Filosoof Michael Sandel ontrafelt de populistische opstand: ‘Arbeiders beseffen dat de elite op hen neerkijkt’

Als succes je eigen verdienste is en falen je eigen schuld, is het niet gek dat de verliezers in opstand komen, betoogt politiek ­filosoof Michael Sandel in zijn nieuwe boek. 
Michael Sandel ©Webb Chappell

Aan verklaringen voor de opkomst van het populisme ontbreekt het niet, en de meeste daarvan zullen zo’n beetje slingeren tussen een nadruk op de economie (banen op de tocht door de globalisering) en de nationale cultuur (identiteiten bedreigd door immigratie). Maar politiek filosoof Michael Sandel, hoogleraar aan de universiteit van Harvard, voert nog een andere factor ten tonele: de gesel van de meritocratie. In het Engels luidt de titel van zijn jongste boek The Tyranny of Merit, in de Nederlandse vertaling is dat De tirannie van verdienste geworden.

Volgens Sandel, die geldt als een van ’s werelds invloedrijkste intellectuelen, ligt er een grote schaduw over onze samenlevingen in de vorm van het idee dat ­alles onze eigen verdienste is, zowel succes als falen. Het is een gedachte die het ego van de winnaars streelt en dat van de verliezers verwondt – ziedaar de bron van de populistische opstand. 

De groeiende ongelijkheid van de afgelopen vier decennia is door de meritocratische doctrine gerechtvaardigd, zegt Sandel vanuit zijn studeer­kamer in Boston, en het resultaat is wrok. “De grondtoon van het populisme is wrok jegens de elite. Mensen uit arbeidersmilieus beseffen dat de elite op hen neerkijkt, vooral de universitair geschoolde professionele ­elite. En het is belangrijk te erkennen dat de verongelijktheid begrijpelijk is, gegeven hoe de regerende elites de globale economie hebben ingericht. Een neo­liberaal systeem, gevoegd bij een denksysteem dat wil dat de winnaars hun succes aan zichzelf te danken hebben.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Dat uitgerekend iemand als Donald Trump, een vastgoed-tycoon, de onvrede van de verliezers wist te verwoorden, was tragisch, zegt Sandel. Maar vreemd was het niet: Trump voelde zich zijn hele leven genegeerd door de financiële, intellectuele en politieke elite. “Hoe rijk hij ook is, hij kan op authentieke wijze een sentiment van vernedering uitdrukken.”

Toch wijst u in uw boek ook naar centrum-linkse politici: Tony Blair, Gerhard Schröder, Barack Obama, Bill en Hillary Clinton. In Nederland zou je daar de sociaal-democraten aan toe kunnen voegen. Wat hebben zij misdaan?

“De jaren van Reagan en Thatcher brachten de ­triomf van het marktgeloof. Na hen kwamen centrum-linkse en sociaal-democratische politici, en zij hadden de basale veronderstelling van dat denken, dat de markt het voornaamste instrument is om het gemeenschappelijke belang te dienen, ter discussie kunnen stellen. Maar ze legden zich erbij neer en probeerden slechts de ergste schade te verzachten. Zo dacht men in het begin van de jaren negentig de economische groei – te danken aan de markt en de globalisering – te kunnen inzetten om de verliezers te compenseren. Maar de negatieve gevolgen werden nooit echt verholpen.”

“Niet alleen bleef werkelijke compensatie uit, het neoliberale denken bleek een ernstig gebrek te hebben. Het was kortzichtig te verwachten dat alle schade langs economische weg kon worden gerepareerd. Het probleem was niet louter economisch en ging verder dan de groeiende ongelijkheid en het achterblijven van de ­lonen. De ontwrichting uitte zich ook in gemis aan erkenning en sociaal aanzien. Wie telt mee, wie niet? Hele gemeenschappen verloren hun sociale samenhang.”

Zo gek was het toch niet dat men geloofde dat de globalisering een goede zaak was? Landen als China werden erdoor uit de armoede getild en wij kregen goedkope producten. Onze arbeiders hadden het misschien even moeilijk, maar dat zou tijdelijk zijn.

“Het idee dat wij zouden profiteren van lagere prijzen, door banen te verplaatsen naar lagelonenlanden, was geheel gebaseerd op een vergissing. Men verwarde burgers met consumenten. En dat gaat voorbij aan onze rol als producenten, die te maken heeft met de waarde en waardigheid van werk. Het sociale en burgerlijke weefsel dat een vereiste is voor een gezonde democratie ging verloren.”

Hoe weet u eigenlijk dat het gevoel van vernedering een belangrijke bron is voor het populisme? Is dat empirisch vast te stellen of gaat het om het aanvoelen van de tijdgeest?

“Het is gebaseerd op zowel onderzoeksdata als op de interpretatie van sociale ontwikkelingen. We weten dat opleidingsniveau de meest significante factor was bij het stemmen op Trump in de VS en voor brexit in Groot-Brittannië. Wel of geen college of universiteit, dat maakte het grootste verschil. ‘I love the poorly educated’, riep Trump bij een verkiezingsrally. Er bestaat daarnaast een onderzoek van sociaal-psychologen en sociologen naar hoe hoogopgeleiden denken over achtergestelde groepen, kijkend naar etniciteit, immigratie, ras en andere bronnen van vooroordelen. Ze namen ook opleidings­niveau op in de lijst. Wat bleek? Van al die categorieën vormden zowel in de VS als in Europa de laagopgeleiden de minst gewaardeerde groep. Bij de andere categorieën geneert de elite zich voor de eigen vooroordelen, maar niet bij de laagopgeleiden.”

Erger nog, laagopgeleiden denken er zelf min of meer hetzelfde over, las ik in uw boek.

“Dat onderstreept de vernedering die zij ondergaan. Ze voelen zich verantwoordelijk voor hun eigen falen en daar lijdt hun zelfbeeld onder.”

Toch lijkt een meritocratie een rechtvaardig en logisch systeem: niemand wordt beoordeeld op afkomst, alles draait om de verdienste of de waarde die jij zelf meebrengt. Wat kan daar verkeerd aan zijn?

“Ja, het is contra-intuïtief om te pleiten tegen de meritocratie. Gelijke kansen voor iedereen, iedereen krijgt de mogelijkheid vooruit te komen, hogerop te klimmen. Wie wat bereikt, bereikt dat door eigen verdienste en wie succes heeft, verdient de beloning die de markt geeft. Het is een aantrekkelijke gedachte, maar er mankeert het nodige aan. Om te beginnen brengt het de succesvollen ertoe te vergeten hoezeer geluk en toeval hebben bijgedragen aan hun opmars. Met al hun talenten en inspanningen zijn ze toch ook op weg geholpen door ouders, leraren, gemeenschappen, de hele samenleving. Bovendien, in hoeverre zijn talenten eigen verdienste? Vergeet niet dat het ook een kwestie van ­geluk is dat jouw talenten goed in de markt liggen. ­Lebron James is een talentvolle basketballer en hij traint hard, maar als hij in de Renaissance had geleefd dan hadden ze liever een frescoschilder gehad.”

Michael Sandel ©Webb Chappell

Is de vraag dus waar wij als samenleving waarde aan toekennen?

“Precies. Als we ons dat niet afvragen, er niet op reflecteren, dan blijft alleen de markt over om antwoord te geven op de vraag wat wordt beloond en wat niet. Maar markten doen dat op zeer gebrekkige wijze, zonder rekening te houden met wat werkelijk bijdraagt aan onze samenleving. Politieke en morele afwegingen kun je niet uitbesteden aan de markt, toch doen wij dat.” 

Maar als het criterium moet zijn ‘wat draagt bij aan de gemeenschap’, dan hebben we het nog steeds over prestaties en dus verdiensten.

“Dat is waar. Maar het is in elk geval een democra­tischer methode, waarmee we bijdragen kunnen waarderen die nu genegeerd of ondergewaardeerd worden. Denk aan al het niet-betaalde werk dat wordt gedaan binnen huishoudens, het grootbrengen van kinderen, de zorg voor verwanten. Denk ook aan al het werk dat door de coronacrisis veel belangrijker blijkt dan de samenleving tot dusver liet blijken: verpleegzorg, schoonmaakwerk, de vuilnisdienst, transport en distributie. En afgezien van de vraag naar het nut: in elk mens ligt evenveel waardigheid; dat moet ook gevolgen hebben voor de waardigheid van ieders werk.”

Hebben we het hier over de ideale samenleving, ofwel een utopie?

“Ik hoop het niet en nee, ik denk het ook niet. Het zou utopisch zijn als iedereen hetzelfde zou moeten denken over wat bijdraagt aan het goede, maar wat ik ­bepleit, is vooral een robuuster en democratischer debat. Zonder te verwachten of te willen dat we het allemaal eens worden, denk ik dat een beter publiek debat kan leiden tot een beter publiek stelsel.”

U zoekt de bron van de Amerikaanse meritocratie bij de protestantse puriteinen. Dat is verrassend, want die calvinisten geloofden nu juist dat ze zelf niets, maar dan ook helemaal niets konden doen aan wat ze wilden bereiken, namelijk verlossing.

“Dat is de fascinerende paradox. Zowel Luther als Calvijn verzetten zich hevig tegen het idee dat je je verlossing kon verdienen. Het ging om een geschenk, het geschenk van de genade. De puriteinen dachten er ook zo over; je kon niets doen om je uitverkiezing te bevorderen.

“En toch compliceerde dat idee van uitverkiezing het verhaal, want nu ging het erom in je leven te speuren naar signalen dat je uitverkoren was. Succes in je werk werd gezien als een belangrijk teken daarvan, Gods zegen. Vervolgens werd het heel moeilijk de conclusie te weerstaan dat jouw werk de oorzaak was van je verlossing. Als ik mij vroom op mijn werk stort, ter ere van God, en ik word daarin gezegend, dan moet mijn succes haast wel voortvloeien uit Gods goedkeuring. Eenmaal gevallen voor die verleiding heeft zich in de Amerikaanse psyche het idee genesteld dat God onze verdiensten beloont.”

Kunnen we zeggen dat dit in het hedendaagse Amerika de vorm heeft gekregen van het evangelicale welvaartsgeloof en het seculiere idee van financieel succes als waarde op zichzelf?

“Ja, ook waar God uit beeld is geraakt, is een soort voorzienigheidsgeloof gebleven. Til je dat naar het niveau van de natie, dan krijg je de veelgebezigde uitdrukking ‘America is great, because she is good’. Onze welvaart en onze macht zijn resultaat en teken van onze deugdzaamheid. Zowel Republikeinen als Democraten hanteren die slogan, zo diep-Amerikaans is deze gedachte. Het was de eerste zin in de nominatievideo van Donald Trump op de recente Republikeinse conventie en Hillary Clinton gebruikte precies dezelfde woorden op de ­Democratische conventie van 2016.”

Een andere veelgebruikte slogan die u citeert, is ‘What you learn is what you earn.’ Dat sluit aan bij de neiging van veel landen, niet alleen de VS, om te hameren op onderwijs, onderwijs en onderwijs. Daarbij wordt vergeten dat voor twee derde van de bevolking hoger onderwijs helemaal niet is weggelegd.

“Inderdaad, de hoogopgeleide elites in de VS, maar ook in Nederland en de rest van Europa, zullen zich waarschijnlijk verbazen over dat gegeven. Omdat ze de afgelopen decennia vervreemd zijn geraakt van de rest van de samenleving. Daarom waren ze ook zo geschokt door brexit, de winst van Trump en het succes van verschillende populisten in Europa. Ze waren zich niet bewust van de belediging die besloten lag in hun meritocratische model, namelijk dat wie niet omhoog klimt, dat aan zichzelf te wijten heeft. Ze zagen niet hoe neerbuigend ze waren.” 

©-

Michael J. Sandel
De tirannie van verdienste 
Ten Have; € 24,99 

Lees ook:

De crisis vergroot het verschil tussen arm en rijk, zeggen hoogleraren - tenzij wordt ingegrepen

Er is een wijdverbreid idee dat grote schokken in de samenleving sociale ongelijkheid verkleint. Maar dat klopt niet, nu dus ook niet, zeggen twee vooraanstaande wetenschappers. Tenzij de overheid ingrijpt.

Gelijkwaardigheid is geen regel maar uitzondering. Bij mens, dier én plant

Gelijkwaardigheid is niet de regel maar de uitzondering. Voor je het weet heeft zich een elite gevormd, niet alleen onder de mensen maar ook bij plant en dier.