Moordzaken oplossen met een openbare dna-databank: straks ook in Nederland?

Door te zoeken in openbare dna-databanken lost justitie in Amerika op spectaculaire wijze oude coldcasezaken op. Rechercheurs in Nederland willen nu hetzelfde gaan doen, maar hoever mogen ze daarbij gaan? 
Een hovenier van de begraafplaats St. Barbara in Amsterdam schoffelt tussen de graven van onbekende personen die de afgelopen jaren zijn begraven. Sommige graven hebben alsnog een naam gekregen door toepassing van dna-technieken.

Ergens ter wereld moeten ze rondlopen: de verwanten van de vrouw met het valse paspoort. Ze werd in 1998 in een bootje gevonden. Eenzaam gestorven aan koolmonoxidevergiftiging. Of de familieleden van de onbekende man die in 2010 met zijn gulp open – vermoedelijk urinerend – in de Amsterdamse gracht viel en verdronk.

En wie weet mist ergens ter wereld ook nog wel iemand de verslaafde man die in 1982 werd gevonden in een kraakpand. Gestorven aan een overdosis, en vervolgens opgerold in een tapijt.

‘Zo hebben we alleen al in Amsterdam ruim zestig onbekende doden’, zegt ­forensisch rechercheur Carina van Leeuwen. Landelijk zijn het er naar schatting twee- tot driehonderd. Een exact aantal heeft ze niet – er worden ook weleens ‘losse onderdelen’ gevonden.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

‘Het liefst’, zegt de forensisch rechercheur, ‘willen we al deze onbekende ­doden teruggeven aan hun familie­leden.’ Van Leeuwen werkt als coldcase­rechercheur bij de Amsterdamse politie. ‘Al kun je ons team beter de afdeling ‘Geef nooit op’ noemen.’

En de wereld van het coldcase-onderzoek heeft er een reden bij om door te gaan. Een nieuwe dna-onderzoeks­methode die in de Verenigde Staten, en in juni ook in Zweden, tot spectaculaire oplossingen heeft geleid: verwantschapsonderzoek met behulp van twee genealogische dna-databanken. Eind juni loste de Amerikaanse politie er een 38 jaar oude zaak mee op: de moord op en verkrachting van de 8-jarige Kelly Ann Prosser.

Golden State Killer

In diezelfde week bekende in de rechtbank van Sacramento Joseph James DeAngelo jr. (bijnaam: de Golden State Killer) schuld aan de verkrachting van vijftig vrouwen en de moord op nog eens dertien slachtoffers in de jaren zeventig en tachtig. Deze 74-jarige DeAngelo was in 2018 de eerste die met behulp van de nieuwe onderzoeksmethode werd aangehouden. 

Aan de basis van de nieuwe methode staan twee genealogische databanken uit Amerika: GEDmatch en FamilyTreeDNA, waarin meer dan twee miljoen mensen vrijwillig hun erfelijk materiaal hebben opgeslagen. Ze hebben dat gedaan in de hoop hun herkomst te achterhalen of om in contact te komen met onbekende familieleden, maar de informatie uit deze databanken blijkt ook interessant voor justitie.

Het team van Van Leeuwen staat in de startblokken om de methode ook in Nederland uit te proberen, samen met collega’s uit Rotterdam, Den Haag en van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De juristen van het ministerie van Justitie en Veiligheid werken aan een laatste juridische controle. Zodra het ministerie toestemming geeft, zullen de dna-profielen van zo’n 25 onbekende doden geüpload worden in de twee Amerikaanse databanken. Het gaat om personen die een natuurlijke dood stierven, of die omkwamen als gevolg van een ongeval of door zelfdoding.

Van Leeuwen hoopt alsnog de namen te achterhalen van de lichamen die nu als Nomen Nescio begraven liggen op begraafplaatsen zoals het Amsterdamse St. Barbara.

September 2010: werknemers van het NFI staan bij een tent op de begraafplaats St. Barbara. Zij gaan het dna van onbekende lijken vergelijken met materiaal in hun dna-databank.

Gruwel van een dader

Het idee voor de inzet van de dna-databanken ontstond in april 2018. Die maand werd de Golden State Killer aangehouden in Californië. ‘Een gruwel van een dader die anders nooit gepakt zou zijn’, zegt Lex Meulenbroek, dna-deskundige van het NFI. ‘De Amerikanen pakten in die maand niet alleen deze seriemoordenaar, ze achterhaalden ook de naam van een jonge vrouw die al decennialang als onbekende dode lag begraven.’ 

Dankzij GEDmatch kreeg de zogenoemde ‘Buckskin Girl’ 37 jaar nadat ze gewurgd en gedumpt in een greppel werd gevonden haar naam terug. Het bleek Marcia King te zijn, een reislustige 21-jarige uit Arkansas. Via de dna-databank werd een neef of nicht van haar gevonden en binnen enkele uren kon haar naam alsnog worden achterhaald. ‘Ze leefde een reizend bestaan. Haar ouders hielden altijd de hoop dat ze zou terugkeren. Sinds haar vermissing zijn ze nooit verhuisd en hebben ze nooit hun telefoonnummer gewijzigd, in de hoop dat hun dochter nog eens contact op zou nemen’, zegt Meulenbroek. 

In juni loste de Zweedse politie – als eerste in Europa – eveneens een coldcasezaak op met de nieuwe opsporingsmethode. Het gaat om een van de grootste moordonderzoeken van het land: een dubbele moord uit 2004 waarbij een 8-jarige jongen en een 56-jarige docente van het leven werden beroofd met messteken. Begin juni werd een 37-jarige verdachte aangehouden, hij heeft inmiddels bekend. De Zweedse politie kwam de man op het spoor nadat dna van de dader een match had opgeleverd in de databank FamilyTreeDNA. ‘Ze vonden heel verre familieleden, de negende graad en hoger’, zegt Meulenbroek. Na vijf weken stamboom-puzzelen kwamen twee broers in beeld, van wie een de dader bleek. ‘Ze hebben met behulp van kerkregisters stambomen gemaakt die teruggingen tot de 18de eeuw. Zweden heeft het geluk, net als Nederland, goed gedocumenteerd te zijn.’ 

Een hooiberg vol spelden

Dna-specialist Meulenbroek dacht al meteen in 2018: ‘Wow, dit is wel een ding. Deze werkwijze betekent een groot en in potentie heel rijk nieuw onderzoeksgebied.’

Maar hoe pak je dat aan? Aan het up­loaden van dna-profielen in een publiekelijk toegankelijke databank kleven ­veel haken en ogen – juridisch, ethisch en organisatorisch. ‘En je moet het maatschappelijke aspect niet vergeten. Je kunt dit alleen maar doen als er draagvlak voor is’, zegt Meulenbroek.

Dus stapte hij begin 2019 tijdens een receptie op Diederik Aben af. De dna-deskundige en de advocaat-generaal van de Hoge Raad kennen elkaar al jaren, ze hadden samen twee artikelen geschreven naar aanleiding van de Golden State Killer. Maar, bespraken ze: ‘Er leven zo veel vragen. We moeten dit verder uitzoeken.’

Het resulteerde eind 2019 in het boek Een hooiberg vol spelden. ‘Als je erover praat, raakt iedereen enthousiast over de mogelijkheden. Tegelijkertijd komt de vraag op: mag het allemaal wel?’, zegt Aben. ‘De algemene verordening gegevensbescherming (avg) verbiedt niet dat je dna afneemt van een onbekende dode en op zoek gaat naar diens identiteit. Althans, dat denk ik. Maar mag je bijvoorbeeld als Nederlandse overheidsinstantie ook een dna-profiel zomaar in een buitenlandse databank uploaden?’

Het wordt nog ingewikkelder bij strafzaken, bijvoorbeeld als justitie een daderspoor wil uploaden in zo’n databank in de hoop de dader via diens familie te traceren. Aben: ‘De mensen die hun dna naar zo’n Amerikaanse databank hebben gestuurd, hebben dat niet gedaan met de gedachte dat justitie op die manier onderzoek kan doen naar hun familielijn, zeker niet de Nederlandse justitie. Het is hun niet eens gevraagd. Dat is het heikele punt.’

©De Volkskrant
Grafsteen voor onbekende personen die de afgelopen jaren zijn begraven op St. Barbara in Amsterdam.

Nicky Verstappen

Nu wordt in Nederland dna-verwantschapsonderzoek soms gedaan in strafzaken, als alle andere onderzoeksmogelijkheden zijn uitgeput. Dadersporen kunnen worden vergeleken met de ruim 325 duizend dna-profielen van veroordeelden en verdachten in de justitiële Nederlandse dna-databank. In uitzonderlijke moordzaken, zoals die van Nicky Verstappen, Milica van Doorn en Marianne Vaatstra, werd van mannen uit de omgeving gevraagd om dna af te staan voor eenmalig verwantschaps­onderzoek. Daarna werden deze dna-profielen vernietigd.

‘Dat is zwaar gereguleerd. En terecht: de wetgever heeft aangegeven waar de grens ligt’, zegt advocaat-generaal Aben. ‘De wetgever moet bepalen of we nieuwe grenzen gaan opzoeken.’

Dan is het wel handig om te weten of het inderdaad zo’n potentieel rijk onderzoeksgebied is als Meulenbroek en coldcase­rechercheur Van Leeuwen verwachten, en wat er organisatorisch bij komt kijken. Daarom heeft Van Leeuwen met het NFI voor de pilot een selectie gemaakt van onbekende doden die niet door een misdrijf om het leven zijn gekomen. ‘We mogen voorlopig aannemen dat een onbekende dode wil dat zijn identiteit wordt achterhaald’, zegt Aben.

Bij die lijst is onder meer gekeken naar het beschikbare dna-materiaal. ‘Het gaat meestal om oude zaken. Idealiter heb je bloed of wangslijmvlies. Dat is er vaak niet, dan kijken we vervolgens naar spierweefsel. En als dat er niet is naar botten, tanden of kiezen’, zegt Meulenbroek.

Daarnaast is gekeken naar wat voor type onbekende dode het is. In de Amerikaanse genealogische databanken zitten vooral veel profielen van Amerikanen met Europese voorouders. (Ook Nederlanders hebben hun dna opgestuurd, al is het onduidelijk om hoeveel mensen het gaat.)

Het heeft, vervolgt Van Leeuwen, dan weinig zin om dna-profielen te uploaden van onbekende doden die vermoedelijk uit Afrika of Azië komen. ‘Zo hebben we een zaak waarbij twee verstekelingen dood zijn aangetroffen op een boot. Er zijn aanwijzingen dat ze uit Ivoorkust komen. Die doen we niet. We kijken vooral naar Nomen Nescio met een Europese achtergrond.’

Dankzij zulk onderzoek zijn in de Verenigde Staten in zo’n zeventig coldcasezaken alsnog daders in beeld gekomen en op die manier zijn er zo’n 25 onbekende doden geïdentificeerd. Maar, waarschuwt zowel Meulenbroek als Van Leeuwen: het is niet zo dat je dna opstuurt en dat je dan een directe match hebt. ‘Je krijgt een overzicht van mogelijke familieleden, meestal gaat het om heel verre familieleden. Het is vervolgens een enorme puzzel’, zegt Meulenbroek. Zo duurde het stamboomonderzoek naar de Golden State Killer vier maanden. ‘In de VS heeft de FBI een speciale unit gekregen die de politie helpt bij het gebruik van deze nieuwe opsporingsmethode.’

Glijdende schaal

In Den Haag zit het Centrum voor Familiegeschiedenis. ‘Zij hebben aangeboden mensen op te leiden’, zegt Van Leeuwen. Al realiseert de coldcaserechercheur zich dat ze niet zomaar bij de politie kan roepen: ik heb extra mensen nodig. ‘We hopen dat we straks hits krijgen, en dan pikken we de kansrijkste zaak eruit.’ Ze overweegt gepensioneerde collega’s te benaderen met de vraag of ze als vrijwilliger mee willen doen.

‘Toch kan het wringen’, zegt Aben. Ook toen het nieuws over de Golden State Killer in april 2018 bekend werd, waren de reacties in de Verenigde Staten gemengd. ‘Curtis Rogers, de oprichter van GEDmatch, was aanvankelijk teleurgesteld. Hij vond dat zijn databank daarvoor niet was bedoeld. Tegelijkertijd kwamen er veel enthousiaste reacties en nam het aantal aanmeldingen toe’, zegt Meulenbroek.

Om die reden heeft GEDmatch deelnemers in 2018 de mogelijkheid gegeven om ‘nee’ aan te vinken als ze niet willen dat hun dna ook voor justitieel onderzoek wordt gebruikt. ‘De regel was: we werken alleen mee bij zeden- en moordzaken. Maar toen kwam de politie naar Rogers toe met een heel nare mishandelingszaak: een 71-jarige vrouw die ernstig was toegetakeld in een lege kerk waar ze in haar eentje orgel speelde. Rogers zei: oké, doe maar. De dader, een knul van 17, werd via dna van zijn familie opgespoord. Door deze zaak realiseerden veel mensen zich dat het een glijdende schaal werd.’

Op de begraafplaats St. Barbara in Amsterdam.

Hoe pakt Nederland het aan?

Inmiddels moeten deelnemers van GEDmatch expliciet toestemming geven en het merendeel van de 1,3 miljoen deelnemers heeft (nog) geen ‘ja’ ingevuld. De dna-pool waarin justitie kan zoeken, is hierdoor veel kleiner. Toch oordeelde in december 2019 een rechter in Florida dat de politie in één zaak de hele databank mocht doorzoeken, dus ook gegevens van degenen die niet wilden meedoen.

Meulenbroek, Aben en Van Leeuwen willen dat het in Nederland anders wordt aangepakt. ‘De regels moeten helder zijn. Er moet vertrouwen zijn dat áls je het niet wilt, je niet alsnog met zo’n dna-onderzoek wordt geconfronteerd.’

Ook zij hopen dat deze methode op den duur kan worden ingezet bij strafrechtelijk onderzoek. ‘Het mooiste zou zijn dat je deze opsporingsmethode kunt inzetten als ultiem middel bij coldcasezaken waarvan we allemaal vinden: die moeten opgelost worden. Denk aan de Vaatstra-achtige zaken. Nu zet je daarvoor grootschalig verwantschapsonderzoek in. Dat is duur en belast duizenden mensen met de vraag: mogen we jouw dna afnemen?’, zegt Meulenbroek.

Maar, vinden de dna-deskundigen, je moet dit stap voor stap doen. ‘Je wilt geen situatie waarin de politie wat probeert en de rechter vervolgens zegt: dat mag niet’, aldus Meulenbroek. De kracht van verwantschapsonderzoek is ook de achilleshiel. ‘Ik kan wel willen meedoen met zo’n dna-onderzoek, maar dan doet indirect mijn hele familie mee. Zij kunnen er anders over denken. Je moet heel transparant zijn over de mogelijke consequenties.’