Model in Parijs: ‘Waarom had ik niet harder nee gezegd? Allemaal mijn eigen, stomme schuld’

Thysia Huisman was 18 toen ze in Parijs werd verkracht door Jean-Luc Brunel, destijds de baas van een prestigieus modellenbureau, nu bekend als een handlanger van Jeffrey Epstein. Bijna dertig jaar later worstelt ze nog altijd met wat er die avond gebeurde.
Thysia Huisman. ©Valentina Vos

Eén week is Thysia Huisman als model in Parijs, in 1991. Een week die, ziet ze achteraf, haar leven bepaalt: alles ervóór lijkt een opmaat naar die week, alles erna was erop gericht ’m te vergeten, weg te stoppen wat daar is gebeurd.

En dat laatste is niet gelukt; in 2017 komt alles boven na de arrestatie van Harvey Weinstein. Wereldnieuws dat haar direct raakt. ‘Jarenlang heb ik niet durven of willen denken aan wat er ooit gebeurd is met Jean-Luc’, schrijft ze in haar boek Close-Up, dat vandaag verschijnt. ‘Was het allemaal wel echt gebeurd? Een verkrachting? Nee, nee, dat woord alleen al maakt me kotsmisselijk. Nee, ik wil er niet aan denken. Als je er niet aan denkt, dan is het er niet.

Tot Harvey. Tot #MeToo. Dat verandert alles. Met ieder verhaal dat naar buiten komt over filmproducent Harvey Weinstein en de actrices en modellen die hij verkracht en aangerand heeft, kan ik wel huilen. Hun pijn is mijn pijn.’

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

‘Ik vrat die verhalen’, zegt Thysia Huisman (47) thuis in Amsterdam, een mooie, grote nieuwbouwwoning waar ze havermelk klopt voor de koffie. Ze is lang en slank in spijkerpak en op blote voeten, bijna dertig jaar ouder dan in haar modellentijd, en nog steeds knap. Boven zit haar vriend te werken, ‘hij is een soort Willy Wortel in verzekeringen’. Samen hebben ze twee zoontjes, van 12 en 7.

Huisman werkt ruim twintig jaar in de televisiewereld als regisseur en eindredacteur van programma’s als Expeditie Robinson en Project Catwalk als ze in 2017 met een burn-out thuis komt te zitten – niet toevallig het jaar van #MeToo. ‘Als een bezetene volgde ik al het nieuws daarover’, vertelt ze. ‘Toen realiseerde ik me: dit is exact wat mij is overkomen. Het was machtsmisbruik. Het was niet mijn schuld.’ Alsof ze zichzelf nog steeds moet overtuigen: ‘Het is nooit een eerlijke strijd geweest.’

Beschuldigingen 

In haar boek vertelt ze het verhaal van haar verkrachting op haar 18de door Jean-Luc Brunel (74 nu), destijds de baas van Karin Models, een prestigieus Parijs’ modellenbureau. Met naam en toenaam noemt ze hem omdat ze niet de eerste en, hoopt ze, niet de laatste is die aangifte tegen hem gedaan heeft; zijn Wikipedia-pagina is voor de helft gevuld met de beschuldigingen die tegen hem zijn geuit. Hij werd een serieverkrachter genoemd, was een vriendje van Weinstein en een handlanger en meisjesleverancier van Jeffrey Epstein – nu pas realiseert Huisman zich met wie ze van doen had toen ze als 18-jarige het chique Parijse appartement binnenstapte van de man die beloofde haar op de cover van Vogue te krijgen, die zei: ‘Jij wordt een topmodel.’

In haar boek vertelt Thysia Huisman het verhaal van haar verkrachting. ©Valentina Vos

In die tijd woont Huisman in Brussel, waar ze onder contract staat bij een modellenbureau nadat ze van de dansvloer is geplukt tijdens een weekendje België met een vriendin. Een droom voor Thysia, die als 15-jarige al een modellenwedstrijd wint in Amsterdam en vanaf die dag maar één doel heeft: op de covers van modebladen komen, gezien worden, hoe fanatiek ze daar ook voor moet lijnen – ze ontwikkelt boulimia – en hoe eenzaam het modellenbestaan vaak ook is. Overdag doet ze fotoshoots en loopt ze castings af, ’s avonds propt ze op haar kamertje in Brussel een lading zoete troep naar binnen – om alles er in de wc weer uit te gooien, want de bazin van haar modellenbureau hanteert het meetlint streng.

In het weekend treint ze naar haar vriendje in Amsterdam, en soms naar haar vader, een hardwerkende Shell-man die Thysia met hulp van kindermeisjes heeft opgevoed. Haar moeder overlijdt aan kanker als ze 5 is. En omdat de nanny’s komen en gaan, is Thysia als kind veel alleen, en al vroeg op zichzelf aangewezen. Haar vader doet zijn best, maar een hechte band hebben ze niet in die tijd.

Op een dag heerst er opwinding in het Brusselse modellenbureau: er komt een modellenscout uit Parijs, op zoek naar nieuwe gezichten. Tot haar verrassing pikt hij Thysia eruit. Ze is vereerd en opgetogen want, zo zegt iedereen, deze Jean-Luc Brunel kan je doorbraak betekenen, hij heeft grote namen als Helena Christensen en Christy Turlington ontdekt. Maar ze is ook op haar hoede.

‘Ik voelde al vanaf de eerste ontmoeting: oppassen, deze man is aalglad’, zegt Huisman thuis aan het kookeiland. ‘Ik vond het ook vreemd dat ik bij hem thuis moest logeren, maar, zo werd mij in Brussel verzekerd, dat moet je als een voorrecht zien, en een paar andere modellen doen het ook.’ Dat was zo, bleek in Parijs. Bij Brunel in huis sliepen nog drie meisjes. ‘Toen ik hem vroeg waar mijn kamer was, zei hij: jij slaapt bij mij in bed.’

Een paar ongemakkelijke dagen volgen als Huisman dat weigert. Ze maakt van kussens een bed voor zichzelf bij een van de andere meisjes op de kamer en weert Brunels avances zo goed en zo kwaad als dat gaat af. ‘Hij bleef maar zeggen hoe mooi hij me vond en dat ik nog wel in zijn bed zou belanden. Overdag had ik niet zoveel last van hem: ik moest naar castings en hij was aan het werk, dan gedroeg hij zich charmant en professioneel. Maar ’s avonds waren er etentjes en feestjes waarop hij, vermoed ik, aan de coke zat en dan had hij een heel ander gezicht. Ik moest hem continu van me afslaan. En dat deed ik ook, met harde grappen: ‘Wat denk je wel, je bent 45, je bent te oud en te klein voor mij.’ Dat wond hem alleen maar meer op, denk ik nu.’

Entourage 

‘Ik handle dit wel, dacht ik. Dit zal er wel bij horen – al kreeg ik ook door dat er van alles niet klopte. ’s Avonds werden wij modellen meegenomen naar dure restaurants en clubs, en niet omdat we zulke goede gesprekken voerden. We waren entourage, meer niet. Ik vond het een rotgezicht, die jonge, ongelukkige Oost-Europese modellen op schoot bij oude, rijke kerels. Op een van die feestjes bij Brunel thuis heb ik Epstein gezien, dat weet ik bijna zeker. Na een week dacht ik: gadver, morgen ben ik hier weg.’

Te laat – die avond geeft Brunel haar een mixdrankje te drinken waar ze eigenlijk geen zin in heeft, ze wil naar haar kamer. ‘Maar dat mocht niet van hem, we moesten proosten op mijn carrière, ik kwam er niet onderuit. Niet lang daarna werd ik draaierig en misselijk, ik begon te zweten en werd helemaal slap. Brunel heeft me toen naar zijn slaapkamer gebracht en achterover op bed geduwd. Dit is niet oké, dacht ik, ik moet me verzetten. Maar dat lukte niet: de hele kamer golfde en alles wat ik wilde was liggen. Terwijl ik wist: shit, dit is niet goed.’

Vanaf het eerste moment dat ze hem ontmoet is Thysia Huisman op haar hoede voor Jean-Luc Brunel. ©Valentina Vos

Vanaf dat moment, vertelt Huisman, heeft ze slechts flarden van herinneringen: zijn zoenende mond op haar lichaam, het – gek genoeg oorverdovende – geluid van haar scheurende bloesje, het zwart voor haar ogen als hij haar penetreert. De volgende ochtend heeft ze blauwe plekken op haar dijen. Ze ligt alleen in bed; Brunel zit in de huiskamer te telefoneren. ‘Als een dief in de nacht heb ik mijn spullen gepakt en ben ik het huis uit gevlucht, rechtstreeks naar het Gare du Nord.’

Ze schudt haar hoofd, alsof het haar na bijna dertig jaar nog steeds verbijstert: ‘Waarom ben ik niet naar de politie gegaan? Het is niet eens in me opgekomen, geen moment. Het enige wat ik wilde was weg uit Parijs, terug naar Brussel, naar mijn kamer. Ik herinner me nog het allesoverheersende gevoel van schaamte waarmee ik in de trein zat. Waarom had ik het zo ver laten komen? Waarom was ik bij die man in huis gaan logeren? Waarom had ik niet harder nee gezegd? Het woord verkrachting kon ik niet eens voor mezelf formuleren, maar dít, dit wat er gebeurd was, was allemaal mijn eigen, stomme schuld.’

Huisman heeft haar verhaal eerder gedaan; in 2019, na de arrestatie van Jeffrey Epstein wegens het op grote schaal misbruiken van minderjarige meisjes, zoekt ze de publiciteit. De reden: als Epsteins belangrijkste handlangers worden in de media de namen van Ghislaine Maxwell én Jean-Luc Brunel genoemd, die jonge modellen uit Oekraïne en Brazilië voor Epstein zou hebben geronseld, waarna ze gedwongen werden tot seks op diens privé-eiland. In Huismans hoofd waren inmiddels heel wat kwartjes gevallen: het wás niet haar eigen, individuele probleem dat ze zo diep mogelijk weg moest stoppen – wat ze 28 jaar had gedaan. Ze wás niet de enige, er was een heel web gesponnen om meisjes zoals zij te misbruiken, er bestond een netwerk van machtige mannen die daarmee zouden wegkomen als vrouwen als zij hun mond niet opendoen.

Ze doet aangifte tegen Brunel, zij het symbolisch, want verkrachting is in Frankrijk na twintig jaar verjaard. Na haar stappen nog elf andere slachtoffers van Brunel naar voren om hun verhaal te doen. Ze geeft een interview aan een Franse nieuwssite; kranten als Libération, The Guardian en The New York Times pikken het verhaal op. ‘Ik ben verkracht door de meisjesronselaar van Jeffrey Epstein’, kopt het Algemeen Dagblad – op sociale media verschijnt, naast steun, een stroom haatreacties variërend van ‘hoer, je sliep bij die vent’ tot ‘golddigger, je had er toch zelf om gevraagd?’

Ze was er kapot van, vertelt ze nu, ruim een jaar later. ‘Het is de omgekeerde wereld: als slachtoffer van verkrachting sta je zelf terecht. En het kón me zo raken omdat het allemaal dingen waren die ik, diep vanbinnen, al die jaren ook tegen mezelf had gezegd: je moet je schamen, eigen schuld, waarom heb je hem niet tegengehouden, wat deed je daar dan ook?’

Terug naar 1991, terug naar Brussel, waar Huisman door de eigenares van haar modellenbureau op het matje wordt geroepen. Waarom ze zo halsoverkop uit Parijs is teruggekeerd? Heel onprofessioneel. ‘Jean-Luc en ik zijn erg teleurgesteld in u.’

Huisman: ‘Ze noemde me een amateur, die een grote kans had verprutst. Ik probeerde uit te leggen dat er iets gebeurd was in Parijs, maar ze wilde het niet horen. Jean-Luc was gewoon een charmante Fransman, die had ik een beetje moeten bespelen, waarom was ik zo dom geweest daar niet in te slagen?’

Een half jaar werkt ze vervolgens nog als model, vooral in België en Duitsland, want in Parijs wil ze geen stap meer zetten. Overdag fotoshoots, ’s avonds vreetbuien op haar kamer – op de automatische piloot. ‘Ik ben bevroren vanbinnen’, schrijft Huisman in haar boek. Het kantoor van haar modellenbureau mijdt ze zoveel mogelijk, want de eigenares laat geen kans onbenut haar te kleineren om haar heupomvang of gebrek aan professionaliteit. Als ze er op een dag ontboden wordt omdat Brunel in Brussel is, krijgt ze een angstaanval. Ze kan niet meer. Het betekent het einde van haar modellenbestaan en ze keert terug naar Amsterdam.

‘In 2017’, zegt Huisman, ‘had ik contact met een journalist van The New York Times die de zaak-Weinstein onderzocht. Zij stuurde me een linkje van een oude CBS-documentaire, 60 minutes, over de Parijse modellenwereld eind jaren tachtig. Daarin getuigen, toen al, vier vrouwen dat Brunel hen heeft gedrogeerd en aangerand of verkracht. Die documentaire was uit 1988, drie jaar voordat ik naar Parijs werd gestuurd! De bazin van mijn modellenbureau moet hebben geweten naar wie ze me toe liet gaan. Ik heb haar gebeld na het zien van die documentaire. Een heel vreemd gesprek was dat, waarin ze niet zei: ‘Wat erg voor je’, maar: ‘Dat zou Jean-Luc nooit doen.’ Het bevestigde eigenlijk alleen maar mijn vermoeden dat ze hem de hand boven het hoofd hield.

Perfect slachtoffer 

‘Ik heb in die tijd alles uitgezocht over Brunel, Ik ben zijn sociale media gaan volgen, blogs gaan lezen van andere oud-modellen die hun ervaringen met hem deelden, ik volgde obsessief al het nieuws dat naar buiten kwam. Ik las onder meer dat Brunel in het verleden een 12-jarige drieling aan Epstein voor zijn verjaardag ‘cadeau’ zou hebben gedaan. Het is om te kotsen dat er eind jaren tachtig al vrouwen zijn opgestaan om te getuigen, en dat alles nog twintig jaar lang is doorgegaan. En wie weet wat er nu nog speelt in de modellenwereld. Er zijn gelukkig wel dingen veranderd door #MeToo, en iedereen heeft nu een mobiele telefoon en gebruikt sociale media, dat scheelt ook. Ik was destijds best geïsoleerd in Parijs. Brunel noemde me Remi, ‘je bent alleen op de wereld’, dat vond ik toen hartelijk. Nu weet ik dat ik daardoor een perfect slachtoffer voor hem was.’

Het woord slachtoffer gebruikt ze met tegenzin, liever noemt ze zich survivor. ‘Ik heb met hard werken een mooi leven voor mezelf gecreëerd.’ Maar het was een lange weg, beschrijft ze in haar boek. Terug in Nederland op haar 20ste vindt ze een baantje als regie-assistent en gestaag klimt ze op in de televisiewereld. Perioden van keihard bikkelen wisselt ze af met weken dat ze lusteloos in bed ligt. Is ze vervolgens weer op de been, dan gaat ze nachtenlang uit tot alle tenten sluiten. Ze drinkt te veel, gebruikt alle soorten drugs, belandt in een afkickkliniek, gaat van de ene naar de andere relatie met – meestal – foute mannen. ‘Ik was altijd aan het vluchten’, blikt ze terug. ‘In mijn werk, in verslavingen, alles om maar geen pijn en verdriet te hoeven voelen.’ Pas als ze eind dertig is, komt er rust in haar bestaan. Ze vindt haar grote liefde – de Willy Wortel die boven achter zijn computer zit –, settelt zich met hem en zijn zoontje, samen krijgen ze nog een kind als ze 39 is. Er volgen een paar gelukkige jaren, totdat de kranten volstaan over Harvey Weinstein en #MeToo.

Thysia Huisman noemt zichzelf liever survivor in plaats van slachtoffer. ©Valentina Vos

Met de therapeut bij wie ze terechtkomt voor haar burn-out, praat ze voor het eerst over haar verkrachting. De woede die ze met terugwerkende kracht voelt, zet haar ertoe aan haar verhaal vaker te vertellen: in de media, bij de Franse autoriteiten als ze aangifte doet, in het boek dat ze de afgelopen drie jaar schreef. Ze draagt het op aan alle slachtoffers van seksueel geweld. ‘Aan hen die zo dapper zijn dat ze naar voren durven komen. En aan hen die dat niet kunnen, door schuld of schaamte of om wat voor reden ook.’

Brunel, ondertussen, loopt vrij rond in Frankrijk. De getuigenissen van Huisman en de vrouwen die daarna volgden, hebben niet tot zijn aanhouding geleid. Hun zaken zijn verjaard, en vrouwen die recentere zaken te melden hebben, zijn tot dusver niet gevonden. Ze móéten er zijn, denkt Huisman. Maar ze zijn bang, voor hun carrière, voor represailles of voor de haat die haarzelf ten deel gevallen is.

Ze heeft nooit meer contact gehad met Brunel, al heeft ze voor de woonboot in de Seine gestaan waar hij zich vermoedelijk ophoudt – in zijn chique appartement aan de Avenue Hoche schijnt hij al tijden niet meer te komen. ‘Ik wilde hem in de ogen kijken en vragen: waarom? Waarom heb je me dit aangedaan? Maar ik heb niet aangebeld bij die woonark. Wat had ik ermee bereikt? Ik weet heus wel dat hij geen sorry gaat zeggen. En misschien durfde ik ook niet.’

Brunel staat voor verhoor ‘ter beschikking aan justitie’, laat hij de media via zijn advocaat weten, maar is tot nog toe niet opgeroepen. Huisman hoopt dat dat verandert nu, recent, vier oud-modellen de Franse baas van het modellenbureau Elite, Gérald Marie, van verkrachting in de jaren tachtig en negentig hebben beschuldigd. ‘Misschien gaan er nu weer balletjes rollen en komt er toch ook bij Brunel schot in de zaak. Als dat niet gebeurt, zal ik het moeten loslaten en verder gaan met mijn leven.’ Of ze hoopt dat hij haar boek zal lezen? Hij heeft middelen genoeg om het te laten vertalen en het zal hem niet ontgaan dat ze de publiciteit weer zoekt. ‘Ja, ik hoop het, maar dat gaat niet gebeuren. Het is lastig om te beseffen dat hij misschien nooit gepakt gaat worden. Ik weet dat ik mijn geluk daar niet van moet laten afhangen, maar dat vreet aan me. Ik ben trots op mijn boek, maar het heeft geen happy end.’