Hulp bij opvoeden: oppassen, klussen, een huis kopen: wat te doen als je volwassen kind nog steeds op jou leunt?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
©Claudie de Cleen

Mijn vader trok de achterbak van zijn auto open. ‘Het viel me op dat jullie geen goede gereedschapskist hebben, dus ik heb wat spullen gekocht.’ In theorie zou ik nu dus kunnen klussen, al weet ik dat mijn pa met liefde ook die taak op zich zou nemen. Mijn zus hielp hij verhuizen. En dat terwijl we in de dertig zijn en zelf kinderen hebben. Ook vrienden leunen nog sterk op hun ouders, bij het kopen van een huis of de wekelijkse oppastaak. Is dit normaal? En wat kun je als ouder doen als je vindt dat je kind zijn eigen boontjes moet doppen?

Wat zeggen de deskundigen?

De verhouding tussen ouders en hun volwassen kinderen is sterk veranderd, beschrijven Anneke Groen en Herman Vuijsje in hun boek Eindeloos Ouderschap. Was er vroeger afstand, nu is de band hecht. ‘Als er problemen zijn springen we in. Als er geldtekort is, vullen we aan. We helpen bij het vinden van huisvesting. We beluisteren persoonlijke kwesties. En de kleinkinderen komen niet, zoals wij vroeger, af en toe eens logeren, maar hebben een eigen kamer bij oma en opa.’

Hoe komt het dat volwassen kinderen nog veel op hun ouders leunen? Volgens psychotherapeut Annette Heffels (72), auteur van het boek Moeder van volwassen kinderen, moeten babyboomers de oorzaak deels in hun eigen opvoedstrategie zoeken. ‘Bij de generatie van mijn ouders ging het erom dat je gezagsgetrouwe burgers grootbracht. Wij babyboomers wilden onze kinderen gelukkig zien. Dus we helpen, steunen en troosten.’

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

De keerzijde van deze opvoedideologie ziet Heffels terug in haar praktijk. ‘Want naast veiligheid en liefde, autonomie, expressie van emoties, spel en spontaniteit behoren ook regels en discipline tot de basisbehoeften van een kind. Ze moeten leren omgaan met grenzen en doorzetten wanneer het moeilijk is.’

Let wel: dertigers van nu hebben het lastiger dan hun ouders als het gaat om de zoektocht naar zelfstandigheid. Heffels: ‘Psycholoog Rita Kohnstamm beschrijft mooi hoe dat komt: de persoonlijke ontwikkeling van babyboomers liep steeds parallel aan het gevoel in de maatschappij. Opgroeien tijdens de opbouw na de oorlog, puberen toen er verzet was tegen het gezag en toen we begonnen met relaties en seks was er de pil en de seksuele revolutie. En ik kon na mijn afstuderen kiezen uit zes banen.’

Hoe pak je het aan?

Het probleem bij helpende ouders zit in de vanzelfsprekendheid, meent journalist Anneke Groen. ‘Kinderen rekenen op de hulp van hun ouders, zonder te vragen wat zij eigenlijk willen. Kinderen onderschatten vaak ook hoe zwaar het is, fysiek gezien.’ Hoe doorbreek je dit patroon? ‘Het hoeft geen uitgebreid gesprek te zijn: je moet gewoon een paar keer ‘nee’ zeggen’, zegt Groen. En dat vinden ouders knap lastig. Toch is het aan te raden, want volgens Groen komt het de relatie vaak alleen maar ten goede. ‘Kinderen krijgen meer respect voor hun ouders en zien dat zij ook hun eigen leven hebben.’

Ben je als ouder van 60-plus dolblij dat je nog steeds wordt ingevlogen, dan is dat natuurlijk prima. Het kan de verhouding echter wél ingewikkeld maken, als je iets terugverlangt. ‘Nadat je een groot geldbedrag aan je kind hebt geschonken voor de koop van een huis, kun je er misschien moeite mee hebben dat dochter met haar gezin op wereldreis gaat’, aldus Heffels.

Opvoeden blijft een balanceeract, ook als de kinderen het huis uit zijn. ‘Mijn man en ik worden als ouders, ook al zijn ze volwassen, nog altijd ingeschakeld als dat zo uitkomt en teruggefloten als we te enthousiast adviezen geven’, schrijft Heffels in haar boek. ‘Op het moment dat de adviezen niet uitkomen wordt dat ook érg duidelijk gezegd. Soms is dat even slikken. Maar ja, dat eerlijk praten over emoties hebben we onze kinderen toch echt zelf geleerd.’