Hitler wist zijn publiek met beeld te bespelen, en veel van zijn trucs zie je nog steeds terug

Hitler gebruikte beeld voor het eerst als machtsinstrument, ontdekten Niod-onderzoekers Erik Somers en René Kok. In hun boek ‘Hitler. De beeldbiografie’  beschrijven ze hoe Hitler beeld gebruikte om zijn publiek te bespelen.

Weer een boek over Hitler? Ja. René Kok, een van schrijvers van ‘Adolf Hitler. De beeldbiografie’, legt het uit “Bij hem werd fotografie heel bewust ingezet bij beeldvorming, bij het creëren van de Führer-mythe. En het was de eerste keer dat zoiets gebeurde.” Erik Somers, eveneens auteur en net als Kok al decennialang medewerker van het Niod: “Wat ons opviel, was dat bij die stroom aan publicaties geen goed verantwoord historisch beeldverhaal over het leven van Hitler is verschenen”.

Kok: “Bij andere Hitlerboeken zijn foto’s meestal het stiefkindje. De uitgeverij regelt op het laatst wat. Liefst rechtenvrij, want het mag niks kosten. Daarom zie je zo vaak dezelfde afbeeldingen.”

Het Niod-duo breekt al jaren een lans voor behoud van gedegen foto-historisch onderzoek en het serieus nemen van de foto als bron. Samen maakten ze tal van boeken waarin het beeld centraal stond: onder meer over de bezetting, de jodenvervolging, de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië en de jaren zeventig. Wat is er te zien? Wie maakte het? Waar? En vooral ook: waarom?

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Trucs

Veel van de toen gebruikte trucs zie je nog steeds terug, vertelt Kok: “De politicus met of tussen zijn aanhang, met kinderen, met dieren. Daarvoor zag je politici hooguit af en toe ergens met een portretje opduiken. Daar bleef het dan bij. Met Hitler veranderde dat.” Somers: “Beeld werd voor het eerst een machtsinstrument.”

Andere prominente dictators uit die tijd wisten het medium minder goed uit te buiten. “Het communisme onder Stalin deed meer met film”, constateert Kok. “Cineasten als Sergej Eisenstein combineerden vernieuwing met een propagandistische boodschap. Mussolini werd – ook via foto’s – vooral gepresenteerd als de stoere leider. De kin omhoog. Of met ontbloot bovenlijf. Poetin heeft daarop voortgeborduurd. Met Hitler werd het hele scala aan mogelijkheden benut.”

Aanvankelijk moest Hitler weinig van fotografie hebben. Voor 1923, toen hij vooral de held van samenkomsten in Beierse bierkelders was, wilde hij liever niet worden vastgelegd. Medestanders vlogen fotografen zelfs aan. Somers: “Het ontbrak Hitler aan zelfvertrouwen. Hij vreesde dat foto’s hem belachelijk konden maken. Daarbij kwam dat het een roerige tijd was. Als zijn beeltenis te bekend werd, maakte hem dat tot een makkelijk doelwit.”

©NIOD (RV)

Mythevorming

Geheimzinnigheid droeg bovendien bij aan de mythevorming. Kok: “Het opzwepende van Hitlers toespraken sprak zich rond. Dat moest je een keer hebben gezien. Maar kon je die broeierige sfeer van die kelders met een foto overbrengen? De mogelijkheid om te flitsen bestond niet. Camera’s hadden een beperkte mogelijkheid. Het zorgvuldig opgebouwde beeld van de nieuwe, opkomende leider kon met één knullige foto worden afgebroken.”

De Münchense fotograaf Heinrich Hoffmann (1885-1957), wiens medewerkster Eva Braun vlak voor de zelfmoord met Hitler zou trouwen, wist de leider van de nationaalsocialisten in de loop van de jaren twintig alsnog te winnen voor het medium. “Toen Hitler eenmaal zag hoe het werkte en wat het effect kon zijn, kreeg Hoffmann alle ruimte”, vertelt Kok.

Ontelbare keren afgedrukt is een bij Hoffmann thuis gemaakte reeks foto’s uit 1927. Voor een zwart gordijn poseerde Hitler in tal van houdingen. Het moest een indruk geven van zijn redevoeringen. De beelden zijn ook via postkaarten verspreid. Somers: “Als je er nu naar kijkt, is het gewoon overacting. Die grimas. Met de ogen van nu kun je het onmogelijk serieus nemen, maar destijds werkte het.” Kok: “Hitler testte zijn materiaal zoals een cabaretier dat doet tijdens try-outs. Op filmbeelden zie je vrijwel altijd alleen het geschreeuw. Maar hij deed veel meer: poses aannemen, de stiltes gebruiken, langzaam opbouwen, weer wegzakken en dan weer die hele riedel. Ik vergelijk het weleens met Child in time van Deep Purple. Dat heeft zo’n zelfde opbouw.”

Een briljante fotograaf was Hoffmann zeker niet. Somers: “Hij registreerde, maar legde niet zijn visie in een beeld. Maar als vertrouweling en partijlid van het eerste uur was hij soms als enige bij gebeurtenissen of mocht hij als ‘fotograaf van de Führer’ als enige van de fotopers vooraan staan. En hij maakte gewoon heel erg veel.”

Uitvergroot portret

Hoffmanns kiekjes vonden hun weg naar affiches, tijdschriftomslagen, bij sigaretten te verzamelen plaatjes en naar door hem samengestelde fotoboeken. Hij verdiende daar goud geld mee. “De nazi’s gebruikten het beeld op geraffineerde wijze”, vindt Somers. “Voorop het boek staat een foto van Hitler met getrouwen op de opening van de tentoonstelling Gebt mir vier Jahre Zeit in Berlijn in 1937. Achter hem is een enorm uitvergroot portret van hem zichtbaar. Geen idee hoe ze dat toen gedaan hebben. Zelfs anno 2022 is het een hele toer om zo’n blow-up te maken.”

Hitler kon op Hoffmann rekenen. Die zou nooit een mogelijk schadelijke foto publiceren. Kok: “Daar kwam bij dat Hoffmann tijdens de lange avonden met Hitlers intieme kring altijd met goede verhalen kwam. De Führer moest om hem lachen. Bovendien was Hoffmann Hitlers kunstadviseur. Zijn kunstverzameling werd mede naar aanleiding van gesprekken met vertrouweling Hoffmann verworven, bij elkaar geroofd. Hij werd op een gegeven moment zelfs tot professor verheven. Die potsierlijke titel is de fotograaf ook tot aan zijn dood blijven gebruiken.”

Tijdens Hitlers jaren als leider deed de eerste kleurenfotografie zijn intrede. “Daar had hij niets mee”, stelt Kok. “Fotografie hoorde zwart-wit te zijn. Kleur moest je aan schilders overlaten.”

Het valt op dat Hitler consequent in ‘schone’, imponerende omgevingen werd gefotografeerd die zijn leiderschap onderstrepen. Op beelden kan hij nooit geassocieerd worden met antisemitisme of de Holocaust. “Ook niet of nauwelijks met de andere smerige kanten van de oorlog. Toen het verloop daarvan begon tegen te vallen, was het snel gedaan met de uitstraling van Hitler. Niemand mocht het verband leggen tussen hem en negatief nieuws. Voor de propaganda werd hij zo goed als onbruikbaar. Met veel tegenzin ging hij af en toe nog naar de jaarlijkse Heldengedenkdag. Maar zoals Churchill na vijandige bombardementen de puinhopen ingaan en de bevolking een hart onder de riem steken, was – tot onvrede van propagandaminister Joseph Goebbels – niet aan Hitler besteed.”

©NIOD (RV)

Aftakeling

Diens aftakeling werd zichtbaar op de spaarzamer wordende foto’s. Somers: “Toen de Führer zich realiseerde dat hij de regie kwijt was, had dat ook fysiek zijn weerslag. Goebbels schreef in zijn dagboeken dat Hitler in korte tijd wel vijftien jaar ouder leek te zijn geworden. Hoffmann bleef het beeld van zijn baas beschermen.”

De andere man die veel mocht fotograferen, Walter Frentz (1907-2004), werkte met zijn cineastische achtergrond (cameraman van onder anderen Leni Riefenstahl in Triumph des Wilen) meer documentair. Het soort beelden, dat hij kon schieten, verwondert Kok. “Frentz fotografeert Hitler echt op kwetsbare momenten. In een beige ‘stofjasje’. Of de iconische foto waarbij hij met zorgelijke blik uit het vliegtuigraam tuurde. Hitler hoefde bij Frentz dan wel niet bang te zijn voor publicatie, maar wat dacht hij op die momenten? Juist de man van het beeld, van alles in de hand houden, liet het gewoon gaan. Die instemming verbaast.”

Kok heeft dat ook met Frentz’ “familiekiekjes van Hitler, Eva Braun met kinderen op de Berghof. Die hebben bijna iets van ‘Dit had het kunnen zijn.’ Hitler gunde dat Eva Braun kennelijk vanwege haar volstrekte loyaliteit. Zij kon het goed vinden met Frentz, die haar voorzag van tips als ze zelf fotografeerde.”

Erik Somers (links) en René Kok. ©NIOD (RV)

De twee belangrijkste fotografen gingen mee tot in de bunkers onder Berlijn, waar Hoffmann zelfs nog een eigen werkruimte had. Somers: “Daar maakte hij zich langzaamaan onmogelijk. Hoffmann was alcoholist. Hitler, zelf geheelonthouder, heeft dat lang getolereerd. Maar op een gegeven moment was Hoffmann gewoon niet meer te handhaven. Hij bleek ook een angsthaas te zijn. Weken voor het einde verdween hij opeens naar München. Na de oorlog werkte hij wel erg gemakkelijk mee met de geallieerden. Voor die tribunalen in Neurenberg zocht hij al het belastende beeld uit.” Kok: “Die man was een rasopportunist. Heel ijverig zit hij voor de Amerikanen al het fotomateriaal te archiveren. Alleen tijdens zijn eigen proces uit hij zich heel erg verontwaardigd. Wat hem toch allemaal wordt nagedragen! Zijn memoires zijn ook heel sterk gekleurd. Steeds: ach, ik was maar een fotograaf.”

Hoffmann kreeg een milde behandeling. Somers noemt dat curieus: “Kijk naar Max Blokzijl in Nederland. Die werd als propagandist van het nationaalsocialisme als allereerste geëxecuteerd. Achteraf gezien misschien erg zwaar. Drie jaar later was de straf waarschijnlijk veel milder geweest. Maar Hoffmann kwam er wel weer erg makkelijk mee weg. In 1950 kwam hij alweer vrij.”

Hoffmann was niet uniek in het snel afstand doen van de Führer. In het voorjaar van 1945 donderde de mythe in één keer in elkaar. Kok: “Frentz heeft gefilmd hoe Hitler in zijn gloriedagen op een treinstation stapels foto’s met handtekening uitdeelde. Maar die gesigneerde afdrukken vind je nu nog maar zelden. En de meesten van al die gewone Duitsers die met hun cameraatjes amateurfoto’s maakten van Hitler gooiden die na de nederlaag snel weg. Zij wilden niet aan hun bewondering voor Hitler herinnerd worden.”

Erik Somers & René Kok
Adolf Hitler. De beeldbiografie
Hollands Diep; 400 blz. € 49,99

Lees ook: 

Olympisch Stadion verwijdert beeld dat ‘Hitlergroet’ brengt

Nee, de bronzen sporter brengt niet de Hitlergroet, maar toch gaat het olympische beeld van zijn sokkel. Waarom?