Natuurlijk is onderzoek nodig naar de rol van de Kinderbescherming in het toeslagenschandaal

Een kleine check kan nooit kwaad: huilen we niet te makkelijk mee met de wolven?

Dat minstens 1.115 kinderen uit huis zijn geplaatst bij gezinnen die slachtoffer zijn van het toeslagenschandaal is zo’n kwestie die schreeuwt: onrecht op onrecht! Toch moeten er ongemakkelijke vragen worden gesteld: waren deze uithuisplaatsingen het gevolg van het leed dat de overheid deze gezinnen had aangedaan? Waren de beslissingen ook onjuist?

Ik begon dan ook nieuwsgierig aan het interview van Trouw met directeur Herke Elbers van de Raad voor de Kinderbescherming, de organisatie die meestal een advies tot uithuisplaatsing aan de rechter geeft. Zij wijst erop dat schulden op zich geen reden zijn om kinderen bij hun ouders weg te halen en benadrukt dat puur het belang van het kind voorop staat, ook als zijn ontwikkeling buiten de schuld van de ouders in het geding is. Begrijpelijk. Je kunt niet zeggen: we laten een kind in de ellende zitten, want de ouders kunnen er niets aan doen.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Maar dan beweert Elbers dat kinderen van deze gezinnen niet vaker uit huis zijn geplaatst dan gemiddeld. Dat is van een merkwaardige stelligheid en lijkt – even snel grof zelf gerekend – onjuist. In NRC noemt emeritus hoogleraar jeugdbescherming Ido Weijers 1.115 ‘een sterke overrepresentatie’, die ‘ haast geen toeval kan zijn’. Misschien moet je de vergelijking trekken met gezinnen in dezelfde armoede, maar dan stuit je weer op het punt: hoe zijn deze zo arm geworden?

Daarbij is de werkelijke groep veel groter. Er zijn nu cijfers van 2015 tot 2020, terwijl al sinds 2005 op de gezinnen wordt gejaagd. In de cijfers zitten ook niet die uithuisplaatsingen waar geen rechter aan te pas kwam, omdat ouders toegaven voor het zover kwam.

Tijd om het allemaal heel goed uit te zoeken, maar nu komt het: dat wil Elbers niet. Ze ziet ‘op dit moment geen aanleiding’ want: ‘We hebben geen aanleiding te denken dat er fouten zijn gemaakt, de kinderrechter heeft onze aanvragen getoetst.’

Je vraagt je af hoe iemand op zo’n positie na alles wat we hebben meegemaakt nog zo’n zin kan uitspreken. Geen interesse voor consequenties zolang procedures zijn gevolgd. En slechts verantwoordelijkheid voor de nauw bepaalde eigen functie in plaats van voor het geheel waar burgers mee hebben te maken.

Elbers zelf erkent nota bene: door schulden kunnen andere problemen ontstaan. ‘Een relatie komt onder druk, er ontstaan problemen met huisvesting.’ Nu we weten dat toch al kwetsbare ouders door onrechtmatig gedrag van de overheid in die schulden zijn gestort en hun door valse beschuldigingen van fraude ook nog de mogelijkheid is ontnomen zich daaruit te redden, moet de Kinderbescherming toch willen weten: hebben wij dat gezien? Hoe reageren we een volgende keer?

De kinderrechter volgt bijna altijd het advies van de Kinderbescherming of een andere jeugdbeschermingsinstantie. Ook al zijn die rapporten niet onfeilbaar. Het verweer van ouders of de inbreng van oudere kinderen komt pas op de zitting. Op een moment dat het per definitie slecht met ze gaat, vaak zonder advocaat en in het geval van de ouders op kritische vragen van een rechter in een intimiderende omgeving.

Een aantal gezinnen heeft de moed opgevat om publiekelijk hun verhaal te doen. Dat zij niet meer voor hun kinderen konden zorgen was een direct gevolg van overheidsoptreden, zeggen ze. Kinderen vertellen hoe ze onder de uithuisplaatsing gebukt zijn gegaan. Én opvallend: de uithuisplaatsingen duren veel langer dan normaal.

Natuurlijk is er wel diepgravend, onafhankelijk onderzoek nodig naar de rol van de Kinderbescherming.

©-