INTERVIEW. Dirk De Wachter: “Onze maatschappij schijnt soms wat te vergeten hoe belangrijk het is om verbonden met elkaar te zijn”

We zitten nog altijd in lockdown, onze motivatie slinkt zienderogen en velen voelen de nood om uit te breken. Wat zal de tol van deze crisis zijn voor ons mentaal welzijn? Psychiater Dirk De Wachter vreest ervoor. “Angst, depressie, geweld in gezinnen, burn-out. Name it en het zal stijgen”, zegt hij in De Morgen.
‘Het grote gevaar is dat we de komende jaren mensen die we niet kennen en niet weten waar ze vandaan komen niet zomaar een hand zullen geven’, vreest psychiater Dirk De Wachter ©Tim Dirven

“Het steekt toch wel”, zegt psychiater Dirk De Wachter terwijl we naar het parkje in zijn buurt wandelen. In normale tijden zat hij nu met een glas Ricard op een terrasje in Parijs, waar de vertaling van zijn boek De kunst van het ongelukkig zijn gelanceerd werd. In de plaats daarvan zit hij gewoon ‘in zijn kot’ in Antwerpen, waar hij alles noodgedwongen op een schermpje moest volgen. “Weinig romantisch”, klinkt het. “Dus ja, dit is wel een beetje ongelukkig zijn. Ik zou dus beter zelf mijn boek nog eens lezen.”

Het valt hem best zwaar, die hele coronatijd. Het afstand bewaren van mensen, het dragen van maskers, niet naar concerten of op restaurant kunnen. Al is er wel één groot, of beter gezegd klein, lichtpuntje: zijn kleindochter. Zes maanden geleden in volle coronatijd geboren. “Maar we hebben het met de bubbels zo geregeld dat mijn vrouw en ik ons eerste kleinkind wel kunnen vastpakken. In de plaats van dat Parijse terrasje ga ik deze namiddag met haar naar de Zoo. Dat maakt veel goed. Maar mijn dochter, schoonzoon en andere kinderen heb ik wel al een jaar niet meer vastgepakt.”

Is dat wat u het zwaarst valt, mensen niet meer kunnen vastpakken?

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

“Het is niet dat ik een acuut leed voel of met suïcidale gedachten rondloop, maar de langdurige afwezigheid van de nabijheid van mensen is lastig. Begrijp me niet verkeerd, u zal mij niet horen zeggen dat de afstandsmaatregel geen goede maatregel is. Ik ben wetenschapper en arts, en volg de regels. Alleen vrees ik dat we de angst voor mekaar nog lang zullen meedragen. De angst voor de ander. En dat staat haaks op alles waar ik voor sta, namelijk het belang van de ander en de nabijheid van de ander voor ons eigen zijn.

“En dan mag ik nog niet klagen. Ik behoor zelf tot de gelukkigen. Ik heb mijn geliefde die ik wel kan vastpakken. Ik kan het strelingsstreven nog waarmaken. Dat is mijn woord voor wat nogal vaak huidhonger wordt genoemd, in mijn ogen een vrij kannibalistische term. Alsof we elkaar eten. Dat hoeft nu ook weer niet.” (lacht)

Waarom valt ons dat zo zwaar, dat afstand moeten houden?

“Omdat de mens een gehecht wezen is. Men zegt altijd dat de mens een sociaal dier is. Dat is een sociologische analyse van de mens. Ik maak een psychiatrische. We zijn wezenlijk afhankelijk van de koestering door anderen om goed te bestaan. En dat koesteren heeft multizintuiglijke nabijheid nodig. Elkaar kunnen voelen, ruiken en smaken als het ware. Dat is des mensen. De worm heeft daar minder last van. Ik ben geen bioloog, maar dat dier is waarschijnlijk minder afhankelijk van de medeworm om zich goed te voelen.

“De mens is bij uitstek heel afhankelijk. Als een mensenkind geboren wordt, dan is dat het meest van alle dieren mij bekend, niet in staat om zonder de zorg van anderen te leven. Je moet zo’n kindje eten en drinken geven, maar je moet het ook vastpakken. Daar is ook heel wat wetenschappelijke evidentie over. Een prematuur geboren kindje dat niet wordt vastgepakt heeft een veel slechtere prognose dat een kindje dat gekangoeroed wordt. Het verbaarmoederen, noem ik dat.

“We ontkennen dat vaak, omdat onze maatschappij erg inzet op het individu, op het ikkige. Ze schijnt soms wat te vergeten hoe belangrijk het is om verbonden met elkaar te zijn. Dat klinkt misschien wat Bond Zonder Naam-achtig, maar dat is wat we nu ondervinden. Nu het door corona niet mag, beseffen we pas hoe belangrijk verbinding is.”

Kan dat besef dan niet eerder positief werken? 

“We moeten inderdaad proberen hoopvol te zijn. We hebben gezien hoe belangrijk het is om elkaar te kunnen vastpakken. Ik zie ook dat er voor het eerst in de geschiedenis in het regeerakkoord iets over mentaal welzijn en geestelijke gezondheidszorg staat. Ik zie hoe in de adviesraden waar regeringen op steunen ook psychologen en mensen met mijn achtergrond toch een klein beetje geconsulteerd worden. Dat was er tevoren allemaal niet. Er zijn dus redenen om hoopvol te zijn.

“Maar het grote gevaar is dat we de komende jaren mensen die we niet kennen en niet weten waar ze vandaan komen niet zomaar een hand zullen geven.”

Het valt mensen steeds zwaarder om zich aan al die maatregelen te houden. Je voelt ook dat er verzet begint op te borrelen. Denk maar aan het nepfeest La Boum in Ter Kamerenbos.

“Eigenlijk vind ik echt dat de bevolking het over het algemeen goed gedaan heeft. Met kerst en nieuw dacht ik dat veel mensen foert zouden zeggen. Maar de verantwoordelijkheidszin was er wel degelijk. Maar het duurt inderdaad vreselijk lang.

“Als psychiater begrijp ik waarom er verzet is. Niet dat ik voor verzet pleit. Ik vind dat men dat streng moet terugfluiten. Maar ik begrijp het. Als je een jonge gast bent en je weet dat je niet veel kans hebt om er ziek van te worden en je hebt geen bomma voor wie je het zou laten, dan denk je: waarom zou ik me moeten inhouden? Je kan dat een paar maanden doen, maar op een bepaald moment is het op.

Psychiater Dirk De Wachter. ©Tim Dirven

“Maar een psychiater moet natuurlijk alles begrijpen. Binnen de kleine bubbel van mijn consultatie probeer ik dingen te verstaan die eigenlijk niet verstaanbaar zijn. Mensen die bij mij komen omdat ze hun kinderen mishandeld hebben. Ik ben uiteraard niet voor kindermishandeling, maar bij die individuele persoon is het wel mijn taak om het te proberen begrijpen. Niet om het goed te keuren, maar om te weten hoe het is gekomen.”

Gebeurt dat nu te weinig vanuit het beleid: met zo’n empathische blik kijken naar mensen die het niet meer volhouden en over de schreef gaan?

(twijfelt) “Dat is een delicate kwestie. Ik merk wel dat mensen die geprobeerd hebben om daar een voorzichtige dialoog over te starten, nogal zwaar aangepakt werden. Ik weet dat het controversieel is om dat te zeggen, maar ik vind dat professor Lieven Annemans (gezondheidseconoom Universiteit Gent, CG) bijvoorbeeld toch wel fors gedefenestreerd is enkele maanden geleden. Ik vraag me af of dat wel nodig was en niet professioneler aangepakt kon worden.”

Hij betwistte dat de curves aan het stijgen waren, net op het moment dat velen die tweede golf op zich af zagen komen. Dan zijn die felle reacties toch logisch? 

“Daar wil ik me liever niet over uitspreken. En er was inderdaad paniek dat hij de deur zou opengooien voor de grote vrijheid en dat mensen zich daardoor onverantwoordelijk zouden gaan gedragen. Ik noem nu professor Annemans, maar er waren toen nog wel stemmen die zeiden: moeten we niet nadenken of die jonge mensen geen stukje vrijheid kan worden teruggegeven? Ik vond dat een genuanceerde visie, een poging om een debat te voeren en zeker geen oproep tot anarchie. Maar die standpunten werden toen wel in de kiem gesmoord.

“Je ziet dat het ook in andere landen erg zoeken is. Er wordt versoepeld en weer verstrengd en weer versoepeld en verstrengd. Het loopt nergens ideaal, ook niet in de landen die het eerst fantastisch deden zoals Duitsland. Het evangelie lijkt toch niet te bestaan voor dit coronagebeuren.”

Er is nu ook een debat bezig over het teruggeven van vrijheden aan mensen die gevaccineerd zijn. De niet-gevaccineerden zouden de wel-gevaccineerden die vrijheid moeten gunnen, want daar worden ze gelukkiger van, klinkt het dan. Hoe kijkt u, als gevaccineerde, hiernaar?

“Ik ben inderdaad als arts gevaccineerd, net als mijn vrouw die als huisarts werkt. En eerlijk? Ik hoef niet noodzakelijk iets gegund te worden als het nog niet algemeen kan. Ik ga heel graag op restaurant en mis dat heel erg. Hier op de hoek is de Brusketta, ik word er altijd heel hartelijk ontvangen. Maar dat ik daar nu zou gaan zitten terwijl anderen voor het raam passeren en niet mogen binnenkomen? Daar zou ik me heel slecht bij voelen. Dat ga ik echt niet doen.”

Collega’s van u waarschuwden al dat we de komende jaren een pak meer mensen met psychische problemen zullen zien opduiken. Vreest u dat ook?

“Absoluut, en dat is geen intuïtief aanvoelen op basis van een paar tiental patiënten die ik behandel. Alle wetenschappelijke publicaties over psychiatrie en corona zeggen hetzelfde: er zal een significante stijging zijn van zowat alle parameters die van belang zijn in mijn vak. Angst, depressie, vermoeidheid, burn-out, posttraumatische stress, middelengebruik, geweld in gezinnen, relationele moeilijkheden. Name it en het zal stijgen.

“Wanneer weten we niet precies. Psychiatrie is een moeilijk vak. Het is niet zo dat de lockdown wordt ingesteld en dat de week nadien de mensen hier staan te dringen met een depressie. Zo werkt dat niet. De mens is heel complex. Het kruipt eerst onder de huid en men probeert vol te houden. Men houdt zich sterk en durft geen hulp te vragen. Pas als het echt niet meer gaat, komt het naar buiten.

“Er zullen ook niet meteen nieuwe pathologieën opduiken. Corona brengt niets nieuws maar vergroot een aantal zaken uit die al voordien aan de hand waren. Neem nu burn-outs. Ik spreek daar al jaren over en de cijfers stijgen alsmaar. We spreken hier over de werkende bevolking die meer en meer afhaakt en zegt: ik kan niet meer. En niet voor een maand, maar voor een jaar of langer. Die mensen opnieuw activeren gaat moeizaam. Mensen vallen uit en kunnen niet meer terug in de ratrace.

“Dat zijn zaken die door corona met een vliegwiel worden versneld. Het goede nieuws is dat daardoor ook hier het besef kan groeien dat we er toch eens beter moeten over nadenken. Wat is er aan de hand met deze wereld, waar we het materieel nog nooit zo goed hebben gehad, dat zo veel mensen niet meer kunnen?”

Denkt u dat er na deze crisis nog voldoende aandacht zal zijn voor geestelijke gezondheidszorg en mentaal welzijn? Als dit eenmaal voorbij is, zullen we heel de crisis moeten zien te betalen.

(fel) “Natuurlijk. Dat is inderdaad mijn zeer, zeer grote vrees. Als we de komende jaren dit economische gat op de een of andere manier moeten compenseren, dan is de kans groot dat we gaan bezuinigen op de sociale zekerheid. In heel Europa had je al een trend waarbij mensen werden aangeduid als profiteurs, als werkonwilligen. Dan gaat het over werklozen, psychisch zieken, vluchtelingen, ouderen. Kortom al diegenen die niet in de succesvolle speedboot passen.

“En dan dreigen we naar een duale maatschappij te gaan, met haves en havenots. Van de gelukkigen en zij die, in de huidige gangbare manier van denken, gepercipieerd worden als zij die niet genoeg hun best hebben gedaan. Het is hun schuld, want ze hebben niet genoeg geprobeerd. Het is iets wat ik nu al vaak zie in de psychiatrie, hoe mensen een geschiedenis hebben van verworpen zijn en dan door hun psychiatrische stigma nog eens dubbel worden verworpen. Dat is dramatisch.

“We zijn nu ook enkel met corona bezig. Maar ook de ecologische problemen, de Noord-Zuidproblematiek en het vluchtelingenthema zijn niet weg. Die komen straks in alle hevigheid terug. Wat we nodig hebben, zijn slimme mensen die nieuwe ideeën over de wereld opwerpen. Iets wat eigenlijk na grote crisissen vaak het geval is. Maar die hoor je nu heel weinig.”

Nu hoor je vooral mensen die terug willen naar hetzelfde.

“Juist. Pas op, ik wil ook terug naar veel zelfde hoor. Ik wil ook opnieuw naar Parijs op dat terrasje, met mijn Ricard. Ik wil opnieuw naar muziekvoorstellingen en op restaurant. Dat is heel menselijk. Maar er moeten toch economen, politicologen, historici, sociologen of filosofen zijn die nu het grotere geheel kunnen bedenken. Yuval Noah Harari doet dat wel een beetje, maar voor de rest hoor ik weinig grote denkers met mogelijke oplossingen komen.”

Misschien is het daarvoor nog wat te vroeg? We zitten nog midden in de crisis.

“Zou kunnen. Komt u over pakweg twee jaar nog eens opnieuw langs. Dan hoop ik dat we kunnen zeggen: ‘Misschien ben ik toch wat te angstig geweest. Men heeft wel oog gehad voor de zwakkeren en het mentaal welzijn.’ Ik kan het enkel maar hopen.”