Nooit meer leven met een weggestopt kindje: ‘Je neemt afscheid van verwachtingen’

Ouders nemen steeds vaker de regie in handen bij het afscheid nemen van hun levenloos geboren kind. Een taboe is doorbroken, dankzij een wijziging in de wet. ‘Zo’n kindje mocht vroeger niet in gewijde grond worden begraven.’
Het girafje High waakt in de urnentuin voor levenloos geboren kindjes in Nieuwkuijk. ©Marcel van den Bergh

In een verscholen hoek van crematorium en uitvaartcentrum Maaslanden in Nieuwkuijk staat een beeld van een beer. ‘Pouf’ ligt speels op zijn rug te wiebelen, hij houdt zijn achterpoten in de lucht met zijn voorpoten. Hij kijkt uit over een asstrooiveld voor levenloos geboren kindjes. Tweehonderd meter verderop waakt ‘High’, een stenen giraf, over een urnentuin die erbij hoort.

De knuffelbeer en het speelgoedgirafje, in opdracht van uitvaartcoöperatie Dela gemaakt door beeldend kunstenaar Marjolijn Mandersloot, staan sinds kort op het terrein van het Brabantse uitvaartcentrum. Ze markeren herdenkingsplekken, zoals ze steeds vaker in Nederland te vinden zijn. Het past volgens Dela in de trend om levenloos geboren kinderen ‘een zichtbare plek in het leven’ te geven.

Volgens de Nederlandse wet mag een zwangerschap tot 24 weken worden afgebroken. Ouders zijn wettelijk verplicht tot een crematie of begrafenis vanaf 24 weken van de zwangerschap, of als een (te vroeg geboren) kind nog 24 uur heeft geleefd. Vaak gebeurt dat via een crematie met andere ‘lotgenootjes’. Dat wordt bij crematoria geregeld door de ziekenhuizen: een crematie ‘in stilte’, zonder familie of ceremonie.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

‘Maar de laatste jaren wordt steeds vaker individueel afscheid genomen van levenloos geboren kindjes’, signaleert uitvaartverzorger Joy Thijssens van Dela. ‘Ook als de zwangerschap al na tien of twintig weken is gestopt.’

Beertje Pouf op het asstrooiveld. ©Marcel van den Bergh

Voor aanstaande ouders is het een zware tijd - vaak moeten ze na een slechte uitslag bij een twintigwekenecho snel beslissen tussen een zwaar gehandicapt kind of een abortus. Het is een woord dat, net als miskraam, in de uitvaartbranche liever wordt vermeden. ‘Miskraam verhult dat het een kindje is. Het is een onmogelijke keuze’, zegt Thijssens.

Belangrijk in het rouwproces is de erkenning van dat verdriet. En juist aan die erkenning ontbrak het in het verleden. Nog maar enkele decennia geleden mochten ouders in een ziekenhuis geen afscheid nemen van een levenloos geboren kind, maar werd het van ze weggehouden - volgens veel artsen was het beter om je er niet emotioneel aan te hechten. De kerk was nog hardvochtiger: als het kindje niet gedoopt was, werd het letterlijk en figuurlijk ‘achter de heg gelegd’, omdat het niet in de gewijde grond mocht worden begraven.

‘Ik ben erbij geweest dat zo’n kindje na veertig jaar werd opgegraven, letterlijk achter de beukenhaag’, zegt uitvaartverzorger Thijssens. ‘Die mensen hadden het verdriet een leven lang met zich meegedragen.’

Die opvattingen over rouw en afscheid zijn inmiddels radicaal veranderd. Het resulteerde in februari in de mogelijkheid om levenloos geboren kinderen te laten registeren in het bevolkingsregister. De wetswijziging kwam er na een petitie aan de Tweede Kamer. Dat de behoefte tot registratie groot is, blijkt wel uit het aantal registraties. In de eerste vier maanden gebeurde het bijna tienduizend keer. Vaak gaat het om kinderen die al jaren geleden zijn overleden.

Rituelen

‘De registratie haalt het verdriet natuurlijk niet weg, en niet iedereen zal ervoor kiezen’, zegt Miriam van Kreij van Miskraambegeleiding Nederland. Ze helpt ouders die een kind hebben verloren tijdens de zwangerschap. ‘Maar het besef is gegroeid dat het beter is om juist wel afscheid te nemen, met rituelen en aandacht. Ziekenhuizen maken vrijwel standaard een voet- en handafdruk bij voldragen doodgeboren kindjes. Bij prillere zwangerschappen kan dat niet. Dan is het belangrijk om een echofoto mee te geven, ook als het hartje niet meer klopt. Het is een tastbaar aandenken.’

Ook een afscheidsceremonie, samen met familie en vrienden, maakt steeds vaker deel uit van de rouwverwerking, signaleert Van Kreij. ‘Daardoor nemen ouders de regie in handen over het afscheid. Het kindje krijgt misschien een naam, een plek in de sociale omgeving. Daardoor kan je er later nog eens over praten, en is het niet een stil verdriet of zelfs een taboe. Als vroeger een kindje stierf, werd er nooit meer over gesproken. Vaak kreeg het volgende kind dezelfde naam.’

Van Kreij ziet dat de omgang met zwangerschappen ook is veranderd door de invloed van zwangerschapstesten, echo’s en de verbeterde medische zorg. ‘De focus op zwangerschap en kinderen is veranderd. De wereld lijkt maakbaar, maar hierop heb je toch geen greep.’

Van Kreij waardeert het dat niet alleen huisartsen, verloskundigen en ziekenhuizen meer oog hebben gekregen voor dit onderwerp, maar ook uitvaartondernemingen. Ze telt in Nederland tegen de honderd gedenkplekken. Zo heeft de Haagse begraafplaats Oud Eik en Duinen van Monuta een veldje voor ongeboren kinderen met een monument, een donkere steen met vlinder. Sinds mei van dit jaar staat er een moeder- en-kindbeeld van de Slowaakse beeldhouwer Martin Hudacek, voor alle kinderen die voor hun geboorte zijn overleden. Ouders kunnen hier een keitje neerleggen. Begraafplaats Rustoord in Nijmegen heeft het Monument voor het ‘nooit verloren kind’.

Uitvaartverzorger Joy Thijssens van Dela weet hoe moeilijk het is om afscheid te nemen van levenloos geboren kindjes. ‘Je weet nog niet zo goed van wie je afscheid neemt. Het kindje heeft nog geen karakter. Je neemt afscheid van verwachtingen.’

Toch heeft zo’n kindje ‘een papa en een mama gemaakt’, benadrukt ze. ‘Als ik een afscheid kom bespreken, condoleer ik niet alleen de mensen, maar ik feliciteer ze ook met de geboorte. Want ook dat is een vorm van erkenning.’