Nederlandse archeologen leggen gigantische Romeinse villa bloot: ‘Dit is uniek’

Nederlandse archeologen hebben zo’n 60 kilometer ten zuiden van Rome een enorme Romeinse villa blootgelegd. Dat het bouwwerk zo groot en luxe was, verbaast hen. Hier ligt misschien wel 2000 vierkante meter Romeins comfort.

Het is nog vroeg, de ­eerste zonnestralen klimmen over de Monti Lepini en glijden over eindeloze groene wijngaarden in het dal. Het is augustus en de druiven zijn bijna rijp voor de oogst. In het ochtendlicht zijn schaduwen aan het werk op het enige vierkante lapje open veld. Ze zitten op hun hurken of staan tot hun middel in kuilen. Kuilen die zijn omgeven door millennia oude muren en tegels.

„Dit is de enige actieve archeologische site in Italië’’, zegt Marijke Gnade trots. Gnade is bijzonder hoogleraar pre-Romeinse culturen in centraal-Italië aan de Universiteit van Amsterdam en graaft al veertig jaar bij het gehucht Le ­Ferriere, dat ooit Satricum heette. Het stadje werd in de oudheid bevolkt door de Latijnen en daarna door de Volsci, die vochten tegen het uitdijende Rome. Satricum was op zijn hoogtepunt in de vijfde eeuw vóór Christus.

©Angelo van Schaik

Strenge voorwaarden

Door de corona-epidemie gingen in heel Europa universiteiten dicht en werden archeologische ­opgravingen stilgelegd, behalve hier. Gnades werk wordt sinds een jaar gefinancierd door het Amsterdams Universiteitsfonds, waardoor de hoogleraar onder strenge voorwaarden toch door kon gaan.

„De studenten zijn hier op eigen risico; mochten ze ziek worden, dan moeten ze de repatriëring zelf betalen.’’ Gnade mocht nog maar de helft van het aantal studenten meenemen naar Italië en kreeg de taak een veiligheidsprotocol op te stellen. Maar afstand houden lijkt in de uitgestrekte Romeinse villa geen enkel probleem.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Marijke Gnade. ©Angelo van Schaik

Duizend vierkante meter hebben Gnade en haar studenten al van de villa blootgelegd, maar waarschijnlijk had de eigenaar de beschikking over twee keer zoveel ruimte. „Hij deed aan landbouw en handelde in wijn. Er liggen hier veel amfora’s uit het hele Middellandse Zeegebied, dus er moet wijn zijn getransporteerd.’’

De Romein woonde dicht bij de ­rivier Astura, die een open verbinding had met de zee, waardoor hij zich grote luxe kon veroorloven. „We hebben enorm veel marmer gevonden, waarmee de villa ooit bekleed was. En dan hebben we het over het soort marmer dat je ook in de thermencomplexen in Rome vindt.’’

Al vanaf het einde van de 19de eeuw wisten archeologen van het bestaan van deze nederzetting, de voorwerpen die destijds werden opgegraven zijn tentoongesteld in het Villa Giulia-museum in Rome. In de jaren daarna raakte de plek in de vergetelheid.

Veertig jaar

In de jaren 70 trok men zich niets aan van antieke resten in de grond en ging de ploeg door de velden om wijngaarden aan te leggen. Een Italiaans comité riep de hulp in van buitenlandse archeologen om Satricum te redden. Ze benaderden onder andere het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome (KNIR), een wetenschappelijk ­instituut dat is verbonden aan ­Nederlandse universiteiten. In de ruim veertig jaar sindsdien groeide de vindplaats uit tot de ­belangrijkste Nederlandse opgraving in het buitenland en werd bijna het gehele antieke Satricum blootgelegd.

De archeologische resten bevinden zich grotendeels op het terrein van Casale del Giglio, een van de grootste wijnhuizen in dit deel van Italië. „Dat is uniek, want waar wij graven kan geen wijn worden verbouwd.’’

Marijke Gnade komt al sinds 1980 elke zomer met een groep studenten naar centraal Italië om verder te graven op ‘haar’ archeologische site. Wat ooit begon als onderzoek naar pre-Romeinse culturen is veranderd in een tijdreis. „Dit is een bijzondere plek, want hier is ruim tweeduizend jaar ononderbroken geschiedenis te onderscheiden in de bodem.’’

Dit is een bijzondere plek, want hier is ruim tweeduizend jaar on­on­der­bro­ken ge­schie­de­nis te on­der­schei­den in de bodem

Marijke Gnade

Die geschiedenis begint in de negende eeuw vóór Christus met hutten en eindigt voorlopig met de ontdekking van een middeleeuws grafveld ín de Romeinse villa. „Het was in de middeleeuwen gebruikelijk om de doden te begraven in antieke Romeinse resten’’, vertelt Gnade. Eigenlijk houdt het niet op bij die periode: tussen de wijnranken vonden de Nederlandse studenten ook granaten uit de Tweede Wereldoorlog. Het antieke Satricum ligt niet ver van Anzio, waar in januari 1944 de geallieerden landden om Italië te bevrijden van de fascisten.

De zon staat inmiddels ruim ­boven de bergen en ook al is het nog vroeg, het is al behoorlijk warm. Het werk begint om zes uur ’s ochtends, zodat Gnade en haar studenten op het heetst van de dag kunnen schuilen in het school­gebouw naast de opgravingen. Kruiwagens ratelen over de antieke muurtjes, metalen spatels krassen op het tufsteen.

©Angelo van Schaik

Vrijwillig

„Dit is niet echt Indiana Jones’’, zegt Jesse lachend, terwijl hij in een stofwolk zijn platte schep in de kruiwagen leegt. De master­student uit Lelystad is voor de derde keer in Satricum. „Ik was hier al in het eerste en tweede jaar van mijn bachelor.’’ Eerder konden archeologiestudenten tijdens de zes weken in Italië studiepunten verdienen, maar sinds Gnade onafhankelijk van de UvA opereert, komen ze hier vrijwillig.

Hij heeft ook op andere sites gewerkt, maar Satricum is speciaal voor Jesse. „Behalve de goede onderlinge sfeer is het de continuïteit van de geschiedenis die deze plek zo bijzonder maakt. Dat middeleeuwse graf, dat was uitgehakt tussen twee muren van de Romeinse villa, was echt cool.’’

Half negen. Koffie. De studenten wandelen naar het school­gebouw, Gnade gaat ontbijten in de bar iets verderop. ‘Maria’ – zoals ze haar na al die jaren kennen in het dorp – en haar collega’s zijn al meer dan veertig jaar aan het graven in dit stukje Italië en toch doen ze elke zomer weer nieuwe ontdekkingen. „We kunnen hier nóg wel veertig jaar graven.’’