Maria Genova waarschuwt Nederland voor de gevaren van cybercrime

Journalist Maria Genova (46) schreef geruchtmakende boeken over loverboys, vrouwenhandel en kindermisbruik, en stort zich nu op cybercriminaliteit. ‘Ik ben best succesvol voor een allochtoontje dat op haar negentiende geen woord Nederlands sprak.’
©Imke Panhuijzen

Of het ook een uurtje later kan, vraagt Maria Genova. Ze heeft die ochtend weer eens tot half zes zitten werken achter de computer in haar bungalow in Heemskerk. Doet ze het liefst: ’s nachts werken, als man en kinderen slapen en het lekker rustig is in huis. Geen afleiding, geen e-mails, geen sociale media, helemaal niks.

De dag ervoor schoof ze om zeven uur in de ochtend aan bij een ondernemersontbijt in Roermond. Daarna door voor lezingen in Leeuwarden (’s middags) en Hoorn (’s avonds). Zevenhonderd man in een theater. “Echt ongelooflijk,” zegt ze. “Sta je op zo’n podium, net als Karin Bloemen. Maar dan om over hacken te praten.”

Volgende week zit er weer zevenhonderd man in hetzelfde theater in Hoorn. Genova: “Soms parkeer ik tussen twee lezingen door bij McDonald’s en ga ik even slapen. Een kwartiertje, maar je knapt er enorm van op.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Na de publicatie van een serie geruchtmakende boeken over vrouwenhandel, loverboys en kindermisbruik heeft ze zich gestort op een nieuwe missie: Nederland waarschuwen voor de gevaren van cybercrime. In 2014 schreef ze Komt een vrouw bij de h@cker, een boek vol gruwelverhalen over identiteitsroof, waarvoor ze vrijwillig haar computer liet hacken. Nu is er What the h@ck!, een boek speciaal voor jongeren.

Ondertussen trekt ze volle zalen. Ze spreekt net zo makkelijk voor geïnteresseerde burgers als voor ambtenaren van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.

“Ik geef vaak lezingen in ICT-bedrijven,” zegt ze. “Dat is wel een goede grap, want toen ik hier mee begon was ik een totale digibeet. De eerste keer dat ik erheen ging was dat met bibberende benen. Het gekke is: ICT’ers weten heel veel van bepaalde systemen, maar over privacy en cyberrisico’s hebben ze nauwelijks nagedacht. Vaak denken ze dat ze zelf geen doelwit zijn. Dat is verbijsterend.”

Binnenkort treedt ze veertien keer op in het Universitair Medisch Centrum in Groningen.

“In Amerika liggen ziekenhuizen plat en kunnen spoedoperaties niet doorgaan vanwege problemen met de computersystemen. Dat is niet fijn hoor: doodgaan omdat het ziekenhuis is gehackt.”

Bent u geen paniek aan het zaaien?

“Ik verzin de cijfers niet.”

De cijfers: het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde dat vorig jaar 8,5 procent van de internetgebruikers van 12 jaar en ouder aangaf slachtoffer te zijn geweest van digitale criminaliteit. Dat komt neer op 1,2 miljoen mensen. Vooral jongeren waren de pineut. Er werd geld gestolen, fraude gepleegd met online aankopen, gestalkt, bedreigd, belasterd. En er zijn zelfs complete identiteiten overgenomen.

Volgens een enquête van Norton Cyber Security, producent van antivirussoftware, zouden zelfs 3,4 miljoen Nederlanders te maken hebben gehad met cybercriminaliteit. Ze klikten op links in frauduleuze e-mails, ontdekten dat persoonlijke gegevens waren gestolen of kregen te maken met gijzelingssoftware.

©Imke Panhuijzen

“Je hebt in een e-mail een kopie van je identiteitsbewijs zitten en je bent gehackt. Dan kan iemand op jouw naam een lening aanvragen. Of tien telefoonabonnementen. Nog erger: iemand zet een huis op jouw naam, inclusief wietplantage. Dan staat de politie bij jou op de stoep en kun je wel zeggen dat je het niet hebt gedaan, maar ondertussen wijzen alle sporen naar jou. Ik heb voor mijn boek met veel mensen gesproken die onschuldig in de gevangenis zaten. Ik heb mensen gesproken die hun bedrijf kwijt waren. En als je nou denkt dat ik lang heb moeten zoeken om die te vinden: het was een makkie.”

Waarom heeft u een boek speciaal voor jongeren geschreven?

“Het werd me steeds vaker gevraagd na lezingen: ‘Mevrouw, hoe leg ik het mijn kinderen uit?’ De meeste mensen denken: ze weten het wel. Dat dacht ik ook. Mijn jongens zitten immers de hele dag achter de computer.”

Hoe oud zijn ze?

“Zestien en negentien. Ze zijn ermee opgegroeid. Maar op school leerden ze er niks over. Ze werden gewoon het internet op gegooid, zonder enige waarschuwing. Ze hebben geen flauw idee. Ze denken: ik ben niet interessant voor hackers, maar dat is niet waar. Kinderen klikken overal op. Ze downloaden van alles, gewoon omdat het gratis is. En ze gebruiken steeds hetzelfde wachtwoord. Vind je het gek dat je dan gehackt wordt?”

Dat is uw zoon overkomen?

“Hij was er gelukkig snel bij, maar ze hadden al zijn wachtwoorden kunnen resetten. Dan nemen ze je dropbox over met al je privéfoto’s of bestellen bij bol.com op jouw naam een dure laptop. Ze hadden zijn identiteit kunnen stelen.”

“Een bankdirecteur vertelde me hoe jongeren worden benaderd via Instagram of Snapchat: of ze snel geld willen verdienen door tijdelijk hun pasje beschikbaar te stellen? Ze denken: er staat toch weinig op, dus prima. Vervolgens wordt die pas gebruikt om mee te frauderen op Marktplaats en staat de politie bij jouw kind voor de deur omdat het zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Ze komen op een zwarte lijst en worden acht jaar geweigerd bij elke bank. Je denkt: het zal mij niet overkomen, maar het gebeurt elke dag. Alleen al op Marktplaats vinden ongeveer een half miljoen oplichtingen per jaar plaats.”

Wat kun je eraan doen?

“Op de eerste plaats: hele lange wachtwoorden verzinnen. Als je iets uit het woordenboek neemt, is het binnen zeven seconden gehackt, maar als je ikhebeenhekelaanmijnschoonmoeder15# gebruikt is dat niet te hacken. En eenvoudig te onthouden.”

“Ten tweede: stel je updates niet uit, ook niet op je telefoon. De helft van de Nederlanders voert de updates niet tijdig uit, terwijl Windows er elke maand minimaal vijftig nieuwe gaten in zijn beveiliging mee probeert te dichten. Vijftig open ramen waardoor hackers naar binnen kunnen. Misschien noemen ze het daarom wel Windows.”

“En ten derde: kijk uit waar je op klikt. Met linkjes en bijlages moet je echt voorzichtig zijn. Als je een mail krijgt van een bekend bedrijf: klik even op de afzender. Daar kun je nog veel lol om hebben. Er zijn zulke maffe afzenders.”

Jongeren zeggen tegen hun ouders: ik heb ook recht op privacy.

“Als je er vroeg genoeg mee begint, wordt het vanzelfsprekend dat je meekijkt. Als je er te laat mee begint, zullen ze zeggen: ‘Hoezo wil jij dat opeens weten?’ De eerste keer dat ik aan tafel niet alleen vroeg hoe het was geweest op school, maar ook hoe het op het internet was geweest keken ze me aan alsof ik gek geworden was. Hoezo? Wat is dat voor domme vraag? Waar bemoei je je mee? Maar op een gegeven moment nemen ze je echt wel in vertrouwen.”

“Games hebben meestal een chatfunctie. Je wilt niet weten hoe vaak kinderen op die manier worden benaderd door pedofielen. Maar ouders vragen hun kinderen nooit met wie ze vandaag hebben gechat. Die denken: mijn kind is aan het gamen. Die denken niet: mijn kind is aan het chatten met een pedofiel. Omdat ik zo veel praat met mijn kinderen over wat er online kan gebeuren, kwam mijn eigen zoon naar me toe toen hij twaalf was: ‘Mam, volgens mij is dit een soort fake profiel.’ Ik wist niet wat ik zag. Wat heb je aan? Is het warm bij jullie? Het gesprek ging steeds meer richting seks.”

Doet de politie genoeg?

“Ik weet niet of ik het zo mag zeggen, maar daar werken zo’n beetje de grootste digibeten van het land, de veel te kleine cybercrimeteams uitgezonderd. Ik heb een keer aangifte gedaan van een stalker op Twitter. Ze vroegen: wat is Twitter? Dan denk je: oké, hoe zullen we eens verder gaan?”

“Ik heb presentaties gegeven aan wijkagenten. Die zitten je met open mond aan te kijken. Op de politieacademie leren ze er niks over. Het zijn vaak hele lieve mensen bij de politie, maar als een slachtoffer van identiteitsfraude naar het bureau gaat, zeggen ze: wat moeten we daarmee?”

Wordt u niet een beetje paranoïde van dit werk?

“Helemaal niet. Ik ben voorzichtiger geworden, dat wel. Het enige wat je moet doen is jezelf iets beter beschermen. Wat doe je als je naar je werk gaat? Dan doe je de deur op slot. Wat doe je met je laptop? De meeste mensen laten hun digitale deur open staan en vervolgens klagen ze dat ze slachtoffer zijn geworden.”

Genova werd geboren in Bulgarije en groeide op in Plovdiv, de tweede stad van het land, waar ze haar gymnasiumdiploma haalde. Een nationaal kampioen reddend skiën, die op wintersport een vakantieliefde uit Nederland opduikelde. Op haar negentiende verliet ze voor hem haar vaderland.

“Van kleins af aan was het mijn droom om journalist te worden,” zegt ze. “Ik interviewde de vrienden van mijn ouders, met een notitieboekje in mijn hand. En dan van die diepzinnige vragen stellen over het leven na de dood of de zin van het leven. Ze werden knettergek van me, maar ja, ik was een nieuwsgierig meisje. Ik wilde alles weten.”

Het voormalig Oostblok laat zich op het gebied van cybercrime niet onbetuigd.

“Ze zijn daar enorm goed in het schrijven van virussen.”

Hoe komt dat?

“Als je een hoogopgeleide programmeur bent en je komt niet aan de bak, wat moet je dan? Ze verkopen hun producten op het darknet aan iedereen die het maar hebben wil en wassen zelf hun handen in onschuld. De ene keer verkopen ze aan Nederlanders, de andere keer aan Nigerianen of Chinezen. Dat is het probleem: een inbreker moet bij jou aan de deur komen, maar digitaal? De hele wereld is je vijand.”

Hoe is dat in Bulgarije?

“Daar zitten veel hackers, maar ook veel slachtoffers. Ze hebben daar een tijdje geleden de belastingdienst gehackt en veel belangrijke bestanden gestolen. Dan kun je denken: dat is ver weg, maar het kan hier morgen ook gebeuren. Er hoeft maar één medewerker te zijn die onvoorzichtig is met zijn inloggegevens en ze zijn binnen.”

Hoe was het om daar op te groeien?

“Tot mijn zeventiende was Bulgarije nog een communistisch land. We hadden er een goed leven. Mijn ouders zijn allebei afgestudeerd aan het conservatorium. Mijn vader gaf les aan de muziekacademie en verdiende in zijn vrije tijd bij met concerten. Een lieve man, die op zijn 44ste is overleden, terwijl hij nooit ziek was. Mijn moeder is later naar Amerika verhuisd, waar mijn zus viool speelde bij grote orkesten. Ze heeft er meer dan twintig jaar gewoond en keert binnenkort terug naar Bulgarije.”

“Veel mensen hebben een vertekend beeld van het communisme. Natuurlijk: een dictatuur heeft negatieve kanten, maar er zijn ook dingen waar een democratie niet aan kan tippen. Je hebt zekerheid in je leven. Je hoeft minder keuzes te maken, waardoor je niet zo snel gestrest raakt. Het was een rustige maatschappij, we hoefden niet al te hard te werken. Je kon je baan niet kwijtraken, iedereen had werk, gezondheidszorg was gratis, er waren geen drugs, geen verslaafde jongeren, voeding was spotgoedkoop, elektriciteit kostte bijna niets en allemaal hielden we geld over om leuke dingen mee te doen. Zelfs de armste mensen konden lekker twee weken op vakantie naar de Zwarte Zee.”

Probeert u mij nu alsnog de socialistische heilstaat te verkopen?

“Nou ja, je kunt zoiets natuurlijk niet heel lang volhouden, want het moet op de een of andere manier wel worden betaald.”

En je mocht je mond ook niet opendoen.

“Als je in zo’n maatschappij opgroeit, weet je niet beter. Kun je iets missen wat je nooit hebt gehad? Het was ook niet zo dat we nooit kritisch dachten. Het was alleen zo dat je het niet in het openbaar mocht zeggen. Eigenlijk was het een heel leuke jeugd. Er waren veel beperkingen, maar wanneer wordt een mens creatief? In Nederland weten de mensen van gekkigheid niet wat ze moeten kiezen en draaien ze helemaal door. Het verbaasde me zo toen ik hier kwam: alles is perfect geregeld en toch zitten één miljoen Nederlanders aan de antidepressiva. Eén miljoen mensen die niet gelukkig kunnen zijn zonder een pil. Dan denk ik: wat!?”

Bent u goedgelovig?

“Ik ben redelijk naïef. Steeds minder moet ik zeggen, maar… Ik ben een wereldverbeteraar. Of dat nou goedgelovig is weet ik niet. Ik ben een vrolijk en positief iemand. Vandaar dat ik goed over heftige onderwerpen kan schrijven: vrouwenhandel, kindermisbruik, depressie en zelfmoord. Het grijpt me aan, maar ik doe het niet voor niets. Het is mijn missie: verhalen vertellen waarin mensen steun kunnen vinden. Ik heb altijd een zwak gehad voor mensen die het moeilijk hebben.”

©Imke Panhuijzen

“Ik heb eens zes maanden lang een Bulgaarse vrouw in huis genomen. Ze was arm en herstellende van een zware ziekte. Ik kende haar nauwelijks, maar haar verhaal raakte me en mijn man vond het gelukkig goed. Vijf jaar later stond ze met cadeautjes en bloemen op de stoep. Ze was nog steeds dankbaar dat ik haar had geholpen. Ze had een naaiatelier en kon de hoeveelheid klanten nauwelijks aan. Had ik haar de deur moeten wijzen? Ik ben geen communist, maar wat is er mis met gelijkheid voor iedereen? Ik wil geen Amerikaanse toestanden, waar de mensen creperen op straat. Nederland gaat ook die kant op. Bij ons in Bulgarije waren geen daklozen.”

Is het land beter af na de val van het communisme?

“Ligt eraan wie je het vraagt. In de voormalige oostbloklanden heb je bijna alleen nog maar superrijken en superarmen. Ik wil niet terug naar vroeger, maar de keiharde kapitalistische maatschappij die het nu is? Moeten we dat willen? Geen geld, ga dan maar dood? Het was zo schokkend om te zien: paleizen voor de rijken naast vervallen woningen van mensen die nauwelijks nog rond kunnen komen. Er zijn in Bulgarije tegenwoordig zo veel mensen die buiten de boot vallen.”

In Nederland wordt veel geklaagd over Oost-Europeanen.

“Nou ja, niet alleen de harde werkers komen hiernaartoe. Als je een Bulgaarse boef bent, dan weet je het wel. Bij een Bulgaar valt weinig te stelen en in Nederland doen de mensen hun deuren niet goed dicht.”

Wat merkt u er zelf van?

“Als ik een lezing geef, vertel ik niet meteen dat ik uit Bulgarije kom, want dan haakt de helft van de zaal meteen af. Die denken dat Bulgaren criminelen zijn of dat ze komen profiteren. Het was heftig toen ik in 1992 naar Nederland kwam. Werk­gevers zeiden recht in mijn gezicht: ‘Mevrouw, denkt u dat u met dat accent aangenomen wordt? We hebben hier genoeg Nederlandse werklozen.’ Ik leek wel een dief die de baantjes kwam pikken. Terwijl ik gewoon iets wilde betekenen voor de maatschappij.”

U bent inmiddels een succesvol auteur.

“Best wel, ja. Voor een allochtoontje dat op haar negentiende hiernaartoe kwam en geen woord Nederlands sprak.”

Hoeveel boeken heeft u inmiddels verkocht?

Fluisterend: “Ik heb het nooit opgeteld, maar Komt een vrouw bij de h@cker is toe aan de negentiende druk. En ik heb een aantal bestsellers op mijn naam staan. Boeken waar er meer dan tienduizend van zijn verkocht. Weet je hoeveel mensen in Nederland kunnen leven van hun boeken? Honderd! En ik ben daar één van. Soms kan ik zelf bijna niet geloven dat het me gelukt is.”