Op pad met de reddingsbrigade: ‘Hijsen we een rode vlag, kijken ze er niet eens naar’

In het hele land moest de reddingsbrigade veelvuldig uitrukken dit weekeinde. Niet de zee is het grootste gevaar, maar de badgast zelf, zien ze in Castricum‘Je zwemdiploma behaal je in een zwembad, dat is heel iets anders dan open water.’
De reddingsbrigade van Castricum aan het werk tijdens een bloedhete zomerdag. ©Joris Van Gennip

Daniël Kuijk trekt de gashendel van zijn knaloranje waterscooter open en stuurt scherp de zee op. Als zelfbenoemd ‘meubelstuk’ van de Castricumse reddingsbrigade (debuutjaar 1978, ‘dus ik ben echt oude meuk’) wijst hij naar een man in een kano, die wel erg ver van de kust vaart. ‘Even bij die meneer kijken.’

De tengere veertiger kijkt wat verbaasd als Kuijk langszij komt. ‘Ik maak me over u geen zorgen’, stelt Kuijk hem meteen gerust. ‘Maar u werkt als een magneet op de kinderen die achter u aan komen. Zou u wat meer terug richting het strand willen gaan?’

De kanoër knikt begripvol, waarna Kuijk zijn waterscooter met 90 kilometer per uur parallel langs het strand laat scheren. Honderden gebruinde, rode en witte nekken draaien om als ze het bruut brommende vaartuig voorbij horen stuiven. Aan zichtbaarheid ontbreekt het niet bij de reddingsbrigade. Wel aan geld – vandaar de donatiekaarten (‘Ja, ik steun deze redders!’) die badgasten bij de wachtpost in Castricum kunnen inleveren. Wat meer ‘ontzag voor gezag’, zoals Kuijk het noemt, zou ook welkom zijn. Collega Jeanette Roos vertelt over de geïrriteerde blikken als ze zich na een alarmmelding met de auto een weg over het strand proberen te banen. ‘Dan denk ik: wees blij dat we niet voor jou op pad hoeven.’

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Het is deze zaterdag vroeg druk op wat de warmste 8 augustus ooit blijkt te zijn. De toegangsweg naar het strand van Castricum is al om kwart over negen dichtgeslibd. Veel strandgasten zijn extra vroeg opgestaan. Donderdag en vrijdag ging de Zeeweg voortijdig op slot; de parkeerplaats was vol. Toch weten de mensen op het strand redelijk afstand te houden, al beslaat de opvallend grote jongerengroep die op elkaar gepakt ligt, vast niet één huishouden.

©Joris Van Gennip

Wakend oog

Zeker tijdens een hittegolf als deze zoeken mensen verkoeling in het water. Juist dan zetten de 157 Nederlandse reddingsbrigades zich schrap. Bij deze verenigingen werken 23 duizend vrijwilligers die, soms tegen een kleine vergoeding, over de veiligheid op en bij het water waken. Een dagdienst loopt van 10 tot 18 uur, al blijven ze in Castricum op drukke dagen gerust tot een uur of elf hangen.

De vrijwilligers zijn het wakend oog dat vanaf hun post letterlijk boven de massa badgasten uitkijkt. Ze zijn gespitst op afwijkend gedrag, zoals een groepje mensen dat om iets heen is gaan staan. Kuijk: ‘Dat kan een aangespoeld netje garnalen zijn, maar ook een kind in de problemen.’

Hoe rimpelloos de zee vandaag in Castricum ook is, ze blijft onvoorspelbaar. Op meerdere plekken liep het de afgelopen weken verkeerd af in het water. Op Ameland verdronk een Duits meisje dat was afgedreven tijdens zonsondergang, in Julianadorp sprong een Pool de zee in om op een onbewaakt stuk drie kinderen van een Duits gezin te redden. Hij verdronk zelf. Op het strand van Monster spoelde begin deze maand een 15-jarige jongen aan die twee dagen eerder met zijn vrienden in de problemen was gekomen.

Zulke gebeurtenissen hakken erin bij een reddingsbrigade, weet Jeannette Roos, door haar collega’s overigens ‘Leo’ genoemd. Ze herinnert zich twee reanimaties waarbij ze zelf was betrokken: ‘De ene was, zeg maar, al niet meer nodig.’ 

©Joris Van Gennip

Geestelijke uitputtingsslag 

Behalve fysiek afmattend is reanimeren ook geestelijk een uitputtingsslag. Na zo'n reddingspoging volgt ook altijd een ‘actiebakkie’, waarbij de betrokken redders evaluerend van zich af kunnen praten. Roos: ‘Ons doel is juist te voorkomen dat het zover komt. Je wilt niet dat dit gebeurt op jouw strand. Die verantwoordelijkheid voelen we allemaal.’ 

Met gemeenten en hulpdiensten hameren de reddingsbrigades op de vuistregels voor een verantwoord bezoek aan zee. Alle Castricummers krijgen elk jaar een folder thuis, waarin de getijden en de muien staan aangeduid. De ervaren badgast kent hier de lokale mui die tussen de zandbanken stroomt: hij is zestig meter breed, het water stroomt er niet erg hard. Maar je kunt er nog altijd in de problemen komen als je er tegenin probeert te zwemmen.

Dat het misgaat op zee, komt volgens postcommandant Bruno Molenaar vaak doordat mensen onvoldoende kennis hebben van het water. ‘Ik kan zwemmen, zeggen ze dan als we mensen aanspreken. Maar je zwemdiploma behaal je in een zwembad, dat is heel iets anders dan in open water zwemmen. De zee is altijd in beweging.’

©Joris Van Gennip

Almere

In Almere zijn het niet zozeer de zwemmers voor wie de reddingsbrigade in actie hoeft te komen. Toch brengt gebrek aan ervaring ook hier mensen in de problemen. Zo is de waterscooter van een jong stel stilgevallen op het Gooimeer. ‘Je bent zeker door de waterplanten gevaren’, gokt Albert Jan Pool vanaf zijn reddingsboot. Op zijn advies duikt de man onder water: hij trekt de ene na de andere stronk wier uit de inlaat, waarna het ding weer start.

Even daarvoor is Pool al aan boord geklommen van een boot waarvan de motor het niet meer doet. Een losgetrild contactje is waarschijnlijk de boosdoener. ‘We zijn vandaag voor het eerst gaan varen’, vertelt de vader van het gezin. De werking van het dodemanskoord, waardoor de boot stilvalt als de schipper overboord slaat, lijkt hem weinig te zeggen. ‘Gebruik je zo’n ding niet en iedereen valt in het water, dan slaat je boot op hol’, legt Pool uit.

Corona heeft mensen de afgelopen maanden het water op gedreven. Op een eigen boot is afstand houden tot anderen geen probleem. ‘Maar mensen onderschatten nogal eens waar ze aan beginnen’, merkt voorzitter Patricia Werkman van de Almeerse reddingsbrigade. ‘Ze hebben soms geen idee wat de kleuren van de boeien betekenen of hoe hun boot technisch in elkaar zit.’

Niet de zee is het grootste gevaar voor de mens, vindt Daniël Kuijk van de Castricumse brigade, maar de mens zelf. ‘Dan hebben ze de hele dag op hun strandbed gelegen en tien bier gedronken, en dan gaan ze voetballen met hun zoon en duiken ze daarna het koude water in. Vind je het gek dat je dan een hartaanval oploopt?’

©Joris Van Gennip

Net als met de andere coronamaatregelen merkt hij ook hier dat ze soms alles moeten voorkauwen. ‘Hijsen we een rode vlag, dan zien mensen hem niet. Zet je een bord neer, dan moet je er zelf naast gaan staan om ze erop te wijzen.’

Vandaag is hij niet ontevreden. Parallel varend aan de kust is goed te zien dat de badgasten in Castricum stoppen op het punt waar de zee tot hun middel komt. Alleen de peddelaars op hun surfplank wagen zich achter die onzichtbare lijn. Nog verder dobberen de meeuwen die, wanneer ze met hun grijze kont naar het strand liggen, verdacht veel lijken op een zwemmer die in de problemen is geraakt.