Kamerdebat over institutioneel racisme mondt uit in geruzie en gescheld

Het was een nobel streven: een inhoudelijk debat over het racisme dat Nederlanders met een migratieachtergrond de weg verspert naar een goedbetaalde baan en een fatsoenlijk huis. In plaats daarvan had de discussie in de Tweede Kamer woensdag meer weg van een burenruzie.
Lodewijk Asscher (PVDA) reageert op Farid Azarkan (DENK).

En dat terwijl alle ingrediënten voorhanden waren voor een volgende stap in het nationale racismedebat. Zelden stond racisme buiten sinterklaastijd zo hoog op de politieke agenda. Duizenden Nederlanders gingen de straat op na de dood van George Floyd door politiegeweld, geweld dat weliswaar in de Verenigde Staten plaatsvond, maar ook hier intens werd gevoeld.

Gesterkt door de uitspraken van premier Rutte, die erkende dat racisme in Nederland net zo goed een ‘systemisch probleem’ is, vroegen D66, PvdA en GroenLinks vlug een debat aan. Vooraf maakten zij in de media duidelijk dat het dit keer over concrete maatregelen moest gaan.

Een hardere aanpak van discriminatie door uitzendbureaus, een verbod op etnisch profileren en excuses voor het eigen slavernijverleden: met minder zouden zij geen genoegen nemen. En dan was het woensdag ook nog Ketikoti, de viering van de afschaffing van de slavernij.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Geert Wilders (PVV) in gesprek met Farid Azarkan (DENK) tijdens het debat over institutioneel racisme.

Preken voor eigen parochie

Alle ingrediënten, dus. Maar al binnen het half uur was duidelijk dat het debat niet aan de hoge verwachtingen ging voldoen. Vanaf de allereerste bijdrage, door PvdA-leider Lodewijk Asscher, ontaardde de discussie in een aaneenschakeling van jij-bakken, oprispingen van oud zeer en preken voor eigen parochie.

Jesse Klaver (GroenLinks) bracht in herinnering dat Asscher als minister geen excuses voor de slavernij had aangeboden. Farid Azarkan (Denk) noemde zijn verhaal een ‘goedkope babbeltruc’, omdat de PvdA enkele Denk-moties tegen discriminatie niet had gesteund. Hij haalde ook uitspraken uit het verleden aan van PvdA-kopstukken over Marokkanen. Het ontlokte een woedende tegenaanval van Asscher, die een tirade afstak over de video’s waarin Denk kritiek uitte op Kamerleden met een Turkse achtergrond.

Gescheld

Bij vlagen ging het geruzie over in gescheld. Klaver noemde Wilders een ‘idioot’. Andersom was de GroenLinkser een ‘politieke hooligan’, met partijgenoten die vroeger communistische massamoordenaars steunden. Het origineelst was Azarkan, die SP-leider Lilian Marijnissen een ‘beschonken komkommer’ noemde.

Anderen hielden het beschaafder, maar konden het evenmin laten hun eigen stokpaardjes te berijden. Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) vergeleek het sluiten van de ogen voor racisme met dat voor het lijden in de intensieve veehouderij. Kees van der Staaij (SGP) deed er een schepje bovenop: ‘ook ongeboren lives matter.’

In dat verbale geweld verdwenen de concrete maatregelen naar de achtergrond. Daarmee bewees de Kamer de slachtoffers van institutioneel racisme in Nederland geen dienst. 

Herdenkingsjaar 2023

Over het gebruik van die term institutioneel racisme ging het in de tweede en rustiger helft van het debat. Premier Rutte erkende opnieuw dat binnen Nederlandse organisaties sprake is van racisme, ja, zelfs institutioneel racisme, waardoor Nederlanders met een migratieachtergrond niet dezelfde kansen krijgen als vele van hun landgenoten.

Maar dat betekent niet dat de term institutioneel racisme ook moet worden gebruikt in het maatschappelijke debat, hield Rutte vol, ondanks het aandringen van partijen die hem woensdag op andere gedachten hoopten te brengen. Volgens hem is het risico te groot dat dan die mensen afhaken die zich geen racist voelen en het beeld van een racistische samenleving niet herkennen.

‘Ik ben er echt van overtuigd dat dat uiteindelijk ertoe leidt dat het debat vernauwt, dat de flanken groeien’, zei hij. ‘Dat mensen zeggen: dit laat ik me niet aanpraten.’

Premier Mark Rutte reageert op een vraag van Geert Wilders (PVV).

Geen excuses

Vanwege die vrees voor polarisering zag hij ook niets in het aanbieden van excuses voor de Nederlandse rol in de slavernij en de slavenhandel. Eerder betuigde de Nederlandse staat wel zijn spijt. Dat gaat ‘niet voor iedereen ver genoeg’, erkende Rutte. Maar voor anderen zouden excuses juist weer te ver gaan, en ook dat begreep de premier. ‘Kun je mensen die vandaag leven verantwoordelijk houden voor het verre verleden?’

Positiever oordeelde hij over het voorstel van GroenLinks en D66 om 2023 om te dopen tot herdenkingsjaar voor het slavernijverleden. Het is dan 150 jaar geleden dat slavernij op Surinaamse bodem in de praktijk ophield te bestaan. De twee partijen pleitten voor een jaar met tentoonstellingen, voorstellingen en andere initiatieven om stil te staan bij de slavernij.  ‘Een goed idee’, vond Rutte.