Onze F1-watcher blikt terug op zijn gesprekken met Niki Lauda: “De eerste piloot van 3 miljoen per jaar”

Met de dood van Niki Lauda sterft een stukje van de Formule 1. Als verslaggever vanuit de paddock sprak onze F1-watcher Jo Bossuyt hem meermaals, de voorbije 25 jaar. Waarom de Oostenrijker zo bijzonder was voor de sport. En, ja toch wel, ook als mens.
1 augustus 1976: de crash waarna Formule 1 nooit meer hetzelfde zou zijn. ©Verwendung weltweit, Keine Weitergabe an Drittverwerter., usage worldwide, Please check additional restrictions!, No third party

Het jaar 1976 zit in het collectieve geheugen door zijn hittegolf. Minder bekend: het was ook een bijzonder jaar voor de autosport. Op 1 augustus 1976 begint immers de geschiedenis van de hedendaagse Formule 1. Die dag brandde ene Andreas Nikolaus Lauda uit Wenen net niet dood na een crash tijdens de Duitse grandprix. We herinneren het ons als gisteren. Op bezoek bij een neef hoorden we het op de radio. Ze wisten niet of hij nog leefde. Er was een priester bij geweest, het heilig oliesel. De fan van Niki Lauda die ik was, tiener, fietste aangeslagen naar huis. Klaar voor dagen vol ondraaglijke onzekerheid. Het jaar 1976. Nog geen internet. Nauwelijks nieuws. Maar er was wel al televisie. En vooral: een toeschouwer met filmcamera had langs het eindeloos lange asfaltlint van de Nürburgring (28 kilometer!) uitgerekend die plaats gekozen. Een week later raakte zijn filmpje eindelijk tot in de huiskamers.

Als een feniks uit de as

Oké, de crash van Lauda was niet de eerste. Een waslijst aan snelle jongens was hem al voorgegaan. Maar in een tijdperk waarin F1-races almaar vaker rechtstreeks op tv kwamen, was het de eerste doodsklap die zo gedetailleerd in beeld kwam. De klap. De vlammen. De paniekerige haast om Lauda, brandend als een toorts, uit die Ferrari te peuteren. De eerste zorgen, het wentelwieken van de helikopter naar het ziekenhuis. De crash van Lauda - "mijn barbecue", zei hij later zelf - ontstak de eerste groeispurt in de wereldwijde populariteit van Formule 1. Plots was F1 wereldsport en Lauda een cultfiguur. Niet alleen omdat hij net niet was opgebrand, ook omdat hij 42 dagen later al opnieuw achter het stuur zat, in Monza, als een feniks die uit de as opstond en met zwachtels om zijn bloedende hoofd vierde werd. Heroïscher was Formule 1 nooit geweest. In 2013 maakte topregisseur Ron Howard er zelfs een film over. Zei Lauda me later eens: "Ik zorgde ervoor dat de mensen plots massaal voor het scherm gingen zitten. Om te zien welke coureur deze keer zou gaan fikken."

Niki Lauda met eeuwige pet op zijn littekens. ©AFP or licensors

Gevoelloze hufter

Het was Lauda ten voeten uit, die quote. Recht voor de raap, altijd. Onbehouwen soms. In 1996 interviewde ik Lauda, toen allang gestopt met racen. Over luchtvaart, want intussen had hij zijn Lauda Air uitgebouwd tot internationale speler en doorn in het oog van staatsmaatschappijen als Air France of Austrian Airlines. Niki Lauda, de succesvolle CEO. Tijdens het gesprek ging plots zijn gsm. Lauda greep het ding en schreeuwde met het platst mogelijke Oostenrijkse accent: "Joah!" 'Joah.' Terwijl het de directeur-generaal van Lufthansa had kunnen zijn. Niki Lauda, succesvolle CEO en no-nonsense. Voor de journalist was hij gevonden vreten. Eén adres, als je een goede quote zocht. Zoals in Shanghai 2016. Rosberg en Hamilton, de coureurs van Mercedes, het team waarvan Lauda niet alleen aandeelhouder maar ook directielid was, hadden elkaar net niet naar het leven gestaan. Ik vroeg Lauda of hij dat wel netjes vond. "Volstrekt normaal", zei hij. "Teamgenoten moeten elkaar haten." De quote die 'Het Laatste Nieuws' mocht optekenen ging de wereld rond. En neen, ze vonden dat niet fijn bij Mercedes, waar politieke correctheid hoort. Zoals Lauda zichzelf tijdens zijn carrière meer dan eens in nesten praatte. "Ik word betaald om te racen, niet om te parkeren", antwoordde hij toen een opdringerige journalist hem bleef vragen waarom hij niet was gestopt om Roger Williamson te helpen, toen die in de Nederlandse grote prijs van 1973 levend verbrandde terwijl de auto's bleven voorbijrijden. Het bezorgde Lauda de reputatie van gevoelloze hufter. Of zoals hij zich tien jaar geleden smalend uitliet over een dansprogramma op de Oostenrijkse tv en de homobeweging over zich heen kreeg. En, in 2016, toen hij op televisie gulzig lachend vertelde hoe Lewis Hamilton zijn kamertje in de hospitality van Mercedes had gesloopt, woedend als die was na een slechte kwalificatie: het Mercedes-team floot hem terug. Typisch Lauda: hij verontschuldigde zich telkens. "Ongelijk is ongelijk", zei hij ons tijdens één van de laatste gesprekken die we hadden. "Heeft niets met eergevoel te maken..."

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Een grote put

Maar als hij gelijk had, dan ging hij ervoor. Zoals toen één van zijn vliegtuigen crashte in 1991. Een Boeing 767 van Lauda Air klapte neer in de brousse, ergens in Thailand. Het bezorgde Niki Lauda plaats 21 in de lijst van ergste vliegtuigcrashes ooit. Het maakte hem weker, vertelde hij ons eens: "223. Ik vergeet het cijfer nooit. Zoveel mensen kwamen toen om. Nieuw vliegtuig, ervaren crew, perfecte omstandigheden. Dat ding kon gewoon niet crashen. Die twee maanden onzekerheid, tot duidelijk werd dat het om een constructiefout ging, waren de moeilijkste van mijn leven. Want zo lang voelde ik me verantwoordelijk. Als je met je racewagen tegen de vangrail rijdt en half opbrandt, weet je dat je dat aan jezelf te danken hebt. Maar als je een vliegtuigmaatschappij hebt en dat klereding stort de verdommenis in, dan is dat een heel andere verantwoordelijkheid."

CEO Lauda op de plek waar één van zijn Boeings crashte. "223. Ik vergeet het cijfer nooit", vertelde hij over het aantal doden. "Als je tegen de vangrail rijdt en half opbrandt, weet je dat je dat aan jezelf te danken hebt. Maar dit..." ©Â© 1991 Peter Charlesworth

Na de crash begon voor Lauda de grootste strijd die hij ooit voerde: Boeing doen toegeven dat het om een technisch mankement ging. Hij haalde zijn slag thuis. Dankzij Niki Lauda werden honderden 767's over de hele wereld aangepast om het foute onderdeel te vervangen. Maar het bleef een litteken. We hadden het later nog eens over die crash, toevallig. Lauda staarde in de diepte. "Ach, we zitten hier nu te zeiken over Hamilton of Vettel", zei hij. "Maar er zijn belangrijker en erger dingen in het leven. Van die 223 mensen werden er 23 nooit geïdentificeerd. Ze werden allemaal samen in Thailand begraven, in een grote put. Daar stond zo'n jongetje van zeven met zijn grootouders, hij gooide bloemetjes op de kisten. Ik stapte naar hem toe en hij zei dat zijn mama en papa daar ergens lagen. Ik begon te janken. Erger maakte ik niet mee in mijn leven."

De Computer

Niki Lauda veranderde niet alleen de luchtvaart. Hij veranderde ook de Formule 1. Voerde de professionele approach in, haast wetenschappelijk. Testen en nog eens testen. 'De Computer', noemde het wereldje hem al snel. "Ik begrijp niet waarom jullie niet alle koersen winnen", zei hij toen hij in 1974 voor het compleet weggedeemsterde Ferrari ging rijden en zag over welke middelen het Italiaanse team beschikte. Lauda eiste een uitvoerig testprogramma, won twee maanden later zijn eerste grandprix en werd een jaar later wereldkampioen - zijn eerste van drie. Ferrari deed weer mee. Ook financieel veranderde hij de sport. In 1978 was Lauda de eerste die 1 miljoen dollar verdiende toen ene Bernie Ecclestone hem naar Team Brabham lokte. En toen Lauda na zijn eerste afscheid eind 1979 ("Ik ben het zat om rondjes te draaien.") in 1982 terugkeerde bij McLaren, was hij de eerste die de lat op 3 miljoen per jaar legde. "Je bent gek", zei McLaren-baas Ron Dennis toen hij hoorde hoeveel Lauda wilde verdienen. Zei de Oostenrijker: "Het is 1 miljoen om te rijden, de rest is voor mijn bekende kop." Op 3 november 1985 eindigde Lauda's laatste grandprix ooit met een crash in Australië. Zijn laatste van 25 overwinningen behaalde hij tien weken eerder in het Nederlandse Zandvoort.

42 dagen nadat hij aan de dood ontsnapte, was een zwaar gehavende Lauda alweer aan het racen. ©Getty Images

Nier van broer en vrouw

Lauda overleefde op 1 augustus 1976 de doodsklap, maar leverde wel een stuk van zijn leven in. Zijn lichaam herstelde nooit helemaal van de giftige gassen die hij een minuut lang inademde, gevangen als hij was in die brandende Ferrari. In 1997 begaven zijn nieren het en kreeg hij er eentje van zijn broer Florian. Om die in 2005 te laten vervangen door een nier van zijn vrouw Birgit. In augustus vorig jaar bleken Lauda's aangetaste longen niet meer sterk genoeg. Van die transplantatie was hij nog aan het herstellen. Zijn lichaam aanvaardde de verse longen, maar bleef zwak - een makkelijke prooi voor infecties. Zoals er zich een paar dagen geleden eentje meester maakte van zijn nier. Deze keer zou Lauda het niet halen. "Maar hij bleef vechten tot het einde", meldde zijn arts gisteren. We hadden het niet anders verwacht.

©Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.