Landschapsarchitect Adriaan Geuze over Zeeland: ‘De Zeeuwen kregen het paradijs, maar zijn ze het waard?’

Gelauwerd landschapsarchitect Adriaan Geuze houdt van Zeeland en maakt zich druk over hoe gemakkelijk we in Nederland ons landschap verkwanselen.
Adriaan Geuze: ‘Het was de Oosterschelde of het meisje – dat was geen moeilijke keuze’. ©Martijn Gijsbertsen

Al het enthousiasme trekt uit zijn gezicht. Landschapsarchitect Adriaan Geuze (59) had zich voorbereid op een gesprek over Zeeland, het land waarvoor hij een ‘diepe en ondubbelzinnige liefde’ koestert, verwant als hij zich voelt ‘aan de stugge kleiige ziel van de Zeeuwen’. Groteske en bombastische woorden had hij klaarliggen, maar nu moet hij putten uit een ander vocabulaire.

Zullen we het eerst maar even hebben over Zwarte Piet?

“Is oké.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Uw bureau West 8 heeft voor een park in Baltimore een ontwerp gemaakt dat ‘verbinding’ als een van de uitgangspunten heeft. Nu wordt u beschuldigd van het tegenovergestelde: racisme. Wat is er gebeurd?

“Aan de zuidkant van de stad Baltimore ligt een zeearm, die Zuid-Baltimore van het centrum scheidt. In Zuid-Baltimore leven zwarte gemeenschappen. Voor de vernieuwing van een oud industrieel gebied aan die zeearm was een internationale prijs uitgeschreven die wij hadden gewonnen. Het plan draaide om verbinding tussen stadsdelen en communities, en om build with nature: met baggerspecie nieuwe natuur maken. We waren net begonnen in een team met vijftien andere partijen om het uit te werken.

“Begin juli kwam er een anonieme aantijging bij de opdrachtgever die ons beschuldigde van racisme. Bijgevoegd zat een foto uit 2012 van een sinterklaasfeestje bij ons op het bureau in Nederland: Sinterklaas met drie kinderen die geschminkt waren als Zwarte Piet. Dat laatste is in Amerika een volstrekt taboe, het heet daar black face. Niets in relatie tot black face kan op enigerlei wijze in termen van redelijkheid worden uitgelegd. Toen wij die foto kregen, beseften wij meteen het potentiële gevaar voor de opdrachtgever, het grote projectteam, en het project. 

“Als landschapsarchitect en stedebouwkundige zijn wij consultants. Die moeten bruggen bouwen, mensen verbinden, draagvlak creëren. Je moet het project langs de moeilijke en kwetsbare kliffen kunnen navigeren. Dat zouden we in deze positie niet meer kunnen. We hebben ons daarom direct uit het project teruggetrokken.”

Het waren ‘krankzinnige weken’ vol advocaten, Amerikaanse media-aandacht, en bezorgde opdrachtgevers, zegt Geuze, die zich verontschuldigt voor zijn vermoeidheid. Het is donderdagavond. Aan de kade van de Rotterdamse Rijnhaven waar West 8 kantoor houdt, is het borreltijd. Maar binnen wordt nog volop gewerkt. Al na een paar minuten komt een medewerker Geuze’s telefoon brengen, die om de zoveel tijd met bliepjes om aandacht vraagt. “Wacht even, een alarmpje dat ik ergens naar moet kijken”, zegt Geuze wanneer hij zich over het scherm buigt. “We werken aan het waterfront van Toronto en onze opdrachtgever heeft een suggestie. Mijn collega zit nu met hen te zoomen.” Op zijn telefoon opent hij een ontwerp. Na een korte blik: “Zij twijfelt, maar ik niet. Het ziet er goed uit.”

West 8, het bureau voor ‘Urban design and landscape architecture’ waarvan Geuze in 1987 een van de oprichters was, ontwierp over de hele wereld parken, wijken, tuinen en andere buitenruimtes. Het kantoor in Rotterdam telt 60 werknemers, de vestiging in New York 14. Het bureau verwierf grote faam met ontwerpen zoals het Centraal Station in Rotterdam en het Borneo-eiland in Amsterdam, het Governor’s Island in New York, het Toronto Central Waterfront, de Jubilee Gardens in Londen, het enorme Madrid Rio Park, en het Xinhua Waterfront Park in China. Geuze is ook hoogleraar landschapsarchitectuur in Wageningen.

Zijn werk mag dan internationaal gericht zijn, zijn inspiratie komt uit het Nederlandse landschap: schepping van nieuw land en de verbinding tussen water en land. Geuze koestert een grote liefde voor het Nederlandse polderlandschap. Grinnikend: “Dat is een understatement.”

Waar komt die liefde vandaan?

“In mijn jeugd bracht ik veel tijd door met mijn opa. Ik heet net als hij, Adriaan Hubert Geuze, ik ben ook op dezelfde dag jarig. Mijn opa was een echte Zeeuw, geboren op het eiland Tholen. Hij werd aangesteld als dijkbaas van de Lekdijk, in de jaren twintig de belangrijkste dijk van Nederland. Als die dijk het zou begeven, loopt het hart van Holland onder water.

“Voor mijn opa was de dijk iets heiligs: niet een object, maar een karakter. Hij was bezeten van muziek en speelde orgel - een hardwerkende protestant. De dijk, Bach en God - dat was voor hem één universum. Hij heeft me daarmee erg beïnvloed, door het landschap te lezen als bezielde karakters. Op de gevel van het Dijkhuis stond een wapenspreuk, volgens mijn vader was de vertaling: ‘De leeuw waakt over de zoden’. In mijn fantasie was mijn opa die leeuw: hij was een held die zorgde dat de dijk niet zou bezwijken. Pas jaren later ontdekte ik dat het anders was: ‘De zoden waken over de leeuw’. Die leeuw is Holland. Hier heb je in een notendop waar het allemaal om draait. Zonder de dijk geen Holland.”

En misschien ook: zonder dijk geen opa?

“Precies. Mijn opa was de dijk! Hij identificeerde zich daarmee. Het heeft iets religieus en baroks, het vechten van die Zeeuwen tegen het water. Er zit een spirituele lading aan die ik deel.

Zeeland is niets minder dan het paradijs, zegt Geuze met de stelligheid die hem kenmerkt. “Er moet een krankzinnige euforie ontstaan zijn toen men in de vijftiende eeuw in de gaten kreeg hoe je het aanslibben van het land kon versnellen. Nergens was de bodem zo vruchtbaar als op dat nieuwe land. Jonge zeeklei: kalkrijk, perfect verkaveld, stabiele grondwaterstand, heel goed te ploegen. De ontginners van het nieuwe land konden het niet geloven. Vergeleken met de arme zandgronden van Brabant en het veen van Holland was hier overdaad, de oogst was groot en de rentes hoog.

©Martijn Gijsbertsen

“Het is bovendien een land van getijden, eilanden, diepe geulen, sedimenten voor mosselen en oesters, lage wolkenluchten. Voeg daaraan de prachtige handelssteden van de Renaissance toe met vestingen en waterpoorten: Middelburg, Goes, Willemstad, Zierikzee. Met de droogmaking van Walcheren na de oorlog, de ramp van 1953, en de ruilverkavelingen van het akkerland zijn er nieuwe lagen in pracht bijgekomen. Vooral de Deltawerken zijn verpletterend: imposante innovatieve dammen, elke nieuwe beter dan de vorige. Die combinatie van gewonnen zelfgemaakt land, van ingenieurswerken die de zee moesten straffen, en de dynamische Deltanatuur – dat heb je nergens op aarde.”

Beseffen de Zeeuwen dat?

“Ze kregen het paradijs, maar zijn ze het waard? Want wat doen ze ermee? Mayonaise! Ze verkwanselen de nalatenschap in hun neiging tot goedkoopte en kortetermijndenken. Een derde van de kust is inmiddels bedekt met naar­geestige vakantieparken. Die voegen louter een miezerig midweeksentiment aan het landschap toe.”

Toerisme is geen goede manier om de Zeeuwse economie vooruit te helpen?

“Natuurlijk wel. Maar waarom zou je lelijk gaan genieten? Bouw dan zomerhuizen zoals in Veere en Hulst zijn gebouwd. Dat is heel wat anders dan een parkje bomvol catalogushuizen dat dichtzit met een slagboom en eigendom is van een Londens hedgefund. Kijk naar de Waddeneilanden! Daar weten ze: het is hier zo mooi, dit kunnen we te gelde maken. Zij gaan voor Triple A-toerisme. Kies voor de Zeeuw­se traditie van watersteden, voor natuur, voor aan landbouw gekoppelde arrangementen met lokaal eten. Niet voor mayonaise van Cadzand tot Bruinisse.”

Zeeland is een krimpregio. Onlangs werd bekend dat de marinekazerne er toch niet naartoe verhuist omdat de mariniers niet mee willen. Er is een beeld ontstaan dat niemand er wil wonen. Hoe komt dat?

“Ik weet het niet. Ik zou er morgen gaan wonen. Maar ik wil ook bij mijn vrouw (actrice Jacqueline Blom, red.) wonen, en zij wil niet naar de polder.”

Maar u bent toch Mister Polder, heeft u haar zelfs niet kunnen overtuigen van de schoonheid?

“Ik heb het geprobeerd. Toen ik haar leerde kennen, lokte ik haar naar mijn bootje, een houten catamaran in het Grevelingenmeer. Op vrijdagmiddag met proviand en wijn gaan varen, en dan ergens voor anker. Zaterdagochtend wakker worden tussen de vogels en de stilte. Het allerleukste wat je kunt bedenken.

“Maar het weekend werd een catastrofe. Zij bleek boten te haten, ze werd al zeeziek in de haven van Herkingen, ze voelde zich opgesloten. We hebben het hele weekend geruzied. Ik heb het nog één keer geprobeerd, maar ook dat weekend liep zo slecht af dat ik de maandag erna de boot aan mijn zeilmaatje heb geschonken. Het was de Oosterschelde of het meisje – dat was geen moeilijke keuze. Ik heb haar niet kunnen bekoren met dit prachtige land. Integendeel. Zij ervaart het als leeg, ongezellig, winderig, met nurkse mensen.”

In maart is de ontpoldering van de Hedwigepolder begonnen. U was daar fel tegen, toch?

“Ja. Net als alle Zeeuwen. Daar zit het sentiment van mijn grootvader: ‘Dit land is deel van onze schepping, we ploegen het met zware paarden, dat moet niet worden prijsgegeven.’ Als iedereen tegen is, zou je verwachten dat het in een democratie dus ook niet doorgaat. Maar gek genoeg gebeurt het toch. Dat heeft te maken met wat wij in Nederland de ruimtelijke ordening noemen, een soort werkverschaffingsproject aan tienduizenden bureaucraten, wetenschappers, beleidsmakers en juristen. Procedures zijn een doel op zich geworden. Zo ontstond de situatie dat de Belgen de Westerschelde uitdiepen, dat daarbij maritieme ecologie verloren gaat, en dat dit moet worden gecompenseerd door de dijken door te prikken. De Zeeuwen ondergaan het, als een natuurverschijnsel waarop ze zelf geen invloed hebben. Dat stelt mij erg teleur. Uniek cultuurlandschap gaat teloor.”

Er komt natuur voor in de plaats. Dat is in tijden van ontbossing en verstedelijking toch ook wat waard?

“Maar waarom moeten we natuur met bulldozers maken? Deze ‘nieuwe natuur’ is landschapsexclusief: het cultuurlandschap wordt uitgewist, er komt een hek om de natuur, en twee uitkijkpunten om ernaar te kijken. Daar heb ik het zwaar mee. Die natuur kiest zelf ook, hoor! In Bruinisse, een koppig dorp waar je goed mosselen kunt eten, staan ouderwetse lantaarns op de kade, waarop aalscholvers neerstrijken. Ze hebben zich eerst te pletter gevreten in de Oos­terschelde en gaan daar wijdarms hun vleugels zitten drogen. Zwarte gedaantes met enorme zeggingskracht: ze zegenen Bruinisse zoals het Jezusbeeld boven Rio de Janeiro. Dat is voor mij ook natuur.

“Afgelopen week was ik weer bij Bath aan de Westerschelde, de Staart van Beveland. Dat is een historische landengte waar wegen, spoorlijn en hoogspanningslijnen zijn gebundeld. Het Schelde-Rijnkanaal, de Kreekraksluizen en het Spuikanaal zijn daar haaks doorheen getrokken. Grote windturbines volgen de oevers. Een machtig lijnenspel van kosmische proporties. Dan voel ik de energie van dat water, de wind die samenspant met de ebstroom en schepen in de modder dreigt, terwijl de dijk rust – dan ben ik weer een week gelukkig.”

Lees ook:

Van werkboulevard naar Rotterdams art-deco

Op de Coolsingel in Rotterdam ontstaat ‘een zee van ruimte’, zegt landschapsarchitect Adriaan Geuze, die het ontwerp tekende.