Mijn geheim. Gert (44) draaide per ongeluk een fles wijn van 11.000 euro door de coq-au-vin

Geheimen. We steken ze weg, houden ze stil, bewaken ze met ons leven. Redactrice Sabine Vermeiren luistert elke week naar een Vlaming die wél praat. Eén keer alles op tafel. En dan nooit meer. Vandaag: restauranthouder Gert (44) draaide per ongeluk een fles Romanée-Conti ter waarde van 11.000 euro door de coq-au-vin. Een erfstuk dat hij koesterde en dat hij nooit zou opdrinken. “Dat dampend kieken. En die fles. Léég. Mijn hart stond stil.”
Beeld ter illustratie. ©Shutterstock

Ook een geheim? Mail naar Sabine.vermeiren@persgroep.be.

Hij ging ze nóóit opdrinken en op een dag zouden z’n kinderen er een prachtig erfstuk aan hebben, net zoals ook hijzelf er ooit een erfstuk aan had gehad: restauranthouder Gert behandelde z’n fles Romanée-Conti met een zachtheid als had hij babybilletjes in handen. Een foutloos parcours. Tot, drie weken geleden. Never ever had die fles natuurlijk op het keukenblad mogen belanden. Maar het gebeurde toch en de gevolgen waren onomkeerbaar. Die avond, in het restaurant: coq-au-vin op de suggestiekaart, bereid met wijn van 11.000 euro.

Over Romanée-Conti zijn boeken geschreven. Het is de duurste wijn ter wereld, genoemd naar een grand cru wijngaard in de Bourgogne van net geen twee hectaren groot. Er staan wijnstokken van 52 jaar oud op - Pinot Noir - die gemiddeld een jaarlijkse productie van 450 kistjes geven. Er daar eentje van proberen te bemachtigen is als meedoen aan een loterij: er is veel vraag, weinig aanbod. En zodoende swingen de prijzen de pan uit. Geen wonder dus, dat Gert meteen besefte dat hij de hoofdvogel had geschoten, toen bleek dat er in de erfenis van zijn vader een Romanée-Conti uit het gezegende jaar 1974 zat.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

We praten in de familiezaak. Opgericht in de jaren zeventig door zijn ouders, later overgenomen door Gert. Rustiek interieur, gesteven servetten, hagelwit tafellinnen. Het is hiér, in de koude keuken, dat het drie weken geleden op een dinsdagnamiddag mis ging. En tientallen gasten ‘s avonds bij hun kroketten een coq-au-vin van twintig euro naar binnen speelden, zonder te weten welk goud ze op hun bord hadden. De fles waar het hier vandaag over zal gaan: ze staat tussen ons in. Op het groene glas hangt, nog enigszins bestoft, een etiket waarvan de staat verraadt dat dit juweel 45 jaar in een ondergrondse kelder heeft gelegen. Gekartelde, vergeelde randen. Robuuste, fiere letters erop. Een potentieel kroonjuweel. Ware het niet dat de fles ontkurkt is. En leeg tot op de bodem.

“Wanneer die fles nu exact in vaders wijnkelder moet zijn beland: ik kan het niet zeggen.” Gert houdt ze tegen het licht, alsof daarmee het antwoord komt, en rolt ze van de ene hand naar de andere. “Ik denk dat het in de late jaren zeventig, begin jaren tachtig geweest moet zijn. Het waren de gouden jaren van de horeca. Het mocht allemaal iets kosten en met nieuwjaar, bijvoorbeeld, was er nog de traditie van de grote kado’s. Ik vermoed dat het ergens bij zo’n speciale gelegenheid moet zijn geweest dat een rijke klant ermee is komen aanzetten. Mijn vader zelf zal die fles niet gekocht hebben. Hij was een wijnliefhebber. Maar goeie wijn hoefde niet per se duur te zijn, vond hij. Het moet dus echt een geschenk zijn geweest.”

“Mijn vader had nog wel meer speciale flessen. Die bewaarde hij apart in de kelder van het restaurant. Ik wist als kind al dat er daar een paar hele waardevolle tussenzaten. Maar hoé waardevol heb ik eigenlijk pas ontdekt toen hij een paar jaar geleden stierf en ik de collectie erfde. Ik ben zelf een groot wijnliefhebber. Ik heb thuis m’n eigen wijnkelder en ik kan voor een goeie fles soms best wat geld neertellen. Eerst heb ik die erfenis gewoon gekoesterd. Ik keek er wel eens naar, was er fier op dat die flessen nu van mij waren. Pas erna is het plan beginnen rijpen om de beste flessen van de restaurantkelder naar de kelder van m’n eigen huis te verhuizen. Daar lagen ze veiliger, vond ik. Ik ging ze niet opdrinken, ik ging ze niet verkopen. Ik ging ze gewoon bewaren, als investering. Nu denk ik: hád ik ze toch maar gewoon laten liggen.”

“Wat ik je nu vertel, dateert van drie weken geleden. Het was een dinsdagochtend. We waren de mise-en-place aan het doen, het leek ‘n rustige dag. Ik dacht: ‘oke, nu moet het maar eens.’ Ik ben naar de wijnkelder van het restaurant gegaan, heb de vijftig beste flessen uit de privé-collectie van mijn vader bijeen gezocht en heb ze in kisten gestoken. Erna ben ik ermee naar boven gegaan. Ik passeerde langs de koude keuken en heb ze daar op het werkblad gezet. ‘Eerst gauw nog een boodschap doen’, dacht ik. ‘Die flessen verhuis ik dan straks wel verder.’”

“Toen ik een uur later weer binnenkwam, rook het restaurant al heerlijk. De geur van gestoofde ui, selder, worteltjes en gebraden kip. Voor de coq-au-vin, wist ik. Want die zouden we vanaf ‘s avonds op de nieuwe suggestiekaart zetten. Dat doen we een paar keer per jaar. Een klassieker, die regelmatig terugkomt, en die klanten altijd graag zien komen. Toen ik in de keuken kwam, zullen die dampende potten op het vuur waarschijnlijk het eerste zijn geweest dat ik zag. Het volgende moeten, op het werkblad, de flessen zijn geweest. Vijf. Natuurlijk zag ik éérst de Romanée-Conti. Ernaast ook nog vier andere. Alle vijf leeg. ‘Het is niet wáár he!’ Mijn hart stond stil.”

“Ik zeg tegen de kok: ‘Weet gij wel waar ge zonet die kip mee hebt geblust?’ ‘Euh, de wijn die gij daarvoor had klaargezet, chef?’ Ik zeg: ‘Pak eens uw smartphone en zoek op ‘Romanée-Conti.’ Ik kan u verzekeren: die man werd zo wit gelijk dat laken hier.” Geen twee zoekacties op het internet waren er nodig om te ontdekken dat Romanée-Conti één van de duurste wijnen ter wereld is. In Hongkong bijvoorbeeld werd een paar jaar geleden nog 350.000 euro betaald voor twaalf flessen uit 1978. En op verschillende sites staat vandaag Romanée-Conti te koop voor 11.500 euro.

“Er had natuurlijk gewoon huiswijn bij die coq-au-vin gemoeten. Maar het was nu te laat. De Romanée-Conti, hij zat erin. Natuurlijk was ik daar even slecht van. Maar ben ik kwaad geweest? Nee. Ik had die fles maar niet op het keukenblad moeten zetten. En dan nog: ‘t is een accident. Ik kan er maar beter mee lachen. Schreien heeft geen zin, toch?”

Restte nog de vraag: hoe ging die coq-au-vin smaken? Want het is niet omdat een wijn wereldberoemd en peperduur is, dat hij daarom ook nog lékker is als hij na 45 jaar wordt uitgeschonken. Misschien was de wijn wel naar azijn gaan smaken. Het drama zou nog groter zijn geweest. Want dan was óók nog de coq-au-vin verloren geweest. “De hele keukenploeg, we hebben er met z’n allen van geproefd. Proefde dit ... ánders? Zurig? Of net béter? We zullen natuurlijk nooit zeker weten of het aan de wijn lag. Maar het was de beste coq-au-vin in tijden. We hebben hem dan maar geserveerd.”

Klanten mochten die avond kiezen: groentenpuree, frietjes of kroketten erbij. Wat het echte verhaal was van het veredeld haantje dat ze op hun bord kregen, heeft geen van hen ooit geweten. Hoe graag Gert het ook had gezegd, hij kan het niet. “Ik heb die erfenis nooit aangegeven. Ik wil de fiscus niet op ideeën brengen.”

“De kok is er nu stilaan overheen. Hij is er een paar dagen niet goed van geweest. Schuldgevoel. Maar dat hoeft niet, zeg ik hem. Ik plaag hem er nog wel eens mee. Maar ‘t is allang vergeven. Hij mag blijven.” (lacht)

In het restaurant van Gert heeft de kok sinds het voorval nog elke dag verse coq-au-vin bereid. Het gerecht staat nog tot eind december op de suggestiekaart. Voor twintig euro serveert Gert het hoogstpersoonlijk aan tafel. Bereid met - nu wél en elke dag door hemzelf gecheckt - huiswijn van 6,5 euro.

* Gert is een fictieve naam.

Lees hier nog meer verhalen uit de reeks Mijn geheim.

Inge heeft openlijk een relatie op het werk: “Seks met mijn lief, seks met mijn man. Maar nooit op dezelfde dag”

Aïsha (18) gaat trouwen achter de rug van haar ouders: “Na een tijdje hebben we ook gevrijd met elkaar. Binnen mijn geloof mag dat eigenlijk niet”

Rudy ging 1.200 keer op prostitueebezoek: “Voor elke keer gemiddeld 100 euro. Reken maar uit”