Ik heb helemaal niks (en zeker geen midlifecrisis)

Schrijver Cindy Hoetmer heeft een heleboel dingen niet: geld, een vaste baan, kinderen, seks, goed haar en stevige billen. Ze vraagt zich dan ook nooit af ‘of dit alles is’. Eén ding is zeker: een midlifecrisis heeft ze niet. 
©foto: Eva Roefs / illustratie: johan Kleinjan

Ik ben een voormalig schrijver van columns (en twee romans), en mijn leven is mislukt. Desondanks schreef ik, nadat ik een jaar of tien geen woord had geschreven, opeens per ongeluk weer een boek. Dit gebeurde geleidelijk, elke dag noteerde ik een gebeurtenis en opeens was daar een verhaal over mijn leven. Het manuscript werd enthousiast ontvangen door een uitgever en het proces van publiceren begon. In de catalogustekst over het boek kwam het woord ‘midlifer’ enkele keren voor. Eh, wat? dacht ik. Ik heb nog nooit over mezelf gedacht als een midlifer, maar dat ben ik wel, ik ben 52. Alleen heb ik de daarbij behorende crisis volledig overgeslagen (mijn stemming is al sinds mijn puberteit onveranderd slecht). Als ik er wat langer over nadenk, hebben sommigen van mijn vrienden wel last van zo’n crisis.

Geen midlifecrisis

Ik las Why We Don’t Sleep, Women’s New Midlife Crisis van Ada Calhoun. Het gaat over Generatie X (1961-1980), waartoe ik behoor. In tweehonderd interviews schetst de schrijfster een beeld van de problemen van mijn Amerikaanse generatiegenoten. En hoewel het in de Verenigde Staten natuurlijk al heel lang veel ellendiger is dan hier (studieschulden, peperdure ziektekostenverzekeringen en lange werkweken) is het interessant om te lezen. Volgens de schrijfster voelen bijna alle vrouwen van Gen X zich miserabel. Zij denkt dat het door verwachtingen komt, gewekt door de tijdsgeest, parfumreclames, onze ouders en de film Working Girl (1988). We groeiden op met het idee dat we ‘het allemaal konden hebben’ (een leuke man die de helft van het huishouden doet, een flitsende carrière, liefhebbende welbespraakte kinderen, een boeiend seksleven en voor altijd goed haar en stevige billen). De midlifecrisis van deze vrouwen, waarvan de meesten gewoon getrouwd zijn, kinderen en een goede baan hebben (slechts een enkeling is arm, zoals ik), komt voort uit desillusie. Mannen hebben niet hun deel van het huishouden gedaan, hun baan viel tegen of ze werken na een ontslag onder hun niveau. Het glazen plafond bleek toch te bestaan en nu worden ze ook nog eens oud en lelijk. Wie hoge verwachtingen heeft wordt natuurlijk per definitie teleurgesteld en daarom zijn we op middelbare leeftijd massaal sip.

Natuurlijk hebben niet alleen vrouwen last van de midlifecrisis. De versie die we kennen uit films en televisieseries is de mannelijke midlifecrisis. Dat is volgens mij geen echte crisis, meer het besef dat dit de laatste kans is om nog seks te hebben met aantrekkelijke jonge vrouwen. Als je geregeld met je middelbare mannenlichaam wrijft over het naakte lichaam van een jonge vrouw word je vanzelf ook weer jong. Dat is logisch. De echtgenote moet dan maar ophoepelen, want die zeurt en heeft een chagrijnige kop. Van zo’n nieuwe relatie kan nog een tweede legkind komen – jongere vrouwen zijn vruchtbaar – wat het gevoel van verjonging alleen maar versterkt. Bij mij in de klas zat vroeger zo’n kind. Het enige wat ik me van hem herinner is zijn voornaam en dat wij achter die voornaam altijd meenden te moeten toevoegen dat zijn vader oud was. ‘Hallo Jasper met je opa-vader’ (sorry nog daarvoor, Jasper).

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Voor vrouwen is de midlifecrisis meestal anders. Vrouwen vinden het moeilijk dat hun kinderen opeens druk zijn en ze lopen vast in hun (goedbetaalde) baan. De vrouwelijke midlifecrisis lijkt meer op een crisis omdat ze gepaard gaat met de overgang. En de overgang is een bitch, dat kan ik je wel vertellen. Maar wel een bitch die tijdelijk op afstand gehouden kan worden met hormoonpilletjes (tijdelijk vanwege borstkankergevaar, maar ik leef in het moment). Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen mannen zijn die hun kinderen missen, of vrouwen die opeens helemaal opleven na seks met hun 28-jarige sportinstructeur.

Ikzelf heb helemaal geen crisis. Ik doe niet aan seks met jonge mannen (of oude of wie dan ook), heb geen uitvliegende kinderen (helemaal geen kinderen) en geen baan die al twintig jaar precies hetzelfde is. Ik vraag me daarom nooit af ‘of dit alles is’. Om dingen saai te vinden moet je ze eerst hebben en ik heb niks.

Mijn vrienden zijn veel succesvoller dan ik. Dat is wel eens lastig. Als er een zoiets zegt als ‘de hele middelste verdieping staat leeg sinds de kinderen de deur uit zijn’, kijk ik haar glazig aan. Mijn tochtige sociale huurwoning beslaat slechts één verdieping, eigenlijk is het maar één kamer. Ook denken er een paar aan een nieuwe carrière. Iemand die in het ziekenhuis werkt wil artdirector worden, een andere wil speelfilms regisseren en ook wil een vriendin graag een foodtruck. Zelf ben ik nog steeds bang dat ik niet genoeg geld verdien voor mijn vaste lasten. Ik bevind me op een andere verdieping van de piramide van Maslow, een verdieping waar luxeproblemen zoals de midlifecrisis niet bestaan.

Geen baan

Mijn baan kan me niet vervelen, want hij is niet vast. Elk moment kan het afgelopen zijn. Dat helpt goed tegen verveling. Dat ik freelancer ben geworden is per ongeluk gegaan, zoals alles in mijn leven door een paar verkeerde keuzes per ongeluk gaat. Graag zou ik gewoon ergens een vaste baan hebben, maar niemand wil me aannemen. Freelance werken is minder vrij dan het lijkt. Er is veel vrije tijd, vooral als je, zoals ik niet succesvol bent, maar die tijd voelt niet vrij. Op vakantie durf ik nauwelijks. 

Als ik langere tijd achterelkaar niet werk, voel ik me hopeloos. Ik lig op de bank, in afwachting van iemands telefoontje, te kreunen dat het vast nooit meer goedkomt. Er zijn wellicht succesvollere manieren om aan werk te komen, maar daar heb je wat meer zelfvertrouwen voor nodig. Een eenvoudig ‘nee’, voelt voor mij als een trap in mijn maag. Los van de angst om niet genoeg geld te verdienen, is freelancen ook eenzaam. Ik werk jarenlang voor opdrachtgevers die ik slechts één keer heb ontmoet. Ook werk ik soms op een kantoor. Daar kom ik net niet vaak genoeg om geliefd te raken (ik ben als Franse kaas, niet omdat ik stink maar omdat het een beetje moeite kost om van mij te houden) maar misschien heeft dat ook iets te maken met mijn onvermogen om het ‘hoe was je weekend?’-gesprek tot een goed einde te brengen.

Vaste medewerkers hebben borrels en personeelsuitjes, ze krijgen trainingen en bloemen voor hun verjaardag, als ze ziek zijn worden ze doorbetaald, maar toch kijken ze soms jaloers naar freelancers, omdat deze af en toe kunnen uitslapen. ‘Uurtje factuurtje, hè,’ zei laatst iemand toen ik om een uur of zes nog zat te werken. Het was grappig bedoeld.

Gelukkig heb ik een stamkroeg. Kroegvrienden zijn net als collega’s plaatsgebonden vrienden maar kroeggesprekken gaan een stuk soepeler dan kantoorgesprekken want bier is een beter smeermiddel dan automaatkoffie.

©foto: Eva Roefs / illustratie: johan Kleinjan

Geen relatie

Waarom ik nog steeds geen leuke man heb? Het wordt mij nog steeds af en toe (maar steeds minder vaak) gevraagd. Het zou kunnen dat ik irritant ben of onaantrekkelijk, maar dat lijkt me niet de reden. Het merendeel van de onaantrekkelijke, irritante mensen hebben wel gewoon partners. Ook bijvoorbeeld mensen met een hele harde stem, daar verbaas ik me wel eens over.

Ik weet natuurlijk dat Tinder bestaat, en ik ken ook een paar mensen – niet veel – die daar een leuke liefde hebben opgedaan. Maar ik weet ook dat het vooral een app is waar twintigers afspreken om snelle seks te hebben, waarna ze elkaar voor altijd negeren (het zogenaamde ghosten). Ik houd ook van seks, maar zo’n afspraak waarbij iemand aanbelt en zijn piemel alvast uit zijn broek haalt om tijd te besparen zodat hij niet te laat komt op zijn volgende date, vind ik treurig. En ja, zo’n afspraak heb ik ook wel eens gehad, maar niet via Tinder.

Mensen van mijn leeftijd doen ook aan online daten, maar ik heb toch het idee dat je als oudere een beetje voor lul staat met je foto en je wervende tekstje. En de kans op een leuke vent is zó klein, dat ik de bijkomende schaamte niet wil overwinnen. Het niet hebben van een man vind ik niet zo erg. Vrijheid is ook leuk. Ik hoef nooit rekening te houden met de buien van iemand anders, en ik eet elke avond wat ik zelf lekker vind. De relaties die ik heb gehad waren over het algemeen vervelend. Ik koos altijd precies de verkeerde man uit, of misschien werden ze pas vervelend door de omgang met mij. Je kunt het vergelijken met het kopen van avocado’s, daar heb ik ook altijd pech mee. De eetrijpe avocado is misschien meer dan alleen een mythe, maar als ik ze wil eten zijn ze bruin of steenhard. Hoewel ik het smakelijk broodbeleg vind, laat ik het eten van avocado’s over aan mensen met een gelukkigere hand.

Geen geld

Ken je dat spotje van de Belastingdienst? Je ziet een paar mensen gezellige dingen doen zoals muziek maken, bijen houden of frummeltjes verkopen op een rommelmarkt. Een voice-over zegt: ‘Voor als u geld gewoon niet zo belangrijk vindt, maar graag anderen een plezier doet...’ De regeling houdt in dat zzp’ers die minder dan 20 duizend euro verdienen, geen BTW meer hoeven rekenen. BTW is vervelend. Maar toch voel ik me beledigd door de toon van de commercial; ik ben niet goed in geld verdienen, maar dat wil niet zeggen dat mijn werk een hobby is.

Ik mailde mijn boekhouder om te vragen wat zij ervan vond als ik voortaan rekeningen zonder btw zou sturen. ‘Zou ik niet doen’, antwoordde ze. ‘Je moet ze niet in je kaarten laten kijken, dat is niet commercieel.’ Wacht, noemt mijn eigen boekhouder me nou een loser, dacht ik toen ik de mail las. Maar ik hield me aan haar advies, mijn opdrachtgevers hoeven inderdaad niet te weten dat ik een hobby-inkomen heb. Geld is helemaal niet belangrijk, mensen kopen er maar overbodige spullen van. Een beetje heb je echter wel nodig.

Geen vooruitzichten

Ik heb dus geen pensioen opgebouwd. En ook niet veel gespaard, want hoewel ik weinig geld uitgeef aan frivoliteiten (behalve mijn wekelijkse drinkavond) houd ik ook niet veel over.

Mijn echte crisis vindt plaats in de toekomst als ik bejaard ben, wanneer het hebben van niets pas echt lastig wordt. ‘Laten we later met z’n allen in een groot huis gaan wonen’, hebben meerdere vriendinnen wel eens tegen me gezegd. ‘Dan kunnen we de zorg delen, en de hele dag gezellig kaarten.’

‘Eh, nee’, moet ik dan zeggen, ‘ik heb geen geld.’

‘Dan betalen wij wel voor je. Gewoon leuk als je erbij bent.’

Maar ik wil mijn oude dag niet doorbrengen als een kreupel huisdier, dat alles opeet maar niets bijdraagt, behalve wat enthousiast gekwispel. Dan ga ik liever naar het armenhuis.

Mijn ouders (zogenaamde boomers van 75 en 80) leven nog. Ze zijn op het moment dat ik dit tik nog erg gezond (op wat kleine kwaaltjes na) en opvallend tevreden. Ze hebben gewerkt, maar niet erg hard. Een waarneembare midlifecrisis hebben ze nooit gehad, niemand kocht een motor of ging vreemd en niemand wilde opeens yogales gaan geven of shiatsu-masseuse worden. Er waren geen haarimplantaten of borstlifts. Ze werden gewoon ouder op een kalme manier. En nu zijn ze feestelijk gepensioneerd.

Van mijn tante erfden ze een huisje in Spanje en daar brengen ze de helft van het jaar door. Het zit in die streek vol met gepensioneerde Nederlanders. Ze zitten in een koor, bij een wandelclub, ze jeu de boulen. Maar vooral zitten ze op terrasjes met grote gezelschappen te eten en drinken. Soms ga ik bij ze langs daar. Ik doe dan overal aan mee, ik wandel, speel bingo en ouwehoer met hun vrienden. Hun levenslust en gebrek aan financiële zorgen maken me jaloers. Er zullen ook mensen van mijn generatie zijn die zo zorgeloos bejaard kunnen zijn, maar die hebben nu goed betaalde vaste banen of zijn succesvol in zaken, terwijl mijn ouders en hun kennissen allerlei soorten werk hebben gedaan, hoog- of laaggeschoold, zelfstandig of in loondienst. Ik ben niet van plan zo oud te worden, dat kan ik niet betalen. Het is tijd dat ik ga roken.

Geen ambitie

‘Onze generatie is van alle generaties het minst opgevoed’ zegt Calhoun in Why We Can’t Sleep. Babyboomers werden grootgebracht met discipline en lijfstraffen, terwijl millennials door mijn leeftijdgenoten zijn overladen met krankzinnige hoeveelheden vertroeteling en bescherming (die kinderen hoefden niet eens hun eigen huiswerk te maken). De babyboomers wilden alles anders doen, ze geloofden niet in dwang. Mijn ouders waren absoluut geen hippies, maar ze lieten me toch zo’n beetje doen waar ik zin had. Toen ik niet meer naar school wilde vonden ze dat jammer, maar er kwamen geen maatregelen. 16-jarigen mochten gewoon alcohol drinken, en dat vond ik al meteen leuk. Ik werd losgelaten in een stad die er een stuk grimmiger uitzag dan nu, met overal graffiti, junks en drollen. En om een of andere reden ben ik daar uitgekomen als een tobber zonder zelfvertrouwen. Zonder vastigheid, zonder ambitie en zonder geld. Maar ook als iemand met heel veel vrienden, die erg goed kan genieten.

Volgens Calhoun is alleenheid het sleutelwoord van onze generatie – dat klinkt overigens in het Engels iets beter. Ik voel me niet alleen want ik heb mijn vrienden, familie en kennissen, maar ik sta wel een beetje alleen in mijn uitzichtloosheid. Mijn gefortuneerde vrienden, die zich nu nog afvragen of ‘dit alles is’, die moeten wennen aan het hebben van volwassen kinderen, zich ondergewaardeerd voelen op hun werk en twijfelen over het kopen van een boerderij in Friesland, hebben op dit moment misschien een lastige crisis die ik niet ervaar, maar zij hebben spullen. Ik heb niets. De midlifecrisis gaat over, maar mijn algemene crisis wordt alleen maar groter. Wel heb ik natuurlijk een boek geschreven, dat is iets. Misschien komt het nog goed met mij, maar waarschijnlijk niet.