Indrukwekkende vlucht van het vrouwenvoetbal, van het bijna totale niets naar mondiale schijnwerpers

Internationals uit 1973 en 2019 ontmoetten elkaar in Zeist. De reünie toonde de totaal veranderde omstandigheden van het vrouwenvoetbal tussen toen en nu. ‘Als meisje mocht ik niet voetballen bij clubs. Alleen op straat.’
Sarina Wiegman en Bert Wouterse, bondscoaches van het vrouwenelftal in 2019 en 1973. ©Guus Dubbelman / de Volkskrant

Van getrouwde vrouwen tegen ongetrouwde vrouwen tot Nederland – Nieuw-Zeeland, dinsdag om 15.00 uur de ouverture van Oranje op het WK in Frankrijk. Vrouwenvoetbal nam een indrukwekkende vlucht door de jaren heen.

Eén anekdote vertelt het verhaal over de reis van het vrouwenvoetbal, van het bijna totale niets tot een behaaglijk plekje onder de mondiale schijnwerpers. Eén anekdote over Zeist, het centrum van het voetbal in Nederland, waar Johan Cruijff, Piet Keizer, Johan Neeskens en al die sterren van de vroege jaren zeventig zich voorbereidden op het glorieuze WK van 1974. Ze kwamen dan Bert Wouterse weleens tegen, destijds bondscoach van de nationale vrouwenploeg die af en toe een oefenwedstrijd speelde.

In Zeist, anno 2019, zegt Wouterse: ‘Ik noem geen namen, maar de meesten vroegen zich af waarmee ik in hemelsnaam bezig was. Het was niet goed voor mijn loopbaan, trainer zijn van de vrouwenploeg. Stop daar toch mee, zeiden zelfs collega-trainers. Machogedrag was het. Ik antwoordde altijd: sodemieter toch op, ik maak zelf wel uit wat goed voor me is. Alleen Piet Keizer, dat was een fantastische jongen, die was altijd geïnteresseerd en hij steunde me. Maar de rest…’

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Tijden zijn veranderd. Onlangs vierden de mannen en vrouwen van de nationale ploegen samen de open dag van de KNVB, voor duizenden enthousiastelingen. Ze gingen samen op de foto. Ze trainden met nagenoeg dezelfde faciliteiten, op velden naast elkaar. De mannen met het oog op de finaleronde van de Nations League, de vrouwen als inleiding op het WK in Frankrijk, waar ze dinsdag hun eerste wedstrijd spelen, om 15.00 uur in Le Havre tegen Nieuw-Zeeland. De bond is voornemens de vergoedingen voor de seksen binnen een paar jaar gelijk te trekken en koketteert met de groeicijfers van het vrouwen- en meisjesvoetbal. Zonder die cijfers zou de KNVB geen plusjes meer noteren, want de afdeling mannen krimpt in menig jaar lichtjes.

Lees de artikelen van toen en Wouterse, in 1973 bondscoach bij de eerste officiële interland voor vrouwen, met 1-0 verloren in Engeland, had best een vooruitziende blik. Hij voorspelde een grote toekomst voor het vrouwenvoetbal, ondanks de totaal andere dynamiek en de fysieke verschillen tussen de seksen. ‘Als de vrouwen maar dezelfde mogelijkheden krijgen als de mannen’, zo merkte hij destijds op.

Hennie Schlimbach en Kika van Es, linksbacks van de Oranjevrouwen in 1973 en 2019. ©Guus Dubbelman / de Volkskrant

Puurder

Zijn mening is onveranderd door de jaren heen. ‘Vrouwenvoetbal is puurder. Dat komt mede doordat de financiële belangen in het topvoetbal voor mannen zo groot zijn. Ik kijk graag naar goed voetbal, maar tegenwoordig zet ik wedstrijden in bijvoorbeeld de Champions League na vijf minuten geregeld uit. Dan graaft de ene ploeg zich weer in. Flikker toch op, helemaal niets vind ik dat.’

De KNVB regelde onlangs een ontmoeting tussen de vrouwelijke internationals van toen, de zogenoemde eerste elf, en die van nu. Zij van het duel met Engeland, en zij die dinsdag 11 juni 2019, 46 jaar later, in Le Havre hun eerste wedstrijd op het WK spelen. Rechtstreeks op televisie te zien. Het was een gezellig samenzijn van anonymi van toen en vrouwen die steeds meer bekendheid verwerven, die sinds de Europese titel in 2017 betere contracten tekenen en van de ene buitenlandse club naar de andere verhuizen.

Ze gaan samen op de foto, bij deze reünie. Je zou kunnen zeggen: ze zijn veel te vroeg geboren voor succes en aandacht, de vrouwen van toen. Maar nee hoor, het is goed geweest zo. Toenmalig aanvoerder Jos Andeweg zou alleen al opzien tegen alle publiciteit tegenwoordig en al dat reizen. Laat haar maar lekker thuiszitten en tv kijken. En Hennie Schlimbach heeft gewoon heerlijk gevoetbald in haar jonge jaren. Het heeft ook geen zin om te filosoferen. Het is zoals het is. Manager vrouwenvoetbal Kirsten van de Ven van de KNVB: ‘Ik hoop dat we deze vraag over tien jaar aan Lieke Martens stellen: ben je niet te vroeg geboren? Want dan weten we dat we de goede kant opgaan. We zijn met zijn allen deel van de geschiedenis, we moeten met zijn allen een duit in het zakje doen. Ik hoop dat meiden die nu acht jaar zijn steeds groter mogen dromen.’

Ze leverden allemaal hun bijdrage: Wouterse, Schlimbach, Andeweg, Martens, Van de Sanden. Vleugelverdediger Hennie Schlimbach kwam uit Ter Apel en voetbalde in het gewest Drenthe. Ze kan zich niet herinneren dat ze als kind iets anders deed dan voetballen, al was het dan weleens lastig om haar plaats op te eisen. ‘Als eerste meisje stond ik in het team van het schoolvoetbal. ‘Als Hennie niet mag meedoen, doen wij ook niet mee’, zeiden de jongens uit  de ploeg. Denigrerende opmerkingen over mijn spel hoorde ik niet. Het interesseerde me niet. En ik ben mijn man op het voetbalveld tegengekomen. Hij was eerst keeper en later scheidsrechter.’ Ze herinnert zich ook dat ze op Koninginnedag keek naar een wedstrijdje met vrouwen en dat ze een shirtje kreeg voor de tweede helft. ‘Bij ons in het noorden was het vrij normaal om te voetballen.’

Curieus

Jos Andeweg praat graag over haar eerste echte wedstrijd, een duel waarop veel publiek afkwam, eigenlijk vooral omdat het nogal een curieuze wedstrijd was. ‘Dat was in mijn dorp Giessen in Noord-Brabant. Een wedstrijd tussen getrouwde vrouwen en ongetrouwde vrouwen, met opbrengst voor de bejaardenreis.’ Het duel was een mooie mogelijkheid om eens in het openbaar te voetballen, want zo eenvoudig was dat niet. ‘Als meisje mocht ik niet voetballen bij clubs. Alleen op straat. Mijn vader zei altijd: jij had echt een jongen moeten zijn.’ Later kreeg ze drie kinderen. Ze voetbalde nog tot ze vier maanden zwanger was. ‘Ik was heel verlegen. Mijn man zei altijd: zet haar op een voetbalveld, dan wil ze de baas spelen.’

Tegenwoordig zijn alle talentvolle speelsters in kaart gebracht, net als de jongens. Het meisjesteam onder 15 jaar versloeg onlangs Duitsland. Tijden zijn totaal veranderd. Wouterse trok destijds geregeld het land in om spelers te zien en te ontdekken. ‘Dan kreeg ik een tip van iemand die het wel zag zitten, vrouwenvoetbal. ‘‘Kom eens kijken Bert’’, zeiden ze dan. ‘Hier loopt een talent rond.’’

Jos Andeweg en Sari van Veenendaal, aanvoerders van de Oranjevrouwen in 1973 en 2019. ©Guus Dubbelman / de Volkskrant