetboek (BW). Het Openbaar Ministerie moet daartoe een verzoek bij de rechtbank doen. Er is een sterk precedent. In 1998 is op aanwijzing van minister Korthals de partij CP’86 verboden en ontbonden door de rechtbank wegens strijd met de openbare orde: het was een veroordeelde criminele organisatie door het aanzetten tot vreemdelingenhaat. 

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Nu zijn politieke partijen wel een speciaal geval; men moet toch voorzichtig zijn met het inzetten van een verbod om een bepaalde politieke gezindheid – hoe onwelgevallig ook – die zijn kanalisatie vindt in een politieke partij de voet dwars te zetten. Anderzijds is zo’n ontbinding een wapen van de democratie tegen ondemocratische stromingen.

Flink verruimd

Op dit gebied zijn er twee ontwikkelingen gaande. In de eerste plaats is kort voor de uitspraak van de Hoge Raad een wijziging van deze bepaling in het BW in het Staatsblad verschenen. De mogelijkheden om rechtspersonen te verbieden worden daardoor flink verruimd. Het is wenselijk, zo zegt deze wet, de democratische rechtsstaat weerbaarder te maken tegen radicale antidemocratische krachten. Dat past precies op de PVV, om van Forum voor Democratie maar niet te spreken.

Maar deze nieuwe wet sluit nu juist toepassing uit ten aanzien van politieke partijen en hun neveninstellingen. Dit in afwachting van een aparte wet op de politieke partijen, waarin ook de ontbinding wegens ernstige bedreiging voor de democratische rechtsstaat aan de orde moet komen, op basis van het rapport van de staatscommissie parlementair stelsel (onder voorzitterschap van Johan Remkes). De commissie-Remkes adviseert ook om alleen verenigingen als politieke partij toe te laten, en dus geen eenmansstichtingen als de PVV. Die Wet op de politieke partijen is wel door minister Ollongren aangekondigd, maar is er nog (lang?) niet.

In de tussentijd zal het OM het dus moeten doen met het oudere wetsartikel, dat nu juist in zijn onhelderheid een aantal gebreken vertoonde. Zo maakt het nieuwe artikel het makkelijker voor het OM om aan te tonen dat doel of werkzaamheid van een rechtspersoon in strijd is met de openbare orde, door te verduidelijken dat dat in elk geval zo is als het gaat om aantasting van de menselijke waardigheid, geweld, of het aanzetten tot haat of discriminatie. Blijkens de uitspraak van de Hoge Raad is dat precies wat Wilders verweten wordt.

Ik meen dat dit ook al in het bestaande oude artikel van het BW kan worden gelezen. Ook kan onder het oude artikel worden aangenomen dat het doen en laten van Wilders en zijn PVV in strijd is met de openbare orde. De interne organisatie van de partij als stichting is op zichzelf al ondemocratisch. Ook onder die bepaling kan het OM de rechtbank dus met een redelijke kans van slagen verzoeken om de eenmanspartij van Wilders te ontbinden. Haar oprichter en enige (bestuurs)lid is veroordeeld wegens strijd met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Dus waar wacht men nog op?

Ulli d’Oliveira is emeritus hoogleraar aan de Faculteit der Rechts­geleerdheid van de UvA. ©-