Hollandse kost in Transvaal: ‘Karbonade en volkorenbrood zijn hier niet te koop’

In geen enkele wijk in Nederland wonen nog maar zo weinig autochtone Nederlanders als in Transvaal. Voor een gesneden volkorenbrood van de warme bakker moeten ze de wijk uit.
Joke van den Boomen. ©Daniella Van Bergen

Wat wordt er gemopperd als ik mezelf voorstel bij de koffieochtend in de Christiaan de Wethof – Nederlanders rechts, ouderen met een Indonesische of Surinaamse achtergrond links.

Iets leuks schrijven over Transvaal? ,,Nou succes, er is weinig leuks meer aan”, klinkt het uit de mond van Hans. ,,Nee, echt niet. Het is hier niet meer leuk”, zegt hij. Hij werd geboren in de Cronjéstraat en woont nu een straat verder. ,,Het is zo verloederd”, moppert hij verder. ,,Hier om de hoek in de Kockstraat is een speelpleintje. Dat wordt in beslag genomen door zo’n buitenlandse familie die zegt dat het plein van hen is. Andere kinderen worden weggestuurd.”

Zelfs de Albert Heijn gaat er in mee. Daar worden allemaal bui­ten­land­se producten verkocht

Annie

,,Vooral de laatste twee jaar is het erg. Die Bulgaren die zijn gekomen zitten boven op elkaar en doen alles wat God verboden heeft”, zegt Hennie, de echtgenoot van Hans. ,,’s Ochtends om 07.00 uur zijn die Surinamers al aan het koken met knoflook en peper. Je wordt er kotsmisselijk van”, zegt Hans.

Psst, vind je dit interessant?

Ontdek Topics nu 1 maand gratis en stel je eigen nieuwsoverzicht samen.

Lees 1 maand gratis

Al abonnee?

Log in en lees altijd gratis Topics.

Dan mengt ook Annie van Leeuwen zich in het gesprek. Zij woont haar halve leven in Transvaal en zat zeven jaar bij de toiletten op de Haagse Markt. ,,Met ons wordt geen rekening meer gehouden”, zegt ze. ,,Zelfs de Albert Heijn op het Paul Krugerplein gaat er in mee. Daar worden allemaal buitenlandse producten verkocht.” Instemmend wordt er geknikt. ,,Ik ga naar de Albert Heijn op de Escamplaan. Die verkopen nog wel gewoon Hollandse dingen.”

Sinterklaasintocht

Het gemopper gaat nog even door. Over de verdwenen Sinterklaasintocht, en als er een huis vrij komt er ‘altijd een buitenlandse familie in gedouwd wordt’ en ‘alles voor ze wordt geregeld’.

Ze zijn zo’n beetje de laatste Nederlanders die in de wijk wonen. In totaal gaat het om zo’n 1185 man, nog maar 7 procent van de hele wijkbevolking. Weer een procentje minder dan zes jaar geleden. Er bestaat geen enkele wijk in Nederland waar nog maar zo weinig autochtonen wonen.

Ouderen zoeken elkaar op bij koffieochtenden of spelletjesmiddagen, zoals bij de koffieochtend in de Christiaan de Wetstraat. Op donderdag tegenwoordig bij Atalay Celenk in Julianaplaza. Of bij Wim in de Scheepersstraat, in het cafeetje op het Paul Krugerplein of bij het toneelclubje – ‘nou ja, eerlijk gezegd doen we alleen nog spelletjes’ – van Joke van den Boomen. Zij is de 75-jarige grand lady van de wijk die de Haagse Hopjes oprichtte, waar elke week honderden kinderen genieten van het buitenspeelgoed.

Een Hollandse groen­te­boer, slager of bakker. Het is er allang niet meer

Annie

Jongeren zie ik niet. De generatie daar net boven is vermoedelijk aan het werk en doet ’s avonds de voordeur meteen achter zich dicht. Van één krijg ik een lang en sympathiek bericht via Facebook. De liefde bracht haar acht jaar geleden de wijk in en het duurde lang voor ze met haar blonde lokken een beetje haar draai vond, bekent ze. Nu vindt ze het er prima. Dicht bij het centrum en het strand is niet ver weg. ,,En ook de allochtone buur is een vriendelijke buur”, schrijft ze. ,,Maar het blijft lastig uitleggen aan familie.”

Verhuizen

Een week later zoek ik Annie op in haar woning. De dag ervoor was er weer een koffieochtend en Annie was er niet. Ze blijkt in huis te zijn gevallen en haar ribben te hebben gekneusd. Ze woont al sinds 1988 in deze flat, in hetzelfde huis. ,,Maar nu denk ik er wel eens over om te verhuizen”, zegt ze. ,,Ik word ouder, ik ga wat mankeren. Op wie kan ik nog bouwen? Mijn Turkse bovenbuurvrouw is echt aardig. Die Afrikaanse jongen onder mij ook en die Marokkaanse man ook. Maar weet je, met mijn vroegere buurvrouw had je aan een half woord genoeg. Je begreep elkaar. Maar iedereen is weg.”

Annie van Leeuwen ©AD

Het is ook voor de boodschappen, zegt ze. ,,Een Hollandse groenteboer, slager of bakker. Het is er allang niet meer.”

Ribkarbonade 

‘Ik ga altijd naar het Volendamplein of de Dierenselaan’, denk ik terug aan de woorden van Riek van der Hoeven (81) gisteren bij de koffieochtend waar ze met een paar vrouwen aan het kaarten was. Want ingrediënten voor een echt Hollandse pot, vertelde ze, die zijn echt niet meer in Transvaal te krijgen. Een groenteboer op de markt verkoopt veel, maar andijvie? Een ribkarbonade bij de halalslager? Dat is immers varkensvlees en dus niet te koop. Een gesneden bruin bij de warme bakker? Sorry.

Het liefst zou Annie een huisje in Rijswijk willen. ,,Dan kan ik ook mijn kleinzoon eens bellen: ‘joh wil je dat of dat voor mij doen?’ Die kan dan gewoon op de fiets langskomen.”

Riek van der Hoeven (l) speelt kaart in de Christiaan de Wethof in Transvaal, samen met Wil Zwarts (m) Suus Bronkhorst en (niet op de foto) Bep van den Berg. ©AD

Als ik bij Annie de deur achter mij dicht trek, loop ik door naar het appartementsgebouw waar Joke van den Boomen woont. Ze kijkt uit over het Wijkpark Transvaal. ,,Weet je hoe Marokkanen het plein tegenwoordig noemen”, lacht ze. ,,Het Bulgarenplein.”

Troep

Het percentage westerse allochtonen steeg de laatste jaren met vijf procent naar twintig procent, voornamelijk  door de komst van Oost-Europeanen. In Transvaal zijn ze in aantal voorbij inwoners met een Marokkaanse achtergrond. Er zijn alleen nog meer Surinamers en bewoners met een Turkse achtergrond. Veel Bulgaren werken op basis van een dagloon. Hebben ze geen werk, dan hangen ze rond in het park en veroorzaken er tot ergernis van Joke veel troep. ,,Ze laten alles vallen waar ze van af willen. Ze gooien echt niks in de prullenbak.”

Nu sta ik wel eens bij de container en dan zit er een vader een beetje te draaien. ‘Ken je me nog?’

Joke

Het is woensdagmiddag, en er zijn tientallen kinderen aan het spelen met buitenspeelgoed van Haagse Hopjes. De stichting is het kindje van Joke en nog altijd kan ze genieten van al die duizenden kinderen die overal in de wijk op jaarbasis buiten spelen. Ze begon ooit nadat ze een jongetje de hele middag had zien tobben om zijn enige autootje uit een put te krijgen waar het in gevallen was. Kinderen van Marokkaanse en Turkse afkomst hadden geen speelgoed, ontdekte ze. Dat kon toch niet! Geen wonder dat er verveeld gehangen werd op straat. Er kwam een stichting, er kwamen op verschillende plekken containers met buitenspeelgoed erin en een Hopmobiel die flexibel inzetbaar is. Onvermoeibaar zette ze zich al die jaren in. Via de kinderen ontmoetten ze de ouders. ,,Nu sta ik wel eens bij de container en dan zit er een vader een beetje te draaien. ‘Ken je me nog?’ vraagt hij dan uiteindelijk. ‘O ja, jij bent dat snotjong van vroeger’.” Joke lacht hartelijk. ,,Dat is gewoon leuk, natuurlijk.”

Tekst gaat verder onder de kaart

Joke werd in Transvaal geboren en woont er nu na 75 jaar nog steeds. ,,Het is dat ik die Haagse Hopjes nog heb”, zegt zij als ze hoort over Annie’s wens om te verhuizen. ,,Maar als ik dat niet meer zou hebben, ik denk er ook wel eens aan om hier weg te gaan.”

Alleen

Net als Annie, zegt ze, voelt ze zich meer alleen staan. ,,Hartstikke aardige buren, maar joh, die Turkse mensen onder mij spreken niet eens Nederlands.”

Vroeger gingen kinderen nooit naar Koranles. Nu wel

Joke

En dat is niet het enige. ,,De segregatie is gewoon meer toegeslagen”, duidt ze. ,,Culturen zijn gesplitst. Ik zeg altijd ‘de hele wereld zit in Transvaal’. Dat is zo, maar praten doen ze niet met elkaar. Turken praten alleen met Turken, Poolse mensen gaan alleen met Poolse mensen om. Marokkaanse mensen: precies hetzelfde. Joh, het liefst hebben ze allemaal nog een eigen bankje in het park.”

Dat het geloof strenger beleden wordt, vergemakkelijkt het huidige contact niet. ,,Je bent haram (onrein, red.).” Ze denkt dat het een trend is die begon na de grote aanslagen in de wereld, waarna moslims zich in een hoek gedreven voelden. ,,Vroeger gingen kinderen nooit naar Koranles. Nu wel.”

Des te belangrijker vindt ze dat een stichting als Haagse Hopjes blijft bestaan. Kinderen spelen gewoon met elkaar. Dat is altijd zo fijn. Die kijken niet naar afkomst. Misschien pakken zij het op om later als ze groot zijn de wereld een beetje beter te maken.” Voorlopig zal ze nog wel even blijven.