Is het wel terecht dat we zo kritisch zijn over de avondklok?

Premier Mark Rutte stuitte op fel verzet tegen de invoering van een avondklok. Filosoof Ingrid Robeyns maakt zich zorgen over onze vrijheden, filosoof Bas Haring ziet daar geen reden toe.
De hond uitlaten mag bij een avondklok nog wél. ©ANP

Het besluit om een avondklok in te voeren ging niet zonder slag of stoot. In veel andere landen werd deze maatregel allang ingevoerd; onder meer Frankrijk, Duitsland, Tsjechië en Spanje gingen ons voor. Is het terecht dat wij zo kritisch zijn over de avondklok? En is dit een grotere inperking van onze vrijheden dan de andere maatregelen?

Ingrid Robeyns, econoom en hoogleraar ethiek aan de Universiteit Utrecht, snapt dat de avondklok op veel verzet stuit. “Het is een drastische maatregel. De vrijheidsbeperkingen zijn veel groter dan bij bijvoorbeeld mondkapjes. Mensen denken bij ‘vrijheid’ vaak aan negatieve vrijheid: de afwezigheid van beperkingen. Filosoof Isaiah Berlin wees erop dat positieve vrijheid net zo goed van belang is: de vrijheid om dingen te doen die belangrijk zijn voor wie jij bent. Kunnen zorgen dat jij mentaal weerbaar blijft in deze coronaperiode valt daar ook onder. Door de avondklok worden onder anderen jongeren die overdag studeren hard geraakt. Net zoals voltijds werkende ouders; zij werken op dit moment extreem lange dagen, om zowel het thuisonderwijs als hun betaalde werk gedaan te krijgen. Pas ’s avonds is er een moment om op adem te komen. Voor je mentale welzijn is het belangrijk om dan even naar buiten te kunnen, wat deze groep overdag vaak simpelweg niet lukt. Nu die mogelijkheid wegvalt, wordt de psychologische last van de pandemie nog hoger dan die al is.”

Ingrid Robeyns ©TR beeld

Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden, denkt dat het wel meevalt met die last. “Iedereen is inmiddels gewend aan veel thuis zijn. En er zijn ook andere manieren om mentaal weerbaar te blijven – beeldbellen met geliefden, een sportlesje thuis, ’s ochtends een uurtje eerder opstaan en dan naar buiten gaan. Bovendien is er een vaccin, dus het einde is waarschijnlijk in zicht. Een jaar geleden was dat niet zo, toen was elke maatregel misschien het nieuwe normaal. Als dat het geval is, moet je bedenken: hoe willen we dat de wereld eruitziet in deze situatie? Dan is zo’n avondklok waarschijnlijk niet zo’n goed idee, want het is niet leuk als je ’s avonds nooit naar buiten mag. Maar nu is het iets tijdelijks. Als de avondklok effect heeft, is het verstandig om die in te voeren. Dan kun je mensen best vragen nog even wat vrijheid in te leveren, zodat we straks alle beperkingen op kunnen heffen.”

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Bas Haring

Robeyns: “Wat je ook doet, er worden altijd vrijheden ingeperkt. Zelfs als je nu geen coronabeleid voert: dan wordt de positieve vrijheid van de risicogroepen om een veilig en gezond leven te leiden ingeperkt. Het gaat daarom altijd om de vraag: welke vrijheden perk je in, en welke groepen worden daarmee het hardst geraakt?

De avondklok schaadt ook mensen die de maatregelen al strikt opvolgen. Voor hen zou het beter zijn als het inperken van sociale contacten minder vrijblijvend was; dat is nu geen officieel verbod, maar enkel een strenge aanbeveling. Door een avondklok probeert de overheid de sociale contacten verder te verminderen. Dat is op zich een goede reden, maar draagvlak is ook essentieel in de bestrijding van corona. En daarvoor moet het beleid als eerlijk en consequent ervaren worden.”

Haring: “Ik denk dat er sprake is van een strijd tussen twee ethische uitgangspunten. De overheid bekijkt de pandemie grotendeels door een utilistische bril. Daarbij is het een kwestie van optellen en aftrekken: als de baat van een maatregel hoger is dan de kosten, dan moet je die maatregel treffen. In dit geval moeten we dan misschien wat mentale weerbaarheid inleveren, omdat ze dat minder erg vinden dan nog hogere sterftecijfers.

Maar een individu denkt vaak anders, namelijk in termen van rechten en plichten. Bijvoorbeeld: ik heb het recht om me op straat te begeven, en ik voel me nu aangetast in dat recht. Dat is een plicht-ethisch standpunt. Omdat de overheid vooral vanuit groepen denkt, botst dat. Want groepen hebben niet zozeer rechten; de individuen waaruit die groep bestaat hebben rechten.”

Robeyns: “Het lijkt mij van belang om het klassieke onderscheid tussen doel en middel helder voor ogen te houden. Het doel is het aantal sociale contacten te minimaliseren, zodat het aantal besmettingen omlaaggaat. Rutte doet nu alsof de avondklok nog het enige middel is, maar dat is niet zo. We kunnen mensen bijvoorbeeld de mogelijkheid om te vliegen ontzeggen. Of de zaken die nu ‘streng worden afgeraden’ simpelweg verbieden, net zoals in België het geval is. Rutte zegt als liberaal: we gaan niet achter de voordeur kijken. De achterliggende gedachte lijkt te zijn: het is toch niet controleerbaar, dus dan mag je het niet verbieden. Ik vraag me af of dat het enige verschil is tussen ten strengste afraden en verbieden. Als je iets verbiedt, zelfs als je dat niet kunt controleren, geef je een veel sterker signaal af. Mensen zullen minder snel bij elkaar op bezoek gaan als het verboden is, zelfs als de kans op controle heel klein is.”

Haring: “Mensen vinden het denk ik vervelender als zaken officieel verboden worden. Zelf heb ik er nooit zoveel last van. Dat komt doordat ik me realiseer dat ik op allerlei manieren al vreselijk beperkt ben, net zoals alle andere mensen. We kunnen niet naar de maan springen, we moeten best vaak slapen en naar de wc, er zijn allerlei wetten en omgangsvormen waar we ons aan moeten houden. Dat inzicht kan het droevige gevoel dat coronamaatregelen als de avondklok misschien bij je oproepen, verminderen: we zijn al zo beperkt, dan kan dit er ook nog wel bij.”

Lees ook:
Zonder duidelijk doel is een avondklok moeilijk vol te houden

Een avondklok kan leiden tot meer zwaarmoedigheid, zeker als het doel onduidelijk is, waarschuwt psycholoog Kees van den Bos.