Misbruik in theaterwereld: ‘Ik wil laten zien hoe het gebeurt om anderen te beschermen’

De #MeToo-discussie heeft nog niets veranderd in de theaterwereld, zeggen schrijver Tjeerd Posthuma en regisseur Bram Jansen. Beiden schreven een tekst waarin zij de giftige cocktail tonen die seksuele intimidatie in deze sector zo makkelijk maakt. “Ik wilde laten zien hoe het gebeurt, in de hoop dat we andere jonge mensen beter kunnen beschermen.”
©Meulendijks Nanne

Eén ding wist hij zeker: hij was niet verliefd en hoefde geen intieme relatie met deze man. Geen seks, geen appjes de hele dag door.

Zo begint het verhaal ‘Een vuilniswagen met je naam erop’, dat Tjeerd Posthuma (28), toneeltekstschrijver en dramaturg, onlangs publiceerde in de bundel ‘Sfinx’. Die relatie kwam er toch, een jaar of vijf, zes geleden, inclusief een bombardement aan berichtjes en ongewenste seks, schrijft hij.

Eerst was het nog vleiend, die aandacht van een machtige theaterpersoonlijkheid, die hem ‘bijzonder’ noemde en met hem wilde werken. Het kon geen kwaad om opgemerkt te worden door iemand die je aan werk kan helpen.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

‘Een beetje flirten en dan kan iedereen zien wat ik in mijn mars heb.’

Maar de nachtelijke sms-jes, de complimentjes en het geheimzinnige gedoe werden al snel ongemakkelijk. Posthuma beschrijft hoe hij stapje voor stapje werd ingekapseld, tot de ongewenste seks onvermijdelijk was.

‘We gaan geen seks hebben,’ zei ik met een glimlach….. Met zoenen had ik geen probleem. Diezelfde avond hadden we orale seks.’

Waarom schrijft iemand een relaas over een ongemakkelijke, geheime ­affaire, die alweer jaren achter hem ligt? Omdat hij het belangrijk vindt om ermee naar buiten te treden, vertelt Posthuma. Wat hij zegt te hebben ­meegemaakt – een affaire tegen wil en dank met een invloedrijk persoon die hem toegang tot werk kon verschaffen – komt veel voor in de theatersector. Na de affaire rond Job Gosschalk, die in zijn val de acteur Jappe Claes, de regisseur Ruut Weissman en toneelschooldocent Anne Buurma meenam, kan dat niet als een verrassing komen. Maar erover ­gepraat wordt er niet of nauwelijks, is Posthuma’s ervaring. “Ik wilde laten zien hoe het gebeurt, in de hoop dat we andere jonge mensen beter kunnen ­beschermen.”

Dagboeken en sms'jes

Van Posthuma zullen we niet horen wie zijn tegenspeler in dit verhaal is. Hij wil geen proces wegens smaad aan zijn broek. De daderkant interesseert hem ook niet zo; het woord misbruik valt niet eens in zijn verhaal. “Wat ik jammer vind van de #MeToo-discussie, is dat het steeds gaat over hoe we daders kunnen aanpakken, niet over hoe we slachtoffers kunnen beschermen, over hoe het kan dat dit hen overkomt.”

Makkelijk was het schrijven niet voor Posthuma. “Het was pijnlijk. Ik moest terug naar een tijd waaraan ik liever niet denk en ik moest mijn vrienden inlichten over iets wat ik ze nooit had verteld. Ik had aantekeningen, ­dagboeken, sms’jes en appjes, maar er was ook veel waar ik niet zeker over was. Ik heb het verhaal zo feitelijk ­mogelijk geschreven. Alles waaraan ik twijfelde, heb ik eruit gelaten.”

“Ik weet niet of mensen mij zullen geloven. Er zijn er die vinden dat ik moeilijk doe, maar ik krijg ook reacties van mensen die het fijn vinden dat ik hun ervaring onder woorden heb gebracht. Tijdens het schrijven aarzelde ik nog over publicatie, maar toen het af was, wist ik dat dit de wereld in moest. Als we onderzoeken hoe deze processen gaan, dan kunnen we jonge mensen er beter tegen wapenen. Want ondanks de eerdere affaires wordt er in de theaterwereld nog steeds nauwelijks over gesproken, laat staan iets aan gedaan.”

Hij staat niet alleen met deze hartekreet. Regisseur Bram Jansen schreef samen met acteur Jord Kotter en ­Gerardjan Rijnders het toneelstuk ­‘Casting: The Pass’, dat vandaag (zaterdag) bij Het Zuidelijk Toneel in première zou gaan. In het stuk is te zien hoe een acteur, die op zoek is naar een rol, net als Posthuma langzaam zijn grenzen laat opschuiven, tot nee zeggen tegen seks geen optie meer is.

Grote consequenties

De overeenkomsten tussen de teksten, die zij tegelijkertijd maar onafhankelijk van elkaar schreven, zijn verbluffend. Ook hier is de dader een veel machtiger persoon, die de toegangspoort is tot werk.

‘Wat kijk ik toch graag naar je. Je vindt het toch niet vervelend als ik je aanraak?’

Ook hier denkt de jonge acteur dat hij de situatie onder controle heeft, maar gaat hij stapje voor stapje voor de bijl, omdat nee zeggen te grote consequenties heeft.

‘Als ik het goed begrijp ‘heb ik de rol’ maar moet ik onbetaald, halfnaakt door jouw huis dartelen, zonder garantie op werk… Dacht het niet... Gaan we doen.’

Het stuk is gebaseerd op verhalen in de theaterwereld, die Jansen, Rijnders en Knotter de afgelopen jaren hebben gehoord. Ze hebben niets hoeven verzinnen, vertelt Jansen. Hij praat er fel over. “Het is shocking wat ik heb gehoord. En al die verhalen zijn inwisselbaar, overal zie je dezelfde mechanismen. Steeds moet je een grens over. Het zijn kleine stapjes en je wilt geen zeikerd zijn, dus doe je het toch maar. Maar die glijdende schaal leidt uiteindelijk tot misbruik. Ze werken net als ­kinderlokkers.”

Ze, dat zijn de daders. Doorgaans de mensen die hun medewerkers per productie kunnen uitkiezen en daardoor veel macht hebben. Jansen snapt precies in welke situatie Posthuma zegt te hebben gezeten. Hij heeft dergelijk misbruik meer dan eens zelf meegemaakt en om zich heen zien gebeuren, zegt Jansen. “Ik ben door anderen gewaarschuwd voor bepaalde personen en heb zelf ook jonge mensen gewaarschuwd,” zegt hij. “Vaak hebben ze niet door waar ze in verzeild zijn geraakt. Het gaat zo geleidelijk.”

Vertrouwensrelatie

Dat maakt het ook moeilijk om hier de term seksuele intimidatie of misbruik op te plakken. Voor omstanders, maar ook voor het slachtoffer, is vaak niet duidelijk te zien of er sprake is van een vrijwillige verhouding of van ­misbruik.

Posthuma: “Het ingewikkelde is dat in het theater veel in een informele sfeer en in vertrouwen gebeurt. Als je een vertrouwensrelatie met iemand opbouwt, wordt het moeilijk je grenzen aan te geven. Het is niet voor niets dat ze zeggen dat vrouwen thuis het onveiligst zijn. Het begint met een aanloopperiode, waarin je wordt opgetild uit de menigte. Je wordt bijzonder gemaakt. Als je wilt weglopen uit die situatie, laat je veel achter. Een gemeenschappelijke vriendenkring, een werkkring. Dat is nogal intimiderend.”

“Daar komt bij dat er in de kunst­sector heel weinig geld is. Je kunt ­nauwelijks op grond van je merites aan werk komen. Dan is het heel fijn als je als twintigjarige hoort: ‘Ik vind je zo bijzonder, ik zie zoveel in je’. Bij mij was de relatie rechtstreeks gekoppeld aan het werk. Onze samenwerking ging hand in hand met de seks. Toen ik dat op een gegeven moment niet meer ­wilde, wilde hij ook niet meer met me werken.”

Voor Jansen is het herkenbaar wat Posthuma zegt. “In de theaterwereld moet je altijd zoveel mogelijk mensen te vriend houden om je kans op werk veilig te stellen. Dat is een ongezonde situatie. Nee zeggen heeft stevige ­consequenties, heb ik gemerkt.”

Naïef, ambitieus en kwetsbaar

Het hoeft niet zo te gaan, weet Jansen. In Duitsland en Zwitserland gaat het meer over vakmanschap en minder over elkaar iets gunnen, is zijn ervaring. “Daar telt niet het aantal mensen dat jou aardig vindt, maar de kwaliteit van je productie. Als een dramaturg een productie interessant vond, kwam hij een inhoudelijk gesprek met me voeren. In Nederland moet je investeren in zogenaamde ‘vrienden’, die de opdrachten en de subsidie verdelen. Als je niet bij het eliteclubje hoort, wordt het moeilijk om werk te krijgen.”

Geweld komt er niet aan te pas in ­toneeltekst of essay. Waarom laten die jonge mensen het dan gebeuren? Ze zijn volwassen, ze kunnen toch nee zeggen?

Jansen: “Het probleem met #MeToo is dat theatermensen vaak niet in de gaten hebben in welke situatie ze zitten. Dat begint al op de jeugdtheaterschool. Tijdens de opleiding leer je dat je aldoor concessies moet doen, dat je je moet overgeven. Het is niet de bedoeling dat je op school of in het werk vragen stelt. Je begint dan bepaalde omstandigheden normaal te vinden.”

“Als je in zo’n omgeving jong, naïef en ambitieus bent, dan ben je bijzonder kwetsbaar. In combinatie met de ­beroerde financiële situatie in het theater is dat gif, zeker als je in contact komt met mensen die er misbruik van maken. Ik vind het ontzettend jammer dat er zo weinig aandacht is voor #MeToo in de theaterwereld. Er zijn wat mensen opgestapt, maar sommigen zijn alweer aan het werk. Mensen doen of er niets is gebeurd en of de klagers ­alleen maar zeuren.”

Relaties op de werkvloer

Posthuma: “Ik heb erg geworsteld met de vraag wat mijn eigen rol hierin is geweest, ik heb mijzelf heel lang niet als slachtoffer willen beschouwen. Ik begon met schrijven over mijn daderschap, over hoe ík dit heb laten gebeuren. Maar zeventien versies later moest ik toegeven dat dat niet klopte. Ik moest onder ogen zien dat ik een slachtoffer was. Ik had te maken met iemand die veel ouder was, meer ­levenservaring en een machtige positie had. Ik pleit niet tegen relaties op de werkvloer, maar deze situatie was erg ongezond. Ik heb vaak nee gezegd, maar dat hielp niet, hij wilde het niet horen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit in een situatie zou komen te zitten waarin ik geen controle zou hebben. Dat is, denk ik, voor veel mannen een nieuwe denkstap: accepteren dat je slachtoffer bent.”

Jansen herkent dat. “Ik dacht ook ­altijd: mij overkomt het niet. En toen het was gebeurd, heb ik lang gedacht: mij is het niet overkomen. Dit ben ik niet, ik ben geen slachtoffer. Slacht­offerschap is voor mannen een extra ­reden voor schaamte.”

Er moet nu eindelijk iets worden ­gedaan aan de kwalijke kanten van de Nederlandse­­ theaterwereld, vinden beiden­­. Dat begint met een blok werk­ethiek op de opleiding, vindt Posthuma. En met cursussen voor gezelschappen over hoe ze misbruik kunnen herkennen en hoe ze kunnen ingrijpen.

Posthuma: “Ik ga nu een tekst schrijven voor de Toneelmakerij. Daarvoor heb ik een gesprek gehad met artistiek leider Paul Knieriem. De zakelijk leidster zei toen dat zij ook met mij een kopje koffie wilde drinken. Dat is prettig, want als je er dan gaat werken, voel je je door meer mensen binnen de organisatie gedragen. Dan durf je eerder je grenzen aan te geven, ook als het gaat om te veel overuren of als iemand je uitscheldt.”

Jansen hoopt dat de machtsstructuren binnen gezelschappen worden aangepast. “We moeten professioneler gaan werken en nadenken over hoe de macht over het geld is verdeeld. We moeten ruimte creëren voor jonge mensen om hun eigen voorwaarden te scheppen. Nu worden die vaak voor­namelijk bepaald door mensen op machtige posities.”

Lees ook:

Rik Launspach: Er is bij casting niet veel veranderd sinds #MeToo

Nederlandse acteurs durven nog steeds niet naar buiten te treden over grensoverschrijdend gedrag van het kleine, machtige groepje dat in de toneel- en filmwereld aan de touwtjes trekt. Rik Launspach schreef daarover van binnenuit een roman. 

Acteurs durven geen aangifte te doen van seksueel wangedrag

Bijna dertig klachten zijn binnengekomen bij het meldpunt voor seksueel wangedrag van de cultuursector. Geen van de melders was bereid om aangifte te doen, omdat dat niet anoniem kan.