Zelf geschoten

Na ruim twintig jaar geen vlees te hebben aangeraakt, raakte Marijke Ottema (36) verslingerd aan het jagen. 'Het proces van doden, villen, klaarmaken en opeten is heel speciaal.'
→ Marijke Ottema: 'Op de jachtopleiding was ik een vreemde eend in de bijt.' ©Nosh Neneh

"Ik voel een jachtinstinct als ik aan het jagen ben. Al mijn zintuigen staan op scherp en ik word onderdeel van de natuur, op een totaal andere manier dan wanneer ik een wandeling door het bos maak. Het hele proces, van in het veld wachten tot het dier doden, villen, klaarmaken en opeten, is heel speciaal. Jagen is een grote meerwaarde voor mijn relatie tot de wereld en mijn relatie tot eten."

Marijke Ottema had een aantal jaar geleden nooit gedacht dat ze zo enthousiast over jagen kon praten, en al helemaal niet dat ze ooit dieren zou doden om ze op te eten. De psycholoog en journalist at twintig jaar vegetarisch en zeven jaar veganistisch, voornamelijk uit dierenwelzijnoverwegingen. Net als vele anderen was ze overtuigd dat jagen een 'hele foute bezigheid' was. Toch eet ze nu af en toe zelf geschoten wild - verder eet ze nog altijd plantaardig - en deelt ze haar ervaringen op haar populaire Instagramaccount.

Diervriendelijk

"Ook toen ik strikt plantaardig at, heb ik me altijd afgevraagd of het niet mogelijk is om op een eerlijke manier vlees te eten," zegt Ottema. "De manier waarop dat nu gebeurt is kwalijk: dieren worden in hokjes gestopt om voedsel voor de mens te leveren. Daar wil ik geen deel van uitmaken, want ik vind dat dieren in vrijheid horen te leven. Wel geloof ik dat dierlijke producten onderdeel kunnen zijn van het dieet van de mens, zoals dat al eeuwenlang gebeurt. In Noorwegen, waar ik veel kom omdat mijn vriend ervandaan komt, is jagen deel van het leven en een gebruikelijke manier om aan voedsel te komen. Gaandeweg raakte ik steeds meer geïnteresseerd in de jacht."

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Daarom stelde Ottema begin 2016 aan tijdschrift National Geographic voor om een artikel te schrijven over jagen. "Om het serieus aan te pakken en toegang te krijgen tot het jagerswereldje besloot ik de jachtopleiding te volgen. Daar had ik me wel even op verkeken: er komen heel wat theorie- en praktijklessen bij kijken. De meeste leerlingen hebben familieleden die ook jagen, dus ik was een beetje een vreemde eend in de bijt. Zo stelde ik vragen waar de leraren geen raad mee wisten: 'Ganzen zijn partners voor het leven, dus wat gebeurt er met een gans als je de partner doodt?' Op die vraag volgde hoongelach, terwijl dat voor mij een heel belangrijk punt is. Het lijkt er trouwens op dat ze het volgende seizoen een nieuwe partner vinden."

Nadat Ottema haar diploma had behaald, raakte ze verslingerd aan het jagen. Ze jaagt onder andere rond haar woonplaats Broek in Waterland, bij Boxmeer en in Noorwegen. "Ik heb er een nieuwe relatie met de natuur door gekregen. Deze dieren hebben echt in vrijheid geleefd en zijn gedood zonder te lijden - daar let ik heel goed op. Mijn zelf geschoten wild is duurzaam en diervriendelijk."

Hoewel alle jagers dat zullen beamen, vindt niet iedereen diervriendelijkheid even belangrijk. "Ik verbaas me erover dat sommige jagers nog altijd vlees kopen in de supermarkt," zegt Ottema. "Als er één groep mensen is die dat niet hoeft te doen, zijn zij het wel, met hun toegang tot eerlijk en duurzaam vlees. Waarom ga je dan tijdens een jachtpartij schnitzels of frikandellen eten?"

"Ook de afhankelijkheidsrelatie tussen boeren en jagers vind ik lastig. Ze hebben elkaar nodig - jagers schieten vaak op het land van een boer, op dieren die schade veroorzaken aan gewassen - en steunen elkaar vaak onvoorwaardelijk, terwijl ik juist kritiek heb op sommige boeren, bijvoorbeeld over hun mestbeleid, of omdat ze kalfjes weghalen bij de moederkoe. Ik merk trouwens wel dat er ook een jongere generatie jagers is, die meer rekening houdt met natuur en duurzaamheid en kritisch durft te zijn op de boeren."

Harde woorden

Lang niet iedereen respecteert Ottema's levensstijl. Vooral binnen de veganistische gemeenschap bestaat onbegrip. Ze werd van de kieslijst voor de Partij voor de Dieren gehaald toen ze voor het jagen koos, en haar Instagramaccount stroomt regelmatig vol met kritische opmerkingen. "Dat vind ik best moeilijk, want ik maakte jarenlang deel uit van die groep en identificeerde me ermee." Hoewel ze zeven jaar strikt plantaardig at, krijgt ze nu vaak te horen dat ze nooit veganist kán zijn geweest omdat ze vlees is gaan eten en eigenhandig dieren doodt. "Volgens die visie is een veganist iemand die een ethisch systeem hanteert waar je nooit van kunt afvallen. Daarmee wordt het bijna een religie."

Ondanks de harde woorden begrijpt Ottema de kritiek goed. "Ik dood dieren, dat is een zeer ingrijpend iets en een uiterst gevoelig onderwerp. Daarom probeer ik altijd zo genuanceerd mogelijk te blijven, zonder stellig te zijn. Ik geloof echt niet dat ik altijd blijf jagen, of dat dit hét antwoord is op alle problemen van de bio-industrie. Ik documenteer slechts mijn zoektocht naar een eerlijker voedselsysteem dat bij mij past. Veganisten zijn absoluut niet mijn doelgroep, die doen het al supergoed. Veel - vleesetende - volgers vertellen dat ze door mijn verhalen zijn gaan nadenken over de herkomst van hun eten. Dat is misschien ook wel waar het voor mij om draait: laten we ons bewust zijn van wat er op ons bord ligt, of dat nu een krop sla of een stuk vlees is."

Kritiek komt niet alleen uit de veganistische hoek. "Ook veel vleeseters, zelfs mensen die producten uit de bio-industrie kopen, zien jagen als een grote misdaad. Dat komt misschien door sprookjes en kinderliedjes waarin jagers worden neergezet als mensen die van geweld genieten, maar nog meer doordat jagers de dood zichtbaar maken. De dood hoort bij het leven, maar wij hebben het heel vakkundig weggestopt: varkens worden zo verborgen mogelijk vervoerd naar slachterijen, waar alles achter gesloten deuren gebeurt. De meeste mensen willen helemaal niet zien wat er op boerderijen gebeurt, want ze weten dat er veel dierenleed is. De jager doodt echter open en bloot en dat is confronterend."

"Een groot deel van de Nederlandse jacht is schadebestrijding. Denk aan ganzen die het vliegverkeer rond Schiphol verstoren. Als die dieren worden geschoten, kun je ze net zo goed opeten. Ook zoiets: in Nederland wordt soja verbouwd, voor sojamelk, -yoghurt en -burgers. Duiven komen op de sojakiemen af. Daarom vraagt de boer aan een jager om een paar vogels te schieten en zo de rest af te schrikken. Een dieet zonder ook maar enig dierenleed is dus bijna niet te doen. Door hier meer over te leren, merk ik dat alles niet zo zwart-wit is als ik lang dacht. Maar ik weet tenminste dat het vlees op mijn bord, de paar keer per jaar dat ik het eet, zo respectvol mogelijk uit de natuur is gehaald."

WILD IN RESTAURANTS

Echt wild - dus geen gefokte eenden of konijnen, die als 'tam wild' of 'gekweekt wild' worden verkocht - is duurzamer en diervriendelijker dan ander vlees. Er komt namelijk geen antibioticum, veevoer, megastal en stressvolle reis naar het slachthuis aan te pas. De dierenwelzijnscheck geeft echt wild dan ook de maximale score van een acht, 'omdat de dieren naar hun aard kunnen leven en hun natuurlijk gedrag kunnen uitoefenen.'

In sommige restaurants, zoals Noma in Kopenhagen, kiest men ervoor om het meeste vlees, behalve wild, van de menukaart te schrappen. Ook Bak in Amsterdam serveert alleen wild, volgens chef-kok Benny Blisto vanwege duurzaamheid en dierenwelzijn, maar ook om de smaak.