Mijn buurman Harry

Programmamaker Maartje Paans en haar gezin zorgen voor buurman Harry (86).Vanzelfsprekend, vindt ze. Zou iedereen moeten doen. Maar ze ligt óók wakker van Harry.
©Patrick Post. All rights reserved!

Mijn buurman heet Harry. Hij is sinds tien maanden weduwnaar, zijn vrouw Lidewij is vorig jaar november overleden. Lidewij was elf jaar jonger, ze zouden dit jaar vijftig jaar getrouwd zijn.

Harry is nu helemaal alleen. Hij is 86.

Harry heeft geen kinderen en de vrienden die hij had, zijn overleden of ook oud en daar heeft hij alleen heel af en toe telefonisch contact mee.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Harry heeft nog wel een broer, een schoonzus en twee neven, maar die wonen ver weg en daar heeft hij zeer weinig contact mee. Voor zijn twee neven voelt hij wel veel, maar hij ziet ze bijna niet.

En dan heeft Harry ook nog etalagebenen en komt nauwelijks meer buiten.

Zes jaar geleden zijn wij - mijn man, mijn drie kinderen en ik - naast Harry en Lidewij komen wonen. Twee-onder-een-kap. Ze leefden als kluizenaars - vooral de wens van Lidewij - toch kregen we contact met ze. Ik wilde dat ook graag.

Afgelopen november werd Lidewij met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht en na een paar dagen overleed ze. Dat was erg verdrietig.

Ik was in die periode intensief bij ze betrokken. De huisarts liet ze behoorlijk aan hun lot over. Met Harry ondernam ik van alles: we reden achter de ziekenwagen aan, zaten te waken naast het bed, ik belde de begrafenisondernemer en regelde de uitvaart. De crematie was er een 'in kleine kring': alleen mijn man Marc, de kinderen, ik en de hulp waren erbij.

Harry en Lidewij hadden het goed geregeld, dachten ze. Al jaren lag er bij ons thuis een papier met de gegevens van de Humanisten die we moesten bellen als hun iets zou overkomen. Dat papier pakten we er als eerste bij nadat Harry en ik die ochtend vroeg uit het ziekenhuis waren teruggekome en Lidewij er niet meer was. De Humanisten zouden voor Harry klaar staan, we hoefden alleen het nummer te draaien. Maar Harry en Lidewij hadden het al die jaren blijkbaar verkeerd begrepen. Alleen als de langstlevende was overleden, konden ze van alles regelen. Maar Harry leefde nog. Dus gecondoleerd, maar ze konden niets betekenen.

Harry was geschokt en verdrietig. Vanaf dat moment hebben we het samen gedaan.

Sindsdien is Harry écht in ons leven. Wij zorgen voor hem. Wij doen boodschappen, brengen hem eten. Mijn zoon doet klusjes, mijn man helpt met de technische dingen en de andere kinderen brengen schaaltjes eten en Harry komt soms bij ons eten.

Ik vind dat ik dit moet doen, omdat het niet anders is. Je zorgt als het kan een beetje voor de mensen om je heen. Je maakt contact met je buren en kijkt of je iets voor elkaar kunt doen. Een buurvrouw verderop in de straat zei laatst dat ze het zo knap van me vond, dat ze daar zelf helaas geen 'tijd' voor zou hebben. Die tijd heb ik, met soms meer dan fulltime werk, drie kinderen en een hond, natuurlijk ook niet.

En toch heb ik nu Harry. Ik verschoon zijn bed, help af en toe om zijn haren te knippen en te verven.

En ik drink er enorm veel oploskoffie.

En we praten, praten en praten.

Harry doet eigenlijk niets liever dan praten en filosoferen.

Hij studeerde filosofie en wiskunde en was meer dan 35 jaar hoofddocent wiskunde en statistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Harry heeft twee romans geschreven en vertelt veel en graag. Hij is een bijzondere, welbespraakte, innemende, open, intelligente man, die over alles wil en kan meepraten.

Op sociaal gebied is hij misschien wat wereldvreemd geworden.

De eerste paar maanden nadat Lidewij was overleden was de huishoudelijke hulp er nog. Een jonge vrouw. Ze kwam twee keer in de week en op zondag een kwartiertje. Ze deed wat in huis maar was er ook om te praten. Ze was 38 jaar. En niet getrouwd. Harry vertelde haar dat ze tijdreizigers waren en dat ze op een meisje leek uit Maastricht op wie hij vroeger verliefd was. Hij genoot van de begroetingskussen die ze elkaar gaven als ze binnenkwam.

En hij dacht dat deze kussen meer betekenden. Of dacht zij dat? Van de ene op de andere dag besloot ze te stoppen, ze had een 'andere' baan.

Harry was van slag.

Nu pas voelde hij dat hij alleen was en besefte dat hij zijn hele leven niet zonder vrouw was geweest. Maar waar komt hij weer iemand tegen? Hoe vind je iemand als je bijna niet meer buiten komt?

Als we samen door het dorp schuifelen, Harry in het begin met z'n stok maar nu met een rollator, voelt hij zich vaak verdrietig. Het feit dat je in de loop van je leven lichamelijk zo achteruitgaat, noemt hij een 'nederlaag'. Hij had het anders verwacht. En schaamt zich.

Hij geniet ervan om weer even in het dorp te komen waar hij al meer dan veertig jaar woont, maar het geeft hem ook een rotgevoel. Rot omdat hij zo stom, akelig sloom loopt, dat hij niet zelf op de fiets kan, dat hij dus heeft verloren van het leven. En dan vraagt hij aan mij: "Dat snap je toch wel?"

Snap ik het? In hoeverre kan ik inschatten hoe het voelt om gehandicapt, ouder en alleen te zijn? Kun je verliezen van het leven?

De laatste tijd is er weer een nieuwe hulp, ze is wat ouder. In het begin vond Harry het lastig, maar hij krijgt steeds beter contact met haar. Hij heeft weer meer aanspraak.

Harry en Lidewij hadden een behoorlijk sociaal leven als ik het zo begrijp. Af en toe organiseerden ze huiskamerconcerten voor de hele buurt. Lidewij kon namelijk prachtig pianospelen. Harry zat bij een koor en was nauw betrokken bij allerlei organisaties en stichtingen. Ze hadden honden en deden alles voor de beestjes. Maar Lidewij werd ziek. Door Parkinson en eierstokkanker had ze nergens meer zin in en wilde en kon ze niet meer naar buiten. Harry werd mantelzorger en ouder en bleef daardoor met zijn pijnlijke etalagebenen ook maar binnen. Ze zaten niet meer in de tuin, er kwamen geen mensen meer in huis en Harry deed het huishouden helemaal alleen.

Dat hij in ons leven is, is nog steeds wennen. Ik maak me zorgen en lag vooral in het begin heel veel wakker. Elke dag ben ik in mijn hoofd met hem bezig of check ik of hij er nog is, of de luxaflex open zijn, of hij genoeg eten heeft, of er al te lang niemand is geweest, of ik nu toch zal bepalen dat er een pedicure moet komen en een fysiotherapeut?

Drie weken nadat Lidewij was overleden lagen wij net in bed en hoorden Harry gillen. Wij renden snel naar zijn huis, Harry lag in de gang met bloed bij zijn hoofd. Hij was gevallen met zijn hoofd tegen een kastje en wist even niet meer hoe of wat. Hij moest naar het ziekenhuis met de ambulance. Ik erachteraan. Gelukkig was er niets aan de hand, hij bleef een nacht en de volgende dag kon ik hem weer ophalen. Sinds die nacht heeft Harry een alarmknop om zijn pols. Daar hoeft hij alleen maar op te drukken en dan gaat bij ons de telefoon. Sinds die nacht slaap ik dus met m'n telefoon naast m'n bed.

Hij valt de laatste tijd weer wat vaker, omdat hij onvoorzichtig is, zegt hijzelf.

Deze zomer gingen wij op vakantie naar Italië. Voor het eerst sinds het overlijden van Lidewij zo ver weg. De nieuwe huishoudelijke hulp zou een oogje in het zeil houden, maar al de eerste nacht ging het alarm af, ik lag met mijn telefoon in een bed ver weg ver onder Napels. Dat was niet fijn. Gelukkig was het loos alarm.

Natuurlijk, regelmatig vraag ik mij af of het wel kan, of wij deze zorg wel aankunnen. En ik vraag me af waar de dokter is. Harry vraagt niet veel. De dokter weet

dat hij alleen is en niemand heeft. Hij belt niet, komt niet langs en er komt ook niemand van een organisatie bij ons om te vragen of het wel gaat.

Natuurlijk heb ik het met Harry gehad over thuiszorg of een bejaardenhuis. Maar hij wil niets. Hij heeft het niet nodig, zegt hij, en hij wil al helemaal niet met allemaal 'oude' bejaarden in een huis zitten, hij piekert er niet over.

Het is toch goed zo, vindt Harry. Ja, zolang wij er zijn. Ik merk dat ik wil dat Harry dingen doet die ik in m'n hoofd heb over wat goed voor hem is. Maar: moet je elke dag met iemand praten? Waarom moet je zoveel dagen in de week warm eten? Waarom moet je onder de douche als je je ook bij de wastafel kunt wassen?

We hebben de afgelopen maanden nog nooit zoveel vlaai gekocht. Harry komt oorspronkelijk uit Limburg. Eén vlaai per week is zijn dieet. Hij voelt zich er goed bij, checkt elke dag zijn bloeddruk, slikt veel paracetamol en ontslakkingspillen.

Veel vrienden en vriendinnen maken zich zorgen om hun ouders, niet om de buurman of buurvrouw. Ik kan er niet tegen als mensen alleen zitten, ook niet als ze nog zo hard roepen dat ze niet alleen zijn. Of dat ze dat 'helemaal niet erg vinden', zoals mijn schoonmoeder van 88 altijd roept.

Ik geloof het denk ik niet. Ik voel me schuldig.

Omdat mijn overbuurvrouw van 93 voor het raam zit en ik niet elke week even een half uur bij haar ga praten.

Omdat ik niet genoeg naar m'n vader kan die niet meer zelfstandig kan reizen, niet naar m'n schoonmoeder. Die wonen allemaal te ver weg.

Ik vraag me weleens af; wat als wij niet de buren van Harry waren geweest? Dan had het ziekenhuis misschien iets ondernomen in overleg met de huisarts, tenminste dat hoop ik. Of dan woonde Harry hier misschien niet meer?

Regelmatig gaan we de laatste maanden met Harry uit eten, hij neemt ons mee naar de lekkerste restaurants. Dat vinden we allemaal leuk. Harry zei vorige week: "Ik moest vannacht denken: ik heb nu genetische familie en sociaal-psychologische familie en dat zijn jullie."

Harry is niet eenzaam, zegt hij.

Maartje Paans (45) is freelance programmamaker bij onder meer de NTR en MediaLane. Samen met regisseur Xander de Boer maakt zij een serie over de participatiesamenleving, een begrip dat deze week exact vier jaar geleden in de Troonrede werd geïntroduceerd. De participatiesamenleving zou de klassieke verzorgingsstaat langzaam vervangen: de overheid treedt terug, burgers worden geacht voor zichzelf en voor elkaar te zorgen. Uit onderzoek van kenniscentrum Movisie blijkt dat het vooralsnog vooral hoogopgeleide Nederlanders zijn die deze omslag kunnen maken, waardoor een tweedeling dreigt, zo meldde de NOS deze week.

Reageren?

Zorgt u ook voor iemand in uw omgeving die geen familie is? Waarom doet u dat? En waar loopt u tegen aan? Mail het ons, in maximaal 120 woorden, onder vermelding van uw naam en woonplaats, via tijdpost@trouw.nl

Cadeautje

Verras je familie of vrienden met hun eigen persoonlijke nieuwssite, gebaseerd op een selectie van hun favoriete onderwerpen. Bekijk hier een voorbeeld van de uitnodiging.